DAGBOEK VAN DE HOOP deel 5 – vanaf dag 187

Copyright: Jan A. Baaijens, pastorale hulpverlening.

Inhoud deel 5

Dag 187. Leer gelovig volgen

Dag 188. Wonderen, geloof en heerlijkheid

Dag 189. De driftige en zachtmoedige Mozes

Dag 190. Overwinning op geloof en gebed

Dag 191. Overwinnen op de top van de heuvel

Dag 192. Het is de strijd van de HEERE

Dag 193. Bouw op Jezus!

Dag 194. Jozua, de dienaar van God

Dag 195. Wees een commando en geen verliezer

Dag 196. Ongeloof bij de tien verspieders

Dag 197. Word je geleid door angst of door geloof?

Dag 198. Een ontevreden volk met een bestemming

Dag 199. Het geloof bij Jozua en Kaleb

Dag 200. Jozua, de leider die zich leiden

Dag 201. Toen er nog reuzen op aarde waren

Dag 202. Hoe kon Israël de Enakieten verslaan?

Dag 203. Kaleb en het land van de Enakieten

Dag 204. Overwinning op de Refaïeten

Dag 205. David en Goliath

Dag 206. Hoe kun je ‘reuzen’ overwinnen?

Dag 207. Ga niet zonder God verder

Dag 208. Wil je ook de HEERE dienen, zoals Jozua?

Dag 209. Loop je op de goede weg van het geloof?

Dag 210. Volg Jezus op Zijn weg

Dag 211. Blijf op het rechte pad naar de Hemelstad

Dag 212. Jezus is de Weg

Dag 213. Volg het spoor van Jezus op de nieuwe weg

Dag 214. Lopen in de loopbaan van het geloof

Dag 215. Leg je lasten af en zie op Jezus

Dag 216. Hoe ga je op deze geestelijke loopbaan?

Dag 217. Kijk niet naar achter, naar binnen of opzij!

Dag 218. Laat je aanmoedigen door de gelovigen

Dag 219. Pas op voor diskwalificatie

Dag 220. Vernieuwde kracht voor vermoeide lopers

Dag 221. Gelovig gaan op de beloften van God

Dag 222. Gaan op de stapstenen van de beloften

Dag 223. Gehoorzaam lopen op de weg van God

Dag 224. Rachab en het rode koord

Dag 225. Hoe kom je in het Koninkrijk van God?

Dag 226. De woorden van Jezus ‘horen en doen’

Dag 227. Ga met Christen op weg!

Dag 228. Blijf gelovig kloppen!

Dag 229. Wil je God gehoorzamen en Jezus volgen?

Dag 230. Geulen graven om het water op te vangen

Dag 231. Lege vaten gereedzetten

Dag 232. Het zeil ophouden

Dag 233. Hij leert me lopen op het water…

Dag 234. Geloofsbeproevingen en de beloften

Dag 235. De goede landheer en zijn boeren

Dag 236. Trouwe knechten waken en verwachten

Dag 237. Geloofsbeproeving bij Abraham

Dag 238. Het belang van geloofsbeproeving

Dag 239. Een geestelijk goedgekeurd karakter

Dag 240. Gebruik de genademiddelen en talenten

Dag 241. We ontvangen passende talenten

Dag 242. Wees niet ondankbaar zoals de luie knecht

Dag 243. Denk goed over God en Zijn gaven

***

Dag 187. Leer gelovig volgen

In de Bijbel gaat het veel over opdrachten en beloften. We komen dit herhaaldelijk tegen in het boek Deuteronomium. We lezen in Deut. 13:4: ‘Achter de HEERE, uw God, moet u aangaan, Hem moet u vrezen, Zijn geboden moet u in acht nemen en Zijn stem gehoorzamen; Hem moet u dienen en u aan Hem vasthouden.’

In Deut. 1:8 zien we dat ze het beloofde land erfelijk in bezit moesten nemen. In het Engels lezen we: ’Go in and possess the land.’ De HEERE had immers gezworen het aan het nageslacht van Abraham te geven. Ze moesten het beloofde land in (erf)bezit nemen (Deut. 4:1- in het Engels: ‘take possession of the land’).

Mozes brengt Israël onder de aandacht in Deut. 1:30-33: ‘De HEERE, uw God, Die voor uw aangezicht wandelt, Die zal voor u strijden, naar alles, wat Hij bij u voor uw ogen gedaan heeft in Egypte. En in de woestijn, waarin u gezien hebt, dat de HEERE, uw God, u daarin gedragen heeft, als een man zijn zoon draagt, op al de weg, die u gewandeld hebt, totdat u kwam aan deze plaats. Maar door dit woord geloofde u niet aan de HEERE, uw God. Die voor uw aangezicht op de weg wandelde, om u de plaats uit te zien, waar u zou legeren; ’s nachts in het vuur, opdat Hij u de weg wees, waarin u zou gaan, en overdag in de wolk.’ 

In Deut. 31:6 worden ook wij opgeroepen: ‘Wees sterk en moedig, wees niet bevreesd en schrik niet voor hen terug, want het is de HEERE, uw God, Die met u meegaat.
Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.’ Houd je ook vast aan  de beloften van God… en leer gelovig volgen.

***

Dag 188. Wonderen, geloof en heerlijkheid

Onder en door de wolk zijn er grote wonderen gebeurd. Dit gebeurde vroeger zichtbaar bij Israël. Wonderen worden ook nu nog op Gods weg ervaren. Daar is geloof voor nodig. Het is opmerkelijk dat dit wordt benadrukt in Hebreeën 11. In vers 27 wordt er over Mozes geschreven: ‘Door het geloof heeft Hij Egypte verlaten zonder bevreesd te zijn voor de toorn van de koning. Want hij bleef standvastig als ziende de Onzienlijke.’ In opdracht van God heeft hij ook door het geloof het Pascha ingesteld. Opdrachten van God moeten dus gelovig worden opgevolgd voor de realisatie van het wonder.

We lezen in Ex. 33:11: ‘De HEERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals een man met zijn vriend spreekt. We zien in Ex. 34:29, toen Mozes weer van de berg Sinaï afdaalde met de tafelen van de wet, ‘dat de huid  van zijn gezicht glansde, omdat de HEERE met hem gesproken had’. Mozes zag de heerlijkheid van God en zijn gezicht glansde. Jezus toonde Zijn heerlijkheid op de berg, sprekend met Mozes en Elia. We lezen in Luk. 9:28 dat, terwijl Hij bad, ‘de aanblik van Zijn gezicht veranderd werd en Zijn kleding blinkend wit werd’. Daarna kwam er een lichtende wolk.

Bij de verheerlijking op de berg Tabor van Jezus (met Mozes en Elia erbij), sprak God uit de wolk (in Luk. 9:35): ‘Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; luister naar Hem!’ (Zie Lukas 9:28-36 en 2 Petr. 1:17-18.)

Niemand kan een heilig God zien, maar door het gelovig zien op Jezus worden we gered. In Zijn Zoon laat God Zichzelf zien in liefde. Mozes moest zijn gezicht bedekken. In de wet kun je het leven niet zien. Wil je met ‘ogen van geloof’ tot God opzien en leven? (Zie 2 Kor.3:7-17.)

***

Dag 189. De driftige en zachtmoedige Mozes

Mozes was driftig van karakter, zoals je ziet in Egypte (in Ex. 2:12) en op momenten in de woestijn (Ex. 32:19). Wat leerde hij in zijn eerste 40 jaar in de woestijn? Hoe is zijn karakter veranderd? Dat ons geestelijk karakter kan veranderen door de leiding van God en het werk van de Heilige Geest, kunnen we zien bij Mozes.

Men ging in de woestijn tegen het gezag van Mozes in. Num. 12:3 geeft aan: ‘Mozes nu was een zeer zachtmoedig man, meer dan alle mensen die op de aardbodem waren.’ Zie ook Num. 12:5-8. Hoe kon hij geestelijk op orde blijven tegenover de tegenstand van honderdduizenden ontevreden Israëlieten? Hoe kon hij zachtmoedig en nederig  blijven en het gezag bewaren in gehoorzaamheid aan God?

Ds. Arie van der Veer schrijft ons: ‘God kan zelfs het moeilijkste karakter aan. Mozes moest er wel 40 jaar voor de woestijn in. Daar heeft hij geleerd om kalm te blijven en het van de kracht van God te verwachten. Eerlijk is eerlijk, ook Mozes’ karakter blééf aanwezig. Hij heeft er tot zijn dood mee gestreden. Soms kwam de oude Mozes weer boven! Toch wordt Mozes in de Bijbel gebruikt als voorbeeld om te illustreren dat de Heere hierin toch overwinning kan geven en dat Hij die overwinning zichtbaar wil maken.’

Hoe kunnen we zachtmoedigheid leren? We kunnen toch moeilijk allemaal een poosje de woestijn in? Toch heb je zachtmoedigheid als vrucht van de Geest nodig om in vrijheid en liefde te leven (Zie Gal. 5:1, 13 en 22). Jezus geeft aan in Matth. 11:29:

Leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart;

en u zult rust vinden voor uw ziel.’

Paulus roept ons op in Filip 2:5-7: ‘Laat daarom die gezindheid in u zijn, die ook in Christus Jezus was.’ Hij heeft Zich ontledigd en nam de gestalte van een slaaf aan. (‘He made Himself of no reputation.’)

Arie legt uit: Zachtmoedigheid is geen zwakheid, maar juist de kracht om jezelf onder controle te houden. Zachtmoedigheid betekent dat je geen boosheid, bitterheid of wrok koestert. Een zachtmoedig mens staat niet op zijn strepen, maar is bereid de minste te zijn. Hij stelt: ’Zachtmoedigheid is mijn kracht die door God onder controle wordt gehouden.’

***

Dag 190. Overwinning op geloof en gebed

Door middel van het gebed van Mozes liet de HEERE Israël overwinnen in de strijd tegen de Amalekieten (zie Ex.17:8-16). De Amalekieten en Israëls vijanden in het Oude Testament kun je vergelijken met onze geestelijke vijanden. God geeft de overwinning op geloof en gebed!

Tijdens de woestijnreis vielen de Amalekieten bij Rafidim de Israëlieten in de achterhoede aan. Dit woestijnvolk stamde af van Ezau, en staat symbool voor de vijanden van het volk van God. In Deut.25:18 zegt Mozes dat Amalek daar de zwakke mensen, die moe en uitgeput waren en achteraan liepen, versloeg. Zo zullen ook de kwade geesten zwakke plaatsen bij hun slachtoffers uitzoeken. De Amalekieten sneden de achterhoede af, zodat de verzwakte en weerloze Israëlieten geïsoleerd raakten. Er wordt vertaald dat Amalek de achterhoede afsneed, terwijl de Israëlieten vermoeid en uitgeput waren. De achteropgeraakte Israëlieten waren weerloos.

Gelovigen hebben elkaar hard nodig. Het is gevaarlijk als je geïsoleerd raakt in de geestelijke strijd. Ga niet alleen door het leven, die last is te zwaar. Ga tot de Middelaar: laat Jezus je sterkte geven! In de Naam van Jezus kun je overwinnen in het gebed. De kracht van het volhardend gebed zien we bij Mozes, Aäron en Hur. Bid met elkaar om te kunnen overwinnen in de geestelijke strijd. Waar twee of drie in de Naam van Jezus iets verlangen, is er de belofte van verhoring (Matth. 18:19-20).  Mozes was ook als een middelaar voor Israël (zie Ex. 32:30-35). Jezus is de Middelaar, Voorbidder en Voorspraak voor de gelovigen. Wat betekent dat voor je als je in een geestelijke strijd bent verwikkeld?

In Deut.25:18 zegt Mozes, dat Amalek daar de  zwakke mensen versloeg, die moe en uitgeput waren en achteraan liepen. Er wordt vertaald dat Amalek de achterhoede afsneed. Zij die achterop raakten, waren weerloos.
Het spreekwoord van satan is: ‘Verdeel en heers!’ Hij heet ook Diabolos: ‘Hij die uiteen werpt’, die ergens iets doorheen gooit, verdeeldheid en chaos veroorzaakt.
Het is gevaarlijk als je geïsoleerd raakt in de geestelijke strijd. Blijf daarom biddend bij elkaar in de Naam van Jezus.

***

Dag 191. Overwinnen op de top van de heuvel

We lezen in Ex.17:9-13 dat er biddend en gelovig werd gestreden tegen de Amalekieten. Dit gebeurde op de top van de heuvel door Mozes, die de staf van God omhoog moest houden. Aäron en Hur ondersteunden zijn handen… Zo bleven de handen van Mozes onbeweeglijk totdat de zon onderging. Als Mozes op de heuvel de staf van God omhoog hield, won Israel (then ‘Israel prevailed’, Ex.17:11). Overwinnend gebed wordt in het Engels ‘prevailing prayer’ genoemd. We kunnen de aanvallen van de boze geesten afslaan door de vleugels van het geloof en het gebed. Zo overwon Jozua Amalek (Ex. 17:12-13).

Het opheffen van handen is een gebedshouding in het Oude Testament. Vanuit de Hebreeuwse grondtekst kan het opheffen van handen hier ook de symbolische betekenis hebben van ‘machtig zijn’ en triomferen’. De Studiebijbel verklaart: ‘Doordat Mozes de handen opheft, proclameert hij Gods macht en weert hij vijanden af.’ Dit is een belangrijk gegeven om te  kunnen overwinnen in de geestelijke strijd. Het is de kracht van de proclamatie en het inroepen van Gods macht tegen de geestelijke vijanden en kwade machten die de gelovigen bestrijden.

Door de kracht van God en op het gebed overwon de krijgsoverste Jozua de Amalekieten. Jozua is een type van Jezus. De naam Jozua of Jehosjoe’a betekent: ‘God is zijn hulp’ of ’JHWH redt/bevrijdt’. In de Septuaginta wordt zijn naam weergegeven met ‘Jesous’, dezelfde naam als ‘Jezus’ in het Nieuwe Testament.

Door Jezus kunnen we in Gods overwinning staan. Het is goed dat gelovigen deze positie in Jezus als uitgangspunt nemen in de geestelijke strijd. Ben je al zover? Zie het gelovig gebed als een geestelijke strijd, die in de Naam van Jezus wordt gestreden. Door Hem komt er overwinning in de geestelijke strijd.

Is je geloof al als de opgeheven staf van Mozes, of ben je nog aan het worstelen met de aanvallen in de achterhoede? Ben je geestelijk soms achterop geraakt? Heb je het gevoel dat je aan de verliezende hand bent in de innerlijke strijd?

***

Dag 192. Het is de strijd van de HEERE

Met de opgeheven staf van het geloof kom je er biddend en strijdend weer bovenop. Zullen we maar op de heuvel gaan staan, al zijn we zo vermoeid als de uitgeputte handen van Mozes op de heuvel? Samen worden we sterker. Samen willen we elkaar ondersteunen, zoals Aäron en Hur dat bij Mozes deden. lezen we in 1 Thess. 5:17: ‘Bid zonder ophouden.’ In Rom. 12:12 wordt aangegeven: ‘Volhard in het gebed.’

We lezen na de overwinning op Amalek in Exodus 17:15-16: ‘En Mozes bouwde een altaar en gaf het de naam: De HEERE is mijn Banier! Hij zei: Voorzeker, de hand op de troon van de HEERE! De strijd van de HEERE zal tegen Amalek zijn, van generatie op generatie!’ In het Engels is hier vertaald bij vers 16: ‘For hands were lifted up to the throne of the Lord. The Lord will be at war…’  

‘In Exodus 14:13-14 had Mozes al eerder gezegd: ‘Wees niet bevreesd, houd stand, zie het heil van de HEERE…’ De HEERE zal voor u strijden, en u moet stil zijn.’ Vertrouw ook rustig op het heil van de HEERE. Wees kalm en bewaar je vrede! Besef vooral dat God Zijn volk uitleidt uit het slavenhuis van Egypte, de ballingschap, het  zondige leven, de verslaving, het tranendal van problemen en depressie en de duisternis van je oude leven zonder Hem.

***

Dag 193. Bouw op Jezus!

De Israëlieten gingen met blijdschap uit Egypte, op weg naar het beloofde land. Zij die hun oude leven niet los konden laten, konden het nieuwe leven in Kanaän niet ontvangen. Laat de vreugde van de HEERE je kracht zijn. Laat je leiden, verhard je hart niet. Ga een goede toekomst tegemoet door Jezus te bouwen en Hem te blijven volgen!

We kunnen overwinnen in de geestelijke strijd als we in geloofsgehoorzaamheid bouwen op het werk van God. Je ziet dat bij Mozes en Jozua. Dan is van toepassing wat we zingen in het bekende lied ‘Ik bouw op U’ uit Opwekking 124. De Nederlandse tekst is van Breitkopf Hertel. Het is een persoonlijke proclamatie voor een overwinning in de geestelijke strijd in de kracht van God. Kun je het in het geloof meezingen? Ik laat het lied nu volgen:

Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.

Niet eenzaam ga ik op de vijand aan.

Sterk in Uw kracht, gerust in Uw bescherming.

Ik bouw op U en ga in Uwe Naam.

 ***

Gelovend ga ik, eigen zwakheid voelend.

en telkens meer moet ik Uw kracht verstaan.

Toch rijst in mij een lied van overwinning.

Ik bouw op U en ga in Uwe Naam

***

Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.

Gij voert de strijd, de hulde  is U gewijd.

In ’t laatste uur zal ‘k zegevierend ingaan

in rust met U die mij hebt voortgeleid.

***

Dag 194. Jozua, de dienaar van God

Voorbeelden van geloof en volharding tijdens de woestijnreis zijn ook Jozua en Kaleb. Jozua was de trouwe dienaar en helper van Mozes. Hij was ook de legeroverste. Hij klom mee op de berg Horeb en verbleef daar op een hoogte tussen de top. Hij verbleef daar tussen Mozes en het volk 40 dagen en nachten. (Zie ex. 24:13, 18 en Ex. 32:17).

Toen Mozes uiteindelijk terugkeerde naar het kamp, week zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jonge man, niet uit het midden van de tent der samenkomst (Ex. 33:11). Jozua was daar de trouwe wachter .

Omdat Jozua en Kaleb zich door God lieten leiden en volhardden in het volgen van Hem, mochten zij Kanaän binnengaan en daar door de kracht van God overwinnen. Zij bleven moedig staande tegenover een ontevreden en opstandig volk. Hun geloofsgehoorzaamheid en trouw werden rijk beloond.

Als je Jezus volgt, mag je weten dat God met je is. Wees daarom ook sterk en moedig in het geloof! Jozua overwon door het geloof in God. Hij werd gesterkt door het Woord
van God: ‘Wees sterk en moedig… want de HEERE, Uw God, is met u, overal waar u heen gaat’ (Joz.1:9). Wil je ook gaan in deze kracht van God? Jezus geeft ons de overwinning!

Jozua is een type van Jezus, die onze overste Leidsman en Voleinder van het geloof is (Hebr. 12:2). Heb je al het oog op Hem gericht? Let je al scherp op Hem, opdat je niet verzwakt in je ziel? (vers 3). Door Hem kun je de angst, onzekerheid, moedeloosheid, twijfel en zwakheid in je overwinnen. We worden daartoe aangespoord in Hebr. 12: 12-13: ‘Hef daarom de slappe handen op en strek de knikkende knieën, en maak rechte sporen voor uw voeten, opdat wat kreupel is, niet wordt ontwricht, maar veeleer genezen worden.’ 

Het volgen van Jezus leidt tot geestelijk herstel en geeft je een hoopvolle toekomst. Kanaän is het aan Israël beloofde land. Voor de gelovigen is het ‘beloofde land’ de hemel. Jezus leidt de gelovigen daarheen. Volg je Hem?

***

Dag 195. Wees een commando en geen verliezer

Jozua was een moedige en strijdbare held in de dienst van God en het volk. Jozua was zelfs de generaal die het commando voerde over het leger. Jozua volgde ‘the commandments’ van God op. Hij bleef sterk en moedig als een echte ‘commando’. Hij geloofde in het Woord en de beloften van God en bracht onder Zijn leiding het volk in het beloofde land.

In Deuteronomium wordt het volk ook steeds opgeroepen om de geboden en inzettingen van de HEERE te onderhouden. In het Engels: ’Keep the commandments of the Lord your God (Zie Deut.4:1-2, 6:1-3). Iemand die ‘the commandments’ onderhoudt en doet is eigenlijk een ‘commando’. Een commando is een geoefend strijder, die een hart voor de zaak van zijn leger heeft. Hij traint en oefent om zijn vaderland zo goed mogelijk te kunnen dienen. Gelovige commando’s houden zich aan ‘the commandments of the Lord’

Een goede commando staat is bijzonder toegewijd aan zijn commandant. Hij is met hart en ziel verbonden aan de dienst van zijn vaderland. Zo dienen de toegewijde gelovigen ook koning Jezus. Op deze wijze worden er ook overwinningen behaald in het koninkrijk van God. God strijdt voor Zijn toegewijde volk. Hij onttrekt Zich aan een ongehoorzaam volk.

Bij de verovering van Kanaän was Jozua de door God aangestelde leider. Hij had al eerder als bevelhebber de Amalekieten verdreven (Exodus 17). Hij werd een waardige opvolger van Mozes. In Num. 27:18: zegt de HEERE tegen Mozes: ‘Neem Jozua bij u, de zoon van Nun, een man in wie de Geest is, en leg uw hand op hem.’ Mozes moest het bevel over Israël officieel voor de priester Eleazar en het volk aan Jozua overdragen (Num. 27:18-23). We lezen over zijn aanstelling in Deut. 31:7-8. Ook in Jozua 1 wordt hij aangemoedigd om sterk en moedig te zijn, omdat God met hem zou zijn, overal waar hij heen zou gaan.

Hoe kunnen we moedig geloven, zoals Jozua? Luister je naar naar God of naar de angst, twijfels en stemmen in jezelf? Door te geloven ga je niet in de mist in. Wees ook sterk en moedig!

***

Dag 196. Ongeloof bij de tien verspieders

Israël kwam voor de eerste maal tot aan de grens van het beloofde land. Het werd verkend door twaalf verspieders, spionnen of verkenners. Je kunt over de verspieders lezen in Numeri 13 en 14. We lezen hun verslag in Num. 13:25-33. Ze waren 40 dagen op hun verkenningstocht geweest in het land Kanaän. In Num.13:27  lees je dat De spionnen  terugkwamen uit Kanaän. Israël had het land toen in bezit mogen nemen. Waarom lukte dit nog niet?

Het zag er aanvankelijk goed uit toen ze de kolossale vruchten toonden, die ze hadden meegenomen. Ze gaven aan dat het land werkelijk overvloeide van melk en honing (Num. 13:27). Daarmee waren echter de positieve woorden van 10 verkenners voorbij. Daarna kwam namelijk het verslag over de sterke inwoners van het land, zoals door hen wordt opgemerkt in Num. 13:28: ‘Het volk echter dat in dat land woont, is sterk, de steden zijn versterkt en heel groot, en ook hebben wij daar nakomelingen van Enak gezien.’

De 10 verkenners beangstigden het volk door te zeggen dat de reuzen (van Enak) voor Israël te sterk waren. Ze stelden, dat zij waren als sprinkhanen in hun ogen. (Zie Num. 13:31-33.) Tien van verspieders zaaiden angst, ongeloof en opstandigheid uit op het volk door hun ontmoedigende woorden over de sterke tegenstanders, de reuzen en de versterkte steden in Kanaän. Het ongeloof en de opstand brachten het zware oordeel van God over het volk. Daarna moest Israël voor straf nog 38 jaar in de woestijn rondzwerven. Wat kunnen we leren van de Israëlieten in de woestijn? (Zie 1 Korinthe 10:1-13.)

In Num. 14:22-23 geeft de HEERE aan, dat de opstandige Israëlieten, die niet naar hem hebben geluisterd, het beloofde land niet zouden zien. We lezen over de opstandige en ongehoorzame Israëlieten in Hebreeën 3:19: ‘Wij zien dan ook dat zij niet konden ingaan vanwege hun ongeloof.’ Door ongeloof zit je op een doodlopende weg.

1. Als je Num. 13:26-33 leest, wat vind je dan van het verslag van de verspieders?

***

Dag 197. Word je geleid door angst of geloof?

Laten we onszelf leiden door angst of door het geloof in God? Wat zijn de gevolgen van het ‘sprinkhanen-angst-complex’, waarmee we kunnen zijn bezet? In het Engels wordt een sprinkhaan ook ‘grasshopper’ genoemd. Ik las in dit verband over het ‘grasshopper complex’. Als ‘fearhopper’ kunnen we angst wegduiken voor de reuzen op onze weg. In het Engels kennen ze de drie f’s: ‘fear, flight and fight’. De reacties op trauma’s, angst, depressies en emotionele beschadigingen kunnen ‘angst, vechten of vluchten’ zijn. De Israëlieten werden eerst bang, en hadden de eerst neiging om te vluchten voor de reuzen. Op een afbeelding zag ik de tekst: ‘When giant fear threatens our faith’. Dat gebeurde bij Israël. Heeft reuzenangst ook wel eens jouw geloof en vertrouwen in God bedreigt? Angst ziet leeuwen en beren op de weg. In de ogen van angst rijzen reuzen omhoog, de de weg versperren.

Lever geen hopeloos gevecht

Toen ze Kanaän niet in mochten vanwege hun ongeloof, wilden vermetele Israëlieten toch nog gaan vechten. Je leest erover in Num. 14:40-45. Zij werden gewaarschuwd door Mozes, om hierin niet tegen het bevel van de HEERE in te gaan. Hij zou dan niet met hen zijn. Toch probeerden ze overmoedig naar de top van de berg te klimmen, om Kanaän binnen te gaan. We zien het fatale gevolg in Num. 14:45, waar we lezen: ‘Toen kwamen de Amalekieten en de Kanaänieten, die in dat bergland woonden, naar beneden en versloegen hen, en zij verpletterden hen, tot Horma toe.’ 

Heb je ook een ‘sprinkhaancomplex’? Zie je hoge muren, gigantisch grote reuzen op je weg? Blokkeren en bedreigen ze jouw geloof en moed? Door angst kan de moed in je schoenen zinken, zodat je geen stap vooruit komt. Laat je bemoedigen. Paulus deed dit bij de jonge Timotheüs. Hij wakkerde hem aan en geeft aan in 2 Tim. 1:7: ‘Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en liefde en bezonnenheid.’

Dag 198. Een ontevreden volk met een bestemming

Het reisdoel van Israël in de woestijn was het beloofde land Kanaän. Ze gingen door het zand en door het water. Velen kwamen echter niet aan. Vanaf de eerste moeilijkheden op de woestijnreis zien we al een grote menigte ontevreden, klagende en mopperende Israëlieten, die zelfs terug verlangden naar ‘de vleespotten van Egypte’. Denk maar aan het bittere, teleurstellende water van Mara.

Let er wel op dat het ongeloof en de onoprechtheid van hart mensen verhinderen om te overwinnen. Daardoor zullen zij juist de verliezers zijn. Een ongehoorzaam en verdeeld hart kunnen niet overwinnen en kunnen Jezus niet (blijven) volgen op de weg van het Licht. Je kunt dan ook niet het hemelse Kanaän en de eeuwige rust binnengaan.

We lezen over de ongehoorzame Israëlieten die in de woestijn zijn gestorven in Hebr. 3:19: ‘Wij zien dan ook dat zij niet konden ingaan vanwege hun ongeloof.’

Ook wij worden uitgenodigd om op de weg van God te komen. In het Evangelie wordt ons Jezus voorgesteld als de Weg, de Waarheid en het Leven. Wat moeten wij doen om het hemelse Kanaän binnen te gaan? Wil je deze heerlijke bestemming bereiken?

Laat het volgende lied van Matthijn Buwalda maar eens op je inwerken:

Wij zijn een volk met een bestemming, maar al jaren onderweg.

We begonnen ooit als slaven,

en toen kwam God en deed ons recht.

De bevrijding was spektakel, na tien plagen pas groen licht.

Onze voeten in de zandzee, en de zon in ons gezicht.

*** 

Nog een rivier, nog een rivier,

nog een rivier, en dan zijn we thuis.

***

Toen we bij de oever kwamen, wachtte ons geen groot onthaal.

We dachten net: We zijn er bijna, maar God zei:

Nog niet helemaal.

Dus wij weer terug die woestijn in, om te sterven in het zand.

En om kinderen te krijgen, kinderen voor de overkant.

*** 

Veertig jaar moesten we lopen, ’t was een levenslange tocht.

Onze straf voor alle ruzie die, We met God hadden gezocht.

En toen alles terugbetaalt was, gingen het water aan de kant,

Was er tijd om thuis te komen, in het onbekende land.

*** 

Ik ben een man een bestemming, en al jaren onderweg.

Om me heen lopen de mensen, aan wie ik mij heb gehecht.

Mijn woestijn kent stroken asfalt, neonlichten en vertier.

Kijk ons leven of we God zijn, tot we staan voor de rivier.

*** 

Want elke stap die brengt ons dichter, bij de grote oversteek.

Iedereen gaat als het tijd is, iedereen moet hier doorheen.

En bij elk afscheid op de oever, loop ik met wie blijven terug,

met de tranen in mijn ogen, maar de hoop steeds in mijn rug,

want ik weet:

Nog een rivier, nog een rivier, nog een rivier,

En dan ben ik thuis, dan ben ik thuis.

***

Dag 199. Het geloof bij Jozua en Kaleb

In de verspieders Jozua en Kaleb zien we het gehoorzame, volhardende en overwinnende geloof, dat vertrouwt op God en gaat op Zijn beloften. Je ziet dat in Num. 13-14, toen de andere verspieders een kwaad bericht gaven, waardoor het volk in opstand kwam. Verspieder Kaleb sprak echter in het geloof tot het volk: ‘Laten wij vrijmoedig optrekken, wij zullen het land in bezit nemen, want wij zullen het zeker overmeesteren’  (Num. 13:30).

God sprak daarna in Num. 14:24: ‘Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat in hem een andere geest was en hij erin volhard heeft Mij na te volgen, hem zal Ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nageslacht zal het in bezit nemen.’

De 85-jarige Kaleb sprak jaren later in Joz. 14:11, dat hij nog even sterk was als toen hij het land heeft verkend en een goed verslag gaf. Hij was toen 40. Hij geeft aan in vers 8: ‘Maar mijn broeders deden het hart van het volk smelten; ikzelf echter volhardde erin de HEERE, mijn God, na te volgen.’

Omdat Jozua en Kaleb zich door God lieten leiden en volhardden in het volgen van Hem, mochten zij Kanaän binnengaan en daar door de kracht van God overwinnen. Zij bleven moedig staande tegenover een ontevreden en opstandig volk. Hun geloofsgehoorzaamheid en trouw werden rijk beloond. Kaleb beoefende door de genade van God het overwinnend geloof.

1. Wat vind je van Kaleb, toen hij in het geloof tot het volk sprak: ‘Laten wij vrijmoedig optrekken, wij zullen het land in bezit nemen, want wij zullen het zeker overmeesteren’ (Num.13:30).

2. Wat denk je van het getuigenis van Jozua en Kaleb in Num. 14:6-9 en Joz. 14:11?

***

Dag 200. Jozua, de leider die zich leiden

Jozua was een leider omdat Hij zich door God liet leiden. Je wordt een lijder als je jezelf laat misleiden. Jozua overwon door het geloof in God. Hij werd gesterkt door het Woord van God: ‘Wees sterk en moedig… want de HEERE, Uw God, is met u, overal waar u heen gaat’ (Joz.1:9). Wil je ook gaan in deze kracht van God? Jezus geeft ons de overwinning!

We lezen over de aanstelling van Jozua in Deut. 31:7-8: ‘En Mozes riep Jozua en zei tegen hem voor de ogen van heel Israël: Wees sterk en moedig, want ú zult met dit volk het land binnengaan dat de HEERE hun vaderen gezworen heeft hun te geven; en ú zult het hun in erfbezit laten nemen. De HEERE nu is het Die voor u uit gaat. Hij zal met u zijn. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.  Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld.’

Hij werd een waardige opvolger van Mozes. Hij hield zich voortdurend aan de woorden en opdrachten van God, zoals we lezen in de volgende bevelen en instructies van de HEERE in Joz. 1:7-8: ‘Alleen, wees sterk en zeer moedig, door nauwlettend te handelen overeenkomstig heel de wet die Mozes, Mijn dienaar, u geboden heeft. Wijk daar niet van af, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat. Dit boek met deze wet mag niet wijken uit uw mond,  maar u moet het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend zult handelen overeenkomstig alles wat daarin geschreven staat. Dan immers zult u uw wegen voorspoedig maken en dan zult u verstandig handelen.’

Jozua mocht als dienaar van de HEERE het land Kanaän innemen voor Israël. In Joz. 1:3 laat God weten: ‘Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven.’ God belooft in de verzen 5+9: ‘Ik zal u niet loslaten en u niet verlaten.’ ‘Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heengaat.’

Overwin door het geloof als er reuzen op je weg zijn, zoals bij Jozua en David. Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen (Hebr.11:30).

***

Dag 201. Toen er nog reuzen op aarde waren

We lezen in Gen. 6:4 over de laatste periode voor de zondvloed (toen ze nog 120 jaar hadden): ‘In die dagen, en ook daarna, waren er reuzen op de aarde, toen Gods zonen bij de dochters van de mensen waren gekomen en die kinderen voor hen baarden; dit zijn de geweldenaars van oude tijden af, mannen van naam.’ Men denkt dat ‘en ook daarna’ verwijst naar de tijd na de zondvloed. Na de zondvloed bleven er dus reuzen op aarde bestaan. Ze worden in verband gebracht met gewelddadigheid en een agressieve houding tegenover het volk van God volk.

De geslachten van reuzen kunnen we (geestelijk) zien als het zaad van de slang. Satan heeft blijkbaar deze ‘geweldenaars’ ingezet in zijn strijd tegen het Zaad of het Nageslacht van de vrouw. In de moederbelofte geeft God aan: ‘En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; dat zal u de kop vermorzelen en u zult Het de hiel vermorzelen.’ In de geschiedenis van de geestelijke strijd draait het blijkbaar om het beloofde Zaad van de vrouw, de Messias Jezus Christus.

Als je let op de geschiedenis van Kanaän zie je dat deze reuzen in verschillende stammen in het beloofde land voorkwamen. De reuzen in uit het nageslacht van Kanaän werden ingezet in de strijd tegen het volk van God, tegen Israël. Satan wilde ook daarmee voorkomen dat Israël het land in bezit zouden nemen, en dat de Messias daar geboren zou worden.

Verder leefden er nog andere reuzenvolken in Kanaän, zoals de Emieten en Refaïeten. We lezen ervan in Deut. 2:10, 11, 20 en 21: ‘De Emieten (…) een groot en talrijk volk, lang als de Enakieten; ook deze werden voor Refaïeten gehouden, evenals de Enakieten, maar de Moabieten noemden hen Emieten.’

Er zijn op verschillende plaatsen in de wereld beenderen en zelfs hele skeletten teruggevonden van reuzen die wel 4 tot 5 meter groot waren. Enkele van hen waren zelfs in een grote sarcofaag opgebaard en hadden aan handen en voeten zes tenen en vingers (waarover ook de Bijbel spreekt in 2 Sam. 21:20). In oude volksverhalen in alle delen van de wereld komen verhalen voor over reuzen, die een lichaamslengte hadden van 3 tot 5 meter. Ze worden beschreven als gewelddadige wezens met buitengewone kracht en kennis.

Dag 202. Hoe kon Israël de Enakieten verslaan?

De reuzen beangstigden de verspieders die Kanaän moesten verkennen, die in hun verslag zeiden, in Num. 13:32-33: ‘Het land waar wij doorgetrokken zijn om het te verkennen, is een land dat zijn inwoners verslindt, en heel het volk dat wij in het midden daarvan gezien hebben, bestaat uit mannen van grote lengte.  33 Wij hebben er ook reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen. Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen.’   

De Enakieten waren ‘een groot en lang volk’ en woonden in ‘grote en hemelhoog versterkte steden’ (Deut. 9:1, 2). Ze waren berucht vanwege hun wreedheid en verdorvenheid. Er was bij hen ook sprake van kinderoffers en tempelprostitutie.

In Deut. 9:1-2 wordt aangegeven door Mozes: ‘Luister, Israël! U gaat heden de Jordaan oversteken om het land binnen te gaan en in bezit te nemen van volken die groter en machtiger zijn dan u, met grote en hemelhoog versterkte steden; een groot en lang volk, de Enakieten, die u zelf kent en over wie u zelf  gehoord hebt: Wie kan standhouden tegenover de Enakieten?’

Vers 3 laat ons de overwinning door God zien in de volgende woorden: ‘Daarom moet u heden weten dat het de HEERE, uw God, is Die voor u uit de Jordaan overtrekt, een  verterend vuur. Hij zal hen wegvagen en Hij zal hen aan u onderwerpen. U zult hen uit hun bezit verdrijven en hen al snel ombrengen, zoals de HEERE tot u gesproken heeft.’ Als we op God vertrouwen en Hem gehoorzamen, worden de ‘reuzen’ uit de weg geruimd. We zien dat bij de verovering van Kanaän.

De Enakieten verbleven ook in Hebron. De oorspronkelijke naam van deze stad was Kirjath-Arba. Arba was de vader van de reuzen. God heeft Israël opgedragen om alle reuzen uit te roeien en het land in bezit te nemen. Zodoende kwam de weg vrij die moest leiden naar de geboorte van de Messias Jezus Christus.

De verspieders verklaarden in Num. 13:33: ‘Wij hebben er ook reuzen gezien, nakomelingen van Enak, afkomstig van de reuzen. Wij waren in onze eigen ogen als sprinkhanen, en zo waren wij ook in hun ogen.’

Dag 203. Kaleb en het land van de Enakieten

Kaleb vertrouwde op God en kreeg een erfdeel in het gebied van de voormalige reuzen in Juda. Door het geloof in God kon hij kiezen voor het oorspronkelijke ‘hoofdkwartier’ van de reuzen als zijn erfdeel. Het lied ‘Nooit kan het geloof teveel verwachten’ is wel van toepassing als we op deze 85-jarige geloofsheld zien.

Je kunt het lezen in Jozua 14:6-15. Kaleb zegt vanaf vers 10 tegen Jozua: ‘Zie, ik ben vandaag vijfentachtig jaar oud. 11: Ik ben vandaag nog even sterk als ik was op de dag toen Mozes mij uitstuurde. Zoals mijn kracht toen was, zo is mijn kracht nu, om te strijden en om  uit te gaan en om in te gaan. 12: Nu dan, geef mij dit bergland, waarover de HEERE op die dag gesproken heeft. U hebt zelf immers op die dag gehoord dat daar de Enakieten waren, en grote versterkte steden. Misschien zal de HEERE met mij zijn, zodat ik hen verdrijf, zoals de HEERE gesproken heeft.’

Vanaf vers 13 lezen we verder: ‘Toen zegende Jozua hem en hij gaf Kaleb, de zoon van Jefunne, Hebron als erfelijk bezit. 14: Daarom werd Hebron voor Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, tot erfelijk bezit tot op deze dag, omdat hij erin volhard had de HEERE, de God van Israël, na te volgen. 15: De naam van Hebron was vroeger stad van Arba,  die een groot man was onder de Enakieten. En het land rustte van de strijd.’

Kaleb zal mogelijk overgebleven reuzen in zijn erfdeel in Hebron en omgeving wel hebben uitgeroeid. Hij spreekt namelijk in vers 12: ‘Misschien zal de HEERE met mij zijn, zodat ik hen verdrijf, zoals de HEERE gesproken heeft.’ Er staat namelijk geschreven in Joz. 14:14: ‘De naam van Hebron was vroeger stad van Arba (Kirjath-Arba), die een groot man was onder de Enakieten. En het land rustte van de strijd.’

Jozua heeft met het leger van de Israëlieten een ook aantal van de reuzen verslagen bij de verovering van Kanaän, zoals je leest in Joz. 11:21-22: ‘Jozua roeide in die tijd ook de Enakieten uit die in de bergen van Juda woonden, in Hebron, Debir en Anab, en in de bergen van Israël. Jozua sloeg hen met hun steden in de ban.  Er bleven in het land van Israël geen Enakieten meer over. Alleen in Gaza, Gath en Asdod zijn er overgebleven.’

Dag 204. Overwinning op de Refaïeten

In Deut. 2:20-21 worden de Refaïeten genoemd, die door de Ammonieten (het nageslacht van Lot) uit hun land in het Overjordaanse zijn verdreven.  Het was ‘een groot en talrijk volk, zo lang als de Enakieten.’ We lezen in vers 21: ‘De HEERE heeft hen echter van voor hun ogen weggevaagd. De Ammonieten verdreven hen uit hun bezit en zijn in hun plaats gaan wonen.’ Vers 22 gaat verder: ‘evenals Hij gedaan heeft voor de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen: Hij heeft de Horieten van voor hun ogen weggevaagd: zij verdreven hen uit hun bezit en zijn in hun plaats gaan wonen, tot op deze dag.’

De Refaïeten zijn de oudste van de bekende stammen van Kanaän. Ze waren reuzen. Men denkt dat de Refaïeten van Sem afstammen Zij waren reuzen. De naam ‘Refaïet’ betekent waarschijnlijk ‘reus’ en/of ‘held’.

Koning Og van Basan

Koning Og was een Refaïet. Hij was een reus en had een ijzeren bed van negen bij vier el, (dat is ca. 4,5 meter lang). In Deut. 3:10 lezen we dat al de steden van de hoogvlakte, van Gilead en Basan steden van het koninkrijk van Og waren. Vers 11 verhaald ons verder: ‘Want alleen Og, de koning van Basan, was van de rest van de Refaïeten overgebleven. Zie, zijn bed was een bed van ijzer. Bevindt het zich niet in Rabba van de Ammonieten? De lengte ervan is negen el, en de breedte vier el, gemeten naar de elleboog van een man.’

De kinderen van Rafa

We komen nakomelingen uit het reuzengeslacht van de Refaïeten tegen bij de Filistijnen die tegen David streden. Dat waren ‘kinderen van Rafa’, waaruit Goliath en andere reuzen zijn geboren (Zie 1 Sam. 17, 2 Sam. 21:16; 1 Kron. 20:4-8). Dit geslacht was een overblijfsel van de Refaïeten ten westen van de Jordaan, die in Gath woonden.

De reus Goliath uit Gath had een lengte van 6 ellen en een span. Uit een opschrift in de Siloamtunnel kunnen we opmaken dat een el in de oude tijd 43,75 cm kan zijn geweest. In dat geval betekent het dat Goliath meer dan 2.85 meter lang is geweest.

***

Dag 205. David en Goliath

David heeft Goliath door een wonder en de kracht van God verslagen. Hij was ook wel lang, omdat men hem de kleding, de harnas en de bronzen helm van Saul aan wilden doen. Hij kon daar echter niet gaan, omdat hij daarin niet geoefend had (1 Sam. 17:38-39). Saul was groot. Hij was ‘hoger en langer dan heel het volk’ (1 Sam.10:23). De Israëlieten waren toen ca. 1,60 meter lang. Men denkt dat Saul en David dan ongeveer 1,80 meter lang zijn geweest. Dat is dus meer dan een meter korter dan Goliath.

Hoe kon de jonge David de reus Goliath verslaan? Hij zei in het geloof tegen de Filistijn (in 1 Sam.17:45): ‘…Ik kom naar u toe in de Naam van de HEERE der legermachten, de God van de gelederen van Israël.’ Jezus heeft de satanische reus aan verslagen en de macht van de geestelijke boosheden gebroken. Hij overwon het kwaad aan het kruis. Leef vanuit Zijn opstandingskracht!’

Hoe kon David de reus Goliath verslaan en door muren heendringen om vijanden te overwinnen? Zie hierbij 1 Samuël 17:40-51, 2 Sam. 22:28-37. In Psalm 18:30 lezen we: ‘Want met U ren ik door een legerbende heen, met mijn God spring ik over een muur.’ David getuigt in Psalm 18:30: ‘Want met U ren ik door een legerbende heen, met mijn God spring ik over een muur.’ Hij geeft aan in verzen 32-34: ‘Want wie is God, behalve de HEERE. Wie is een rots dan alleen onze God. Het is God Die mij met kracht omgordt… Hij maakt mijn voeten als die van hinden en plaatst mij op veilige hoogten.’

Volgens Efeze 1:18-21 kan God aan de gelovigen verlichte ogen van het verstand geven, om ‘de alles overtreffende grootheid van Zijn kracht’ te zien. In vers 20-22 lezen we dat Jezus Christus ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij verheven is, ‘toen God Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten’. Jezus Christus is opgestaan uit de doden. Door zijn opstandingskracht kun je opstaan uit je problemen.

1. Wil je het David nazeggen: ‘Met mijn God spring ik over een muur.’ Hoe kun je de angst en geestelijke problemen overwinnen?

2. Hoe kun je nieuwe kracht ontvangen om op te staan en de weg van God te gaan?

 ***

Dag 206. Hoe kun je ‘reuzen’ overwinnen?

Hoe overwin je de ‘reuzen’ in jouw leven? Waar zie je erg tegenop en waar wordt je regelmatig door overweldigd? verwin door het geloof als er reuzen op je weg zijn, zoals bij Jozua, Kaleb en David. Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen (Hebr.11:30).

1. Welke muren (blokkades) en reuzen (geestelijke vijanden) kunnen je in de weg staan om God te vertrouwen en Jezus te volgen op Zijn weg? Voor welke muren sta je?

ov 28s

2. Hoe kun je sterk en moedig worden en zijn in het geloof? Betrek bij je antwoord Jozua 1:5-9.

Paulus kon zeggen: ‘Alle dingen zijn mij mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft.’ Hij werd door een engel van satan met vuisten geslagen. Maar hij wist in de geestelijke strijd dat de kracht van God in zijn zwakheid werd volbracht. (Zie 2 Kor. 12:7-10.) We lezen over het ‘maar’ van het geloof in 1 Kor.15:57: ‘Maar dank aan God, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus.’ En in Rom. 8:37: ’Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, Die ons heeft liefgehad.’ Door Jezus zijn als gelovigen we meer dan overwinnaars.

3. Hoe zie je de teksten van Paulus hierboven voor jezelf?

***

Dag 207. Ga niet zonder God verder

We kunnen de aanwezigheid van God op onze levensreis niet missen. Ga niet alleen door het leven. In het Evangelie wordt ons een heerlijke bestemming voorgesteld. Als je God in het geloof gehoorzaamt en Jezus volgt, zijn er prachtige beloften voor jou in de Bijbel. Houd je vast aan de beloften waardoor je wordt bemoedigd.

Door het geloof in Jezus kun je het geweldige plan van God leren kennen. Laat het volgende lied van Sela ook jouw gebed zijn:

Wij gaan niet zonder U

U bent onze God. Wij passen in uw plan.

U kent ons naam voor naam, en wij zijn uw volk;

wij willen zonder U geen stap meer verder gaan.

 ***

Als U niet met ons meegaat Heer,

dan gaan wij niet weg, dan blijven wij hier.

Stel ons gerust, blijf bij ons Heer. Wij gaan niet zonder U.

Als U niet met ons meegaat Heer,

dan gaan wij niet; wij blijven hier.

*** 

U hebt ons bevrijd. Wij zijn voor U bestemd,

al dwalen wij soms af.

Zeg ons wat U wilt, vertel ons wat U denkt;

dan kennen wij uw hart.

*** 

Als U niet met ons  meegaat Heer,

dan gaan wij niet;  wij blijven hier.

Wees niet bang… Wees gerust…  ik ben om jullie heen.

Tekst en muziek: Matthijn Buwalda, James MacMillan.

***

Dag 208. Wil je ook de HEERE dienen, zoals Jozua?

Na de dood van Mozes moedigde God Jozua aan om sterk en moedig te zijn in het veroveren van het beloofde land Kanaän. We lezen dat in Jozua 1. In vers 5 verzekert de HEERE Zijn dienaar Jozua: ‘Niemand zal tegenover u standhouden al de dagen van uw leven. Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn. Ik zal u niet loslaten en u niet verlaten. Wees sterk en moedig, want u zult dit volk het land dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te geven, in erfbezit laten nemen.’ 

Jozua leert ons ook in Joz. 23:10-11: ‘Want het is de HEERE, uw God Zelf, Die voor u strijdt, zoals Hij tot u gesproken heeft. Wees daarom, omwille van uw leven, zeer op uw hoede dat u de HEERE, uw God, liefhebt.’ In het boek Jozua worden ook wij opgeroepen om te kiezen voor God en niet voor afgoden.

In zijn afscheidsrede bij de verbondsvernieuwing te Sichem herinnert Jozua het volk aan de overwinningen en zegeningen van God. Hij geeft daarbij aan in Joz. 24:14-15: ‘Nu dan, vrees de HEERE, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de goden weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dien de HEERE. 15 Maar als het in uw ogen kwalijk is de HEERE te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de goden die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden, gediend hebben, óf de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de HEERE dienen!’

Let op de positieve reactie van de Israëlieten in  de verzen 16-18: ‘Toen antwoordde het volk en zei: Er is geen sprake van dat wij de HEERE zouden verlaten om andere goden te dienen. 17 Want de HEERE is onze God. Hij is het Die ons en onze vaderen uit het land Egypte, uit het slavenhuis, heeft uitgeleid en Die deze grote tekenen voor onze ogen gedaan heeft en ons bewaard heeft op heel de weg die wij gegaan zijn, en voor alle volken door het midden waarvan wij getrokken zijn. 18 De HEERE heeft al die volken van voor onze ogen verdreven, zelfs de Amorieten, de inwoners van het land. Wíj zullen eveneens de HEERE dienen, want Hij is onze God.’

Hij bleef als een volhardend dienaar van God getrouw tot aan het einde van zijn leven. In Joz. 24:29 lezen we dat ‘Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEERE, stierf, honderdtien jaar oud’. In Joz. 24:31 zien we de positieve nawerking van het werk van God door Jozua, als we lezen: ‘Israël diende de HEERE al de dagen van Jozua, en al de dagen van de oudsten die lang na Jozua leefden en wisten van al de daden van de HEERE, die Hij voor Israël verricht had.’

***

Dag 209. Loop je op de goede weg van het geloof?

Ben je op de juiste weg naar het geluk? Je bereikt het doel van de koers die je gaat. Zonde betekent letterlijk ‘je doel missen’. Je wilt het doel toch niet missen? Kies
voor een bereikbaar doel in je leven.

loopbaan-pad-naar-omhoog

Welke koers heb je vroeger ingezet? Wat is er van dat fantastische levensplan terechtgekomen? Is je leven doelloos geworden? Treur je over wat je mist?
Heeft je leven zó weinig betekenis, dat je de pijn ervan moet verdoven?
Zoek naar een nieuw leven met en hoopvolle toekomst.

God heeft gedachten van vrede over ‘gevangen mensen’, om hen een goede toekomst en hoop te geven’. Als we dat beseffen, gaan we en van koers veranderen. Je gaat bidden, God zoeken en vinden door het geloof in Jezus. (Zie Jeremia 29:11-14.) In Opwekking 126 zingen we: ‘Jezus vol liefde, U wilt ons leiden… kom tot uw doel met ieder van ons.’

Wat wilde je bereiken op de maatschappelijke ladder van de wereld? Kwam je tot de ontdekking toen je de hoogst bereikbare sport had bereikt, dat deze ladder van eigen eer tegen de verkeerde muur stond? Kom naar beneden voordat jouw ladder ook nog omvalt…

Wat is het beste doel dat je in je leven kunt bereiken? Dat is Gods doel! Daarom moeten wij onze ogen richten op Zijn doel en bidden: ‘Kom tot Uw doel met een ieder van ons.’ Hoe kunnen we zijn doel dan bereiken? Door Jezus te volgen in de weg die Hij voor ons heeft geopend. Hij heeft deze weg voor ons gebaand en tot het einde toe gelopen.

***

Dag 210. Volg Jezus op Zijn weg

Op de weg van God  ga je eerst naar omlaag om te knielen te bidden, om Hem te vragen naar de weg naar het geluk. Zijn Woord is een lamp voor onze voet.
Laat je leiden door het Woord van God op de weg naar boven. Je leert daar Jezus, het Licht der wereld, te volgen op Zijn weg. Het geloof richt zich op het voorgestelde, gebaande pad. Blijf je concentreren op het veilige pad naar omhoog. Laat je niet afleiden door gevoelens van angst of twijfel. Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven.

Laat je bemoedigen door het lied van Sela: ‘Heer, wijs mij Uw weg.’ De tekst is van Hans Maat. Overdenk het biddend. Volg Jezus op de weg, die Hij gebaand heeft. Zing het maar mee op de loopbaan van het geloof:

Heer, wijs mij uw weg en leid mij als een kind
dat heel de levensweg slechts in U richting vindt. 
Als mij de moed ontbreekt om door te gaan,
troost mij dan liefdevol en moedig mij weer aan.

Heer, leer mij uw weg, die zuiver is en goed.
Uw woord is onderweg als een lamp voor mijn voet.
Als mij het zicht ontbreekt, het donker is,
leid mij dan op uw weg, de weg die eeuwig is.

Heer, leer mij uw wil aanvaarden als een kind
dat blindelings en stil U vertrouwt, vrede vindt.
Als mij de wil ontbreekt uw weg te gaan,
spreek door uw Woord en Geest mijn hart en leven aan.

Heer toon mij uw plan; maak door uw Geest bekend
hoe ik U dienen kan en waarheen U mij zendt.
Als ik de weg niet weet, de hoop opgeef,
toon mij dat Christus heel mijn weg gelopen heeft.

***

Dag 211. Blijf op het rechte pad naar de Hemelstad

Kijk recht vooruit op de juiste weg, zoals we lezen in Spreuken 4:25-27: ‘Laten je ogen recht vooruitkijken en je oogleden zich recht vóór je houden. Baan het spoor voor je voet, en laten al je wegen vaststaan. Wijk niet af naar rechts of naar links.’

In de Christenreis van John Bunyan kwamen Christen en Hoop bij een splitsing van de weg. Ze konden kiezen voor een oneffen, steenachtig, pijnlijk pad voor hun voeten, en uit een gemakkelijker pad aan de linkerkant, die ging door ‘de weide der bekoring’. Ze kozen voor  het zachte pad op het gras. Het leek alsof de beide paden gelijk op bleven gaan, maar ze raakten verder weg van het rechte pad.

Uiteindelijk werden zij gepakt door reus Wanhoop en opgesloten in zijn kasteel Twijfel. Zijn vrouw Ongeloof raadde hem aan om Christen en Hoop te martelen en aan te zetten tot zelfmoord. Na een nacht gebeden te hebben, ontving Christen de ingeving dat hij ‘de sleutel van de belofte’ bij zich droeg. Die paste op de deur van Twijfel. Zodoende zijn ze ontsnapt aan Wanhoop en Ongeloof, en keerden ze weer terug naar het rechte pad naar de Hemelstad.

Ga gelovig op pad… stap voor stap

Als we op weg gaan naar het hemelse Kanaän mogen we gaan op de beloften van God. Denk hierbij aan de belofte van God aan Jozua, toen de Israëlieten voor de Jordaan stonden. Hij beloofde hun daar het land Kanaän te geven, en sprak tot Jozua (in Joz. 1:3): ‘Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven…’

Overal waar wij in geloofsgehoorzaamheid onze voet zetten op de weg van Jezus, zullen wij een stap verdergaan onder ze zegen van God. Als je geen stap zet op Zijn weg, dan ontvang je dit niet. Op de weg naar geestelijk herstel gaat het ook om het zetten van die dagelijkse stap. Kijk niet terug als de angst en twijfel je achtervolgen. Kijk niet bezorgd vooruit naar de stap die je nog niet hoeft te zetten. Elke stap die je in het geloof zet, is goed.

We lezen in Psalm 119:104 over het Woord van God: ‘Uw Woord is een lamp voor je voet en een licht op mijn pad. Voor iedere nieuwe voetstap die je mag nemen, mag je het Woord laten schijnen. Je leest dan in de Bijbel welke stap je kunt gaan. Daarna laat je het licht schijnen op de volgende stap… Zo wordt het pad steeds verder zichtbaar bij iedere stap die je in het geloof neemt. Geloven is niet zien, maar gewoon doorgaan!

***

Dag 212. Jezus is de Weg

Laat je ook aanmoedigen door andere gelovigen, die ook in het licht wandelen. Zeker op momenten dat de weg moeilijk voor je is. Voor je gevoel kan deze weg onbegaanbaar lijken. Toch moet je leren om Jezus gelovig stap voor stap te volgen.

Ik geef je een mooi voorbeeld door: Een groepje reizigers stond bij een inlandse gids voor een ondoordringbare jungle. Ze riepen uit: ‘Hier kunnen we niet verder, er is geen weg meer. Zo kunnen we ons doel niet bereiken.’ De gids hield echter zijn kapmes omhoog en reageerde: ‘Ik ben de weg!’ Met zijn kapmes baande hij het pad voor de reizigers. Ze hoefden hem alleen maar te volgen.

Zo is Jezus voor ons ook ‘de Weg, de Waarheid en het Leven’ (Joh.14:6). Hij heeft de weg tot het Vaderhuis geopend. Jezus heeft de weg gebaand en het doel bereikt. Aan het kruis heeft hij uiteindelijk gezegd: ‘Het is volbracht!’ (in het Engels: ‘It is finished!’)

Wandel in het licht

Jezus leert ons in Joh.8:12: ‘Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.’ Vanuit het Evangelie komt het licht je al tegemoet. Veel gelovigen zijn ons al voorgegaan (zoals je kunt lezen in Hebreeën 11). Volg hen in hun voetsporen naar het Licht der wereld.

***

Dag 213. Volg het spoor van Jezus op de nieuwe weg

De Heere heeft ons gelukkig niet aan onszelf overgegeven. Hij heeft ons niet in de steek gelaten. Hij heeft voor zondaren een weg geopend om te kunnen ontkomen. Er is een spoor gevormd, waarlangs we weer kunnen terugkeren tot de gemeenschap met God. Het is een eigenlijk ook een bloedspoor.

Door het bloed van Jezus een nieuwe ‘nieuwe en levende weg’ geopend om in te gaan in het heiligdom (zie Hebr.10:19-20). Probeer ‘het spoor van het bloed’ te volgen. Als je nog opstandig bent tegen God, blokkeer je de weg naar het geluk. Door zelfhandhaving kom je geen stap vooruit… Opstand en zelfhand­having zijn blokkeringen  die uit de weg moeten worden geruimd.

Door het geloof in Jezus mag je in het heiligdom van God ingaan. We lezen erover in Hebr. 10:19-25: ‘‘Omdat wij nu, broeders, vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees, en omdat wij een grote Hogepriester hebben over het huis van God, laten wij tot Hem naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof, nu ons hart gereinigd is van een slecht geweten en ons lichaam gewassen is met rein water. Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft is getrouw. En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.’

***

Dag 214. Lopen in de loopbaan van het geloof

In Hebreeën 12:2 leren we, dat wij het oog gericht moeten houden op Jezus, ‘de Leidsman en Voleinder van het geloof’. In de Engelse Bijbel lezen we: ‘The Author and Finisher of our faith’.Hij heeft de weg tot God geopend. Hij is Zelf de Weg! Hij heeft het spoor van het geloof voor ons gebaand. Hij heeft ook de finish, het heerlijk einddoel van de overwinning tot stand gebracht. Houd het oog gericht op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. Blijf lopen in de loopbaan van het geloof…  ziende op Jezus

Lezen: Hebreeën 12:1-15a

Paulus vergelijkt het met het lopen in de loopbaan. Daarbij moet je ook de ogen op het doel gericht hebben. Je moet daarbij zeker ook kijken naar Jezus, ‘the Forerunner’ (Hebr. 6:20). Je kunt er over lezen in Hebr. 12:1-11, waar het gaat over ‘the race of faith’. Kom in de geestelijke renbaan, in het voetspoor van Jezus! Waar moet je op letten in deze loopbaan?

Door het zien op Jezus wordt worden we bemoedigd en wordt onze wil gesterkt. Ik denk hierbij aan het liedje van Elly en Rikkert, waarin wordt gezongen:

‘Ik zal de wedloop blijven lopen, mijn ogen op het doel gericht;

en ik zal altijd blijven hopen, dat er een prijs,

dat er een krans, dat er een kroon voor mij ligt.

(…) Ik kijk naar Jezus, Die ons voorgaat;

Hij is het eind (…) en het begin.’

***

Dag 215. Leg je lasten af en zie op Jezus

Je kunt een rugzak lasten en en een pakket zonden meenemen in deze loopbaan. Dat is wel zeer onverstandig! Laat je niet bezwaren door ontmoedigende zaken uit het verleden. Laat de zonden los die je geestelijke kracht verlammen.

We moeten volgens Hebr. 12:1 ‘afleggen alle last en de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. Het vers gaat verder:En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt.’ Deze volharding ziet op een sterke wilskracht.

In Hebr. 12:2 leren we, dat wij het oog gericht moeten houden op Jezus, ‘de Leidsman en Voleinder van het geloof’. In de Engelse Bijbel lezen we: ‘The Author and Finisher of our faith’. Hij heeft de weg tot God geopend. Hij is Zelf de Weg! Hij heeft het spoor van het geloof voor ons gebaand. Hij heeft ook de finish, het heerlijk einddoel van de overwinning tot stand gebracht.

Leg  alle last en zonde af en Houd het oog gericht op Jezus, de Leidsman en Voleinder van het geloof. ‘Hij heeft om de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht en zit nu aan de rechterhand van de troon van God.’ In vers 3 worden we aangemoedigd: ‘Want let toch scherp op Hem, Die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet ontmoedigd wordt en bezwijkt.’ 

Jezus zag Zelf ook op het doel, namelijk op ‘de vreugde die Hem in het vooruitzicht was gesteld’. Dat zijn de gelovigen van alle tijden en plaatsen. De geweldig grote oogst van mensenzielen zag Hij als het vreugdevolle doel van Zijn lijden en sterven. Daardoor heeft Hij alles willen verdragen. Wat een ongekende, grenzeloze en opofferende liefde! Als ‘de redding van zondaren’ de vreugde van Jezus is, dan behoren wij Hem hierin te volgen. En je kunt veel dragen en verdragen door op Hem te blijven zien.

***

Dag 216. Hoe ga je op deze geestelijke loopbaan?

De gelovige gaat op de weg van God naar het voorgestelde einddoel. Hij gaat de weg naar het kruis, in navolging van Jezus, Die deze weg voor de gelovigen heeft gebaand. Waar moet je als gelovige naar (uit)kijken en voor uitkijken? Ik zal hierover een aantal lessen doorgeven. Let op de afbeelding hieronder:

Er zijn veel behoudende christenen die steeds maar weer kijken naar hun geestelijke ervaring. Terwijl ze vooruit willen komen, kijken ze terug. Ze willen weten of ze wel op de goede weg zijn (geplaatst). Ze denken na over hun bevinding of ervaring. Ze zoeken naar geestelijke kenmerken om daaruit te kunnen opmaken of ze wel een gelovige zijn. Ze willen weten of hun begin goed is. Sommigen zeggen dan: ‘begin goed, eind goed.’ Je richt je dan niet op een vaststaand heilsfeit, maar op jezelf. Steun je op je eigen ervaringen, of op een vaststaand heilsfeit?

Behoudende christenen denken dat je veel onderzoek moet doen naar je eigen geestelijke staat, naar je innerlijke gesteldheid en toestand. Goede bevinding (ervaring) moet echter voortvloeien uit de geloofsvereniging met Jezus Christus!

Alles wat je mee wilt nemen vanuit jezelf, moet je op de loslaten. ‘Bevindelijke bagage zonder Jezus’ belemmert je in het lopen. Je wordt dan op jezelf teruggeworpen. Dit kan worden gestimuleerd door een bepaalde bevindelijke voorstelling van zaken. Laat je koffer met verzamelde kenmerken maar vallen. Alles wat je nodig hebt is door Jezus aangebracht. Neem geen wettische werken of ongeldige betaaloffers mee. Bevindelijke bankbiljetten en wettische verdiensten zijn ongeldig in de bank van het geloof. In de weg van genade is alles is gratis. Voel je vrij en leef vanuit Zijn volbrachte werk!

Denk na over de volgende teksten: ‘Zonder geloof is het onmogelijk om God te behagen’(Hebr.11:6). ‘En alles wat niet uit geloof is, is zonde’(Rom.14:23).

***

Dag 217. Kijk niet naar achter, naar binnen of opzij!

Je moet niet kijken naar wat achter je ligt als je de hand aan de ploeg slaat, want dan ben je niet geschikt voor het Koninkrijk van God (zie Luk.9:62). Kijk niet onnodig achterom, of naar binnen, waardoor je niet verder komt. Op de weg van het geloof
is stilstand ook achteruitgang. Als je steeds maar weer achter je kijkt, ben je niet geschikt voor het Koninkrijk van God. Blijf je concentreren op de weg. Laat je niet afleiden. Je moet dus niet achter je kijken op de loopbaan van het geloof. Je behoort ook niet naar jezelf te kijken: hoe je innerlijk bent gesteld, of je wel geschikt bent en of je het wel zult kunnen halen. Blijf kijken en letten op de vaststaande heilsfeiten. Niet wat wij doen, maar wat Jezus voor ons heeft gedaan is van het grootste belang!

Ervaringen en innerlijke gesteldheden kunnen onbetrouwbaar zijn, maar op Jezus en Zijn volbrachte werk kun je zeker vertrouwen. Je uitverkiezing kun je niet ontdekken en vaststellen vanuit je ervaring of vanuit geestelijke kenmerken. Calvijn stelt, dat Jezus de spiegel van de uitverkiezing is. Als je mag zien op Jezus en bij Hem terechtkomt, mag je de zekerheid van de verkiezing ontdekken en ervaren. Gelovigen zijn uitverkoren in Jezus Christus.

In het geloof moet zich eerst op het feit richten. Het gevoel komt daarna. Het wordt vergeleken met een locomotief en wagons. Voorop gaat feit, geloof is daaraan vastgekoppeld en daarna volgt de wagon gevoel.

Je moet echter ook niet steeds opzij kijken, naar wereldse zaken en naar alles wat je van het lopen kan afhouden. Daardoor kun je misstappen maken en krijg je uitglijders. Kijk dus niet teveel opzij naar de weg van de wereld, die gemakkelijker lijkt. Wend je ogen af van wat je verleiden kan. Blijf op de hoogte  van het gevaar. Blijf ook op veilige afstand.

***

Dag 218. Laat je aanmoedigen door de gelovigen

Bemoedig elkaar op de loopbaan van het geloof. Er kan veel strijd en aanvechting zijn in deze loopbaan. Er zijn veel geloofsgetuigen voorgegaan, die de latere lopers aanmoedigen, net als het publiek op de tribunes van de renbaan. 

In de Romeinse tijd waren er aan de zijlijn wel afleiders in het publiek, die zelf gouden muntstukken wierpen voor de renners. Laat je niet verleiden door de boze geesten, die je in jouw loop willen hinderen, om je van de kroon af te houden. Je moet lopen om te winnen. Je kunt dit lezen in 1 Kor.9:24-27. Lees dit tekstgedeelte maar. Je moet jezelf daarbij beheersen in alles (vers 25). Betracht zelfbeheersing en discipline (exercise self-control).

In Korinthe werden om de twee jaar atletiekwedstrijden georganiseerd. Dat waren de Istmische spelen (na de Olympische spelen het belangrijkste sportevenement van de Klassieke wereld). Deelnemers van de Olympische spelen moesten een eed afleggen, dat zij zich gedurende tien maanden serieus hadden voorbereid (door intensieve training en het zich onthouden van zware en vette gerechten en van wijn).

Paulus gebruikte zaken uit de sportwereld als voorbeelden voor het geloofsleven. Het gaat hierbij ook over een sterke wilskracht, zelfbeheersing, training en doorzettingsvermogen. Je moet altijd een helder doel en een duidelijke koers voor ogen hebben.

Een wilskrachtige gelovige is op weg naar de finish. Jezus heeft aan het kruis uitgeroepen: ‘It is finished’. Hij is ook ‘the Finisher of our faith’. We lezen in 2 Tim.4:7-8, dat Paulus door genade getuigt: ‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.’In het Engels lezen we: ‘I  have finished the race.’ Paulus gaat verder: ‘Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in die dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning hebben liefgehad.’

Het is dus zeker de moeite waard om met doorzettingsvermogen de loopbaan van het geloof te lopen. Als je hierbij op Jezus ziet, de overste Leidsman en Voleinder van het geloof, zul je kunnen volharden en het heerlijke einddoel bereiken!

***

Dag 219. Pas op voor diskwalificatie

Paulus zegt van zichzelf in 1 Kor.9:27: ‘For my part, I run with a clear goal before me.’ Hij bedwong zijn lichaam en bracht het tot dienstbaarheid. In een vertaling lezen we: ‘Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar.’ Vanuit het Grieks: ‘Ik beuk mijn eigen lichaam en voer het tot slavernij.’ Letterlijk vertaald staat er: ‘Onder het oog slaan’ – in het verlengde: ‘bont en blauw slaan’.

Waarom al dit geweld tegen zichzelf? Hij wilde niet verwerpelijk worden, niet afgewezen worden. We weten wat ‘afwijzing’ kan uitwerken in het geestelijk leven. Paulus wil uiteindelijk niet door de hemelse Rechter worden afgewezen en veroordeeld. Hij deed al die moeite dus, omdat hij anders ‘should become disqualified’. Zoals je bij sportwedstrijden door een scheidsrechter kunt worden ‘gediskwalificeerd’.

Zijn wij bang voor diskwalificatie? Kan het zijn vanwege een verkeerde geestelijke training? Of een slechte geestelijke conditie? Door zonden of demonische infiltratie, die ons van het recht spoor afhouden? Laten we onszelf steeds weer testen en onderzoeken, opdat we bij de laatste test niet zullen worden afgewezen en veroordeeld. Hoe staat het met onze geestelijke kwaliteit?

In Kol.1:12 dankt Paulus God de Vader, ‘Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht’(‘Who has qualified us’). God maakt ons bekwaam… en wij moeten ons in gehoorzaamheid laten leiden en ons met doorzettingsvermogen oefenen in het geloof.

 ***

Dag 220. Vernieuwde kracht voor vermoeide lopers

De lopers in de loopbaan van het geloof kunnen moe worden en uitgeput raken. Om vol te kunnen houden moeten we op Jezus blijven zien, en de HEERE blijven verwachten. Als het donker is op je pad, als je eenzaam bent en de weg niet meer weet, grijp dan vast aan de  beloften uit het Woord van God. Dan vind je weer houvast en rust, en kun je bemoedigd verder gaan. Je mag dan steunen op de beloften van God, zoals we die lezen in Jesaja 40:28-31. Daarin worden ons de volgende bemoedigende woorden van de Allerhoogste doorgegeven:

‘Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat. Er is geen doorgronding van Zijn inzicht. Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft. Jongeren zullen moe en afgemat worden, jonge mannen zullen zeker struikelen; maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden.’

God verandert niet, Hij blijft trouw aan Zijn beloften. Hij zorgt voor de lopers in de loopbaan van het geloof, juist ook voor de vermoeide reizigers. En als ze niet meer verder kunnen, draagt Hij ze…

***

Dag 221. Gelovig gaan op de beloften van God

In een vorige dagen hebben we het gehad over de loopbaan van het geloof. Daarop moeten wij gelovig leren gaan op de beloften. We moeten aannemen dat de beloften van God waarachtig en betrouwbaar zijn. Zij geven ons houvast. De beloften wijzen ons de weg, en leiden ons op het goede spoor naar het leven. De beloften zien op de vervulling door Jezus Christus. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.

gbl 17h

Gelukkig zijn er aan Gods opdrachten en geboden vaak ook aanmoedigende en bemoedigende beloften verbonden. We moeten op deze beloften leren steunen.

Heb je al een veilige bodem in je leven? Ga je op de rotsvaste woorden en beloften van God, die in Jezus Christus ‘ja en amen zijn’. We lezen in 2 Kor.1:20: ‘Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons.’ Aan de waarheid van Gods Woord en Zijn beloften mogen we niet twijfelen. Geloof is noodzakelijk voor onze redding.

Door te geloven ga je doen wat God van je vraagt en ga je uitzien naar de vervulling van Zijn beloften. We lezen in Hebr. 11:6: ‘Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.’ Matth. 7:7 geeft aan: ‘Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u opengedaan worden.’

Je kunt vol vrees voor ‘een Rode Zee’ staan. Let dan op de beloften uit Gods Woord. Mozes zei in deze situatie tot het volk (in Ex.14:13): ‘Wees niet bevreesd, houd stand, zie het heil van de HEERE dat Hij vandaag nog voor u zal bewerken.’ Hij baant door de watermuur van onmogelijkheid heen onze weg tot Zijn doel.  Aan het einde van een doodlo­pende weg vindt een volhardende bidder een geopende weg van Gods kant. In onze onmo­gelijkheid verschijnt Gods mogelijkheid, dat hebben al veel gelovigen ervaren.

Leef je al met de beloften?

1. Waarom heeft God ons beloften gegeven?

2. Hoe leiden de beloften ons heen naar Jezus?

3. Noem beloften uit het Woord van God waar je veel aan hebt gehad?

4. Hoe ben je daar toen mee omgegaan?

5. Zijn deze beloften al bij je vervuld? Hoe dan wel?

***

Dag 222. Gaan op de stapstenen van de beloften

De beloften zijn als stapstenen waarop je kunt gaan door het water. Je kunt dus als het ware ook ‘lopen op het water’ op de stapstenen van de beloften. Daar kun je op vertrouwen en steunen. Dat zijn de veilige plaatsen waarop je de weg van God kunt volgen. Hieronder zie je op de afbeelding de stapstenen duidelijk boven het water uitsteken.

gbl 31u

 

Stel je voor dat er onder het water een moerassige bodem is. Als je een misstap doet en in het water valt, word je al snel vastgezogen in de modder. Zoek daarom ook een veilige bodem in de beloften, waar je op kunt staan en gaan. Ga gelovig op de stapstenen die stap voor stap leiden naar de vervulling.

Volg Jezus gehoorzaam op de weg die God ons voorstelt. Je mag Hem gelovig en blindelings volgen. Op Zijn weg kom je goed uit. Zet je voetstappen op Zijn beloften. Iemand die Gods beloften aangrijpt, wordt door Zijn beloften aangegrepen. We lezen in Joz.1:3 over de belofte van God: ‘Elke plaats die uw voetzool betreedt, heb Ik u gegeven.’ Blijf lopen op de stapstenen van Gods beloften. Hij zal dan met je zijn en je doorhelpen.

Er kunnen stapstenen (gedeeltelijk) onder water liggen. Soms zijn de stapstenen van de beloften in het Woord van God moeilijk te vinden in het water van beproeving. Er kunnen problemen ontstaan door stijgend water of een sterkere stroming. We lezen in dat geval de bemoedigende belofte in Jes.43:1-2: ‘Wees niet bevreesd, want Ik heb u verlost. Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, door rivieren, zij zullen u niet overspoelen.’

De stapstenen leiden je door het water naar het kruis. Zo leiden de stapstenen van de beloften je tot Jezus. Wat moet je doen als je verdere beloften niet meer ziet? Ga dan staan op de beloften die wel duidelijk zijn voor jou. De weg achter Jezus aan is nogal eens onbegrepen en onduidelijk in tijden van beproeving. We lezen in Ps.77:20: ‘Uw weg was door de zee, Uw pad door grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend’.

Ga stap voor stap in een tijd van beproeving. Je moet maar een enkele stap tegelijk zetten in de Jordaan van de beproeving. In zijn gebed om redding geeft David ons door in Ps.17:5: ‘Ik hield mijn schreden in Uw sporen, zodat mijn voetstappen niet zouden wankelen.’ Laat Gods Woord schijnen voor iedere stap die je in de duisternis moet zetten, want in Ps.119:104 lezen we: ‘Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.’ Bestudeer Gods Woord voor iedere nieuwe geloofsstap die je wilt zetten.

Als gelovige heb je beloften ontvangen, ook al ervaar je de vervulling van bepaalde beloften nog niet. Als we staan en gaan op de woorden van God, zullen de beloften één voor één opengaan voor ons. De beloften van God gaan voor ons open als we staan en gaan op Zijn beloften. Dat mag je geloven en kun je verwachten. Dat is de weg van het geloof, zoals we dat steeds weer opnieuw tegenkomen in de Bijbel. Besef dat het wachten op God, het verwachten van Zijn heil, het steunen op Zijn beloften en het ondergaan van geloofsbeproevingen horen bij Zijn weg met ons.

1. Wat betekent het dat je moet gaan op de beloften,

    zoals je voeten zet op stapstenen? (Zie Deut.11:22-24a, Joz.1:3).

2. Hoe kun je de Heere blijven volgen op Zijn weg? (Ps.17:5, Ps.119:105).

***

Dag 223. Gehoorzaam lopen op de weg van God

Lopen op de weg van God heeft te maken met geloofsgehoorzaamheid. Je gehoorzaamt God, door Hem lief te hebben, door in al Zijn wegen te gaan en je aan Hem vast te houden (Deut.11:22).  In het volgende vers beloofde de HEERE Zijn volk: ‘Dan zal de HEERE al deze volken van voor uw ogen uit hun bezit verdrijven, en zult u het land van volken die groter en machtiger zijn dan u, in bezit nemen.’ Mozes vervolgt in vers Deut.11:24: ‘Elke plaats die u voetzool betreedt, zal van u zijn.’  In Joz.3 lezen we dat er een pad kwam zodra de priesters die de ark droegen met hun voetzolen het water van de Jordaan raakten.

Gelovig gaan rond Jericho

Zie Jozua 6.  Waardoor zijn de muren van Jericho gevallen? Kwam dit door het lopen van de Israëlieten rond deze stad? Werden door het gestamp van de vele voeten de muren soms losgetrild? Of ge­beurde dit door het harde gejuich? Je weet het natuurlijk wel: de HEERE God deed de muren vallen.

Dit kwam niet door het lopen en het gejuich. Hadden lopen en juichen daarom geen enkele zin? Hadden de Israëlieten dit net zo goed kunnen laten? Als ze nu eens gewoon in hun tenten waren gebleven en daar zeven dagen hadden gebeden, waren de muren dan ook gevallen? In dat geval waren ze zeker niet neergestort.

De Israëlieten moesten dus in gehoorzaamheid aan Gods opdracht gelovig lopen en juichen, terwijl de muren vielen door Gods kracht. Hij deed het ook op het geloof, zoals we lezen in Hebr.11:30: ‘Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, nadat zij tot zeven dagen toe omringt waren geweest.’

Ook nu is er geloof bij ons nodig om het wonder van God te ervaren. Laten we het persoonlijk maken. Elly & Rikkert zingen:

‘Misschien heb jij zo’n Jericho, een levensgroot probleem.

Het lijkt alsof het muren heeft. Je komt er niet doorheen.

Dan kun je Jezus danken, dat Hij het overwon.

En juichen voor de Heere in Zijn heiligdom.

En de muren van Jericho vallen om.’

Als je gered wilt worden, moet je gehoorzaam in de door God voorgestelde weg gaan. Hij vraagt van ons geloof, dat wij het van Hem verwachten. Er kunnen voor ons muren van onmogelijkheid zijn, die wij in eigen kracht niet kunnen doorbreken. God alleen kan deze muren omlaag halen.

11. Wat kunnen we leren over ‘opdrachten en beloften’ in de Bijbel bij:

a. Israël voor de Rode Zee (zie Ex.14:13-14).

b. Lopen rond Jericho (Jozua 6:1-5+20 en Hebr.11:30).

c. Het gaan door de Jordaan (Joz.1:1-3 en Joz.3:11-17).

***

Dag 224. Rachab en het rode koord

Het gelovig omgaan met de beloften zie je ook bij de redding van Rachab (Joz.2 en Joz.6:22-25). Deze zondige vrouw mocht gelovig gehoorzamen, door een rood koord uit haar raam te hangen. Dit rode koord op zichzelf liet het huis niet overeind staan op de muur, maar toch was deze geloofsgehoorzaamheid nodig voor haar redding. Als ze het rode koord niet uit het raam had gehan­gen, was ze niet gespaard. Alleen achter dit koord was Rachab veilig, en dat met allen die in dit huis waren. Dit ziet natuurlijk ook op het schuilen achter het bloed van Jezus Christus. Op een afbeelding vond ik de tekst: ‘Rahab and the Thread of Redemption’. Heb jij het rode koord van verlossing als geloofsdaad al geestelijk buiten je raam hangen? Wat denk je van het bloed op de deurposten van de huizen van de Israëlieten in Egypte, waarachter ze veilig waren. In deze daad van geloofsgehoorzaamheid zit een diepere betekenis en een bijbels principe met betrekking tot het Evangelie.

We kunnen slechts pleiten en gelovig steunen op het bloed en de beloften. Rachab had ook niets anders dan de toezeggingen van de verspieders van Jozua en het schuilen achter het rode koord. De zekerheid van haar redding lag dus buiten haarzelf in de woorden van de Israëlie­ten. De verspieders en Jozua waren betrouwbaar. Ze hielden hun woorden en beloften. En ook hier wordt het geloof positief gewaardeerd, zoals we lezen in Hebr.11:31: ‘Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen.’

We kunnen er absoluut zeker van zijn dat de Heere Zijn toezeggingen in Zijn Woord zal houden. Jezus komt in het Evangelie tot ons als de Weg, de Waarheid en het Leven. Als je in Gods weg bent, hoef je niet te twijfelen  aan de vervulling van Zijn beloften in jouw leven!

***

Dag 225. Hoe kom je in het Koninkrijk van God?

Je kunt op aarde al het Koninkrijk der hemelen binnengaan. Er zijn twee mogelijkheden: Je bent nog buiten het Koninkrijk van God, of er al binnen. God roept ons in Zijn Woord om ons tot Hem te keren. Hij geeft ons daartoe specifieke opdrachten. Aan de opdrachten in de Bijbel zijn vaak beloften verbonden.

Jezus komt nog steeds tot ons met Zijn ernstige uitnodiging: ‘Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen’ (Matth.4:17). Hoe kun je dit hemels Koninkrijk binnengaan? Hoe kom je door de poort?

De uitnodiging komt van de Koning van het Koninkrijk. Hij belooft de ingangspoort te openen voor mensen die bidden, zoeken en kloppen. Dat zijn dus beloften. Lees maar eens Luk.11:9-13. In Luk.11:9 spoort Jezus ons aan: ‘Bid, en u zal gegeven worden; zoek en u zult vinden; Klop, en er zal voor u opengedaan worden.’

Wij behoren dus te bidden, te zoeken en te kloppen. Als je dit van harte gelooft, ga je het ook doen. Je oprechtheid en verlangen kan dan zeker wel op de proef worden gesteld. Een oprechte zoeker zal aanhouden, ook al blijft de poort een bepaalde tijd gesloten. Wij kunnen zelf de poort niet opendoen, maar wel aanhoudend kloppen. En als je werkelijk gelooft in de belofte van God, namelijk dat Hij zal opendoen, dan zul je op de poort blijven kloppen. God zal dan voor ons doen wat wij niet kunnen, namelijk de poort openen. Ben je het Koninkrijk van God al binnengegaan?

gbl 11b

 

***

Dag 226. De woorden van Jezus ‘horen en doen’

De opdrachten in Gods Woord moet je gehoorzamen. ze zijn niet vrijblijvend. Je wordt erop beoordeeld. Het Hebreeuwse woord ‘sjema’ betekent ‘hoor’. De sjema is de Joodse geloofsbelijdenis (Deut.6:4-5). Dit bijbelse horen is meer dan luisteren alleen; het betekent ook ‘gehoorzamen of gehoor geven aan’. We lezen in Deut. 6:4-9:

4 ‘Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één! (of: de Enige). 5 Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht. 6 Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. 7 U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat. 8 U moet ze als een teken op uw hand binden en ze moeten als een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn. 9 U moet ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.’

Als we de woorden van Jezus ‘horen en doen’, dan bouwen we volgens Matth. 7:24-25 ons geestelijk huis op de rots. Jezus leert ons in deze teksten: 24 ‘Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; 25 en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd.’

Let er op: de Heere is met je als je gehoorzaam op de weg van de Zijn beloften gaat. Als je blijft afwachten en niet gaat, is Hij dus niet met je. Jezus verzekert ons in Joh.3:36: ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.’ 

***

Dag 227. Ga met Christen op weg!

Ik zal over het gehoorzaam gaan op de weg van God een les halen uit de Christenreis van Bunyan. Stel je eens voor dat Christen de roepstem om stad Verderf te verlaten had gehoord en dat hij daarna slechts was gaan bidden om deze stad te mogen verlaten. Een hele dag was hij dan aan het bidden of de Heere hem toch zou willen halen uit deze verschrikke­lijke en ellendige plaats. Maar de volgen­de dag zou hij er dan nog in verkeren.

Neem aan dat hij een maand lang zou blijven bidden om uit deze stad te mogen worden verlost. Het zal je wel duidelijk zijn dat hij zodoende stad Verderf niet zou verlaten. Hij diende gewoon te gaan! en niet lijdelijk te redeneren en slechts te bidden.

Als  deze Chris­ten niet ging, kon hij niet bij de enge poort komen, en ook niet aan de voet van het kruis, om daar de redding te ervaren. Velen blijven maar lijdelijk afwachten, hopend dat God ze eenzijdig komt weghalen uit de stad verderf. Let er wel op dat Hij je in het Evangelie wegroept uit je zondig bestaan. Hij is de God Die ons roept. Je mag pas praten over een ‘uit jezelf niet te kunnen’ als je het hebt geprobeerd en werkelijk met jezelf bent vastgelopen.

Al spoedig kwam Christen in de poel Wankelmoedigheid of Twijfel terecht. Hij zakte samen met zijn reisgenoot Gezeggelijk weg in dit moeras. Christen worstelde zich verder en werd er aan de goede kant uit geholpen door Helper. Zijn reisgenoot kon deze beproeving niet aan en keerde terug naar stad Verderf. Hij kwam niet door de test heen.

In de Christinnereis zie je dat Christinne en haar kinderen door een uitlegger werden gewezen op de stapstenen die in het water lagen. Ze konden daar in het water op lopen en kwamen vrij gemakkelijk over het moeras Twijfel heen. Met deze stapstenen worden de beloften van God bedoeld.

Wil je samen met toegewijde gelovigen met het volgende lied Jezus (weer) belijden als jouw Heer? De tekst van het lied van Sela is van Hans Maat.

Belijdenis

U bent de God die roept, mijn hart en leven zoekt, 
die mij gevonden heeft; het eeuwig leven geeft.

Als aan U toegewijd, mijn hart en mond belijdt: 
Ja, Jezus is mijn Heer; dan kniel ik voor U neer.

Ik heb jou gekozen, opgedragen om mijn weg te gaan. 
In Mij blijvend vrucht te dragen, ga dan in mijn Naam.

Heer, wij zeggen ja en amen, brengen U daarvoor de eer. 
Wij belijden allen samen; Jezus onze Heer.

Mijn Jezus, geef mij kracht, als ik uw hulp verwacht; 
voltooi in mij uw werk en maak in zwakheid sterk.

Als U mijn wegen leidt, in moeite en in strijd,
houd ik gelovig stand; Heer, neem me bij de hand.

Blijf in mijn liefde, alle dagen; in liefde voor elkaar.
Wat je de Vader ook wilt vragen, vraag het in mijn Naam.

Heer, wij zeggen ja en amen, brengen U daarvoor de eer.
Wij belijden allen samen; Jezus onze Heer. 

Heer, wij zeggen ja en amen, brengen U daarvoor de eer.
Wij belijden allen samen; Jezus onze Heer. 
Belijden onze Heer, Jezus onze Heer, Jezus, amen.

***

Dag 228. Blijf gelovig kloppen!

Er zijn dus zekere beloften van God voor hen die zoeken, bidden en kloppen! (zie ook Matth. 7:7-8). Hieronder zie je een oude afbeelding van de Christinnereis van John Bunyan. De buurvrouw van Christinne was met haar meegegaan naar de poort. Ze heet Barmhartig. Ze werd niet gelijk binnengelaten, maar bleef gelovig volhouden. Ze werd beproefd in haar oprechtheid en verlangen. Uiteindelijk werd de poort voor haar geopend. God zal zeker Zijn eigen Woord vervullen, ook als jij gelovig en biddend blijft aankloppen bij Hem.

gbl 12c

Je mag in Gods weg tot de Jezus komen, en dan met zekerheid weten dat Hij zal doen wat Hij belooft aan de gelovigen in Joh.6:37: ‘Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen.’

Geloof is noodzakelijk!

God eist en zoekt ook bij ons geloof als wij Zijn Woord vernemen. Je moet geloven dat God jouw bidden en zoeken zal belonen, want anders kun je God niet behagen. Hebr.11:6 leert ons duidelijk:  ‘Zonder geloof is het echter onmogelijk God te behagen. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij is, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.’ 

***

Dag 229. Wil je God gehoorzamen en Jezus volgen?

Kun je gelovig meezingen met het mooie lied van Sela: ‘Wij volgen U, Heer.’ Hieronder zie je de tekst van Hans Maat:

De Heer op wie mijn hart vertrouwt,

bent U die zoveel van mij houdt.

Ik ben verwonderd, sprakeloos,

dat U mij kent, dat U mij koos.

Uw kostbaar bloed verloste mij;

eens was ik slaaf, nu ben ik vrij.

O, ik was blind tot U liet zien:

het is genade, onverdiend!

Wij volgen U Heer, overal,

waarheen U ons ook brengen zal.

Dwars door beproeving, door de strijd,

bouwt U het hemels koninkrijk.

Ons hele leven, hier en nu,

blijft U in ons, en wij in U.

O Jezus in uw grote kracht,

wordt alles wat U wilt, volbracht!

… 

Wij gaan op weg met goede moed,

vol van uw Geest die ons behoedt.

De vreugde die nog voor ons ligt,

houdt heel ons hart op U gericht.

U bent de hoop van ons bestaan;

U laat ons nooit verloren gaan!

Sterk in uw kracht, met zekerheid,

leidt U ons naar uw koninkrijk.

***

1. Wat moedigt je aan in dit lied van Sela?

2. In welke zinnen komt naar voren wat God in de gelovigen wil doen?

3. En in welke zinnen zie je wat de gelovigen moeten doen?

***

Dag 230. Geulen graven om het water op te vangen

In 2 Koningen 3 zien we dat de legers van de koningen Joram en Josafat in de woestijn geen water meer hadden. Het leek een hopeloze situatie. De HEERE gaf echter uitkomst door middel van de profeet Elisa. Door een wonder zou Hij water geven. Toch wilde Hij dat ze hiervoor ook iets zouden doen. We lezen in de verzen 16 en 17 dat Elisa doorgaf: ‘Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vol geulen. Want zo zegt de HEERE: U zult geen wind zien en u zult geen regen zien, maar toch zal dit dal vol water zijn, zodat u zult drinken, u, uw vee en uw lastdieren.’

Maak ruimte in je hart voor het werk van God

De HEERE was gereed om de zegen te geven, maar om deze zegen op te vangen moesten ze geulen maken in het woestijnzand. God eist altijd stappen van geloof en gehoorzaamheid. Graaf eerst de greppel van behoefte en verlangen in je lege hart, zodat deze door de Geest van God kan worden gevuld. Volg de aanwijzingen van God op. ‘Graaf geulen’ oftewel maak ruimte in je hart om Zijn Woord op te vangen en te bewaren. Als we geulen hebben gegraven in ons hart, staan we open voor het Woord van God.

dia-geulen-graven-in-2-koningen-3

In een voorbereide akker kan het zaad worden gestrooid. Let maar eens op de gelijkenis van het zaad in Luk. 8:4-15. Alleen in de goede aarde (waarin het zaad kan ontkiemen en groeien) draagt het Woord vruchten. Als we de Heere gehoorzamen, door te doen wat Hij ons opdraagt, mogen we zegen verwachten. We lezen in Lukas 8:15: ‘En waar het zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, en het in een oprecht en goed hart vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen.’

1. Hoe kun je ruimte maken in je hart voor het werk van God?

     Zie hierbij: 2 Koningen 3:16-17.

2. Is het Woord van God bij jou ‘in goede aarde gevallen’? Hoe dan wel?

***

Dag 231. Lege vaten gereedzetten

Een soortgelijk bijbels principe vinden we in de geschiedenis van de olie van de weduwe in 2 Koningen 4:1-7. Lees dit gedeel­te maar eens. In 2 Kon. 4:3 lezen we dat ze zoveel mogelijk lege vaten moest gereedzetten, om de olie uit haar kruikje in te gieten. Kom zo met je leegte en gemis tot God om vervulling!

De weduwe kon haar schuld onmogelijk zelf voldoen. Ze had nog een kruik met olie in huis, maar wat kon ze hier nu mee aflossen? Als je maar 10 euro heeft, terwijl je een schuld van 100.000 euro moet betalen, dan heeft dat geen zin voor de afbetaling. Al zou ze deze kruik met olie hebben gegeven, dan zou de schuldeiser toch nog haar beide kinderen voor zich tot knechten hebben genomen. Zo is het ook met de schuld die we bij God hebben.

Het verwonderlijk dat de Heere toch nog gebruik wil maken van het beetje dat we hebben. Als we in geloofsgehoorzaam­heid doen wat God van ons vraagt, zal Hij doen wat ons hierin belooft.

dia-lege-vaten-neerzetten-in-2-koningen-4

Als de weduwe in ongehoorzaamheid geen vaten zou hebben verzameld, waren ze ook niet door het wonder van God gevuld. Elisa drong er zelfs bij haar op aan om niet weinig lege vaten gereed te zetten. Al de lege vaten die worden gereedgezet, zullen worden gevuld. Vanuit onszelf hebben op geestelijk gebied lege handen en lege harten. Daarin kan de zegen worden ontvangen. Kom dus met je leegte tot God. Hij kan je vervullen met geloof, hoop en liefde.

1. Waarom is een leeg hart voldoende om een rijke zegen te ontvangen,

     zoals je ziet bij de lege vaten in 2 Koningen.4:1-7 ?

2. Wat kun je met een leeg hart of lege handen doen?

***

Dag 232. Het zeil ophouden

Als we tijdens windstilte op de Noordzee met onze zeilboot niet meer vooruit kunnen komen, moeten we toch het zeil omhoog houden, want als er wind komt, is de boot gereed om te varen. Iemand die moedeloos het zeil maar laat zakken en gaat slapen, zal alleen maar verder afdrijven. Vroeger of later komt er wel wind. Het is een kwestie van geloven, hopen bidden en volhouden. Ga niet bij de pakken neerzitten, maar houd het zeil van de beloften voortdurend omhoog.

Het biddend en gelovig bezig zijn met de beloften van God is ‘het zeil  omhoog houden’.  Dat is de juiste manier om de beloofde zegen te ontvangen.

gbl 16g

Lees hieronder de bemoedigende woorden van Jeremia 29:11-14: ‘Ik immers, Ik ken de gedachten die ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij bidden en Ik zal naar u luisteren. U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart. Ik zal door u gevonden worden, spreekt de HEERE…’

1. Hoe kun je gelovig het zeil blijven ophouden

    als je let op de beloften van God? Betrek hierbij: Jeremia 29:11-14.

 ***

Dag 233. Hij leert me lopen op het water…

Met Jezus kan een gelovige op geestelijk gebied zelfs  ‘lopen op het water’. Dat komt naar voren in de tekst van Opwekking 789 (het lied van Oceans, vertaald door Tanja Lagerström).

U leert me lopen op het water,
de oceaan is weids en diep.
U vraagt me alles los te laten,
daar vind ik U en ik twijfel niet.

En als de golven overslaan,
dan blijf ik hopen op uw Naam.
Mijn ziel vindt rust,
want in de storm bent U dichtbij.
Ik ben van U en U van mij.

De diepste zee is vol genade.
Uw sterke hand, die houdt mij vast.
En als mijn voeten zouden falen,
dan faalt U niet, want uw trouw houdt stand.

Geest van God, leer mij te gaan over de golven,
in vertrouwen U te volgen,
te gaan waar U mij heen leidt.
Leid me verder dan mijn voeten kunnen dragen.
Ik vertrouw op uw genade,
want ik ben in uw nabijheid.

***

Dag 234. Geloofsbeproevingen en de beloften

Het geloof ontvangt en accepteert de opdrachten en beloften van God. Je gelooft God dan op Zijn Woord, terwijl je de woorden van God gaat doen. De opdrachten ga je uitvoeren. Daarbij verwacht je de vervulling van de beloften.

Het geloof wordt hierin beproefd op echtheid en oprechtheid. Dit zijn geloofsoefeningen. Je wordt dus getraind in het uitoefenen van geloof. Daardoor wordt het geloof sterker. Tijdens deze training worden we bemoedigd, aangemoedigd en gesterkt. Zo word je een geoefende strijder in de geestelijke strijd. Dit hoort bij het discipelschap van Jezus. Een discipel is letterlijk een volgeling en leerling van Jezus Christus.

Door heel de Bijbel en kerkgeschiedenis heen zien we dat God tot Zijn kinderen komt met opdrachten en beloften. Het begint bij de roeping. Je ziet dat bij Noach, Abraham, Mozes, Jozua, Samuël, David, de profeten, de discipelen, apostelen, Paulus, evangelisten en zendelingen. Zij hebben gedaan wat God van hen vroeg en bleven volhardend en verwachtend staan op Zijn beloften. Zij geloofden dat God Zijn beloften vervuld. God spreekt altijd de waarheid. Je kunt zeker op Hem aan. Bij Hem is het altijd waar: ‘beloofd is beloofd’.

Zijn beloften worden echter vervuld op Zijn tijd. We zien in de geschiedenis dat er veel tijd kan zitten tussen het geven van de belofte en de vervulling daarvan. Denk aan de belofte van de Messias, de beloofde komst van Jezus Christus.

Als we de belofte van God hebben ontvangen, blijven we gelovig de vervulling verwachten. Dat is een bewijs van geloof. Wanneer we langer op de uitkomst moeten wachten en we hierin worden beproefd, leren we volharden in het geloof. We oefenen dan in geduld en het geloof kan hierdoor sterker worden. Deze training is belangrijk, om tot geestelijke volwassenheid te komen.

1. Hoe kunnen we gehoorzamen aan de opdrachten van God?

2. Hoe weet je dat bepaalde beloften speciaal voor jou zijn bedoeld?

3. Wat heb je gehad aan beloften in tijden van geloofsbeproevingen?

***

Dag 235. De goede landheer en zijn boeren

Om je duidelijk te maken wat het is om je vast te klampen een  belofte, zal ik nog een voorbeeldverhaal laten volgen. We gaan daarvoor naar Argentinië, een groot land in Zuid-Amerika. Je hebt daar nog grootgrondbezitters, die op hun grondgebied boerderijen hebben. Op deze boerderijen hebben ze boeren gezet die hun land en vee verzorgen. Als zo’n landheer een deel van z’n land aan boeren verpacht heeft, moeten ze jaarlijks pacht aan hem betalen.
De Argentijnse grootgrondbezitter belooft zijn 20 pachters op den duur de boerderij en de grond te geven waar ze op werken.
Daarvoor moeten ze wel een aantal jaren goed hun best doen en voldoende winst maken voor hem. Als hij dan genoeg geld heeft gespaard, kan hij zijn boeren geven wat hij heeft beloofd.
Ze gaan daarna overuren maken, maken veel winst voor hem en knappen zelfs de boerderijen op, die ze in bezit hopen te krijgen.

De jaren gaan voorbij… en iedere keer stelt hij zijn belofte uit, omdat er nog niet genoeg geld is verdiend voor hem.

Na vijf jaar zijn er tien van de twintig pachters vertrokken. De landheer roept dan de overgebleven tien boeren bij zich. Hij is blij dat ze zijn belofte hebben geloofd en hem trouw zijn geble­ven. Ze hebben de ‘test van het geduldig wachten’ doorstaan. De vertrokken boeren krijgen niets.

Dit gebleven pachters ontvangen nu allen twee boerderijen. Bij de hoeve waar ze zelf wonen krijgen ze ook nog het land en de rancho van een pachter die voortijdig is vertrok­ken. De landheer kan nu z’n land met een gerust hart aan hen overgeven, want ze hebben laten zien dat ze ‘trouwe knech­ten’ zijn. Zijn land is nu in goede handen.

De trouwe pach­ters in het verhaal bleven volhardend gehoor­zamen omdat ze de landheer geloof­den en hoopten op de vervulling van zijn belof­te. De land­heer kon niet van z’n belofte af en dat was hij ook niet van plan. Op zijn tijd en wijze, na een lan­ge ‘testpe­riode’ voor de boeren, vervulde hij rijkelijk zijn belofte.

De ‘ongelovige’ boeren die geë­rgerd vertrokken, verloren door eigen schuld het recht op de beloofde goederen. De Joden verstootten het Woord van God en oordeelden zichzelf het eeuwige leven niet waardig (zie in Hand.1­3:46). Verstoot door ongeloof je zaligheid toch niet, maar aan­vaard het! Jezus  waarschuwt ons in Luk.12:40: ‘U dan, wees ook bereid, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des mensen komen.’

***

Dag 236. Trouwe knechten waken en verwachten

Lezen: Lukas 12:35-48

De trouwe pachters bleven bij de goede landheer werken en hun best doen – dit deden ze omdat ze zijn belofte geloof­den. Hun geloof kwam uit in een geduldig wachten en een blij­vende gehoor­zaamheid. Ben jij zo ook al bezig met betrek­king tot Gods Woord en Zijn beloften? Als je biddend, verwachtend, hopend, wakend en ijverig de middelen waarneemt die God je gege­ven heeft, dan is dit een goed teken van volhardend geloof. Je mag dan vertrouwen op Zijn hulp bij het vinden van de weg. Stap dan maar over je angst en twijfel heen. Op de weg van God zul je het goede einddoel zeker bereiken.

Je mag dan al de hoop koesteren dat je de zeker­heid van Gods vergevende liefde in je hart zult ontvan­gen. Rust echter niet voordat je die ook werkelijk in je hart ervaart! Als je jezelf tevreden stelt met bepaalde kenmerken, is dit weer géén goed teken. Je mag je volhardend zoeken van en wachten op de Heere niet verliezen, voordat de Heere je rust geeft in het offer en bloed van Jezus Christus!

In het voorbeeldverhaal zou dan zo’n pachter zijn verplichtin­gen op het land van zijn landheer verlaten en in gevaar verke­ren om niet in het bezit te komen van het beloofde land. Zolang je onder ‘de beloften voor geestelijke zoekers’ valt, is de vervulling nog in het vooruitzicht, je bent dan op de goede weg om de vervulling te ontvangen.

In Luk.12­:35-37 vermaant en leert Jezus ons: ‘Laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend.  En u, wees gelijk aan mensen die op hun heer wachten, wanneer hij terugkomt van de bruiloft, om hem, als hij komt en klopt, meteen open te doen. Zalig zijn die slaven die de heer bij zijn komst wakend zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij zich zal omgorden en hen aan tafel zal nodigen en bij hen zal komen om hen te dienen.’ Deze trouwe ­knechten worden dan door hun heer gediend. Let daar eens op! In de volgende teksten zien we dat dit ook een blij­vend waken moet zijn.

In de uitleg van deze gelijkenis geeft Christus te kennen in de verzen 42-44: ‘En de Heere zei:  Wie is dan de trouwe en verstandige rentmeester, die de heer over zijn huisbedienden zal aanstellen om aan hen op de juiste tijd het voedsel te geven dat hun toekomt?   Zalig de slaaf die door zijn heer bij zijn komst zo handelend aangetroffen zal worden. Werkelijk, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen.’

 ***

Dag 237. Geloofsbeproeving bij Abraham

Abraham is de vader van de gelovigen. Geloof zoals hij! Hij bleef geloven in de beloften van God. Daardoor was hij door genade  rechtvaardig. Zie Romeinen 4. Hij hoopte en geloofde tegen alles in, dat hij een vader van veel volken zou worden, zoals beloofd was. Hij verzwakte niet in het geloof, ondanks dat hij 100 en Sara 90 was, en ze onvruchtbaar waren ( lees maar in Rom. 4:18-19 ). Vanuit Romeinen 4 wordt aangetoond hoe wij behoren te geloven zoals Abraham, om door genade rechtvaardig te zijn voor God.

We lezen in Romeinen 4:20-22 over het geloof van Abraham: ‘En hij heeft aan de belofte van God niet getwijfeld door ongeloof, maar werd gesterkt in het geloof, terwijl hij God de eer gaf. Hij was er ten volle van overtuigd dat God ook machtig was te doen wat beloofd was. Daarom ook is het hem tot gerechtigheid gerekend.’

Lees Genesis 22. Bij Abraham en Izak zien we ook hoe het geloof wordt getest, om te worden gesterkt. Het geloof van Abraham werd zwaar op de proef gesteld, zoals we lezen in Genesis 22. Hij moest zijn geliefde zoon van de belofte offeren.
Op de derde dag van de reis met Izak naar Moria, zei Abraham in het geloof tot zijn knechten: ‘Wij zullen bij jullie terugkeren’ (vers 5).

In het offer van Izak, in Genesis 22, zien we hoe God voorziet op de berg Moria. Abraham wist dat God Izak uit de doden zou kunnen opwekken, en kon daarom zijn Izak opofferen, toen hij op de proef werd gesteld (zie Hebr. 11:17-19). Hij werd door God getest in liefde en gehoorzaamheid.
De HEERE voorzag in een ram in de plaats van Izak op de latere tempelberg. Zie hierin wat je ontvangt door opoffering en de overgave aan God.

Het geloof wordt getest, om sterker te worden. Welk offer wil je brengen om het Lam te kunnen zien? Wat staat er in de weg voor je volle overgave aan God? om te zien op het offer van Jezus? Kom maar… en God zal voorzien!  Door het geloof  mogen we zien op het Lam van God.

***

Dag 238. Het belang van geloofsbeproeving

De beproeving van het geloof is reinigend: het zuivert ons van zonden en onzuivere motieven om God te dienen. In 1 Petr. 1:7 wordt gesteld dat de beproeving van het geloof van groter waarde is dan die van goud dat door het vuur wordt beproefd. We lezen in deze tekst: ‘Opdat de beproeving van uw geloof (…) mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.’

In Jakobus 1:2-4 lezen we over ‘de zegen van de geloofsbeproeving’. In deze verzen wordt ons verklaard: ‘Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt, want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt. Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet.’

In Jak. 1:12 lezen we verder over het heerlijke doel: ‘Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproeft gebleken is, zal hij de kroon van het leven ontvangen, die de Heere belooft heeft aan hen die Hem liefhebben.’

Geloofsbeproevingen zijn een belangrijk onderdeel van de weg van God met Zijn kinderen. Zie wat je door geloofsbeproevingen ontvangt en leert:

– Dat deze geestelijke training je sterker zal maken in de geestelijke strijd.

– Dat deze lessen je wijzer zullen maken op de school van het geloof.

– Dat je dan een goede leerling van Jezus zult zijn.

– Dat je Hem dan blijvend leert volgen op het pad van het licht  (Joh. 8:12).

– Dat je door Hem dan veel vrucht zult gaan dragen tot eer van God (Joh. 15:8).

De vrucht en het resultaat van de genade van God en het geloof zien we in de woorden van Paulus in Romeinen 5:1-5:

‘Wij  dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij  staan, en wij  roemen in de hoop op de heerlijkheid van God.

En dat niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons gegeven is.’ 

***

Dag 239. Een geestelijk goedgekeurd karakter

In vers Rom. 5:4 lezen we dat de volharding ‘ondervinding’ teweegbrengt. In de Engelse Bijbel staat er voor ondervinding ‘character’, nader uitgelegd: ‘approved character’.  Het Griekse woord dokimé betekent ‘gebleken echtheid, beproefdheid’. Het geloof heeft dan de toets doorstaan. (In het Engels zijn de vertalingen van het Griekse dokimé: a trial, proof; tried, approved character of proven character.)

In het Nederlands gaat het hier over een ‘goedgekeurd karakter’. Een door beproevingen getraind geloof leidt dus tot een geestelijk goedgekeurd karakter. Denk hierbij aan een keurmerk van de hoogste orde. Dat is het karakter van de nieuwe mens in de gelovige. Zie hierin het grote nut van geloofsbeproevingen! In mijn Engelse Bijbel wordt het karakter van de nieuwe mens beschreven in Kolossenzen. 3:12-14 (in the New King James Version (NKJV): Character of the New Man.)

Begrijp je waarom geloofsbeproevingen zo belangrijk zijn voor de geestelijke vorming en groei van de gelovige? God wil de nieuwe mens vormen naar het beeld van Jezus, zodat we geestelijk groeien naar Hem toe. Het gaat hierbij over de geestelijke groei van de nieuwe mens. Het karakter van onze oude mens moet dan steeds meer afsterven, terwijl de nieuw mens in ons verder moet ontwikkelen door het geloof in Jezus Christus. Dat wordt genoemd ‘de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens’ (zoals we lezen in Zondag 33 van de Heidelberger Catechismus in het onderdeel van de dankbaarheid).

1. Hoe is je geestelijk karakter ontwikkeld?

2. Wat hebben geloofsbeproevingen met je gedaan?

3. Wil je geestelijk groeien in Jezus Christus en je laten vormen naar Zijn beeld?

***

Dag 240. Gebruik de genademiddelen en talenten

Er zijn op geestelijk gebied zaken die we moeten doen, en zaken die God voor ons wil doen. Gelukkig worden ons middelen en mogelijkheden aangereikt om te kunnen komen in de weg van God. Dat zijn dus de opdrachten, genademiddelen en talenten die wij hebben gekregen om gebruik van te maken. ‘Bidden en zoeken naar God’ zijn talenten en genademiddelen die we kunnen gebruiken om te komen tot de vervulling van de beloften. Gebruik de ontvangen talenten!

We worden in de Bijbel aangespoord om de ontvangen talenten te gebruiken. Dit zijn eigenlijk middelen, sleutels of gereedschappen (tools) voor het Koninkrijk van God. Wie deze talenten gebruikt, valt vanzelf onder de beloften. Talenten gebruiken is doen wat de Heere vraagt. Hij vraagt van ons geloofsgehoorzaamheid. Hoe kun je talenten gelovig als sleutels of middelen gebruiken bij de vervulling van de beloften?

Geloven is doen en werken wat de Heere in ons doet en werkt. We lezen namelijk in Johannes 6:28-29: ‘Zij zeiden dan tegen Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen verrichten? Jezus antwoordde en zei tegen hen: Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft.’

De geestelijke les moet voor ons duidelijk zijn. God houdt je in Zijn Woord de weg naar de hemel voor. Dat is een genadig, liefdevol aanbod. Hij wijst je de weg door Jezus, de Weg, de Waarheid en het Leven. Gebruik de genademiddelen om het door God voorgestelde doel te bereiken!

Je moet de aanwijzingen van God natuurlijk dus wel opvolgen, anders kom je niet in Zijn Koninkrijk. Het is bovenal tot Zijn eer dat je in Zijn wegen gaat. Genademiddelen zijn: zoeken, bidden, kloppen, Gods Woord en opdracht lezen en onderzoeken, gehoorzamen, in Jezus geloven, tot Hem gaan, jezelf aan Hem overgeven, Hem volgen, enz… Als je God weigert te gehoorzamen, ben je ook een slechte en luie ­knecht. Gebruik je deze talenten of middelen wel, dan val je vanzelf onder de beloften die worden gedaan aan geestelijke zoekers en bidders.

***

Dag 241. We ontvangen passende talenten 

Lezen: Mattheüs 25:14-30. 

Je  hebt vast wel verschillende talenten of middelen van God ontvangen, waar je wat mee kunt doen. Jezus vertelt in Matth. 25:14-30 de gelijkenis over de talenten. In de gelijkenis van de talenten ontvingen al de genoemde knechten of slaven van hun heer talenten, om ermee te handelen. Eén knecht ontving er vijf, de andere twee en de derde één. Een talent was een groot bedrag.

De heer in de gelijkenis wist van het verschil in bekwaamheid van zijn knechten vanaf het begin. Daartoe deelde hij voor ieder de geschikte talenten uit, waarmee zij zouden kunnen werken. Ook de luie knecht had dus een voor hem passend talent ontvangen, wat hij aankon, en waar hij mee kon handelen. Denk hierbij aan het laadvermogen van een vrachtwagen en van een kruiwagen. De kruiwagen van de man met weinig vermogen kreeg de juiste lading mee om te kunnen vervoeren.

De knechten die goed met de ontvangen geldmiddelen hadden gehandeld, ontvingen een grote beloning. Zij waren over weinig getrouw geweest en werden over veel gezet, terwijl ze mochten ingaan in de vreugde van hun heer. De slechte en luie knecht had echter niets met het ontvangen middel gedaan. Dit werd de oorzaak van zijn ongeluk. Hij werd voor straf uitgeworpen in de buitenste duisternis.

Het talent was de grootste munteenheid in die tijd en was 6000 denariën waard. Een denarie (een penning in Matth. 20:2)) was toen ongeveer het dagloon van een arbeider. De luie knecht kon met het ene talent dus nog heel wat handel drijven.

In Lukas 19:11-12 zien we dat Jezus op weg was naar Jeruzalem, waar Hij uiteindelijk de toegang tot het Koninkrijk der hemelen heeft geopend door Zijn verzoenend lijden en sterven. In de gelijkenis die Hij vertelt, gaat het over ‘een zeker mens van hoge geboorte (een edelman), Die reisde naar een ver land om voor zich een koninkrijk in ontvangst te nemen en daarna terug te keren’. Zie wat Jezus in Joh. 14:1-3 zegt over het verwerven van Zijn Koninkrijk voor de gelovigen.

Intussen kregen zijn tien slaven de opdracht om dus zaken te doen met de tien ponden die hij ze gaf. (Een pond was een bedrag van ongeveer drie maanden loonarbeid.) Toen hij het koninkrijk in ontvangst had genomen, moesten zijn slaven rekenschap afleggen bij hem. De eerste had er tien ponden bij gewonnen en de tweede vijf ponden. Zij kregen daarvoor dan ook tien en vijf steden.

***

Dag 242. Wees niet ondankbaar zoals de luie knecht

Lezen: Lukas 19:11-27.

Hoe ondankbaar en zondig was de luie knecht? Waarom deed hij niets met de goede gaven van zijn heer? Uit Matth. 25:24-25 kunnen we opmaken hoe de slechte en luie knecht dacht over zijn heer. Hij had verkeerde en zondige gedachten over hem. Eigenlijk zag hij zijn heer als een hard, meedogenloos en niemand ontziend mens. Hij gaf aan dat zijn heer maaide waar hij niet gezaaid had. Hij betichtte zijn baas daarmee eigenlijk van hebzucht en oneerlijkheid. Dit kwam helemaal niet overeen met de werkelijkheid – zo was die heer helemaal niet. Met zijn verontschuldigde woorden beledigde hij zijn heer op een zeer kwalijke wijze! Hij zag het talent niet als een gekregen middel om in te kunnen gaan in de vreugde van zijn heer.

Met de uitspraak ‘Zie, hier hebt u het uwe’ liet de boze slaaf in blinde zelfverzekerdheid weten dat hem niets verweten kon worden. Hij vond het oneerlijk dat de heer van hem eiste om winst te behalen voor hem in het handelen met zijn geld. Hij was het er niet mee eens dat hij iets met dat toevertrouwde middel had moeten doen. Zo liet hij inder­daad blijken dat hij slecht en lui was. De slechte knecht waardeerde de gave van zijn heer niet. Begraaf niet in ongeloof de sleutel naar de vreugde van God.

In de gelijkenis over de uitgedeelde tien ponden zie je hoe negatief de onnuttige, slechte slaaf over zijn heer dacht. Hij geeft zijn heer te kennen in Luk. 19:20-21: ‘Heer, zie uw pond, dat ik had weggelegd in een zweetdoek. Want ik was bevreesd voor u, omdat u een streng mens bent. U neemt wat u niet uitgezet hebt en u maait wat u niet gezaaid hebt.’ Hij geeft hiermee aan naar zijn heer: ‘U doet er zelf niets mee, maar wil wel de opbrengst hebben.’ Het Griekse woord dat voor streng wordt gebruikt is ‘austeros’, dat je ook kunt vertalen met: hardvochtig en strikt. Verder geeft de slechte knecht ook aan dat hij zijn meester onrechtvaardig vond, die aan iemand het onmogelijke vroeg. Dat is dus een onjuiste karikatuur dat hij van zijn meester schilderde.

Als het in de gelijkenis gaat over Jezus Zelf, Die een Koninkrijk heeft verworven, door Zijn bloed en leven te geven voor zondige slaven, dan zijn de opmerkingen van de luie slaaf wel helemaal verkeerd! De onnutte ­knecht of slechte slaaf (in Luk.19), die niets met het pond van zijn heer had gedaan, ontving een zware straf. Doe daarom iets met de ontvangen gaven van God.

De heer in de gelijkenis gaf deze lijdelijke knecht te kennen in Luk. 19:22-23: ‘Uit uw eigen mond zal ik u oordelen, slechte dienaar. U wist dat ik een streng mens ben en dat ik neem wat ik niet uitgezet heb, en maai wat ik niet gezaaid heb. Waarom hebt u mijn geld dan niet bij de bank in bewaring gegeven? Dan zou ik het ook bij mijn komst met rente hebben kunnen opeisen.’

Wat heeft een slaaf eigenlijk in te brengen tegen zijn heer van wie hij opdracht heeft ontvangen? Een slaaf dient alleen maar te gehoorzamen! En zo dienen ook wij de Heere God, Die ons geschapen heeft, slechts te gehoorzamen. Aan het einde van de gelijkenis van de ponden lezen we dat die heer sprak: ‘Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood’ (Luk.19:27).

***

Dag 243. Denk goed over God en Zijn gaven

Jezus heeft er alles aan gedaan om het eeuwige geluk voor de gelovigen te verwerven. Hij vraagt ons daarbij om te handelen met de gaven en talenten die nodig zijn voor het ontvangen van Zijn Koninkrijk. Je krijgt als het ware de sleutel om het paleis binnen te gaan dat voor jou gekocht is. Wat een ongelooflijk domme zaak is het dan om deze sleutel maar niet te gebruiken.

De slechte slaaf vreesde zijn heer. Hij meende dat deze onrechtvaardig was of het onmogelijke vroeg. Hij had een verkeerd beeld van zijn goede meester. (Zie ook Luk. 19:21.) Is er ook iets wat je uit angst voor God voor Hem verbergt? Heb jij wel een goed beeld van God? Hij is een Beloner van wie Hem zoeken in het geloof (Hebr. 11:6).

Welk Godsbeeld hebben we? Blind ongeloof en een zondig, verkeerd Godsbeeld zijn er de oorzaken van dat met de middelen der genade niet benut. Als je God in Zijn liefde niet ziet als de uitziende vader in de geschiede­nis van de verloren zoon, dan heb je een verkeerd Godsbeeld. Hij is zowel volmaakt recht­vaardig als volmaakt barmhartig. Jezus was ook met innerlijke ontfer­ming bewogen over de schare (zie Matth.9:36 en Mark.6:34).

Jezus heeft het Koninkrijk verworven voor de gelovigen. Als je tot geloof bent gekomen ontvang je ook talenten en gaven om God te dienen en Jezus te volgen. Zoals aangegeven gaf de heer zijn knechten een hoeveelheid talenten naar hun vermogen of de bekwaamheid (in het Grieks: dunamis). Het grondwoord ‘dunamis’ spreekt over het vermogen om iets ten uitvoer te brengen. Gelovigen hebben daarbij gaven van de Heilige Geest en ‘de kracht van omhoog’ ontvangen.

Jezus voorzegt Zijn discipelen in Hand. 1:8, voordat hij opvoer naar de hemel: ‘Maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal…’ Voor ‘kracht’ staat in het Grieks ook ‘dunamis’. In Engels wordt vertaald: ‘power from on high’. Wat een geweldig voorrecht dat de gelovigen boven hun eigen geestelijke kracht ook nog de de belofte hebben dat ze bekleed worden door God met de kracht uit de hoge. Herken je deze werking van de Heilige Geest al in je?

Werk daarom ook met wat je van God gekregen hebt, om zodoende de weg naar een plaats in Zijn Koninkrijk te vinden Daarbij heb je dan ook de belofte van de kracht van de Heilige Geest. Jezus leert ons over de belofte van gebedsverhoring in Lukas 11:13: ‘Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?’

***