DAGBOEK VAN DE HOOP deel 2 – Dag 46 t/m 87. Wat kunnen leren we van Jakob en Jozef?

Copyright: Jan A. Baaijens, pastorale hulpverlening.

Inhoud deel 2

Dag 46. Overwinning op depressie, zoals bij Jakob

Dag 47. De depressieve verliezer Jakob

Dag 48. Depressiviteit: oorzaken en symptomen

Dag 49. Bedrieg jezelf niet, maar vertrouw op God

Dag 50. Jezus moet worden toegevoegd

Dag 51. Is er een oplossing voor het zondeprobleem?

Dag 52. Hoe kun je de problemen toch nog overwinnen?

Dag 53. Een hemelse ladder van genade en hoop

Dag 54. Geloof en twijfel

Dag 55. Jakob bij de Jabbok

Dag 56. Houd elkaar niet ‘voor het lapje’

Dag 57. Breng de zonden aan het licht

Dag 59. Hoe kan een geestelijke doe-het-zelver loslaten?

Dag 60. De jonge indiaan en de wilde mustang

Dag 61. Vastlopen en leegmaken bij de Jabbok

Dag 62. Verliezen en overwinnen

Dag 63. Overwinnaar met God

Dag 64. Je moet het willen, maar kunt het niet alleen

Dag 65. Oude en nieuwe mens

Dag 66. Een nieuwe schoonmaakbeurt bij Bethel

Dag 67. Jakob en Jozef

Dag 68. Ben je een spiegelmens, zoals Jakob?

Dag 69. Ben je een venstermens, zoals Jozef?

Dag 70. Hoe word je steeds meer een venstermens?

Dag 71. Jozef, de Behouder van het leven

Dag 72. Jakob, Jozef en de broers

Dag 73. Familiezonden, generatievloeken en infiltraties

Dag 74. Wanneer zijn dromen geen bedrog?

Dag 75. Wie komt er bedrogen uit?

Dag 76. Wikkel jezelf niet in een slachtofferrol

Dag 77. Laat je bevrijden uit de macht van het kwaad

Dag 78. Hoe kom je met Jozef uit de put?

Dag 79. Valse vroomheid ontmaskerd

Dag 80. De waarheid zal je vrijmaken

Dag 81. Hoe schuldig waren ze?

Dag 82. Juda werd borg. Hoe komen wij vrij?

Dag 83. Nieuw leven door Jozef

Dag 85. Heb je ook rust gevonden in de wil van God?

Dag 86. Is je failliete bedrijf al door God overgenomen?

Dag 87. Troost en bemoediging

***

Dag 46. Overwinning op depressie, zoals bij Jakob

Door aanhoudende problemen, spanningen en rouw kunnen we depressief worden.  Heb je bevrijding van zonden, verslaving en depressie nodig? Heb je ook te maken met rouw en gemis? In de levensgeschiedenis van Jakob liggen hierin veel geestelijke lessen. Wat kunnen we ervan leren? Waarom was Jakob vatbaar voor een langdurige depressie? Hoe werd zijn depressie uiteindelijk overwonnen?

De komende dagen in dit dagboek gaan over de lessen die we kunnen halen uit de levens van Jakob en Jozef.

Dat er bevrijding kwam van zijn zonden, verkeerde gedachten, rouw en depressiviteit had te maken met het genadig ingrijpen van God en met zijn zoon Jozef. In het leven van Jozef zie je een kenmerkend voorbeeld van Jezus. Als Jezus (weer) in je leven komt, kun je worden opgericht uit je rouw en depressiviteit. Het grondwoord van de naam Jozef is: ‘zal toevoegen’. Toen Jozef weer aan Jakob werd toegevoegd, was zijn depressie voorbij. Is Jezus al aan jouw leven toegevoegd?

Je ziet in het leven van aartsvader Jakob een langdurige geestelijke belasting. Hij was teleurgesteld en diep bedroefd omdat zijn zoon Jozef er niet meer was. Hij bleef maar rouwbedrijven. Er was bij hem duidelijk sprake van een depressie, die zo’n 22 jaar heeft geduurd.

Toen Jozef op 17-jarige leeftijd is weggevoerd naar Egypte, moet Jakob ongeveer 108 jaar oud zijn geweest. Pas op 130-jarige leeftijd werd Jakob getroost doordat Jozef weer in zijn leven terugkeerde.

Nadat Jakob door zijn oudste zonen was misleid met de bebloede mantel van Jozef, scheurde hij zijn kleren en werd hij in rouw gedompeld. Hij beweende zijn zoon en weigerde zich door zijn kinderen te laten troosten. We lezen in Gen. 37:35 dat hij daarbij zei: ’Voorzeker, ik zal treurend naar mijn zoon in het graf afdalen.’ In de Statenvertaling lezen we: ‘Want ik zal, rouw bedrijvende, tot mijn zoon in het graf neerdalen.’ Hij zegt te zullen rouwen tot aan zijn dood.

1. Herken je iets van de genoemde depressiviteit en rouw bij jezelf of anderen in je nabije omgeving?

2. Waardoor kan iemand ontroostbaar zijn en/of depressief blijven?

3. Hoe kan Jezus aan jouw leven worden toegevoegd en kun je Zijn aanwezigheid weer ervaren? Weet je ervan?

***

Dag 47. De depressieve verliezer Jakob

Teun Stortenbeker is medeoprichter en ex-directeur van Stichting De Hoop. Hij schrijft ons in zijn leerzame boek ‘Als Jozef je zoon is…’ over bevrijding uit familiepatronen, toen en nu. Hij haalt daarbij actuele geestelijke lessen uit de levens van Jakob en Jozef. Ik geef deze daarom ook door.

Toen zijn zonen naar Egypte gingen om koren te kopen, zat de angst er bij Jakob nog diep in. (Zie Gen. 42:4, 36, 38.) Hij komt in vers 36 tot de moedeloze uitspraak: ‘Al deze dingen zijn tegen mij!’

Teun Stortenbeker geeft aan: ‘Ik vind het meest triest van dit verhaal dat Jakob eigenlijk wordt teruggeworpen op zijn oude verongelijkte houding (…). Natuurlijk was hij ontroostbaar. Natuurlijk zou hij nooit meer dezelfde zijn. Maar om dan maar te zeggen: ‘Ik zal treuren om mijn zoon tot ik in het graf neerdaal,’ dat is weer zo’n uitspraak die een eigen leven gaat leiden. Daarmee sprak hij een vloek over zichzelf uit.’

Jakob had blijkbaar alle hoop had verloren. Het liegen en bedriegen was afgelopen. Jakob zei later tegen farao: ‘Het aantal van de jaren van mijn vreemdelingschap is honderddertig jaar. Weinig in getal en vol kwaad zijn mijn levensjaren geweest…’ (in Gen. 47:9).

Teun merkt op: ‘Jakob is de grote verliezer van het boek Genesis, de stamvader van Israël. Maar wat een zegen en een troost dat de ‘geschiedenis van Jakob’ de ‘geschiedenis van Jozef’ wordt.’ De geschiedenis van Jakob werd de geschiedenis van Jozef.

1. Hoe kun je ‘een vloek over jezelf uitspreken’, zoals Jakob deed?

2. Waarom hebben woorden kracht en moet je uitkijken wat je over jezelf en anderen zegt?

3. Wat denk je van de moedeloze uitspraken van Jakob, waardoor hij ontroostbaar bleek te zijn? Wat herken je ervan?

4. Hoe kan jouw geschiedenis de geschiedenis van Jezus worden?

***

Dag 48. Depressiviteit: oorzaken en symptomen

Door aanhoudende problemen kunnen we depressief worden. Heb je herstel van emotionele beschadigingen, negatieve gedachten en depressie nodig?

Er kan innerlijke pijn zijn door geleden onrecht. De gevolgen zijn dan meestal geestelijke beschadigingen, met angsten, boosheid, verdriet en depressiviteit. We willen daarom wat dieper ingaan op deze diepe innerlijke pijn, waarvoor geestelijk herstel nodig en mogelijk is.

Herken je jezelf in de volgende symptomen van depressiviteit: Droefgeestigheid, lusteloosheid, machteloosheid en hopeloosheid, angst en zorg, schuldgevoelens, boosheid, zelfbeklag, allerlei lichamelijke klachten.

De oorzaken kunnen zijn: teleurstelling, afwijzing, gebrek aan zelfrespect en ontevredenheid over jezelf, het niets kunnen doen tegen een ondraaglijke situatie (waarbij je het gevoel hebt, in de val te zitten), ziekte en biologische storingen. Bij een (langdurige) zware depressie kan naast pastorale hulp ook professionele geestelijke hulpverlening nodig zijn.

Depressie kan uitlopen in toorn, wrok en zelfbeklag. Wrok is een bitter gevoel wegens geleden onrecht, waarbij je wraak wilt nemen. Wrok kan een knagende worm in je binnenste worden. De bekende raadgever dr. Tim LaHaye verklaart ons, als er wrok bij is: ‘De fout van iemand die al te ontvankelijk is voor depressie ligt hierin, dat zijn denkpatroon teveel op zichzelf is gericht. Alles in het leven wordt kritisch bekeken van het eigen ik uit.’ Tim LaHaye geeft ons de volgende formule door:

‘Beledigd of gekwetst te zijn + toorn x zelfbeklag = depressie’.

Bij andere oorzaken en vormen van depressie hoeft dit niet zo te zijn!

In Spr. 18:14 wordt gevraagd wie een neerslachtige geest kan opbeuren. In Ps. 146:5 wordt aangegeven: ‘Welzalig is hij die de God van Jakob tot zijn hulp heeft, die zijn verwachting stelt op de HEERE, zijn God.’ In vers 9 zien we dat de HEERE opricht die gebogen zijn. Hij geneest die gebroken van hart zijn (Ps. 147:3. Jezus is gezalfd en gezonden om te genezen die gebroken van hart zijn (Luk. 4:18).

1. Herken de symptomen, oorzaken en formule van depressie in je leven?

2. Hoe kun je daarin op de God van Jakob vertrouwen?

3. Als gebroken van hart bent, wil je dan de scherven aan Jezus geven?

***

Dag 49. Bedrieg jezelf niet, maar vertrouw op God

Een bedrieger komt bedrogen uit met zichzelf. Jakob kon zichzelf niet ontworstelen uit zijn bedrieglijke aard (zijn neiging om te bedriegen). Hij verlangde wel naar de zegen van God, maar miste vaak het vertrouwen en het geduld om ‘de weg naar deze zegen’ aan God over te laten. Zijn eigen aandeel in het oplossen van zijn problemen bracht hem ellende. Hij wilde zelf de controle over zijn leven en goede toekomst behouden. Dit staat juist tegenover het geloof.

Geloven betekent: ‘je doen dragen’, je laten leiden en God het laten doen in je leven. Wacht dan maar gelovig en vertrouwend op de Heere… Hij zal het dan doen in je leven.

Alles wat je er zelf, in eigen kracht en inzicht aan wilt doen, werkt niet goed en zelfs wel averechts. Als je vast zit in het moeras van de zonde of van de depressie, moet je niet gaan draaien en keren en worstelen in de put; je zult er zodoende nog vaster in komen te zitten.

Je hebt dan hulp nodig van buitenaf en van Bovenaf. Jezus, de grote Bevrijder is het die je verlossing en bevrijding biedt! Hij is in onze diepste ellende gekomen om ons er uit op te halen. Je hebt hulp van Bovenaf nodig!

Vanaf het begin van zijn leven was de eerstgeboortezegen Jakob toegezegd. God doet wat Hij belooft. Het heeft echter lang geduurd voordat Jakob het alleen van God ging verwachten. Misschien herken je dat. Alles wat niet uit het geloof is, dat is zonde. Door eigen werken werk je jezelf dieper in de put.

Is Psalm 40:2-3 ook voor jou van toepassing? We lezen daar: ‘Lang heb ik de HEERE verwacht, en Hij boog Zich over mij heen en hoorde mijn geroep. Hij beurde mij op uit een kuil vol kolkend water, uit modderig slijk; Hij zette mijn voeten op een steenrots en gaf mij een vaste gang.’

Je ziet dat voor je als Jakob, de oude bedrieger, het bij de Jabbok van God verliest en de nieuwe naam Israël ontvangt (dat is Overwinnaar met God). Verderop komt de geschiedenis van Pniël in Gen. 32:24-31 aan de orde.

1. Ben je wel eens bedrogen uitgekomen met jezelf en je eigen handelen?

2. Hoe kun je jezelf dieper in de put werken?

3. Ben je ook uit het moeras van zonde of de put gehaald? Hoe dan wel?

4. Waarom kun je beter van God verwachten?

5. Wanneer sta je stevig op een rots en maak je een vaste gang?

***

Dag 50. Jezus moet worden toegevoegd

Zoals Jozef moest worden toegevoegd aan het leven van Jakob en zijn zonen, moet Jezus aan ons leven worden toegevoegd, om ons te redden en te bevrijden van zonde, geestelijke honger, ellende en depressie.

Jozef kreeg als onderkoning in Egypte zijn nieuwe naam ‘de Behouder van het leven’ (de Zafnath Paäneah). Ook hierin was een type of voorbeeld van de Heere Jezus. Jozef deelde als onderkoning het graan uit om veel mensen uit de hongersnood te redden. Hij werd als redder toegevoegd aan hen die toen in zijn nabije wereld in hongersnood verkeerden.

Ook wij dienen te worden toegevoegd aan het Koninkrijk van God. Als we tot geloof en bekering zijn gekomen, zijn we binnen Zijn rijk gekomen. Ons failliete bedrijf is dan als het ware overgenomen door het grote, wereldomvattende van God.

Is jouw failliete bedrijf al toegevoegd aan het Koninkrijk van God? Ben je betrokken bij de zaak van Jezus Christus?

Het is een zaak van genade, die onze verloren zaak overneemt.

Jezus en de Heilige Geest zijn daarin ‘zaakwaarnemer’. Hij neemt onze zaken waar en leidt ons door de Heilige Geest.

In het Grieks is dat een ‘Parakletos’. Je kunt dat vertalen met: Trooster, Helper, Advocaat, Voorspraak, Pleitbezorger, Zaakwaarnemer, Iemand die erbij geroepen is. Over zowel Jezus als de Heilige Geest (de andere Trooster) wordt gesproken in de Bijbel over een Parakleet.

Jozef was toen als ‘de Behouder van het leven’ ook een zaakwaarnemer, helper en trooster van zijn vader en broeders.

1.Welke toegevoegde waarde heeft Jezus in jouw leven?

2. Ben je geestelijke wel eens failliet geraakt? Hoe dan wel?

3. Hoe heb je Hem nodig als Trooster, Helper, Advocaat, Voorspraak, Pleitbezorger en Zaakwaarnemer?

***

Dag 51. Is er een oplossing voor het zondeprobleem?

We hebben te maken met de wetmatigheid van het kwaad en de geneigdheid tot zonde. De aantrekkingskracht van de zonde werkt als de zwaartekracht in de natuur. Je moet de zonde zien als een blok ijzer. Het is een wetmatigheid dat het geneigd is om te vallen. Op geen enkele wijze kun je dit zondeprobleem in eigen kracht oplossen. Deze wetmatigheid kan alleen maar worden opgeheven door er iets aan toe te voegen, namelijk de magneet van de genade.

Bevrijding door de magneet van de genade

Je moet de zonde zien als een blok ijzer. Het is een wetmatigheid dat het geneigd is om te vallen. Op geen enkele wijze kun je dit zondeprobleem in eigen kracht oplossen. Deze wetmatigheid kan alleen maar worden opgeheven door er iets aan toe te voegen, namelijk de magneet van de genade.

Betrek hierbij de betekenis van de naam Jozef: ‘toevoegen’, wat de HEERE zal doen. Hij is hierin een type van Christus. Als Jezus  door genade en geloof aan je wordt toegevoegd, ben je in Hem ingelijfd! En dan is ook jouw zondeprobleem in Hem opgelost.

Ook gelovigen hebben nog te maken met de strijd tegen de zonde en de geneigdheid tot zondigen. Je komt deze wetmatigheid van het kwaad tegen bij Paulus in Romeinen 7. Hij wilde goed doen, maar werd gehinderd door de zonde in hem, zoals hij aangeeft in vers 19: ‘Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik.’ Hij voelde zich daarin gevangen (vers 23).

Door de genade van God en het geloof in Jezus kun je ervan worden bevrijd. Je kunt dat lezen in Rom. 7:24-25, waarin Paulus verklaard: ‘Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood? Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.’ Door het werk van de Heilige Geest wordt het mogelijk gemaakt, zoals je kunt lezen in Rom. 8.

De aantrekkingskracht van de zonde kan in ons leven worden opgeheven door de liefdevolle aantrekkingskracht van Jezus.

Het Hebreeuwse grondwoord voor Jozef is in Gen. 30:24 is ‘zal toevoegen’. Dat is het een heerlijke belofte geweest, wat later in het leven van Jakob is vervuld. Weet dat God ook Zijn beloften aan ons zal vervullen.

1. Hoe kan ons zondeprobleem worden opgelost?

2. Welke strijd tegen de zonde heb je nog?

3. Wat herken je van Rom. 7:13-26?

4. Welke aantrekkingskracht heeft Jezus op je?

***

Dag 52. Hoe kun je de problemen toch nog overwinnen? 

Voor Jakob was er uiteindelijk toch nog overwinning… door Jozef. Zo kunnen wij ook door het werk van Jezus overwinnen! Hij heeft de zonde en het kwaad overwonnen. Hij heeft ook ‘onze ziekten op Zich genomen en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen‘, volgens Jes. 53:4-5.

De 130-jarige Jakob kon het eerst niet geloven dat Jozef nog leefde en regeerder in Egypte was. We lezen ervan in Gen. 45:26: ‘Toen vertelden zij hem: Jozef leeft nog! Hij is zelfs heerser over heel het land Egypte! Toen bezweek zijn hart, want hij geloofde hen niet’ Maar toen hij de wagens van Jozef zag, ‘leefde de geest van hun vader Jakob op’ (vers 27). We lezen verder in vers 28: ‘En Israël zei: Genoeg! Mijn zoon Jozef leeft nog! Ik zal gaan, ik wil hem zien voordat ik sterf.’ Hij hoefde zich vanaf dat moment maar te laten meevoeren naar Egypte, om goed verzorgd en in de nabijheid Jozef nog 17 jaren te leven.

Eindelijk was de oude Jakob toen uitgewerkt en mocht de nieuwe Israël ‘in de overwinning’ van Jozef delen. Dit is een voorbeeld van ‘het overwinningsleven’ in Jezus Christus, de eeuwige Koning! We lezen in Gen. 47:27: ‘Zo woonde Israël in het land Egypte, in de landstreek Gosen. Daar verwierven zij bezit. Zij waren vruchtbaar en werden zeer talrijk.’

Zo kan ook ons leven nog worden vernieuwd en verrijkt als wij in contact komen met Jezus, waarvan Jozef een type was

1. Heb jij ook vele jaren gebrekkig geleefd in bedrog, wantrouwen, zonde, angst en depressie? Waarom kon je er zelf niet uitkomen?

2. Was er toch ook het verlangen naar de zegen van God en verandering in je leven?

3. God redt ons dwars door onze fouten heen… Hij wil de wonden, ontstaan door onze zonden, genezen. Ondanks al het verkeerde heeft Hij Jakob liefgehad (Rom. 9:13). Ondanks Jakob heeft Hij Jakob liefgehad! Kun je dat ook zeggen: ondanks mijzelf heeft Hij mij liefgehad?

***

Dag 53. Een hemelse ladder van genade en hoop

Zoals er een hemelse ladder voor Jakob verscheen in zijn ellendige toestand, kan God ook onze nood verlichten. Hij kan je op je vlucht weer zicht geven op een hoopvolle toekomst.

Lezen: Genesis 28:10-22

Jakob moet op ongeveer 76-jarige leeftijd vluchten voor Ezau, van Berseba naar Haran. Het is voor een eenzame vluchteling een lange en gevaarlijke reis van ruim 850 kilometer. Jakob overnachtte op deze reis ongeveer 90 km van Berseba, omdat de zon was ondergegaan. Hij moest de droevige gevolgen van zijn zonden ervaren en zal in een moedeloze toestand daar zijn gaan slapen, met een steen als hoofdkussen. Dat kwam allemaal hard aan, tot diep in zijn binnenste.

Jakob moest door zijn bedriegerijen het onderspit delven. Een geestelijke ‘doe-het-zelver’ is een ‘onderspit-delver’. Hij had zijn verdiende loon ontvangen en kon slechts nog op genade hopen. En God is zeer genadig!

Op de dieptepunten van Jakobs leven kwam Hij hem opzoeken. In zijn geval door middel van een visioen of droom. Lees in Gen. 28:12-15 hoe de engelen van God omhoog en omlaag klommen op de ladder van de aarde naar de hemel. De HEERE stond boven aan de ladder en bemoedigde Jakob: Hij beloofde hem en zijn nageslacht het land Kanaän (waarop hij lag) te zullen geven, met bescherming en zegen voor de volken. Jakob noemde de plaats Beth-El (Huis van God).

Symbolisch en geestelijk gezien is zo’n ladder Jakobs een bemoediging van God, om het geloofsleven te versterken. Het is als een geestelijke toeknik van Boven, om je te aan te moedigen.

De vlieger achter de wolken

Je kunt het vergelijken met een vlieger, die in de wolken is verdwenen. Je houdt het touw nog wel vast, maar je kunt de vlieger niet meer zien. Zou de vlieger niet van het touw zijn afgewaaid door de windvlagen? Ben je door de stormen in je leven de vlieger kwijtgeraakt. Ben je voor je gevoel je geloof kwijtgeraakt – gaat die vlieger niet meer op? Dan kun je met het touw nog in je handen staan, terwijl je het contact van jouw kant hebt verloren.

En ineens voel je weer enkele schokjes aan het vliegertouw! De vlieger is er nog… er is weer contact. Zo kun je op geestelijk gebied worden bemoedigd door het gevoel van de aanwezigheid van God.

1. Ken je die momenten van bemoediging in je leven? Heb je van die heerlijke momenten gehad, dat je besefte ‘dat God van je afwist’, dat Hij liet merken jouw zoekende situatie te kennen.

Dag 54. Geloof en twijfel

Jakob verkeerde in zijn leven nogal eens in onzekerheid. Hij twijfelde aan de beloften van God, aan de zegen die beloofd was? Hij kon de HEERE niet goed volgen, nam zelf beschermende maatregelen en werkte daarbij zelfs met list en bedrog. Zelfbescherming staat ons in de weg op de weg naar geestelijk herstel. Je komt het nogal eens tegen bij hardnekkige verslaving.

Geloof vertrouwt op de beloften van God en kan blindelings volgen. Het Woord van God is dan een lamp voor je voet en een licht op je pad (Ps. 119:105). Geloven is een eenvoudige zaak, maar de gelovige is vaak het probleem. Ik heb gezien hoe een student met het geloof worstelde. Hij wilde wel geloven, maar zei: ‘Mijn verstand zit in de weg.’ Daarna zonderde hij zich af in de natuur om te bidden tot God.

Jezus staat in het Evangelie nodigend voor ons, maar je kunt jezelf  in de weg zitten. Jezus is de Weg en wijst ons de weg. Als wij Hem hebben, hebben wij ook toekomst.  Zien je niet te veel op de omstandigheden, zoals ook Jakob dit keer op keer deed?

Twijfel kijkt steeds weer om zich heen, geloof hoeft het niet te zien.

De volgende regels zijn gedicht door Jacqueline van der Waals, toen ze wist dat ze kanker had:

‘Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heeren hand.

Moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land.

Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand,

Loop ik met gesloten ogen naar het onbekende land.’

1. Hoe spreken deze zinnen jou aan?

Wat denk je van volgende voorbeeld, waarbij geloof en twijfel worden gepersonifieerd: Geloof is binnen in het huis. Twijfel klopte aan de deur. Geloof deed open… en zag niemand.  Begrijp je het voorbeeld?

Je kunt het ook zeggen van Licht en Donker. Donker klopt op de deur. Licht doet open en kijkt…. en donker is nergens te zien. Licht is namelijk sterker dan Donker. Door Licht verdwijnt Donker. Zo is het ook met Geloof en Twijfel. Door Geloof verdwijnt Twijfel. Twijfel verdwijnt als Geloof verschijnt.  Als het zicht om je heen en naar binnen toe angstig en duister is, zeggen ze in het Engels: ‘Try the uplook!’

2. Heb je ook last van twijfel? Hoe kun je dat overwinnen?

***

55. Jakob bij de Jabbok

Lees: Genesis 32

De oudere Jakob is op ca. 96-jarige leeftijd vastgelopen bij het riviertje de Jabbok. Zijn angst voor Ezau bereikte toen een hoogtepunt. Ezau kwam hem met 400 man tegemoet. Van Rebekka had Jakob 20 jaar eerder gehoord dat Ezau hem wilde doden (Gen. 27:41).

De bedrieger Jakob bedacht, dat hij nu met zijn listen wel eens bedrogen zou kunnen uitkomen. Hij stuurt, om Ezau gunstig te stemmen, 550 stuks vee in gedeelten vooruit. Er moest bij worden gezegd ‘Jakob, uw knecht’ en ‘mijn heer Ezau’, terwijl Jakob onder meer was gezegend met de woorden: ‘Wees heerser over je broers.’ (St, vert.: ’Wees heer over uw broederen’, Gen. 27:29).

De angst van Jakob was echter ongegrond. Ezau was niet boos meer. De ongegronde angst is een gevolg van Jakobs zonden. Bezorgdheid, angst en depressie horen bij een mens die niet uit het geloof alleen kan leven!

Jakob werd door angst (in het nauw) gedreven. We lezen in Gen. 32:7: ‘Toen vreesde Jakob zeer, en het was hem bang…’  Vanuit de nood kwam het geloof van Jakob toch nog tevoorschijn in Gen. 32:9-12. Hij strekte zich uit naar de God van het verbond, pleitend op zijn beloften. In vers 9 lezen we: ‘Verder zei Jakob: O, God van mijn vader Abraham, en God van mijn vader Izak, o HEERE…’

1. Hoe weet je voor jezelf dat God zal doen, wat Hij heeft beloofd?

Jakob gaf aan de ene kant wel God de eer in wat Hij had beloofd en gedaan, maar aan de andere kant ging hij toch ook door met het listig regelen, om Ezau maar gunstig te stemmen. Hij gelooft in ‘de belovende God’, Die Zijn beloften al heeft waargemaakt, maar waarom kan hij dan niet vertrouwend volgen in de verdere weg? Hij denkt zozeer aan zijn eigen veiligheid, dat hij zelfs zijn vrouwen en kinderen voor laat gaan, het ‘dreigende gevaar’ tegemoet. Als hij dapper in het geloof was, had hij dit toch zeker niet zo gedaan.

Uiteindelijk loopt Jakob gelukkig vast aan de oever van de Jabbok.

2. Wat heb je gedaan in angstige momenten om jezelf ‘veilig te stellen’.

3. Waarom is het goed om als zelfbeschermer met jezelf vast te lopen?

***

Dag 56. Houd elkaar niet ‘voor het lapje’

Jakob volgde zijn eigen zin en inzichten lange tijd nog na. Hij bleef werken met listige zelfbescherming. Het bedriegen of een ander ‘voor het lapje’ houden zat duidelijk in de familie van Jakob, in zijn voorgeslacht en nageslacht. Het was ook aanwezig bij Rebekka, Laban en Rachel. Het karakter van Jakob werkte zijn geloofsleven tegen.

Teun Stortenbeker schrijft als directeur van St. De Hoop in zijn boek over Jakob: ‘Ik ken heel wat mensen die verkeerde geheimen met zich meedroegen. Langzaam vernietigde het hun leven, want een belastend geheim is als een kwaadaardig gezwel. Mensen die een geheim met zich meedragen, worden nooit gelukkig. Het is een loodzwaar verbond dat, in tegenstelling tot het verbond met de Here en het geheimenis van de omgang met God, mensen gevangen houdt in slavernij.’

Zondige zaken uit het verleden dienen te worden opgespoord, beleden en opgeruimd. In het boek van Teun worden hier goede actuele voorbeelden van genoemd. Hij schrijft over de aartsvader: ‘Jakob is een volhouder als het gaat om (…) zelfwerkzaamheid. Je ziet hoe God hem zegende, maar je ziet tegelijkertijd hoe Jakob tot het uiterste bleef berekenen, wikken en wegen en iedereen te slim af wilde zijn. Telkens bedacht hij weer een systeem om z’n hoofd boven water te houden. Maar het was allemaal mensenwerk.’

1. Wat weet je van ‘belastende, duistere geheimen’ in je leven?

2. Lees 1 Joh. 1:5-1 Joh 2:2. Belijden betekent: aan het licht brengen. Hoe komen we volgens deze teksten van onze duistere, zondige geheimen af? 

***

Dag 57. Breng de zonden aan het licht

Als we de zwakke en zieke plekken op gaan sporen en aan de orde willen en stellen, kunnen we niet om deze ontdekking van oorzaken heen. Je ziet dit probleem dus ook in de familie van Jakob. De beerput moet worden opengemaakt, voordat er weer een kalf in de put verdrinkt! Als er zonden voortwoekeren in het hart, dient dit hart op geestelijke wijze te worden opengesneden; daarna moeten de zonden berouwvol worden beleden en verwijderd.

Het licht van de Heilige Geest is hiervoor nodig. We zingen in het lied van Graham Kendrick:

‘Heer, Uw licht en Uw liefde schijnen,

waar U bent zal de nacht verdwijnen

Jezus, Licht van de wereld, vernieuw ons,

levend Woord, ja, Uw waarheid bevrijd’ ons.

Schijn in mij, schijn door mij.’

***

Teun Stortenbeker leert ons: ‘Belijden, vergeving ontvangen en anderen vergeving schenken zijn net zo belangrijk als ademhalen, eten en drinken. Een mens wordt pas mens als de geestelijke versperringen zijn opgeruimd, die een vrije doorgang op de levensweg belemmeren.’

Je ziet ook hoe koning David lang zijn zonden als een belastend geheim verborg. Hij kon niet van deze zware, kwellende last worden bevrijd voordat hij zijn zonden beleed. Je leest dat in Psalm 32:1-5. In Psalm 51 lees je ook over de belijdenis van zijn zonden. Na vergeving en bevrijding kon de blijdschap in God weer terugkeren in zijn leven.

1. Lees Psalm 32. Wat herken je bij jezelf in deze Psalm?

2. Wat kun je leren van Psalm 51?

3. Weet je van vergeving en vreugde in God?

***

Dag 58. Verlies jezelf in de overgave aan Jezus

Het is een goede zaak als we vastlopen met ons zondige leven, met onze verkeerde eigen ‘ik’. Als we ons leven (onze ‘psuche’) in het geestelijk leven zullen verliezen, zullen wij het vinden. In het verliezen van onze eigen ik kan juist grote winst liggen.  Jezus leert ons dit  in Luk. 9:24: ‘Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal het behouden.’ In Matth. 10:39 lezen we: ‘Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.’ Het Griekse woord ‘psuche’ in Matth. 10:39 kan ‘ziel’ of ‘leven’ betekenen.

Het gaat hier om zelfverloochening en overgave aan de heerschappij van  Jezus.  Navolging van Jezus vereist een volstrekte overgave van jezelf en je eigen ‘ik’. Je volgt je eigen zin dan niet meer na, maar bent dan gericht op de wil van je hemelse Koning.

Geef de strijd uit handen aan God.

Toepasselijk bij deze geschiedenis is het lied ‘Staak de strijd’ van Matthijn Buwalda. Ik denk dat het herkenbaar is voor elke strijder die met zichzelf in de clinch ligt. Het vechten tegen jezelf in eigen kracht zal wanhopig mislukken. Een hogere kracht kan uitkomst bieden. Jezus is de Overwinnaar van het kwaad. Door het geloof wordt Hij toegevoegd aan je leven. Als je jezelf aan Hem overgeeft, kan Hij de strijd in je overwinnen.

Heb je jouw strijd al naar een hoger plan gebracht? Heeft je eigen ‘ik’ het al verloren tijdens een persoonlijk ‘Pniël’, toen je alleen overbleef… en God je krachtig aangreep. Het is heilzaam om je eigenzinnige leven te verliezen voor een nieuw begin met God. Laat Jezus Overwinnaar zijn in je leven!

Hieronder volgt het aangrijpende lied van Matthijn Bulwalda:

Staak de strijd

Sterke held, ik kijk naar jouw gevecht.
Je sterke rug lijkt elke dag een beetje minder recht.
Geef je hand, en geen gebalde vuist.
Ik kan niets geven, zo lang jij voor Mij je handen sluit.

Je kunt de strijd tegen jezelf niet winnen,
al vecht je door tot aan de dood.
Je kunt er niets tegen beginnen,
dus waarom houd jij je groot?

Staak de strijd. Dit is niet langer jouw gevecht.
Verlies jezelf, dan win je echt.
Geef het aan Mij. Stop je verzet.

Staak de strijd, Die Ik gewonnen heb voor jou,
omdat je die nooit winnen zou.
Geef het aan Mij… en word gered.

Sterke held, geef Mij je woede maar.
Als jij je over geeft, ligt hier de overwinning klaar.
Laat het los, en geef je last aan Mij.
Ik heb gevochten aan een kruis, zodat je vrij kunt zijn.

Als je uitgeput bent, kom tot Mij.
Als je moe gestreden bent, Ik sta aan jouw kant:
Als je stil kunt zijn en je Mij als God erkent.

***

1. Met welke strijd tegen jezelf heb je te maken (gehad)?

2. Wat spreekt je aan in het lied ‘Staak de strijd’? Waarom?

3. Wil je de strijd om de handhaving je eigen ‘ik’ wel opgeven?

4. Hoe geef je de strijd uit handen aan God?

5. Waarom is de overgave aan Jezus winst voor je ziel?

 ***

Dag 59. Hoe kan een geestelijke doe-het-zelver loslaten?

Jakob voerde een wanhopige strijd bij de Jabbok. Waarom hield hij het zolang vol? Hij moest zijn zondige leven leegmaken en zichzelf uitleveren aan God. Alle houvasten in zichzelf moest hij opgeven. Weet je persoonlijk wat dit is? Hij moest God als God erkennen en ophouden om steeds weer zelf te vechten.

Volgens Stortenbeker is leegmaken en loslaten één van de moeilijkste dingen voor een mens. Hij stelt verder: ‘Het volgen van Jezus is zelfs onmogelijk voor een doe-het-zelver. Zo iemand heeft enorm veel moeite om de leiding van zijn leven in Gods handen over te geven.’ Toch is er nog hoop voor zulke hopeloze vechters. De directeur van De Hoop heeft ontdekt: ‘Gelukkig worden de meeste mensen die zich krampachtig vasthouden aan hun eigenwaarde, op den duur te moe om door te vechten. Dat is het heilige moment waarop ze God kunnen ontmoeten.’

Bij verslavingszorg en De Hoop is dit inderdaad nogal eens het geval geweest, maar hoe zal het zijn bij mensen die het Evangelie niet vernemen? Waar moet je jezelf dan aan vastklampen? Aan een duistere macht? Aan een fles drank? Aan de rand van de afgrond? Hoe kun je deze mensen bereiken en helpen?

Nadat de God het gewricht van Jakob had verwrongen en zei: ‘Laat mij gaan, want de dageraad is aangebroken,’ reageerde Jakob: ‘Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent’ (Gen. 32:26).  Jakob heeft de kracht van God gevoeld. Hij heeft het in deze worsteling met God beseft, dat hij Hem echt nodig had. De HEERE was hem te sterk geworden en had hem innerlijk en uiterlijk overwonnen. Jakob was ingewonnen en gaf zich gewonnen.

1. Herken jij jezelf ook wel in ‘een geestelijke doe-het-zelver’ en wat Teun ervan zegt?  

3. Heb je de kracht van God ervaren in je leven? Hoe heeft Hij je aangeraakt?

***

Dag 60. De jonge indiaan en de wilde mustang

Hoe wordt je overmeesterd? Ik zal het uitleggen met het voorbeeld van de jonge indiaan en de wilde mustang. Hij is de zoon van de hoofdman van een strijdbare indianenstam. De jonge indiaan heeft een snel en sterk paard nodig. Zijn vader vindt het tijd om er één uit te zoeken op de prairie. Ze drijven eerst met een groep indianen op hun paarden een wilde kudde mustangs op.

Ze ontdekken een snelle zwarte wilde mustang de andere vluchtende paarden. Het dier valt op door zijn grote kracht en felheid. Dat kan het paard worden voor de zoon van de hoofdman. Na een lange drijfjacht wordt het dier geïsoleerd van de kudde wilde paarden. Uiteindelijk hebben ze hem met een aantal lasso’s gevangen. Dan wordt het wilde dier naar een omheining gevoerd in het dorp. Het is een kraal voor een paard die ze willen temmen. De jonge indiaan probeert daarna het wilde dier aan zich te laten wennen. Dat kan lange tijd duren. Hij voert het paard.

Op den duur probeert hij op het paard te komen, maar de zwarte mustang laat dat absoluut niet toe. Je ziet dat het trotse paard een leider is, die deze positie niet wil opgegeven. Het dier heeft een ijzeren wil en verlang naar de vrijheid van de prairie. Hij lijkt onmogelijk om het paard te temmen. Andere indianen blijven liever uit de buurt.

Na enkele maanden van contact met het paard denkt de indiaan dat de tijd rijp is om op het paard te gaan rijden. Deze lijkt nog ongetemd en ongeremd. In de kraal is het gevaarlijk, omdat de indiaan dan in de knel kan komen tegen de houten omheining.

Ineens springt hij op de indiaan, terwijl het hek van de kraal wordt opengegooid. De mustang rent met een enorme vaart de kraal uit, de vrijheid tegemoet. Hij gaat rechtstreeks terug naar de prairie. Intussen probeert hij zijn jonge berijder van zich af te werpen. De indiaan lijkt wil verkleefd aan het paard, stevig vastgeklemd op zijn rug. Het dier blijft urenlang rennen, en doet allerlei pogingen om de indiaan van zich af te krijgen. Het wordt een uitputtingsslag… Wie zal het winnen? Het kan zelf een gevecht op leven en dood worden.

De indiaan kent het gevaar. Hij heeft al vaker geoefend op minder wilde paarden. Maar deze keer wordt het wel erg spannend! Zelfs in het donker blijft de mustang doorrennen, terwijl hij de lenige indiaan van zich probeert af te schudden.

De nieuwe dag breek aan. Nog steeds gaat het gevecht door tussen het paard en de berijder. De schuimvlokken en het zweet van het paard vermengen zich met het zweet van de indiaan in deze uitputtingsslag. Na enkele uren raken het paard en zijn berijder uitgeput. De mustang wankelt, de indiaan drijft zijn bewustzijn te verliezen. Ze happen naar adem. Het paard begint hevig te trillen… en valt neer. Het dier is knock-out. De indiaan is nog nauwelijks bij bewustzijn.

Na enige tijd gaat de dappere zoon van  de indianenhoofdman naast de kop van het paard zitten. Het paard komt bij… en ziet de indiaan zijn meester. Het dier geeft zich innerlijk ook gewonnen.

Samen staan ze op. Het uitgeputte dier krijgt dringen en eten. Hij laat zich gewoon voeren en toont geen weerstand of agressie. Hij is overmeesterd en ziet in de indiaan zijn nieuwe meester. Hij heeft zijn wil overgegeven aan zijn heer, om deze te voorgoed te dienen.

De indiaan klimt weer op het paard. In alle rust komen ze samen in het indianendorp terug. De indiaan en het paard blijven aan elkaar verbonden. Een ander moet het niet wagen om op de zwarte mustang te klimmen; die wordt er zo snel mogelijk afgeworpen. Het sterke paard heeft de indiaan vele jaren trouw gediend. Door zijn grote snelheid en felheid konden zij samen winnen in de strijd en veilig terugkeren naar het dorp.

In dit voorbeeldverhaal zitten mooie lessen voor het geestelijk leven

Een gelovige is, als het goed is, door zijn nieuwe Meester innerlijk overmeesterd. Zijn eigen wil is gebroken en overgegeven aan de wil en leiding van zijn Heer. Dan kan hij samen met zijn Meester overwinnaar zijn in de geestelijke strijd.

Jakob werd overmeesterd en erkende God als zijn Meester, Die nu alles voor het zeggen kreeg in zijn leven. In werkelijkheid was dit natuurlijk al zo, maar Jakob moest het persoonlijk (bevindelijk) ook ervaren.

Toen kon de oude, eigenzinnige Jakob vernieuwd worden tot ‘Israël’, dat is ‘strijder met God’. Daardoor kon hij ook de voorvader van het volk van Israël worden.

1. Welke geestelijke lessen zie je nog meer in het voorbeeldverhaal?

2. Jakob werd overmeesterd en erkende God als zijn HEERE en Meester. Jij ook?

3. In hoeverre is je eigen wil overgegeven aan de wil en leiding van God?

***

Dag 61. Vastlopen en leegmaken bij de Jabbok

We lezen in Gen. 32:24: ‘Maar Jakob bleef alleen achter, en een Man worstelde met hem, tot de dageraad aanbrak.’ Let er op: ‘Jakob bleef alleen over’

Dit zal een ieder van ons overkomen, vroeger of later. Op een gegeven moment sta je alleen tegenover God. Hij roept tot verantwoording. Beantwoord ons leven aan Zijn wil? Antwoorden wij in geloof. Heb je Jezus nodig? Hebben wij Zijn liefde beantwoord? Als we nu geen antwoord willen geven, moeten wij het later doen. Alle knie zal zich tot eenmaal voor Hem buigen! Buig je nu al aan de voet van het kruis voor Jezus?

Het duistere zondige leven van Jakob werd bij de Jabbok aan het licht gebracht. Het woordje Jabbok betekent ‘leegmaken’. Dat is opmerkelijk, en het past bij de situatie en het proces dat daar heeft plaatsgevonden, met en in Jakob. De zondige oude Jakob moest daar vastlopen in het zand van de Jabbok. Jakob moest geestelijk worden leeggespoeld door het water van de Jabbok. Het bedrog moest er door de worsteling worden uitgeschud.

Jakob voerde een wanhopige strijd bij de Jabbok. Waarom hield hij het zolang vol? Hij moest zijn zondige leven leegmaken en zichzelf uitleveren aan God. Weet je wat dit is? Hij moest God als God erkennen, en ophouden om steeds weer zelf te vechten.

De ware Jakob moest tevoorschijn komen. De aan zichzelf vastklampende Jakob moest zijn eigen identiteit bekendmaken. Hij moet eerst worden losgemaakt van al zijn bedrieglijke trucjes. Dit geestelijk reinigingsproces is nodig en nuttig voor ons allemaal! Dit zal herhaaldelijk kunnen en moeten plaatsvinden. Iedere keer als er weer te veel vuil in ons zit, moeten we geestelijk worden gespoeld. Hoeveel christenen worstelen nog steeds met boze gedachten en kwade invloeden?

1. Waarvan moeten wij nog worden verlost, om onze angst te verliezen?

2. Heb je het ook lang volgehouden tegenover God? Waarom was dat dan zo?

3. Heb je jezelf al uitgeleverd aan God? Hoe doe je dat?

***

Dag 62. Verliezen en overwinnen

Waarom had Jakob het zo moeilijk tijdens het reinigingsproces bij de Jabbok? Hoe werd deze eenzame strijder verlost van zijn ‘overlevingspantser’ en het vastgeroeste vuil? Het was erop of eronder voor de oude Jakob. Het waren ook de geboorteweeën van de nieuwe Israël. De nieuwe mens Israël moest opstaan uit het water van de beproeving. Volgens zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus gaat het bij de bekering om het afsterven van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens in ons.

Een Man worstelde met Jakob, totdat de dageraad opging. Het kan zijn dat ze aan de oever of zelfs in het water streden. Stel je voor dat Jakob regelmatig achterover in het water zou zijn geduwd. Wat een enorme strijd voor zijn behoud moet hij dan wel op ca. 96-jarige leeftijd hebben gestreden. Zou hij zich in angst hebben vastgeklampt aan zijn tegenstander?

In Gen. 32:26 zei Jakob: ‘Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent.’  Hij kon zich niet meer aan zichzelf vastklampen. Hij streed als het ware met zijn Rechter, Die zijn Redder werd. God riep Adam (in Gen. 3:9), toen hij zich in de hof voor Hem verborg, en zei tot hem: ‘Waar bent u?’ Hij deed dit als Rechter en als Redder. We lezen hiervan in art. 17 van de Nederlandse geloofsbelijdenis, dat onze goede God Adam zocht, ‘toen hij al bevende voor hem vlood, en heeft hem getroost, belovende hem Zijn Zoon te geven, ‘die worden zou uit een vrouw, om de kop van de slang te vermorzelen’, (Gen. 3:15), en hem gelukzalig te maken’.

Een examen zonder bedrog

Je kunt de gebeurtenis bij de Jabbok ook zien als een soort examen voor Jakob. Stel je voor dat een leerling kans heeft gezien om door 3 jaar te spieken iedere keer over te gaan. Hij is gespecialiseerd in het spieken. Als hij zodoende in het examenjaar is aangeland, lijkt het wel of hij het toch maar goed voor elkaar heeft gekregen. En zo is Jakob met zijn bedriegerijen schijnbaar ver gekomen. Echter, schijn bedriegt…

Tijdens het examen kan de leerling absoluut niet meer spieken. Dan valt hij door de mand en komt de werkelijke kwaliteit aan het licht. Het is nog maar de vraag of hij het examen later nog zal kunnen halen. In het onderzoek van God in ons leven geldt alleen het geloof in Jezus Christus. Samen met Hem kun je slagen. Hij was zonder zonde en bedrog. Hij heeft het examen van het recht van God volkomen behaald. Door Hem is er voor ons vergeving en reiniging, en is het handschrift van de wet dat tegen ons getuigde uitgewist. We lezen verder in Kolos. 2:14: ‘Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen.’

1. Ken je ook een reinigingsproces, waarbij je oude leven onder water ging?

2. Kwam er toen een nieuwe mens boven water? Denk hierbij aan de doop.

3. Hoe kan je Rechter jouw Redder worden?

4. En hoe kun je slagen voor het examen van God?

***

Dag 63. Overwinnaar met God

God schakelt onze wil bij zijn reddend handelen niet uit, maar juist in. Wij moeten het eens worden met God! Geloven is ‘amen zeggen’ op Gods Woord en wil in ons leven. Hij heeft een gewillig volk tijdens Zijn heerkracht. De oude Jakob geeft nu eerlijk zijn naam op (in vers 27), daarmee brengt hij zijn ware identiteit aan het licht voor God: hij is de bedrieger, de zondaar.

En dan komt het wonderlijke! We lezen in vers 28: ‘Toen zei Hij: ‘Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen.’ God is genadig!

Hij heeft van Jakob ‘Israël’ willen maken! Israël betekent ‘God strijdt’. Mijn Engelse Bijbel geeft de betekenis: ‘Prince with God’. In het verband van de tekst kun je wellicht ook zeggen: ‘Strijders Gods’ of  ‘Overwinnaar Gods’. Ik denk dat het betekent: ‘Strijder met God’. Jakob werd een ‘overwinnaar met God’ in zijn nieuwe naam ‘Israël’

De Studiebijbel verklaart: ‘God zegt dat Jakob gewonnen heeft, maar geeft hem een naam die betekent dat God wint. Zo kan Jakob verdergaan, als iemand die wint, omdat God met hem is en hem laat winnen. ‘God strijdt’ en ‘u overwon’ houden een belofte in. De naamsverandering houdt ook in een verandering in positie of karakter. Het is merkwaardig dat de oude naam blijft functioneren.’ Samen met God mag Jakob overwinnaar zijn. Zo mag hij het ‘overwinningsleven’ in het geloof leven.

Een prijs van overwinning voor de verliezer in de boksring

Hoe kan nu iemand die verloren heeft toch overwinnaar zijn? Laat ik een voorbeeld noemen. Stel je voor dat een wereldkampioen boksen voor het nieuwe wereldkampioenschap in de ring staat tegenover een jonger iemand. Hij is al vijf jaar kampioen. Hij kan er weer 10 miljoen dollar mee winnen.

Tijdens de wedstrijd besluit hij dat het jonge talent van hem mag winnen. Hij geniet van de goede wedstrijd. Maar plotseling haalt hij te hard uit en de jonge bokser gaat knock-out. Ze proberen hem nog bij te brengen, maar uiteindelijk blijft hij uitgeteld liggen. De kampioen vindt het jammer, dat was niet de bedoeling! Nu ja, wat dan?

Dan roept de kampioen naar het publiek en de jury: ‘Hij heeft uitstekend gespeeld, volgens mij heeft hij gewonnen. Ik verklaar, dat hij de nieuwe wereldkampioen is!’ Mag hij dat officieel wel zeggen? Nee, natuurlijk niet. De jury beslist dat hijzelf weer wereldkampioen is geworden!

Wat kan de wereldkampioen nu nog voor de ander doen? Ik denk dat je het al weet… Hij mag hem wel de prijs geven! Hij geeft de prijs van 10 miljoen dollar. Dat is onverdiend, maar hij mag doen met zijn eigen geld wat hij wil.

Gelovigen ontvangen onverdiend de prijs. Zij mogen onverdiend ‘overwinnaar’ zijn.

1. Lees Rom. 8:31-39. Wat leer je van dit tekstgedeelte?

2. Hoe kun je meer dan overwinnaar zijn over zonden en  in verdrukking en strijd?

3. Wat doet de (aangeboden) onverdiende genade en overwinning met je?

***

Dag 64. Je moet het willen, maar kunt het niet alleen

Sta Op Zorg is een onderdeel van verslavingszorg en GGZ De Hoop .We hebben al veel gasten ontvangen in het inloophuis in Vlissingen. We mogen daar al jarenlang wekelijk het Evangelie doorgeven. Met één van onze gasten, die een jarenlange verslaving achter de rug had, hebben wij de vernieuwing van Jakob eens uitgebeeld.. Hij was er nog niet geheel van hersteld.

Het ging erover hoe zelfhandhaving en verslaving kunnen worden overwonnen. Heel wat verslaafden hebben hier een jarenlange worsteling mee. Je ziet dat ze de strijd tegen de afwijzing en het onrecht uit het verleden niet kunnen overwinning in eigen kracht. Je ziet ook dat ze de strijd tegen zichzelf niet kunnen winnen. Het komt erop neer dat je moet willen herstellen, maar dat je het niet alleen kunt.

Daarom hebben verslaafden de hulp van christelijke hulpverleners nodig. We bieden ze hulp en hoop vanuit het Evangelie van Jezus Christus. Ze hebben geloof, hoop en liefde nodig! Door hulp van Boven kunnen ze hun verslaving en depressie te boven komen. We zien het herstel bij sommigen en terugval bij anderen. We blijven van ze houden… en we willen het met ze volhouden, biddend en hopend.

De last van Jakob in zijn geestelijke bagage was onder meer: list en bedrog, angst, wantrouwen, handhaving van eigen inzicht en eigenzinnig handelen.

Bij de Jabbok werd de oude Jakob verlost van zijn zondige listigheid. Zijn bedrog werd aan de kaak gesteld. Hij moest ermee voor de dag komen. Jakob gaf toen eerlijk zijn naam op (in Gen. 32: 27). De bedrieger ontving daarna van God de naam Israël (vers 28). Door de genade van God werd hij overwinnaar. Hij werd bevrijd van zijn ouder identiteit en ontving een nieuwe.

1. Waarom kun je tijdens problemen jezelf en anderen gaan bedriegen? Herken je dat uit je leven? Hoe is daar verandering in gekomen?

2. Leugens en negatieve woorden kunnen generaties in de greep houden. Daarmee geef je demonen openingen en kun je een vloek over jezelf en anderen halen. Hoe kun je uit de cirkel van leugens, bedrog en negatieve woorden over jezelf en anderen komen, en worden bevrijd van deze (generatie)vloek? Heb je dat nodig?

3. Zijn er nog leugens waarvan je bevrijding nodig hebt? Welke kunnen dat zijn? Denk eens aan ‘leugens om bestwil’, leugens uit angst, om iets te verbergen, leugens over je eigenwaarde, leugens waardoor je vast blijft zitten aan depressies en verslavingen. Noem er eens enkele op voor jezelf.

4.  We lezen in Spr. 28:13: ‘Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat, zal barmhartigheid verkrijgen.’ Wat wil je ze belijden en loslaten?

***

Dag 65. Oude en nieuwe mens

Jakob en Israël waren verenigd in één persoon. Daar zit ook een realiteit van het geestelijk leven in. Jakob is ‘de oude mens’ in de gelovige en Israël ‘de nieuwe mens’. Nu wordt het verhaal duidelijker. De oude mens moet bestreden en ten onder gebracht worden en de nieuwe mens moet steeds meer opstaan in ons leven. Het gaat dus over ‘de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuw mens’, zoals we dat lezen in de Heidelberger Catechismus, antw. 88. De gelovigen worden voorgehouden in Kolos. 3:9-10: ‘Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt, en u met de nieuwe mens bekleed hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.’

De kostbare sierstruik

Laat ik het verduidelijken met een voorbeeld:

Het kan zijn dat iemand een dure sierstruik heeft gekocht in Japan. Hij heeft er 4000 euro voor betaald. De struik plaatst hij voor zijn raam in de voortuin. Er komen geweldige, mooie bloemen aan. Ze ruiken heerlijk. Vol verbazing blijven de voorbijgangers stilstaan bij het huis. De geur is op grotere afstand al te ruiken. De eigenaar is eigenlijk wel trots op de unieke struik.

In de loop van de herfst verdorren en verrotten de bloemen en bladeren. Na de eerste vorst verspreiden de rotte bloemen een onaangename geur. De voorbijgangers werpen afkeurende blikken en halen hun neus op voor zo’n struik. Ze zeggen tegen de eigenaar, dat hij de struik beter maar kan opruimen. ‘O nee,‘ reageert hij, ‘dit is een dure en goede struik… let maar op, straks in het voorjaar zul je wat zien!’

Hij verwacht er weer veel van, maar in het voorjaar wacht hem een teleurstelling: de nieuwe bloemen, in combinatie met het verwelkte gedeelte, geven een mistroostig aanblik; het is geen gezicht! Daarbij staat ook de geur de voorbijgangers tegen. Wat is er misgegaan? Dat is duidelijk. De eigenaar had de struik goed moeten snoeien. Hij wilde de grote plant zoveel mogelijk bewaren; hij dacht hem daardoor te sparen, maar dat pakte helemaal verkeerd uit.

Het voorbeeld van de sierstruik kun je toepassen op het leven van Jakob en de gelovigen. Je kunt weer overwinnaar worden na een radicale snoeibeurt.

Bij de Jabbok werd het verkeerde en het in eigen kracht uitgegroeide gedeelte weggesnoeid. Daardoor kon het nieuwe gedeelte ‘Israël’ juist goed en onbelemmerd uitgroeien. Je ziet ook bij de gelijkenis van de Wijnstok (in Joh. 15) dat de goede ranken moeten worden gesnoeid.

Samen met God mag Jakob overwinnaar zijn. Zo mag hij het ‘overwinningsleven’ in het geloof leven. Het was eigenlijk een goede, radicale snoeibeurt. In Gen. 35 krijgt Jakob weer de naam Israël na een vernieuwde reiniging en opruiming en toewijding, zoals je leest bij de volgende dag.

1. Lezen Joh. 15:1-8. Waarom snoeit de hemelse Vader Zijn kinderen die in de Wijnstok Jezus als ranken zijn?

2. Waar kan er nog bij je worden gesnoeid?

3. Hoe kan ‘de nieuwe mens’ in ons het beste groeien en tot bloei komen?

***

Dag 66. Een nieuwe schoonmaakbeurt bij Bethel

In Gen. 34 is het behoorlijk misgegaan met de kinderen van Jakob. Zijn dochter Dina werd misbruikt door Sichem. Simeon en Levi, de broers van Dina, namen wraak en hebben de mannen van Sichem gedood. Daarna plunderden de zonen van Jakob de stad en voerden ze de kleine kinderen en vrouwen als gevangenen weg. De volken in Kanaän zouden zich daarna tegen Israël kunnen keren, maar God beschermde ze. Hij verscheen daarna aan Jakob  en zei: ‘Sta op, ga naar Bethel en ga daar wonen en maak een altaar voor God Die aan u verschenen is, toen u vluchtte voor uw broer Ezau’ (Gen. 34:1).

Jakob heeft toen een goede schoonmaakbeurt gehouden in zijn huisgezin en bij zijn mensen. Hij sprak tot hen (in Gen. 35:2-3): ‘Toen zei Jakob tegen zijn huisgezin en tegen allen die bij hem waren: Doe de vreemde goden die in uw midden zijn, van u weg. Reinig u en verwissel uw kleren. 3. Laten wij opstaan en naar Bethel gaan. Ik zal daar een altaar maken voor de God Die mij antwoordde op de dag toen ik in nood was, en Die met mij geweest is op de weg die ik gegaan ben.’

In de verzen 4-5 lezen we verder: ‘Toen gaven zij Jakob al de vreemde goden die ze bij zich  hadden, en de ringen die ze in de oren droegen. En Jakob verborg ze onder de eik die bij Sichem staat. 5. Daarop braken zij op. Gods verschrikking lag over de steden die hen omringden, zodat zij de zonen van Jakob niet achtervolgden.’

Je ziet hierin dat Jakob de zonden in zijn huis bestreed en verwijderde, en dat God daarna voor Israël streed tegen de vijanden, die te sterk waren voor Jakob en zijn mensen.

Reiniging en overwinning

Hierin ligt een les voor de gelovigen, die in het overwinningsleven willen leven. Wij hebben onze taak in deze zaak, hoe moeilijk de hardnekkige zonden in ons leven dan ook mogen zijn. Wij dienen ons te reinigen voor de openbaring van de heerlijkheid en het werk van God in ons leven. We zien dit ook in Exodus 19 en 20, bij de wetgeving. Ze moesten zich ook heiligen voor God en daarbij hun kleren wassen.

Je leest in Gen. 35:10 dat hij weer de naam Israël krijgt. We lezen daar letterlijk: ‘God zei toen tegen hem: Uw naam is Jakob, uw naam zal voortaan niet Jakob luiden, maar Israël zal uw naam zijn; en Hij gaf hem de naam Israël.’

Zo kan ook de oude Jakob in ons worden overwonnen, en de nieuwe Israël in ons opstaan en overwinnen. De nieuwe mens in ons kan dan overwinnen door de geloofsovergave aan Jezus. Dan kunnen wij door het geloof ook zeggen, wat we lezen in Rom. 8:37: ‘Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, Die ons heeft liefgehad.’

1. Op welk gebied heb je (weer) een schoonmaakbeurt nodig?

2. Welke afgoden moet je nog ‘begraven’ en achter je laten?

3. Je kunt ook het verbond met God vernieuwen door een nieuwe toewijding. Wil je dat?

4. Heb je ook een dankaltaar? Waar wil je God hartelijk voor danken?

***

Dag 67. Jakob en Jozef

In de levensgeschiedenis van Jakob en Jozef liggen veel geestelijke lessen. We gaan ze de komende dagen met elkaar vergelijken. Hoe is het gaan in de ontwikkeling van hun geloof en geestelijk leven in de tijden van beproeving? Israël kwam in de woestijn bij Mara terecht. We lezen dat in Ex. 15:22-25. Mara betekent water van bitterheid of teleurstelling. Zij konden het bittere water van Mara niet drinken. Nadat Mozes er in opdracht van de HEERE een stuk hout in gooide, werd het water zoet en drinkbaar. Er is opgemerkt, dat je bij Mara ‘bitter of beter’ wordt. Door het geloof in Jezus en Zijn offer aan het kruishout word je beter, zonder dat kun je bitter worden bij het water van teleurstelling.

We zien dat Jakob door de zware beproevingen bitter werd, maar dat Jozef daardoor beter werd. Toen Jakob 22 jaar depressief rouwde, bleef Jozef bij onrecht en in gevangenschap op God vertrouwen en zijn best doen voor anderen.

Jakob heeft pas op 130-jarige leeftijd het geluk gevonden, toen na zo’n 22 jaren van depressie Jozef weer aan zijn leven werd toegevoegd.

Teun Stortenbeker van de Hoop geeft aan in zijn boek over hen: ‘Jakob is de grote verliezer van het boek Genesis, de stamvader van Israël. Maar wat een zegen en een troost dat de ‘geschiedenis van Jakob’ de ‘geschiedenis van Jozef’ wordt.’ Na een moeizame levensreis kwam hij op de weg van Jozef terecht. Heb je Jezus ook al ontmoet als de Weg, de Waarheid en het Leven? (Joh. 14:6).

Zoals eerder aangegeven is Jozef een type of voorbeeld van Jezus. Jozef deelde als onderkoning het graan uit om mensen uit de hongersnood te redden. Hij is de ‘Behouder des levens’ (de Zafnath Paänéah). In Gen. 30:24 lezen we van Rachel na zijn geboorte: ‘En zij noemde zijn naam Jozef, zeggende: De HEERE voege mij een andere zoon daartoe.’  Het Hebreeuwse grondwoord Jozef is  ‘zal toevoegen’. Dan is het een heerlijke belofte geweest, wat later in het leven van Jakob is vervuld.

Zoals Jozef moest worden toegevoegd aan het leven van Jakob en zijn zonen, moet Jezus aan ons leven worden toegevoegd, om te redden en te bevrijden van zonde, ellende en depressie.

1. Welke verschillen zie jij tussen Jakob en Jozef? En wat herken je bij jezelf?

2. Hoe ben je met moeilijkheden en beproevingen in je leven omgegaan?

3. Lees Ex. 15:22-26. Wat leer je ervan? Waardoor word je bitter of beter?

***

Dag 68. Ben je een spiegelmens, zoals Jakob?

Jakob was naar zijn aard en in zijn karakter eigenlijk een spiegelmens. Hij keek steeds maar weer naar zichzelf, naar zijn belangen, perspectieven en gevoelens. Hij was weliswaar een gelovig man, maar zijn denkpatronen, karakter en gevoelens stonden zijn geloofsgroei en geluk in de weg. Hij wilde de controle steeds weer zelf in handen te houden en zijn toekomst veilig stellen. Dan kom je moeilijk tot geloofsovergave en een stil vertrouwen dat God er naar Zijn beloften in zal voorzien. Een spiegelmens is in zichzelf ingekeerd. Je kijkt dan steeds weer in de spiegel naar jezelf. Dat past trouwens ook bij ‘de geest van onze tijd’, waarin men zich bezig houdt met de vraag: ‘ben ik in beeld?’

Belangrijk is echter de vraag: ‘Ben ik op mezelf gericht of ben ik op God gericht?’

Toen Jakob tot overgave kwam en God gehoorzaamde, kwam deze zegen van God over hem. We lezen in Genesis 35 dat hij zich bij Bethel ontdeed van de vreemde goden en onreine, zondige dingen in zijn huisgezin. Toen beschermde God hem tegen de heidense stammen in de omgeving.

In zijn boek over Jakob en Jozef schrijft Teun Stortenbeker erover: ‘Jakob hoefde niet meer zelf te strijden, God streed voor hem. Hij leert ons verder: ‘Als wij bereid zijn alle dingen waar wij aan vast houden, tot en met onze verslavingen, op te geven, dan kan God ons een totaal ander leven schenken, een leven in vrijheid en in de volle overtuiging dat Hij alles in handen heeft. Dat is heel wat anders dan een vrijgevochten leven waarin je doet wat jij prettig vindt. Nee, de vrijheid van God is een innerlijke bevrijding die je verlost van dwangmatig gedrag en zelfhandhaving.’

Hij gaat verder: ‘Jakob werd verlost van de slavernij, waarin hij door zijn opvoeding en door zijn persoonlijke keuzes terecht was gekomen, en die hem negentig jaar had geknecht. Bij de Jabbok was de vloek die op zijn naam rustte, gebroken. Jakob werd Israël en besloot God de eer te geven.’

1. Wat leer je van Jakob als ‘spiegelmens’?

2. In hoeverre lijk je hierin nog op hem?

3. Wat staat jouw geestelijke vrijheid in de weg?

4. Denk na over de tekst en de uitleg van Teun. Waar kies je voor?

***

Dag 69. Ben je een venstermens, zoals Jozef?

Jozef was naar zijn aard en karakter meer een venstermens. Hij keek steeds weer naar buiten om te zien hoe hij anderen kon helpen. Een venstermens kijkt uit het venster met oog voor een ander. Je wilt dan steeds weer helpen en helen… zoals Jozef.

Je ziet het bij Jozef in zijn levensgeschiedenis. Hij werd afgewezen, door zijn broers in een put gegooid en verkocht als slaaf naar Egypte. Daar werd hij door de vrouw van Potifar vals beschuldigd. Hij verbleef jarenlang onschuldig in de gevangenis. Dertien jaar nadat hij in de put was gegooid, kwam hij voor de farao… en hij was geen verbitterd mens!

Teun Stortenbeker geeft aan in zijn boek ‘Als Jozef je zoon is…’ dat Jozef een trendsetter, een smaakmaker werd in een zouteloze wereld. Hij paste zijn gedrag niet aan bij de bestaande cultuur en denkwereld, maar bepaalde de leefwereld om hem heen. Hij beïnvloedde die positief vanuit zijn volhardend geloof en liefde tot God. Teun verklaart erbij over Jozef: ‘Het huisgezin van Potifar veranderde, de bedompte, vijandige sfeer van de gevangenis veranderde en zelfs een natuurramp veranderde in een zegen voor Egypte en het Midden-Oosten.’

1. Wat leer je van Jozef als ‘venstermens’?

2. Hoe kon hij zo zijn onder de moeilijke omstandigheden in zijn leven?

3. Hoe kun je goede veranderingen aanbrengen bij jezelf en anderen om je heen?

4. Wat denk je van Jes. 58:10-11, als je let op het leven van Jozef? We lezen in dat tekstgedeelte: ‘Als u uw hart opent voor de hongerigen, en de verdrukte ziel verzadigt, dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid als de middag zijn. En de HEERE zal u voortdurend leiden, Hij zal uw ziel in dorre streken verzadigen, uw beenderen kracht geven; u zult zijn als een bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit ontbreekt.’

5. En wat kun je van Jes. 58:10-11 leren? Waarom is het goed voor ons eigen herstel als we anderen gaan helpen?

***

Dag 70. Hoe word je steeds meer een venstermens?

Wat een verschil tussen Jozef en Jakob! Wat was het geheim bij Jozef? Zie wat het geloof uitwerkt. Het vertrouwen in God kan ons sterk, geduldig, vriendelijk en zacht maken. Wij kunnen dan als een venstermens veel voor anderen gaan betekenen. Je kunt ook als spiegelmens veranderen, en steeds meer een venstermens worden.

Door bewogen te zijn over anderen kunnen we ons egoïsme verliezen. Onze eigen zorgen komen dan in een beter perspectief. Innerlijke pijn, problemen en lijden gaan dan over in medelijden. De pijn vloeit naar buiten en wordt tot heling van anderen. Hierin word je een navolger van Jezus. Door Zijn striemen is er voor ons genezing. Door Zijn lijden is er voor ons bevrijding.

Hij herstelt wat ons heeft beschadigd als gevolg van verkeerde keuzes en fouten, die door ons en anderen zijn gemaakt. Hij zorgt voor ons. Door Jezus gaan we God eren, en onze naasten liefhebben en helpen.

De ex-directeur van De Hoop leert ons verder: ‘Mensen die Jezus volgen, stellen zich beschikbaar om Gods liefde en genade uit te delen aan iedereen die daar behoefte aan heeft. Ze zijn ‘toevoeging’, die het leven opfleurt en smaak geeft. ‘Het zout der wereld’, noemt Jezus hen.’

We lezen over het liefdevol omzien naar anderen in Rom. 12:10-21. Dat hoort bij een gelovige navolger van Jezus, die zich laat zien als een venstermens.

1. Kijk jij meer in de spiegel of uit het venster?

2. Hoe kun je van een spiegelmens steeds meer een venstermens worden?

4. Lees Rom. 12:10-21. Hoe word je aangesproken in dit tekstgedeelte?

***

Dag 71. Jozef, de Behouder van het leven

Jozef is de behouder van het leven. Hij is door zijn eigen broers verworpen en verkocht naar Egypte. Daar deed hij als slaaf zijn best in het huis van Potifar. Hij weerstond de verleiding en het onrecht. Nadat hij vals werd beschuldigd, zat hij jarenlang onschuldig in de gevangenis. Ook daar deed hij zijn best. Kun je een zonde van hem noemen? Daarna werd hij bijzonder verhoogd als onderkoning van Egypte.

In de hongersnood kwamen zijn broers bij hem om koren. Nadat hij hen tot berouw heeft gebracht, vergaf hij hen de misdaden. Uiteindelijk liet hij ook zijn vader Jakob naar Egypte komen. Zijn leven werd toen weer aan het leven van Jakob toegevoegd. Jakob werd getroost na zo’n 22 jaren scheiding, rouw en depressie.

In Egypte werd Jozef de Behouder van het leven (de Zafnath Paänéah). Hij onderhield hij zijn familie en de Egyptenaren in de hongersnood. God gebruikte hem om Israël in het leven te behouden.

Hij is een type van Jezus

Jozef  is een type van Jezus. Zijn levensgeschiedenis laat als in een voorafschaduwing ook het leven van Jezus  zien. Jezus is door Zijn eigen volk en broeders verworpen en overgeleverd aan de Romeinen om gedood te worden. Zijn lijden en dood werd de verlossing van de gelovigen uit Zijn volk.

Jezus is de Behouder van Zijn volk. We lezen hierover het volgende in Johannes 11:49-52: ‘Maar één van hen, Kajafas, die de hogepriester van dat jaar was, zei tegen hen: U weet niets, en u overweegt niet  dat het nuttig voor ons is dat één Mens sterft voor het volk, en niet heel het volk verloren gaat. Dit zei hij echter niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij dat Jezus sterven zou voor het volk, en niet alleen voor het volk, maar ook om de kinderen van God, overal verspreid, bijeen te brengen.’

1.  Hoe kon Jozef oprecht God blijven dienen in verdrukking en welvaart?

2. Jozef is een type van Jezus. Als we behouden willen zijn, moet Jezus aan ons leven worden toegevoegd. Hoe kan dat gebeuren? (Betrek hierbij Johannes 3:16-17, Joh. 1:11-12.)

3. Hoe is Jezus in je leven gekomen?

***

Dag 72. Jakob, Jozef en de broers

Jakob liet zijn voorkeur voor zijn zoon Jozef duidelijk blijken. Jozef en Benjamin waren de kinderen van zijn lievelingsvrouw Rachel, die overleed bij de geboorte van Benjamin. De voorkeur werd verwennerij en verwekte jaloezie en boosheid bij de oudere zonen van Jakob, vooral bij de kinderen van Lea. In volgorde van ouderdom waren dat Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issaschar en Zebulon. Vooral Simeon en Levi waren harde mannen, die op een gemene wijze de mannen van Sichem om het leven brachten (Gen. 34:24-27).

Het voortrekken van Jozef door Jakob kwam tot een dieptepunt in Gen. 37, door de veelkleurige mantel die hij kreeg van Jakob en door de dromen, die aangaven dat Jozef over zijn broers zou heersen. Dat is heel begrijpelijk. De broers ervoeren dat als afwijzing en een diepe vernedering. Zij waren de stoere en sterke volwassen mannen. Ze waren niet van plan om zich te laten overheersen door een 17-jarig verwend broertje.

 We lezen erover in Genesis 37:1-5: ‘Jakob woonde in het  land waar zijn vader als vreemdeling gewoond had,  in het land Kanaän. Dit zijn de afstammelingen van Jakob. Jozef, zeventien jaar oud, hoedde gewoonlijk het kleinvee met zijn broers – hij was een jonge man – met de zonen van Bilha en met de zonen van Zilpa, de vrouwen van zijn vader. En Jozef bracht het kwade gerucht over hen aan zijn vader over. Israël had Jozef meer lief dan al zijn andere zonen, want hij was voor hem een zoon van zijn ouderdom. Ook liet hij een veelkleurig gewaad voor hem maken. Toen zijn broers zagen dat hun vader hem meer liefhad dan al zijn broers, haatten zij hem en konden niet vriendelijk  meer tot hem spreken. Ook had Jozef een droom, die hij aan zijn broers vertelde; daarom haatten zij hem nog meer. Zijn broers  waren jaloers op hem …’

1. Wat is er zoal misgegaan met Jakob en zijn zonen, zoals we dat lezen in Gen. 37:1-5?

2. Waarom komen de meeste trauma’s,  depressies en verslavingen voort uit moeilijke kinderjaren binnen problematische gezinssituaties?

3. Weet je van afwijzing, emotionele verwaarlozing in je kinderjaren? Hoe ga je er nu mee om?

***

Dag 73. Familiezonden, generatievloeken en infiltraties

In het voorgeslacht en de geschiedenis van Jakob zien we dat bepaalde zonden, die aan de hand worden gehouden tot een generatievloek kunnen worden. Dat zien we in de leugens van Abraham, Izak, Laban, Jakob zelf, en ook de broers van Jozef. Steeds weer hield met een ander ‘voor het lapje’ (zelfs letterlijk, met een geitenvel, sluier, bebloede mantel, maar ook met ‘vrome woorden’ als masker).

Bepaalde zonden, gewoonten en verslavingen kunnen in de genen zitten, maar het is vaak kopieergedrag, dat vanuit de generaties worden overgenomen. Je karakter wordt al vroeg in je kinderjaren gevormd. Wilkin van de Kamp leert ons:

Let op je gedachten,
want je gedachten worden je woorden.
Let op je woorden,
want je woorden worden je daden.
Let op je daden,
want je daden worden je gewoontes.
Let op je gewoontes,
want je gewoontes vormen je karakter.
Let op je karakter,
want je karakter bepaalt je bestemming.

Door leugens en bedrog, voorkeur en afwijzing kan het geestelijk klimaat in gezinnen en generaties worden verziekt en relaties worden verwoest. Daardoor komt men in het speelveld en het schaakbord van de duivel. Je speelt hem dan in de kaart, geeft hem kansen en mogelijkheden om te infiltreren met zijn demonische pionnen: de gevallen engelen. Het spreekwoord van de duivel is: ‘verdeel en heers’. Volgens Ef. 4:25-26 dienen we de leugen af te keggen en de boosheid tijdig te laten varen. In vers 27 wordt daarop aangegeven: ‘En geef de duivel geen plaats.’

In het Nieuwe Testament wordt hij in het Grieks genoemd ‘diabolos’ (διάβολος), dat betekent letterlijk: door-elkaar-gooier, hij die uiteenwerpt. Het heeft ook in de betekenis van ‘scheidingveroorzaker, lasteraar, haatzaaier’. Satan is de misleider, maar ook de aanklager en beschuldiger van de broeders (Openb. 12:9-10). Het werk van de demonen zie je zichtbaar worden in de barsten en scheuren in gezinnen en relaties. We zien het in het gezin van Jakob. Welke lessen kunnen we eruit halen?

1. Herken je zondige gewoontes binnen je familie? En ook bij jezelf?

2. Hoe is jouw karakter gevormd? Wat vind je van de stelling van Wilkin?

3. Wanneer speel je demonen kansen om in je gedachten te infiltreren?

4. Lees 1 Petr. 5:8-9 en Ef. 6:10-18. Hoe kunnen we volgens deze teksten weerstand bieden tegen de geestelijke infiltraties en aanvallen van de duivelen?

***

Dag 74. Wanneer zijn dromen geen bedrog?

Lezen Genesis 37:1-11. Jozef was de lievelingszoon van Jakob. In vers 2 lezen we dat hij 17 jaar oud was en met andere broers het kleinvee hoedde. Hij was de eerstgeborene van Rachel, de vrouw waarvan Jakob het meeste hield. Ze was gestorven bij de geboorte van haar twee zoon Benjamin. Jakob liet zijn voorkeur voor Jozef duidelijk merken. In Gen. 37:3 wordt verhaald: ‘Israël had Jozef meer lief dan al zijn andere zonen, want hij was voor hem een zoon van zijn ouderdom. Ook liet hij een veelkleurig gewaad voor hem maken.’

Dat hij Jozef voortrok, wekte de boosheid van de oudere broers op. Zij haatten hem en konden niet meer vriendelijk en in vrede met hem spreken. Daarbij bracht Jozef ook nog het kwade gerucht over hen bij zijn vader. Hij was voor hen de verklikker, om hun fouten bij Jakob te brengen. Het is begrijpelijk dat dit allemaal kwaad bloed heeft gezet bij de broers.

Vervolgens kreeg Jozef nog twee dromen, die hij zijn broers vertelde. Bij de eerste bogen de (graan)schoven van zijn broers voor zijn schoof. In de tweede droom bogen ze zon, maan en sterren zich voor Jozef neer. Toen bestrafte zijn vader hem, omdat al de gezinsleden zich daarin voor hem zouden moeten neerbuigen. We lezen verder in Gen. 37:11: ‘Zijn broers waren jaloers op hem, maar zijn vader hield de zaak in gedachten.’

1. Wat ging er zoal mis in het gezin van Jakob? Wat was fout? 

2. Herken je er iets van uit je kinderjaren? Hoe kan het anders en beter?

3. Wanneer zijn dromen, visioenen en ingevingen geen bedrog?

4. Heb je wel eens Bijbelteksten of ingevingen gekregen die uit zijn gekomen? Wat heeft het bij jou uitgewerkt?

 ***

Dag 75. Wie komt er bedrogen uit?

Lezen Genesis 37:12-31 en 36.

Jakob stuurde Jozef eens naar zijn broers om te kijken hoe het met hen en de kudde ging. We lezen in Gen. 37:17-20: Jozef ging zijn broers achterna en trof hen aan bij Dothan. Zij zagen hem al van ver; en nog voor hij in hun nabijheid gekomen was, beraamden zij een listig plan tegen hem om hem te doden. Zij zeiden tegen elkaar: Zie, daar komt die meesterdromer aan. Nu dan, kom, laten we hem doodslaan en hem in een van deze putten gooien, en wij zullen zeggen: Een wild dier heeft hem opgegeten. Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen terechtkomt.’

Het is bij de oudere broers van kwaad tot erger gegaan. Je ziet wat er kan gebeuren als je kwaadheid voedt in je hart. Laat boosheid nooit in je wortelen, want het kan uitgroeien als onkruid. Het kan de akker van je hart overwoekeren. Van het ene kwaad komt het andere. Na het wegwerken van Jozef, gingen ze het kwaad met leugens, list en bedrog toedekken. Ze bedrogen hun oude vader wel 22 jaar.

Ze kwamen allen in de put

Door de misdaad van de broers met Jozef kwam het hele gezin ‘in de put’ terecht. Hoe reageerden zijn broers en vader Jakob op de gevolgen van deze misdaad? De droevige gevolgen werden eerst zwaar ervaren door Jakob en Benjamin. Ruben had het ook moeilijk. Later kwamen de broers als schuldigen in de gevangenisput van Egypte terecht.  We kunnen door anderen of door eigen schuld in de geestelijk put komen. Misschien zit je nog wel in de put. Hoelang houd je dat vol? Laat het geen 22 jaar worden, zoals toen. Belangrijk is de vraag: Hoe kom je eruit?

In de gevangenis(put) in Egypte kwam het berouw bij de oudere broers pas tevoorschijn. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Werkelijk wij zijn schuldig vanwege onze broer. Wij zagen zijn zielsbenauwdheid toen hij ons om genade smeekte, maar wij luisterden niet!’ (Gen.42:21).

1. Ben je ook wel eens bedrogen uitgekomen met anderen? Hoe was jouw reactie?

2. Hoe ga je om met ergernis, jaloersheid en kwaadheid?

3. Heb je ook wel eens diep in de put gezeten? Hoe kwam dat? Hoe kwam je eruit?

 ***

Dag 76. Wikkel jezelf niet in een slachtofferrol

In Gen.37:31-35 zien we het bedrog, de hardheid, maar ook de angst van de oudste zonen van Lea, namelijk Ruben, Simeon, Levi en Juda. We lezen in deze verzen: ‘Toen namen zij het gewaad van Jozef, slachtten een geitenbok en dompelden het gewaad in het bloed. Zij stuurden het veelkleurige gewaad naar hun vader en zeiden: Dit hebben wij gevonden. Kijk toch eens of dit het gewaad van uw zoon is of niet. Hij herkende het en zei: Het is het gewaad van mijn zoon.  Een wild dier heeft hem opgegeten. Jozef is ongetwijfeld verscheurd. Toen scheurde Jakob zijn kleren, deed een rouwgewaad om zijn middel en rouwde vele dagen om zijn zoon. Al zijn zonen en al zijn dochters stonden op om hem te troosten, maar hij weigerde zich te laten troosten en zei: Voorzeker, ik zal treurend naar mijn zoon in het graf afdalen. Zo beweende zijn vader hem.’

Toen zijn zonen naar Egypte gingen om koren te kopen, zat de angst er bij Jakob nog diep in. (Zie dit maar in Gen. 42:4, 36, 38.) Hij komt in vers 36 tot de moedeloze uitspraak: ‘Al deze dingen zijn tegen mij!’ Als Benjamin een ongeluk zou overkomen op de weg, en dus ook niet zou weerkeren, dan zou dit te veel zijn voor Jakob. Hij geeft aan (in vers 38): ‘Dan zullen jullie mijn grijze haar met verdriet in het graf laten neerdalen.’

Jakob is daarna waarschijnlijk zo’n 22 jaar in een depressieve, rouwende toestand gebleven. Je kunt dat ook opmaken uit latere uitspraken van hem.

Je kunt  jezelf in een cocon van zelfbeklag gaan inwikkelen, waar je niet meer uitkomt. De broers van Jozef hadden zich ook vastgedraaid in een cocon van leugens en bedrog. Daarbij moesten ze toezien dat hun oude vader verstrikt zat in een cocon van rouw en verdriet. De waarheid konden ze niet aan het licht brengen. Wie kon daar nog een verlossend woord brengen?

Geef je niet over aan zelfbeklag

Joden zeggen dat de Klaagmuur altijd open is. Zij beklagen daar het gemis van de tempel. Ze treuren al eeuwen om wat ze verloren hebben. Je kunnen zelfbeklag gaan omhelzen als een grote steen van jouw klaagmuur. Je raakt er niet uitgehuild.

Veel verslaafde en depressieve komen maar niet los van de pijn van het verleden. Ze staan met hun rug tegen de muur van een pijnlijk verleden. Je kunt ontsnappen door de poort van ‘belijden, loslaten, vergeven’. Je mag je last bij Jezus neerleggen, Die buiten de poort heeft geleden (Hebr. 13:12).

Teun Stortenbeker geeft aan in zijn boek: ‘Een zonde uit het verleden blijft altijd aanwezig zolang we hem  niet openlijk hebben beleden. Ik verbaas me er soms over hoe mensen de meest vreemde omwegen bewandelen om maar niet geconfronteerd te hoeven worden met hun zonden. Eén van de manieren is om je te verschuilen achter de dingen die jou zijn aangedaan.’

1. Heb jij jezelf wel eens gewikkeld in een slachtofferrol? Hoe kwam dat zo?

2. Hoe kun je in een cocon van zelfbeklag en negatief denken terechtkomen?

3. Je kunt ook vast komen te zitten in een cocon van leugens en bedrog. Hoe kun je daar het beste uitkomen?

***

Dag 77. Laat je bevrijden uit de macht van het kwaad

We hebben te maken met kwellende macht van het kwaad en de geneigdheid tot zonde. En zo krijg je te maken met de voortdurende gevolgen. Ook gelovigen hebben nog te maken met de strijd tegen de zonde. Paulus beschrijft het in Romeinen 7. Hij wilde goed doen, maar werd gehinderd door de zonde in hem, zoals hij aangeeft in vers 19: ‘Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik.’ Door de macht van het kwaad werd hij tot gevangene gemaakt van de wet van de zonde in zijn leden (zie vers 23). Je kunt gevangen zitten in een metalen cocon  van het kwaad.

In de behandeling door Jozef van zijn broers in Egypte drong hij eerst door in de gesloten cocons van zijn broers. Het kwaad moest aan het licht komen, de weerstanden gebroken en het berouw tevoorschijn komen. Jozef begon streng. De noten moesten worden gekraakt, om de bruikbare inhoud eruit te kunnen halen.

Het kwaad uit het verleden kan ons achtervolgen, zoals in het leven van Jakob en de broers van Jozef. We hebben Jezus, de Behouder van het leven nodig. Hij is de Heiland: de Bevrijder en Heler.

Zit je nog vast in een cocon van zonden, zelfbeklag of vroomheid? Kun je niet tot overgave komen, om je oude leven te verliezen, en om een nieuw leven met Jezus te ontvangen? Kom maar tevoorschijn…. Laat je redden!

Er is een verschil tussen het leven in de zonde en het achtervolgt worden door een zondig verleden. De zonde kan je nog regelmatig overvallen. Je kunt ook de zonde bewust opzoeken. Je kunt God liefhebben boven alles en toch door de zonde worden verleid. Je kunt de zonde haten, terwijl de zonde je niet met rust wil laten. Je komt dat tegen bij Paulus in Romeinen 7.

Gelukkig volgt Rom. 8, waarin we zien dat er toch overwinnen mogelijk is door het werk van de Heilige Geest in ons. Het verleden en de zonde kan tegen ons getuigen, maar we lezen in Rom. 8:31: ‘Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?’ En in vers 37: ‘Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.’ De gelovigen mogen met recht zeggen: ‘Wie zal ons kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus onze Heere’ (lees Rom. 8:38-39).

1. Welke zaken uit het verleden houden je innerlijk nog gevangen?

2. Lees Rom. 7:14-26. Waarom kan deze strijd nog in een gelovige aanwezig zijn?

3. Woont de zonde nog in je of leef je nog in de zonde? Wat is het verschil?

4. Lees Rom. 8:31-39. Hoe kun je volgens deze teksten toch ook overwinnaar zijn?

***

Dag 78. Hoe kom je met Jozef uit de put?

We lezen in Gen. 37:28: ‘Toen er Midianitische kooplieden voorbijkwamen, trokken en tilden zij Jozef uit de put en  verkochten zij Jozef voor twintig zilverstukken aan de Ismaëlieten. Die brachten Jozef naar Egypte.’ In vers 36 lezen we het vervolg: ‘De Midianieten verkochten hem in Egypte aan Potifar, een hoveling van de farao en het hoofd van de lijfwacht.’

Hoe ging Jozef daarna om met zijn vernedering en ellende in Egypte? Jozef kwam door onrecht en leugen in de gevangenis, ook ‘een kuil’ genoemd. (Hij kwam dus weer in een put.) Hoe kon hij ook daar op God blijven vertrouwen? Jozef verloor niet de toewijding en werd een krachtig leider. Als je God verwacht, ontvang je nieuwe kracht (Jes. 40:31).

Jozef overwon zijn afwijzing, onrecht, verlating van familie en de verleiding tot zonde in Egypte. Hij bleef zijn best doen in verdrukking en wilde niet zondigen tegen God.
Hij bleef oprecht, koesterde geen wrok, met liefde tot God en mensen.

Jozef werd beproefd in de kuil. ‘De belofte van de HEERE heeft hem daar gelouterd’ (Psalm 105:19). Je kunt dus door het werk van God sterker uit de put komen.
Jakob keek naar zijn gemis, maar Jozef keek op naar God en uit naar zijn naaste. Hij mocht daarna de dromen van Farao uitleggen en werd onderkoning over Egypte. Tijdens de zeven jaren van honger heeft hij Egypte en ook Israël in leven kunnen houden.

God heeft de dromen van Jozef laten uitkomen. Hij werd de Behouder van het leven (de Zafnath Paänéah). Hij verzamelde het koren om uit te kunnen delen in de hongersnood. Zo is Jezus ‘het Brood des levens’: de grote Behouder van het leven.

Jozef is hierin een type van Jezus, Die voor de gelovigen de Behouder van het leven is. Hij kan je bevrijden uit de cocon van de zonde, je emotionele gevangenis, geestelijke honger en andere problemen waarin je verstrikt kunt zijn.

1. Lees Psalm 105:16-21. Waarom werd Jozef vernederd en verhoogd? Wat kunnen we hierover leren uit dit tekstgedeelte van deze psalm?

2. Waarom kunnen we ons beter richten op het plan van en de beloften van God dan op onze gevoelens en of op de omstandigheden?

***

Dag 79. Valse vroomheid ontmaskerd

De broers kwamen tijdens de hongersnood naar Egypte om koren te kopen. Zij herkenden Jozef niet in zijn verschijning als Egyptische vorst. Hij sprak hen hard en streng aan en beschuldigde hen als spionnen. We lezen de geschiedenis in Gen. 42:6-11. De broers verweerden zich, zoals we lezen in vers 11: ‘Nee, mijn heer, uw dienaren zijn gekomen om voedsel te kopen. Wij zijn allemaal zonen van één man; wij zijn eerlijke mensen, uw dienaren zijn geen spionnen.’ (In de Statenvertaling staat er voor eerlijke mensen: ‘Wij zijn vroom’.)

Jozef hield echter vol dat ze spionnen waren en zette ze in de gevangenis. Hij deed hen beleven wat ze hem hadden aangedaan. Waarom handelde Jozef zo hard met hen? Hij oefende druk op hen uit om de zonde in herinnering te brengen. Hij beproefde hen, om te kijken of ze nog zo hard en afwijzend waren naar hem en Benjamin. Hij wilde waarschijnlijk ook ontdekken hoe het met zijn vader was, of ze nog aan hem dachten en berouw hadden van hun misdaad. Hij ging met hen terug naar het verleden, om het kwaad op te halen en weg te kunnen nemen (te vergeven).

Zij deden zich schijnheilig voor als eerlijke mannen, door te zeggen: ‘Wij zijn vroom’. Zij deden ook voorkomen alsof ze uit een degelijke gezinssituatie kwamen, met een oude vader, een jongste broer en een zoon ‘die helaas werd gemist’. Het is duidelijk dat Jozef dit aan de kaak stelde. Hij hield niet van vrome smoesjes, maar wilde de waarheid en het berouw boven water krijgen. Het Hebreeuwse woord ‘kenim’ betekent ‘eerlijk zijn in spreken en handelen’. Dat is volledig in tegenspraak met hun leugens, bedrog en handelen naar Jakob en het gezin toe. Het kan lang duren voordat iemand eerlijk wordt!

 Na drie dagen gevangenis kwam het berouw tevoorschijn. We lezen erover in Gen. 42:17-24: ‘En hij hield hen gezamenlijk drie dagen in hechtenis. Op de derde dag zei Jozef tegen hen: Doe dit, zodat u in leven blijft, want ik vrees God. Als u eerlijke mensen bent, laat dan een van uw broers gevangen blijven in het huis waar u in hechtenis bent. U echter, ga koren brengen om de honger van uw gezinnen te stillen. En  breng uw jongste broer naar mij toe; dan zullen uw woorden bewaarheid worden, en zult u niet sterven. En zij deden zo. Toen zeiden zij tegen elkaar: Werkelijk, wij zijn schuldig vanwege onze broer. Wij zagen zijn zielsbenauwdheid toen hij ons om genade smeekte, maar wij luisterden niet! Daarom komt deze benauwdheid over ons.  Ruben antwoordde hun: Heb ik het jullie niet gezegd: Bezondig je niet aan deze jongen! Maar jullie luisterden niet; zie, nu wordt er vergelding geëist voor zijn bloed! Zij wisten echter niet dat Jozef het verstond, want er was een tolk tussen hen. Toen wendde hij zich van hen af en huilde.’

1. Wat vind je van de harde behandeling door Jozef van de broers? Wanneer kan het goed zijn als je eens hard aangepakt wordt?

2. Ben je altijd eerlijk wel geweest? Kinderen beneden de tien jaar kunnen uit angst iets verbergen en daarom liegen. Waardoor kunnen ook oudere mensen lange tijd iets verbergen en er niet eerlijk mee voor de dag komen? 

3. Waarom is oprecht berouw een goede en bevrijdende ervaring? Herken je dat?

***

Dag 80. De waarheid zal je vrijmaken

Ik zie in het behandelen van Jozef van zijn schuldige broers een overeenkomst met de behandeling die je kunt krijgen als je tot geloof en bekering komt. Het werk van God, Jezus en de Heilige Geest wordt nogal eens uitgebeeld in de verhalen van het Oude Testament.

Je ziet dat al bij de roeping van Abraham, de vader van de gelovigen. Hij leerde te gaan op de beloften van God. In de geschiedenis van Jakob en Jozef kun je leren hoe het kwaad kan worden overwonnen en breuken worden herstel. Je ziet daarin ook hoe er aan een verloren leven met mislukkingen een nieuwe toekomst kan worden toegevoegd. Door Jozef wordt Jakob hersteld en Israël behouden. Aan het leven van Jakob werd door de genade van God een gelukkig hoofdstuk toegevoegd. De geschiedenis van Jakob werd daardoor de geschiedenis van Jozef.

Dat kan ook bij jou gebeuren, ook al lijkt je leven tot hiertoe mislukt. Het vuil uit je vorige leven moet echter wel aan het licht komen en worden opgeruimd. Dat hoort bij de waarheid, die je vrijmaakt. Je ziet dat ook bij Jozef en zijn broers.

Het vuil mag niet onder het vloerkleed worden geveegd. De kamer moet worden gereinigd en vernieuwd voor een nieuwe bewoner. Zo gaat het ook als je tot geloof en bekering komt, als Jezus bij je binnenkomt.

Jezus staat aan de deur van je hart

We lezen de volgende opmerkelijke woorden van Jezus in Openbaring 3:19-20: ‘Ieder die Ik liefheb, wijs Ik terecht en bestraf Ik. Wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.’

Als je dit betrekt op de behandeling van Jozef met zijn schuldige broers, kun je wel begrijpen dat zijn strengheid terecht was. Als er nog onopgeloste onenigheid, bedrog, onrecht en onoprechtheid is, kun je niet gelukkig bij elkaar zijn aan een feestmaaltijd. Daarom moet je eerst alles uitpraten, eerlijk belijden, vergeven en goedmaken. Tegenstanders en rivalen kunnen dan vrienden worden. Jaloezie, angst en boosheid  kunnen worden overwonnen door vergevende liefde.

1. Waarom moet het vuil in je leven worden opgeruimd ‘en niet onder het vloerkleed worden geveegd’?

2. Waarom huilde Jozef ? (in Gen. 42:24, in Gen. 45:2 en in Gen. 50:17.)
Jezus weende bij de intocht in Jeruzalem in Lukas 19:41, toen ze niet onderkenden dat Hij naar hen omzag. Wat zegt het ons?

3. In Joh. 8:32 leert Jezus ons dat de waarheid je zal vrijmaken. Hij geeft verder aan in vers 34: ‘Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde.’ In vers 36 verzekert Hij ons: ‘Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.’ Wat zeggen deze woorden van de Zoon van God jou?

***

Dag 81. Hoe schuldig waren ze?

We gaan kijken hoe Jozef het verder aanpakte met zijn broers. Hoe schuldig waren de broers? Wie het meest? Wie was de hoofdschuldige? Nadat Jozef zich ontroerd had afgewend, herstelde hij zich in zijn strenge behandeling. We lezen erover in Gen. 42:24: ‘Daarna keerde hij naar hen terug en sprak met hen; hij nam Simeon uit hun midden en liet hem voor hun ogen vastbinden.’ Waarom bleef Simeon gevangen?

In het handelen van Jozef met de broers zie je, dat hij ze in soortgelijke moeilijke omstandigheden brengt als waarin zij hem vroeger hadden gebracht. Ze herinnerden zich daarom ook de angst en het geroep van Jozef in de put. Jozef zat in Egypte ook in een kerkerhol, waarschijnlijk ook een grote ronde put met traliewerk aan de bovenkant. In Gen. 40:15 noemt Jozef zijn kerkerhol een put (in het Hebreeuws: ‘babbor’ = ‘in de put’).

Je ziet in Gen. 42:24 dat hij Simeon zwaarder aanpakt. Dat zal Jozef niet zonder reden hebben gedaan. Als er een rechtszaak tegen de vier broers zou worden gehouden, zou Jozef de beste getuige kunnen zijn. Hij was het levende bewijs. De oudste broer Ruben was wel verantwoordelijk, maar zal niet hebben kunnen opgebokst tegen de harde mannen Simeon en Levi, die daarvoor al de mannen van Sichem op een gemene wijze hadden gedood (Gen. 34:24-26).

Ruben wilde Jozef nog wel redden van de dood en uit de put (Gen. 37:21-22, 29-30). Juda stelde voor om Jozef te verkopen, waardoor hij ook voorkwam dat hij werd gedood (Gen. 37:26-27). Simeon kan dus goed de hoofdschuldige zijn geweest.

De andere broers gingen na deze eerste ontmoeting met onderkoning Jozef terug naar vader Jakob in  Kanaän (Gen. 42:25-26). De broers namen op hun tweede reis naar Egypte Benjamin mee. Jozef wilde toen ook hun houding ten opzicht van Benjamin onderzoeken. Wat zouden ze met Benjamin doen als er problemen zouden komen? Waren ze veranderd ten opzichte van een jongere broer, ook een zoon van Rachel?

Jozef ging weer met hen terug naar het verleden, om het recht te zetten, in de weg van ontdekking, belijdenis en vergeving. Hij beproefde hen door zijn zilveren beker in de korenzak van Benjamin te laten verstoppen. Je kunt het lezen in Gen. 44. Ze werden op de terugweg achterhaald door de knechten van Jozef. Niet lang daarna stonden ze weer als ‘schuldigen’ voor Jozef. Waarom hield Jozef de spanning erin? vooral toen zijn beker werd gevonden bij Benjamin?

1. Waarom is het goed om het weggestopte verleden weer te beleven, om het zodoende weer op te diepen? Heb je de oorzaken van problemen in je leven ontdekt?

2. Wat vind je van het wijze handelen van Jozef met zijn broers. Wat wilde hij hiermee bereiken?

3. Is de zwaarste steen al boven water gehaald in je leven? Ben je er lichter van geworden?

4. Waarom is Jezus ‘het levende bewijs’ van onze schuldigheid? Wat zegt dat je?

***

Dag 82. Juda werd borg. Hoe komen wij vrij?

Juda gaf zich als borg over in de plaats van Benjamin. Hij zei tegen Jozef in Gen. 44:32-34: ‘Uw dienaar heeft zich namelijk bij mijn vader borg gesteld voor de jongen, door te zeggen:  Als ik hem niet bij u terugbreng, dan sta ik alle dagen bij mijn vader in de schuld. En nu, laat uw dienaar toch in plaats van deze jongen de slaaf van mijn heer blijven, en laat de jongen met zijn broers gaan. Hoe zou ik immers bij mijn vader terug kunnen keren, als de jongen niet bij mij is? Anders zou ik de ellende moeten zien die mijn vader zal treffen.’

Hiermee was het bewijs van berouw, de positieve verandering en de belijdenis voor Jozef voldoende. De broers hadden de les begrepen. De zonden van het verleden waren daarmee rechtgezet. Juda gaf zichzelf daarbij over als borg voor Benjamin. Er was toen ook ruimte voor genade, vergeving en verzoening. Het werd Jozef zelfs teveel om zich nog verborgen te houden. Juda is hierin een type en voorafschaduwing van Jezus en Zijn verlossend werk als Borg de gelovigen. Jezus heeft Zich volledig onschuldig als Borg gesteld voor schuldige zondaren. Heb je dat door? De strenge veroordeling verdwijnt als Jezus voor je geloofsoog verschijnt. Is Jezus de Redder voor mij, dat spreekt de Rechter spreekt je mij vrij.

Jozef maakte zich bekend

In Gen. 45 zien we dat Jozef zich bekend maakt aan zijn broers en dat hij  Benjamin omhelst. We lezen in Genesis 45:1-5: ‘Toen kon Jozef zich niet meer bedwingen voor allen die bij hem stonden, en hij riep: Laat iedereen van mij weggaan. Er stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broers bekendmaakte. Hij huilde zo luid  dat de Egyptenaren en het huis van de farao het hoorden. Jozef zei tegen zijn broers: Ik ben Jozef! Leeft mijn vader nog? Maar zijn broers waren niet in staat om hem antwoord te geven, want zij waren door schrik voor hem overmand. Jozef zei tegen zijn broers: Kom toch dichter bij me! En zij kwamen dichterbij. Toen zei hij:  Ik ben Jozef, jullie broer,  die jullie naar Egypte verkocht hebben. Maar nu,  wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet in toorn ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven.’

Jozef verklaart verder in Gen. 45:6-13 het plan van God met zijn leven en Israël in de tijd van hongersnood. Hij zou ze onderhouden in het land van Gosen, bij de Nijl in Egypte. Ze moesten snel hun oude vader Jakob gaan halen.

1. Hoe kwam het tot vergeving, verzoening en herstel bij de broers en Jozef?

2. Hoe zie je hierin het genadig handelen van God? Weet je wat God van je wil?

3. Toen Juda zich borg stelde voor Benjamin, kon Jozef zich niet meer bedwingen en maakt hij zich als redder bekend aan de broers. Wat laat dit zien van het werk van Jezus? Wat doet God als we onszelf in geloofsovergave tot Jezus komen?

***

Dag 83. Nieuw leven door Jozef

Lezen Gen 45:25-28 en 46:28-30.

De 130-jarige Jakob kon het eerst niet geloven dat Jozef nog leefde en regeerder in Egypte was. We lezen ervan in Gen. 45:26: ‘Toen vertelden zij hem: Jozef leeft nog! Hij is zelfs heerser over heel het land Egypte! Toen bezweek zijn hart, want hij geloofde hen niet.’ Maar toen hij de wagens van Jozef zag, ‘leefde de geest van hun vader Jakob op’ (vers 27). We lezen verder in vers 28: ‘En Israël zei: Genoeg! Mijn zoon Jozef leeft nog! Ik zal gaan, ik wil hem zien voordat ik sterf.’ Hij hoefde zich vanaf dat moment maar te laten meenemen naar Egypte, om daar goed verzorgd en in de nabijheid Jozef nog 17 jaren te leven.

Eindelijk was de oude Jakob toen uitgewerkt en mocht de nieuwe Israël in de overwinning van Jozef delen. Dat is een voorbeeld van ‘het overwinningsleven’ in Jezus Christus, de eeuwige Koning! We lezen in Gen. 47:27: ‘Zo woonde Israël in het land Egypte, in de landstreek Gosen. Daar verwierven zij bezit. Zij waren vruchtbaar en werden zeer talrijk.’

1. We hebben eerder het gemis en de depressie van Jakob gezien. Hij wilde zijn eigen problemen oplossen, totdat hij was uitgewerkt en de moed opgaf. Herken je dat?

2. Intussen was Jozef voor hem aan het werk als de Behouder van het leven. Zo heeft Jezus het werk voor ons behoud volbracht. Nu wil Hij uitdelen en helen, zoals we lezen in het Evangelie. Wil je het ontvangen? of ben je nog niet uitgewerkt?

3. Jezus heeft op het cruciale moment zich borg gesteld voor de gelovigen. Hij heeft de schuld van de mens bij God op Zich genomen en volkomen voldaan. We lezen ervan in Jesaja 53:11-12 dat Hij als de Rechtvaardige de ongerechtigheden en zonden van velen gedragen heeft. Door Zijn striemen is er voor ons ook genezing gekomen (Jes. 53:5). Heb je ook vergeving en heling nodig?

4.  Jakob kon het eerst niet geloven, maar toen hij de wagens van Jozef zag, leefde zijn geest op, en liet hij zich meevoeren, om door Jozef te worden onderhouden. De wagen van de genade staat nu voor ons gereed. Waarom zou je niet instappen?

***

Dag 84. Heb je ook rust gevonden in de wil van God?

Er was rivaliteit, jaloersheid en strijd tussen de vrouwen Lea en Rachel en hun kinderen, vooral ook omdat Jakob meer gesteld was op Rachel. Na het overlijden van Rachel trok hij Jozef voor. Jakob beschermde na het verdwijnen van Jozef angstvallig Benjamin. Aan het eind van zijn leven gaf hij aan, dat hij bij zijn familie en Lea begraven wilde  worden in de grot van Machpela in het beloofde land Kanaän. Jakob vond uiteindelijk rust in de wil van God.

Heb je ook je eigen voorkeuren laten rusten door je over te geven aan het plan van God met jouw leven? Geloven is jezelf onderwerpen aan de wil van God. Geloven is het werk van God doen en toelaten in je leven. De Joden vroegen aan Jezus in Joh. 6:28: ‘Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God mogen verrichten?’ Jezus antwoordde hen (in vers 29): ‘Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft.’ Geloven is luisteren naar God en Hem gehoorzamen. Geloven is: Jezus toelaten in je hart en de Heilige Geest in je laten werken. Jezus nodigt ons uit in Matth. 11:28-30: ‘Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mij juk is zacht en Mijn last is licht.’

Lea was de moeder van Juda, waar uiteindelijk de Messias uit zou voortkomen. Lea loofde God in de naamgeving van Juda. Juda heeft zich op de cruciale momenten bij Jakob en Jozef borg gesteld voor Benjamin. Hij heeft uiteindelijk de eerste zegen ontvangen. Uit zijn nageslacht is Jezus Christus voortgekomen. Jakob gaf hem in Gen. 49:8 de volgende zegen van God door in Gen. 49:8: ‘Juda, jij bent het, jou zullen je broers loven!’ Hij mocht verder de Messias aankondigen, zoals we lezen in vers 10: ‘De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen.’ Silo kan worden vertaald met ‘rust’. Er wordt aangenomen dat de naam Silo als persoon de rustaanbrenger, de vredestichter betekent. Jezus is de Vredevorst (Jes. 9:5).

Uiteindelijk is Jakob dus ook tot rust gekomen in de wil van God voor zijn Lea en Juda. Israël kwam tot rust in de vruchtbare landstreek Gosen bij de rivier de Nijl. Als je tevreden bent, kun je tot tot rust en tot bloei komen. Israël werd daarbij bijzonder bevoorrecht. We lezen in Gen. 47:27-28: ‘Zo woonde Israël in het land Egypte, in de landstreek Gosen. Daar verwierven zij bezit. Zij waren vruchtbaar en werden zeer talrijk. Jakob leefde nog zeventien jaar in het land Egypte, zodat de dagen van Jakob, de jaren van zijn leven, honderdzevenenveertig jaar waren.’

1. Heb je de wil van God voor jouw leven al ontdekt? Heb je toen ook oude voorkeuren opgegeven? Welke dan?

2. Hoe kun je naar God luisteren en de Heilige Geest in je laten werken?

3. Ben je vermoeid en belast tot Jezus gekomen? Heb je daar ook rust gevonden voor je ziel? Is je leven bij de Vredevorst ook tot bloei gekomen?

***

Dag 85. Leven door Jozef en Leven door Jezus

Jozef zorgde in Egypte goed voor zijn vader en voor allen die bij hem waren. Jozef geeft aan in Gen. 45:6-8: ‘Deze twee jaren is er immers honger geweest in het midden van het land, en er komen nog vijf jaren waarin er geen ploegen of oogsten zal zijn. God heeft mij vóór jullie uit gezonden, om voor jullie een overblijfsel veilig te stellen op aarde, en jullie door een grote uitredding in leven te houden.  Nu dan, niet jullie hebben mij hiernaartoe gestuurd, maar God.’ 

We lezen in Gen. 47:13-14: ‘Er was in heel het land geen brood meer, want de honger was zeer zwaar, en het land Egypte en het land Kanaän raakten uitgeput door de honger. In ruil voor het koren dat men kocht, zamelde Jozef al het geld in dat in het land Egypte en in het land Kanaän te vinden was. Jozef bracht dat geld naar het huis van de farao.’ Daarna gaven de Egyptenaren hun vee voor het koren van Jozef. Toen de hongersnood bleef aanhouden, verkochten ze hun grond. Uiteindelijk werd het land het eigendom van farao. De priesters hielden hun grond. Allen werden onderhouden door Jozef. De Egyptenaren dienden farao als onderhorige knechten (slaven) en werden door Jozef onderhouden. Zij kregen ook zaad voor de akkers. Zodoende konden ze overleven en konden er weer oogsten in de toekomst komen.

Op deze wijze leveren gelovigen ook steeds meer in van hun oude leven, om onderworpen aan God alles te ontvangen wat ze nodig hebben. Jezus Christus heeft door Zijn werk alles verworven waarvan wij kunnen leven. Zijn genade is ons genoeg. Paulus noemde zich ook een dienstknecht van Christus, een slaaf (in het Grieks: doulos) van zijn Meester. Je hebt dan vrijheid in gebondenheid aan de ruimte die God je geeft. Dan ben je in het element waarin je vrij kunt bewegen en (op)ademen. Het is net als bij een goudvis in grote kom met water. Het lijkt voor een buitenstaander een enge ruimte. Maar als je hem naast de kom legt, dan kan het dier niet leven.

In het Oude Testament werkten de Joden de hele werkweek en konden ze op de zevende dag daarvan leven en (uit)rusten. In het Nieuwe Testament zien we vanaf de Handelingen dat de gelovigen de eerste dag van de week hun geestelijke voorraad meekrijgen van bij Zijn opstanding door Jezus is vrijgekomen. Daarna komt de werkweek waarin we leven van wat Hij heeft verworven voor ons. Het is een leven en werken uit dankbaarheid. Jezus is voor de gelovigen ‘het Brood des levens’.

1. Heb je ook (geestelijk) gebrek geleden in de oude leven? Waardoor kwam dat?

2. We lezen in Joh. 6:27 dat Jezus aangeeft: ‘Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal.’ Ben je gaat hongeren naar het Woord van God? Jezus is het Brood des levens.

3. Lees Joh. 6:27-35, 48-51. Jezus verklaart in vers 33: ‘Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben.’ In vers 51 leert Hij ons: ‘Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.’ Ben je al verzadigd met het Brood des levens en leef je door Hem?

***

Dag 86. Is je failliete bedrijf al door God overgenomen?

Zoals Israël werd opgenomen in het rijk Egypte, onder het bewind van Jozef, zo  dienen we ook te worden opgenomen in het Koninkrijk van God. Je failliete zaakje wordt dan overgenomen door Koning Jezus. Als we tot geloof en bekering zijn gekomen, zijn we binnen Zijn rijk gekomen. Ons failliete bedrijf is dan als het ware overgenomen door het wereldomvattende, grote bedrijf  van God.

Is jouw failliete bedrijf al toegevoegd aan het Koninkrijk van God? Ben je betrokken bij de zaak van Jezus Christus?

Het is een zaak van genade, dat onze verloren zaak wordt overgenomen. Jezus en de Heilige Geest zijn daarin ‘zaakwaarnemer’. Hij neemt onze zaken waar en leidt ons door de Heilige Geest. In het Grieks is dat een ‘Parakletos’. Je kunt dat vertalen met: Trooster, Helper, Advocaat, Voorspraak, Pleitbezorger, Zaakwaarnemer, Iemand die erbij geroepen is. Over zowel Jezus als de Heilige Geest (de andere Trooster) wordt gesproken in de Bijbel over een Parakleet.

Je ziet in Genesis dat Jozef hierin ook een type van Jezus is, vooral ook in het werk dat hij deed als zaakwaarnemer, helper en trooster van zijn vader en broeders.

De familie en herders van Jakob leden onder de hongersnood. Het was een aflopende zaak, met een failliete boedel op een aantal onderdelen: het ging op geestelijk, moreel, psychisch en aards welzijn niet goed met de familie van Jozef.

Door de zonde is dat ook het beeld en de toestand van de mens geworden. Als er niets veranderd, wordt het dan een aflopende zaak. Een verleid, gevallen en belast mens kan zichzelf ten diepste niet helpen, maar hij moet zich laten helpen. We zijn van nature niet in staat om onszelf te bevrijden en te herstellen. Voor God zijn wij door de zondeval failliet verklaard, zodat wij geen eigen vermogen hebben om onze schuld te kunnen betalen. Alleen wat ons wordt toegevoegd, zal ons kunnen redden.

God is zo genadig dat Hij het failliete bedrijf van ons wil overnemen. Het is zoals bij een fietsenzaak die door wanbeleid failliet gaat. De fabriekseigenaar neemt deze zaak over. De oude eigenaar komt daarbij in dienst bij de nieuwe eigenaar als een soort afdelingsmanager van het onderdeel reparatie fietsen. Hij mag ook fietsen verkopen, maar moet alles opgeven aan zijn baas. De nieuwe eigenaar regelt het verdere zakelijke gedeelte, terwijl de ondergeschikte oude eigenaar verantwoording moet afleggen van het werk dat hij doet. Het gaat goed zolang hij zich houdt aan de nieuwe afspraken. Als hij stiekem weer andere zaakjes gaat regelen, zoals vroeger, dan kan het weer mis gaan. Als hij de instructies van zijn baas goed opvolgt, gaat het goed met de zaak.

Zo nam dus Jozef tijdens de hongersnood het werkvolk en de Israëlieten in Egypte over, om ze te behouden en te onderhouden in vanuit zijn voorraadschuren. Hij nam het gewone volk, hun land en dieren over. Zijn onderdanen werken voor hem en de farao, terwijl Jozef hen onderhield.

1. Wat spreekt je aan in de vergelijking van het failliete bedrijf dat wordt overgenomen met Jozef in Egypte en het toegevoegd worden aan het Koninkrijk van God?

2. Ben je geestelijk wel eens ‘failliet’ gegaan en toen ook overgenomen? Hoe dan wel?

3. Wat kan Jezus voor jou betekenen als Trooster, Helper, Advocaat, Voorspraak, Pleitbezorger, Zaakwaarnemer, Iemand die erbij geroepen is (als de Parakleet).

4. Jezus werkt in ons door de Heilige Geest als de Parakleet: de Trooster, Die Hij tot ons gezonden heeft (zie Joh. 16:7). Hij is ook de Geest van de waarheid, Die ons het nodige uitlegt, het uit Jezus neemt en ons verkondigt (lees Joh. 16:13-15). Wat betekent dat voor jou?

***

Dag 87. Troost en bemoediging

We zien in Gen. 50:15-18 wat er gebeurde na de dood van Jakob: ‘Toen de broers van Jozef zagen dat hun vader dood was, zeiden ze: Als Jozef ons haat, zal hij ons zeker al het kwaad dat wij hem aangedaan hebben, vergelden. Daarom lieten zij tegen Jozef zeggen: Uw vader heeft voor zijn dood deze opdracht gegeven: Dit moeten jullie tegen Jozef zeggen: Och, vergeef toch de overtreding van uw broers en hun zonde, want zij hebben u kwaad gedaan. Maar nu, vergeef toch de overtreding van de dienaren van de God van uw vader. Jozef huilde toen zij zo tot hem spraken. Daarna gingen ook zijn broers naar hem toe. Zij vielen voor hem neer en zeiden: Zie, wij zullen u tot slaven zijn.’

In Gen. 50:19-21 laat Jozef zich zien als de Behouder van het leven. We lezen in deze teksten: ‘Jozef zei daarop tegen hen: Wees niet bevreesd, want sta ik soms  op de plaats van God? Jullie weliswaar,  jullie hebben kwaad tegen mij bedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, om te doen zoals het op deze dag is: een groot volk in leven te houden. Nu dan, wees niet bevreesd. Ikzelf zal jullie en jullie kleine kinderen onderhouden. Zo troostte hij hen en sprak hij naar hun hart.’

In Gen. 50:22 wordt over hem vermeld: ‘Jozef bleef in Egypte wonen, hij en het huis van zijn vader; Jozef leefde honderdtien jaar.’

1. Het schuldbesef van de broers kwam weer boven, met de angst dat hun kwaad alsnog zou worden vergolden door Jozef. Kenden ze Jozef en de genade van God wel goed genoeg? Heb je ook nog last van schuldbesef en angst voor straf? Waarom?

2. Is het terecht om dit nog te hebben als je weet dat God je al eerder in liefde heeft aanvaard en je zonden heeft vergeven? Hoe kun je dat weten?

3. Lees Romeinen 8:31-39. Wat spreekt je aan in deze teksten? Kan een kind van God en een gelovige in Jezus Christus nog wel worden aangeklaagd door anderen of door zichzelf (in het geweten)?

4. Als God onze overtredingen heeft vergeven heeft Hij ‘het handschrift dat tegen ons getuigde uitgewist en weggenomen door het aan het kruis te nagelen (volgens Kolos. 2:13-14). Dit handschrift (in het Grieks: cheirographon) is een document met opgetekende schulden, een schuldbekentenis. De wet verklaart ons hierin schuldig, maar door het offer van Jezus aan het kruis is deze schuld voor de gelovigen voldaan. Kun je dat voor jezelf ook geloven en aanvaarden?

5. Jozef wees zijn broers op het plan van God, om Israël te behouden door Jozef. Hij troostte zijn broers en sprak tot hen: ‘Nu dan, wees niet bevreesd.’ Jezus roept de gelovigen ook meerdere malen op om niet bevreesd, bezorgd en verontrust te zijn.

Lees Jeremia 29:11-14a. Het plan van God met zijn volk wordt verwoord in Jer. 29:11, waarin Hij aangeeft: ‘Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven.’ Geloof je dat?

***