Laat je redden als je innerlijk overstroomt

Copyright: Jan A. Baaijens, pastorale hulpverlening.

Je hebt hulp van buitenaf nodig, als je het zelf niet meer aankunt. Dit is het geval als de innerlijke problemen je overspoelen. Dan heb je een geestelijke interventie nodig.

In een serie PowerPoint afbeeldingen met tekst zien hieronder we hoe we kunnen komen tot de ultieme oplossing van problemen waaronder we dreigen te verzinken.

Zelfs als de nood het hoogst is, kan de redding nabij zijn. God is een Helper in de nood! Jezus is als de Heiland de Redder, Bevrijders en Heler van hen die gelovig tot Hem de toevlucht nemen. Daartoe word je in dit artikel opgeroepen…

Laat de hoop niet te laten varen, maar kom aan boord van de reddingsboot van het Evangelie. Daar is ook een plekje voor jouw om te schuilen en te herstellen van je innerlijk pijn. Het komt naar voren in het bemoedigende lied ‘Kom aan boord’.  (Tekst: Ron Schröder & Marianne Busser. Muziek: Lydia Zimmer.) 

Voor de zieken – voor de armen, voor de mensen met verdriet,

voor het kind dat blijft proberen, 

maar toch denkt: het lukt me niet,

voor de zwerver die moet zwerven 

en geen plek heeft waar hij hoort,

is er altijd nog die Ene en die roept: kom maar aan boord!

 

Kom aan boord, 

ook voor jou is er een plekje waar je hoort

laat de hoop niet langer varen, kom aan boord.

sta niet doelloos aan de kant, want er is een hart vol liefde,

pak die uitgestoken hand.

 

Voor het meisje dat blijft denken: alles gaat bij mij steeds mis,

voor de jongen die al vaker uit de boot gevallen is,

voor het kindje dat nog nooit van trouw of liefde heeft gehoord,

is er altijd nog die Ene en die roept: kom maar aan boord!

Kom aan boord.  (2x)

Via de volgende link kun je het lied beluisteren:

YouTube-video Kom aan boord met tekst weergeven

***

En als je innerlijk overstroomt…

Voor ‘geestelijke doe-het-zelvers’ is het moeilijk om hulp te accepteren. Zij kunnen daarom ook ‘onderspit-delvers’worden. In het Evangelie wordt de nodige redding geboden als je geestelijk huis overstroomt. Kun je dat dan ook accepteren?

Angst en zelfhandhaving proberen in eigen kracht staande te blijven in de storm. Trots en verontwaardiging schieten in de verdediging en willen het zelfs volhouden tot het bittere einde. Wie ziet uit naar redding en roept om hulp?

Verderop in het verhaal over het rokende vulkaaneiland zie je dat mensen niet zo gemakkelijk hun vertrouwde eiland verlaten als er een geweldige uitbarsting dreigt. Ze denken dan dat het gevaar wel weer over zal gaan. Ze vertrouwen dan op hun eigen inzichten. Door trots en zelfhandhaving kunnen sommigen het lang volhouden in tijden van geestelijke nood en verslaving, of in een gevaarvolle toestand.

Verlies en gebrek kunnen ons zwaarmoedig en depressief maken. Dat kan innerlijk een uitzichtloze toestand worden. Het is beter om te zoeken naar wegen die ons verder kunnen helpen. De heldere blik van het geloof geeft ons een nieuw perspectief.

Wat kan er verder gebeuren door toenemende druk  in je wankele bestaan, waarin je door golven van negatieve emoties en deprimerende gedachten wordt geteisterd?

Door inbreuk op je emoties komt er afbraak in je geestelijk leven. Je voelt je bedreigt De negatieve emoties krijgen de overhand. Je vraagt jezelf vertwijfeld af: wat zal er nog van me overblijven? Hoe kan ik nog standhouden in deze geestelijke strijd?

Op den duur ben je innerlijk zover overweldigd door de binnendringende golven, dat je de kloof niet meer kunt overbruggen. Je kunt verscheurd zijn van verdriet. Je kunt gebroken van hart zijn. Het wordt tijd dat er hulp van buitenaf komt. Wie kan je helpen en helen? Wie is gekomen om te genezen die gebroken van hart zijn? (Zie Lukas 4:18).

Overstromingen

Op verschillende gebieden op aarde heeft men nogal eens te maken met natuurrampen, orkanen en overstromingen. In Nederland was er een watersnoodramp in 1953. Nog steeds zijn er ernstige overstromingen op aarde.

Hoe het gaat tijdens zo’n overstroming, kun je vergelijken met een innerlijke overstroming op geestelijk gebied. Heel wat mensen maken dit wel eens mee in hun leven. Je wordt dan overspoeld door negatieve gevoelens. Het loopt dan zodanig uit de hand, dat je hulp van buitenaf nodig hebt. Je eigen voorraad raakt uitgeput. Je hebt dan te weinig interne middelen om jezelf uit de crisis te halen.

Bij een innerlijke overstroming komen velen niet zo gauw met hun hulpeloosheid voor de dag. Ze zullen eerst zichzelf proberen te helpen. Werkhanden worden niet zo gemakkelijk biddende handen. Bij de stijgende nood kan iemand zijn gebied gaan verhogen, zoals het gebeurt bij dijken en terpen. Je ziet het op de afbeelding:

In de zoeken naar veiligheid kan men op een terp vervolgens een vesting bouwen. Daarmee ga je jezelf nog meer isoleren. Je kunt angstig gaan wegschuilen in een pantser of achter een masker. Je kunt een muur of een omheining om je heen bouwen.

Kun je door zelfhandhaving, eigenzinnigheid en trots het gevaar van een komende ramp afwenden. Dit kan gaan over een opstormende orkaan, een langdurige regenval of een modderstroom, maar ook over een dreigende vulkaanuitbarsting. Over het laatste gaat het volgende voorbeeldverhaal van het vulkaaneiland en de bewoners.

Het vulkaaneiland

We gaan in gedachten naar een mooi, vruchtbaar eiland, ergens in de Middellandse Zee. Het eiland bestaat niet echt – het is maar een denkbeeldig eiland. Ik plaats het eiland ergens onder Italië. Je weet misschien wel dat er eilanden zijn ontstaan door vulkaanuitbarstingen. Ook dit eiland is meer dan duizend jaar geleden boven water gekomen door een enorme vulkaanuitbarsting. Het eiland is daarom niet zo groot. Rondom een omhooggestuwd steile heuvel bevindt zich een vruchtbare rand van lava-aarde. Het is een prachtig eiland om te zien. In de loop van de tijd hebben zich een aantal mensen gevestigd rondom de vulkaanheuvel. Overal zien we vruchtbomen beladen met heerlijke zuidvruchten.

Bij het grootste dorp is een haventje met een lange aanleg­steiger aangelegd. Dit is wel nodig, want jaarlijks bezoeken duizenden toeristen het be­zienswaardige eiland. De bevolking heeft er wel bij gevaren en overal zie je luxe villa’s staan, met mooi aange­legde tuinen en een prachtig uitzicht op zee.   

Als je op de top van de vulkaanheuvel staat kun je naar bene­den kijken in de diepe krater. In deze krater bevindt zich nog steeds hete, vloeibare lava. Af en toe schieten kleine vlamme­tjes uit de lava omhoog en er zijn steeds wel rookwolken te zien, die boven de heuvel uit warrelen. Soms zijn deze rook­wolken donkerder en groter, maar meestal zijn er maar dunne rooksliertjes te zien. Dit proces zet zich nu al honderden jaren voort.

Op het eiland ver­wacht men echt geen nieuwe vulkaanuitbarsting meer. Vooral de oude bewoners van het eiland zijn goed op de hoogte van de ontwik­kelingen binnen de krater. Zij stellen de mensen op het eiland gerust als de vulkaan weer wat meer gaat roken. Ze hebben dit al zo vaak meegemaakt in hun lange leven.

De laatste tijd is het echter wel raak. Af en toe stijgen donkere, zware wolken omhoog uit de krater. Soms schieten er zelfs enkele vuurvlammen boven de heuveltop uit. Toeristen vertellen het op het vasteland van Italië, en ook deskundigen bespreken de veranderin­gen.

Er wordt een hooggeschoolde vulkanoloog naar het eiland gestuurd om eens poolshoogte te nemen van de situatie. De geleerde arriveert op de aanlegsteiger van het grootste dorp. Zwaar bepakt met moderne (meet)apparatuur loopt hij door het dorp. De mensen komen nieuwsgierig naar hem toe.

Zullen ze de vulkanoloog geloven?

Als hij de reden van z’n komst vertelt, schieten en een aantal in de lach. Ze vinden het grote onzin dat er zoveel moeite wordt gedaan om de vulkaan te onderzoe­ken. Enkele bejaarde inwoners van het eiland hebben allang gezien dat er weer niets aan de hand is. Die hebben er tenminste verstand van. Wat denkt die geleerde professor eigenlijk wel! De meeste eilandbewoners hebben niet zoveel op met al die geleerdheid en die universiteitstheorieën. Als je vele jaren bij de vulkaan hebt gewoond weet je het natuurlijk veel beter…

Ze roepen het de geleerde toe: ‘Ga maar weer gauw terug naar je univer­siteit! Dit is allemaal tijdsverspilling. Je wilt zeker een beetje belangrijk doen met al die apparatuur en ons ‘de ogen uitsteken’ met die telescooplenzen en die uitschuifbare stan­gen. Wij weten echt wel wat er met die vulkaan aan de hand is. Er is nog geen vuiltje aan de lucht met die donkere rookwol­ken.’

Nou, daar kan de onderzoeker het dan mee doen. Hij laat zich echter niet zomaar uit het veld slaan en gaat gewoon in z’n eentje naar de heuveltop. De mensen gaan weer verder met hun werk en bezigheden, terwijl ze niet zoveel aandacht meer besteden aan die geleerde bezoeker.

Aan het eind van de middag komt de geleerde echter in paniek van de heuvel rennen. Hij gebaart wild met z’n handen en roept de mensen bij elkaar voor het verenigingsgebouw. Hij heeft een zeer belangrijke mededeling te doen.

De vulkaan staat op springen!

Snel worden de eilandbe­woners bij elkaar verzameld. Hij schreeuwt het daarna uit: ‘De vulkaan staat op springen! We moeten zo snel mogelijk maken dat we wegkomen van het eiland… Jullie moeten me geloven, want m’n onderzoeken hebben dit duidelijk uitgewezen.’

Hij legt het één en ander uit en maant de mensen aan zich te haasten, want binnen zeer korte tijd kan de vulkaan al tot uitbarsting komen. Slechts een grote, losse steenachtige prop houdt de zaak nog tegen.

De bewoners zijn nu toch wel ge­schrokken van deze mededeling. Wat nu te doen? Gauw gaan een paar bejaarde ‘ervaringsdeskundigen’ de heuvel op, om de zaak ook eens gron­dig te bekijken. De mensen wachten gespannen hun terugkeer af.

Als ze weer in de buurt komen wuiven ze met een glimlach de gevaren van zich af. ‘Allemaal onnodige paniek,’ roepen ze het de mensen toe. ‘Laat die geleerde professor maar gauw terug­gaan naar z’n veilige vasteland,’ gaan ze verder, ‘want dan kunnen wij hier tenminste rustig verder leven.’

Volgens de oude baasjes hebben ze deze toestand met de vulkaan al drie of vier keer in hun leven meegemaakt, maar iedere keer ging het weer gewoon over. De meeste bewoners weten nu genoeg. Ze gaan terug naar hun huizen, nadat de paniekerige professor goed is aangezegd dat hij op deze manier hier niet meer terug hoeft te keren met die bangmakerij.

Wat een ongelofelijke reactie!

De geleerde weet niet hoe hij het heeft. Hij ziet al die onver­schillige mensen, maar ook die kleine lachende kinderen. O, wat verschrikkelijk, denkt hij, moeten nu al deze mensen straks omkomen in een zee van hete lava?

Hij haast zich onthutst naar de aanlegsteiger. Slechts enkele gezinnen gaan snel hun spullen pakken om ook zo spoedig mogelijk te vertrek­ken.

De geleerde keert terug naar z’n huis in Italië, maar hij kan het niet verdragen dat nu al die mensen daar spoedig zullen omkomen. Hij moet wat doen om ze te redden, al kost het hem z’n hele vermogen! Hij neemt zo snel mogelijk een hypo­theek op z’n huis, verkoopt z’n dure auto en neemt al z’n spaargeld op. Voor een groot bedrag huurt hij een kolossaal passagiersschip en laat deze gaan naar het eiland.

De nieuwe reddingsactie

Niet lang nadat hij het eiland heeft verlaten, is hij er weer. Het grote schip wordt afgemeerd voor de aanlegsteiger. Op de voor­plecht van het grote witte schip staat nu de geleerde. De nieuws­gierige eilandbewoners zijn massaal naar de aanlegsteiger gekomen om het opvallende schip te zien. Zo’n groot schip is er nog nooit bij hun eiland geweest. De professor legt hun uit wat hij heeft gedaan en wat hij er voor over heeft om de eilandbewoners te overtuigen en te behouden.

Velen raken nu onder de indruk van zijn handelen en woorden. Ja, overleggen ze, als hij er zoveel voor over heeft, moet hij toch wel gelijk hebben. Ze pakken ijlings hun belangrijkste spullen bij elkaar en gaan aan boord van het passa­giersschip. De geleerde blijft maar aandringen en verzoekt de mensen vooral haast te maken, voordat het te laat is…

Vanwege het dreigend uitbar­stingsgevaar mag het schip daar niet te lang blijven liggen bij die aanlegsteiger. De berg rookt gevaar­lijk, maar toch is er nog geen verandering te bespeuren in de toestand van de vulkaan.

Een behoorlijk aantal eilandbewoners raakt niet onder de indruk van alles wat de geleerde heeft gedaan en gezegd. Deze mensen geloven hem gewoon niet. Ze houden zich bij de mening en overtui­ging van de bejaarde ‘ervaringsdeskundigen’. Ze sluiten hun ogen voor het gevaar en denken dat het allemaal best wel mee zal vallen. Dat het een storm is in een glas water en dat het allemaal weer over zal gaan.

Als niemand meer mee wil met het schip, wordt er haast gemaakt met het vertrek. De kapitein wil geen tijd meer verliezen. Hij wil niet langer dan nodig is in gevaar verkeren. Het schip vaart weg. De geleerde heeft nu alles gedaan wat in zijn vermo­gen ligt om de eilandbewoners te waarschuwen en te helpen. Nu is het voor de achterblijvers hun eigen schuld als ze omkomen.

Wat een vreselijke uitbarsting…

Twee dagen nadat het passagiers­schip is vertrokken, komt de vulkaan tot een vrese­lijke uitbarsting. De grote prop die de stuwende massa nog tegen­hield, wordt zelfs uit de krater ge­slingerd. Alles gebeurt in zeer korte tijd. Er is geen redden meer aan. De ‘ongelovige’ eilandbe­woners komen helaas om. Hadden ze maar geluisterd…  

Wat kunnen we ervan leren?

De geestelijke les in dit voorbeeldverhaal zal je wel duide­lijk zijn. Het lijkt wel wat op de geschiedenis van de zond­vloed en de ark van Noach in Genesis 6 en 7. Het gaat over ‘geloven of niet-geloven’. Zo is het ook gesteld met onze houding ten opzichte van Gods Woord en het Evangelie. Als we het niet geloven, maken we ook geen aanstalten om het toekomen­de gevaar van ondergang te ontvluchten. Je blijft dan onder het oordeel van God over zonde en ongeloof.

Christen in de Christenreis geloof­de de boodschap dat stad Verderf ten onder zou gaan, en hij ontvluchtte deze zondige plaats. Zo moet jij ook, als je nog in een zondige staat verkeert, proberen om zo spoedig mogelijk uit deze verschrikkelijke toestand te gera­ken.

In eigen kracht en met eigen middelen kun je dit niet volbrengen, dat komt duidelijk naar voren in het verhaal over het vulkaaneiland.

Geloof het Evangelie!

Gelukkig nodigt God je in Zijn Evangelie om tot Hem te komen. Hij komt met Zijn reddend ‘Evangelieschip’ tot je. Jezus Christus is de enige Ark van het behoud. Alleen in deze Ark is er redding mogelijk. Als je de uitnodiging van het Evangelie van Jezus Christus in de wind slaat, ga je verloren! Dan ben je veroordeeld tot de ondergang, zoals de ongelovige bewoners van het vulkaaneiland.

Let erop dat God door Zijn reddend Evangelie in liefde tot je komt, zoals we lezen in Johannes 3:16: ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat.’

Geloven is gehoor geven aan de stem van God

en de uitnodiging van Jezus gehoorzamen.

Je doet dan wat God van je vraagt. We lezen erover in Johannes 3:31: ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God rust op hem.’ Neem daarom de toevlucht tot Jezus. Hij is de enige veilige Schui­lplaats voor ons.

Redding tijdens de watersnoodramp

We gaan nu kijken hoe het is gegaan tijdens de watersnoodramp in 1953. In ons land vielen er toen 1836 doden. De ramp voltrok zich in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari.  Vooral Zeeland is daarbij getroffen. Hieronder zie je er afbeeldingen van. Ik vergelijk het weer met de innerlijke overstroming en de weg tot bevrijding en herstel.

Je ziet dat de eigen middelen en mogelijkheden tekortschoten tijdens deze overweldigende ramp. Velen zullen in het begin ontredderd bezig zijn geweest om angstvallig vast te grijpen wat ze maar konden gebruiken. Ze zochten overal plaatsen om te kunnen overleven.

Hoe konden ze ontsnappen aan dit tomeloos geweld? Ze moesten vastgrijpen en loslaten. Er was zonder hulp in vele gevallen geen ontsnappen mogelijk. Zo is het ook als je geestelijk bent overweldigd door voortstuwende negatieve emoties. Het overkomt je. Er is moeilijk tegen te vechten.

 Zoals je ziet zijn de pogingen tegen zoveel geweld tevergeefs. Zoals bij de watersnoodramp slaat de pijn naar binnen. Als je innerlijk overstroomt, komen er gapende wonden in je ziel. De volgende afbeelding is hierbij veelzeggend. Vanuit je binnenste kunnen lege en holle ogen je aangapen. Veel depressieve en getraumatiseerde mensen kunnen je leeg aanstaren, met steeds weer dezelfde vragende opmerking: ‘Ik heb een probleem.’

Het is belangrijk dat je jezelf bij zulke vastzittende problemen probeert te uiten. Desnoods roep je het uit vanaf de daken.

Isoleren betekent:

onzichtbaar wegkwijnen

Je begrijpt wel dat er in zo’n erbarmelijke toestand hulp van buitenaf nodig is. Dat gebeurde dan ook tijdens de watersnoodramp. Bij een innerlijke overstroming heb je een geestelijke interventie en redding nodig. Als je roept, kunnen ze je horen. Er zijn hulpverleners in de buurt. Ze komen naar je toe als ze je weten te vinden. Zo gebeurt dat ook tijdens een ramp.

Door de zondeval verkeert eigenlijk ieder mens van nature in een noodsituatie. We zijn daarbij vanwege onze zonden veroordeeld en verwond. In het water van de zondvloed van onze zonden zijn we te diep verzonken om er zelf uit te kunnen komen. Daarom is redding van bovenaf nodig. Daarin is voorzien door het offer van Jezus aan het kruis. Hij gaf Zijn bloed en leven voor onze zonden. Daarbij is er in Zijn striemen ook genezing voor onze innerlijke wonden. We lezen over dit offer in 1 Petrus 2:24: ‘Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het kruishout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen.’

Omdat wij niet meer tot God kunnen komen, komt Hij naar ons toe. Omdat wij onszelf niet kunnen redden, komt Hij ons reddend tegemoet. Dat is pas echt Evangelie, een bemoedigende ‘blijde boodschap’.

Het Evangelie is geen blijde boodschap voor hen die blijven treuren op de puinhoop van hun leven. Hoop op redding en laat de puinhoop achter je. Hoop op een nieuw begin bij God. Als je Hem gelooft, is  Hij de Helper in de nood, Die je niet in de kou laat staan.

  De Redder in de nood

laat je niet in de kou staan

Om gered te kunnen worden, heb je vertrouwen in de redders nodig. Je moet namelijk je wegzinkende emotionele huis verlaten waar je nog tegenaan leunt. Voor het komen tot de redding is het nodig om de schuilplaats van je zelfbeklag te verlaten. Het is daarbij ook belangrijk dat je de zelfmedicatie loslaat, waar je zolang al op hebt vertrouwd. Kom dan maar uit het wegkwijnend bestaan van je isolement. Laat je onrustige wantrouwen in de steekt. Ga naar de landingsplaats van de reddingsboot.

Redders brengen de hulpbehoevenden naar een plaats van rust, waar ze kunnen herstellen. Zo is Jezus ook de Silo, de Rustaanbrenger. Hij nodigt ons in Matth. 11:28: ‘Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.’

 

Loslaten… om te kunnen worden gered.

Als je tot Jezus komt, moet je alles loslaten wat dit verhindert. Jezus leert ons in Matth. 16:24-25: ‘Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven  zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen om Mij, die zal het vinden.’ Je moet zelfs je eigen leven (je eigen ik en je eigen vleselijke wil) dus verliezen om behouden te kunnen worden. Dat klinkt moeilijk.

Misschien wordt het duidelijker door het voorbeeldverhaal dat ik zo laat volgen. Daarin blijkt dat het voor drenkelingen van levensbelang is, dat ze de adviezen van redders nauwkeurig opvolgen.  Het verhaal laat zien, dat je de zonde moet loslaten om gered te worden. Je moet zaken loslaten die je vast laten zitten aan het aardse. Je dient je handen vrij te maken om het toegeworpen koord van redding aan te kunnen grijpen.

Welke zaken trekken je dan naar beneden en houden je voortdurend zo laag aan de grond? Ik zal er een aantal noemen. Denk maar eens aan zaken als ongeloof, twijfel, verslaving, liefde tot de zonde, een speciale boezemzonde, ongehoorzaamheid, aardse bezigheden, tijdgebrek, geestelijke problemen, depressieve en negatieve gedachten, angst, zelfbeklag, afgunst, boosheid, wrokgevoelens en het niet kunnen vergeven. Samengevat is het alles ‘zonde’. Zonde betekent letterlijk: ‘Je doel missen’.

Hieronder volgt het voorbeeldverhaal:

Te zware mensen in het water

Een toeristenorganisatie heeft een reis georganiseerd naar het Noordpoolgebied. Daar in de Noordelijke IJszee, in de buurt van Groenland, heb je van die grote drijvende ijsbergen. Het is prachtig om te zien, maar het is ook gevaarlijk om er te dicht bij te komen met een schip.

Soms zit er net zoveel ijs onder de zeespiegel als er boven de wateroppervlakte uitsteekt. Daar onder water kunnen gevaarlijke ijspieken zich nog een eind voorbij de boven water zichtbare ijsbergen uitstrekken.

De organisatoren hebben goede voorzorgsmaatregelen genomen. Met twee schepen varen ze door de begaanbare geulen van de IJszee. De toeristen staan enthousiast op het dek. Het is ijskoud buiten, maar de toeristen hebben zich goed toegerust. Ze dragen zware bontjassen en -laarzen. Ook hun handschoenen laten geen kou door. Hun rode neuzen zijn een schril contrast met hun warme kleding.

Aan de rand van een ijsvlakte wordt een groep ijsberen zichtbaar. Eén van de schepen komt zo dicht mogelijk bij de plaats waar de dieren zich ophouden. Er wordt voedsel uitgeworpen naar de ijsberen. Het is een prachtig zicht, vooral die kleine, jonge beertjes. De videocamera’s draaien “op volle toeren”. Sommige toeristen hangen zelfs gevaarlijk over de reling om toch maar zo mooi mogelijke foto’s te kunnen maken.

De kapitein laat het schip nog iets dichterbij komen, en dan… een harde dreun! Een scherpe ijspiek onder water boort zich in de romp van het schip… Het gebeurt allemaal heel snel… Het schip duikt opzij… Mensen gillen! IJsschotsen breken. Een aantal toeristen slaat overboord en valt in het ijskoude water. Wat verschrikkelijk!

Gelukkig is het andere schip in de buurt. Zo snel mogelijk worden reddingsboten uitgezet. De drenkelingen roepen en gillen in doodsangst om hulp. De ronddrijvende ijsschotsen maken het de reddingsboten onmogelijk om dicht genoeg bij de drenkelingen te komen. Er worden nog touwen uitgeworpen, maar ook die schieten nog te kort.

De drenkelingen klemmen zich angstig vast aan (afbrokkelende) randen van ijsschotsen. Hoe lang zullen ze dit nog volhouden – ze raken steeds meer verkleumd. Waarom proberen ze zich niet op de ijsschotsen te hijsen? Ze kunnen het niet. Ze wegen te zwaar!

De mensen in de reddingsboten zien het en roepen: ‘Doe die zware bontlaarzen eerst uit en ook die zware bontjas Laat je maar in het water vallen om dit te doen. Daarna ben je licht genoeg om naar een toegeworpen touw te zwemmen,om die vast te grijpen! Schiet op mensen, dit is jullie laatste kans, want straks ben je nog meer verkleumd. Doe die laarzen en die jas uit!’

Een aantal van de drenkelingen gehoorzaamt direct. Ze laten (gedeeltelijk) los en doen hun laarzen eerst uit. Daarna zien ze ook kans om zich van hun jas te ontdoen. Nu zijn ze een stuk lichter geworden en in enkele slagen zwemmen ze naar de uitgeworpen touwen, waar ze zich aan vastklemmen. Gauw worden ze in de reddingsboten getrokken.

Maar helaas zijn er nog anderen die zo in paniek zijn en niet luisteren naar de adviezen. Hoe men ook naar ze schreeuwt, ze geven geen gehoor en klemmen zich slechts angstvalliger vast aan een ijsschots.Dan breekt het moment aan dat ze één voor één bezwijken. De verkleumde vingers verdwijnen van de rand en de arme mensen komen helaas om. Waarom hebben ze de adviezen toch niet opgevolgd!

Het beeld zal je misschien al wel duidelijk zijn. Ook wij moeten de zonde loslaten als we tot God willen vluchten om redding. We kunnen niet tegelijkertijd de zonde vasthouden en de in het Evangelie toegeworpen reddingsboei aangrijpen.

 

Zie in de storm op Jezus!

Zelfs in de buurt van de reddingsboot kun je jezelf nog onveilig voelen door de storm. Petrus dreigde weg te zinken in het water terwijl Jezus hem had toegestaan om tot Hem te komen op het water. Blijf daarom niet op de golven of moeilijke omstandigheden zien, maar zie in de storm op Jezus!

Onze problemen kunnen overkomelijk lijken. Maar wat bij ons onmogelijk is, dat is mogelijk bij God. Jezus kan over de golven van jouw onmogelijkheden tot je komen.

Je geloof kan tekortschieten. Toen het geloof van Petrus faalden, was hij binnen handbereik van Jezus. Jezus greep hem aan toen hij alleen niet over de golven kon gaan.

Grijp de reddende hand van Jezus,

Die in het Evangelie binnen hartbereik is.

Jezus kan medelijden hebben met onze zwakheden (Hebr. 4:15). Hij komt ons tegemoet waar wij niet verder kunnen. Hij versterkt ons zwakke geloof als wij ons proberen uit te strekken naar Hem.

De vader van de maanzieke jongen vertelde tegen Jezus, dat zijn zoon door een boze geest vaak in het vuur en in het water was geworpen. Hij vroeg Jezus om hulp. We lezen verder in Mark. 9:23-24: ‘En Jezus zei tegen hem: Als u kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. En meteen riep de vader van het kind onder tranen: Ik geloof, Heere! Kom mijn ongeloof te hulp.’ Daarna dreef Jezus de onreine geest uit bij de jongen. Daarna pakte Jezus de jongen bij de hand en richtte hem op.

Het gaat om de beloften van God en de helende kracht van Zijn Woord. Hij geeft aan dat Hij Zijn volk zal dragen en redden. Daar kunnen we dus op vertrouwen, ook al dreigen we weg te zinken in golven van twijfel en onzekerheid.

Wat een troostrijke wetenschap dat God ons hoofd kan opheffen uit de gebreken. Hij beveiligt in gevaren. Hij draagt uit het diepe water van een ellendige toestand. Zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht (2 Kor. 12:9). Heb je dat ook ervaren?

Hij leert te lopen op het water

Met Jezus kan een gelovige op geestelijk gebied zelfs  ‘lopen op het water’. Dat komt naar voren in de tekst van Opwekking 789 (het lied van Oceans, vertaald door Tanja Lagerström). Daarbij kun je aanklikken op de versie van Opwekking live op YouTube en op de link van het lied van de muziekgroep van Live@mozaiek0318 hieronder.

Een lied voor geloofsbelijdenis en proclamatie:

Lopen Op Het Water

U leert me lopen op het water,
de oceaan is weids en diep.
U vraagt me alles los te laten,
daar vind ik U en ik twijfel niet.

Refrein:
En als de golven overslaan,
dan blijf ik hopen op uw Naam.
Mijn ziel vindt rust,
want in de storm bent U dichtbij.
Ik ben van U en U van mij.

De diepste zee is vol genade.
Uw sterke hand, die houdt mij vast.
En als mijn voeten zouden falen,
dan faalt U niet, want uw trouw houdt stand.

(Refrein … )

Bridge 4x:
Geest van God, leer mij te gaan over de golven,
in vertrouwen U te volgen,
te gaan waar U mij heen leidt.
Leid me verder dan mijn voeten kunnen dragen.
Ik vertrouw op uw genade,
want ik ben in uw nabijheid.

(Refrein … )

YouTube-video Lopen op het Water (Opw. 789) – Live@Mozaiek0318

 

 

 

Comments are closed.