Raadj Gonesh Een wonderlijk levensverhaal van een voorganger

Copyright: Raadj Gonesh, www.pastoralehulpverleningjongeren.nl.

In het levensverhaal van Raadj Gonesh zien we hoe belangrijk het is om gelovig te volharden in een roeping die we in ons ervaren. We kunnen door allerlei omstandigheden en blokkades worden ontmoedigd, maar het geloof in God blijft volhouden. In de geloofsbeproevingen is het dan goed om in volhardend gebed tot God te gaan. Als wij in Zijn weg gaan, maakt Hij mogelijk wat voor ons onmogelijk is.

Een beproefde roeping

Een voortdurende aandrang van een roeping in het Koninkrijk van God kan zwaar worden beproefd. Zeker als er vanaf de vroege kinderjaren ziekten en gebreken zijn. Dat kan zeer ontmoedigend zijn.

Het volhardend geloof kan echter sterk worden door de verdrukkingen heen. De liefde en de hoop kunnen door de genade van God standhouden in moeilijke jaren van pijn en onvermogen. Het geloof werkt door de liefde, en de hoop beschaamt niet.

Een roeping kan zwaar worden beproefd

Dit komen we tegen in het leven van Raadj Gonesh. Dit geldt zeker ook voor zijn moeder, die na zware beproevingen meerdere malen heeft getuigd: ‘Dank U Jezus voor dit wonder.’ Zij moest haar (dood)zieke kind biddend overgeven aan God… en kreeg hem van haar hemelse Vader terug.

Raadj herinnert zich, dat hij in zijn jongere leven iemand was die naar de Heere verlangde. Ik heb hem geïnterviewd over zijn levensloop in maart 2014. Hij keek daarbij terug op de wonderlijke leiding van God in zijn leven. De 46-jarige evangelist is voorganger van Familytime Ministries in Goes.

Raadj geeft in dit verslag zijn persoonlijk getuigenis

Ik heb ook het verhaal van zijn ouders in dit artikel opgenomen, die de gebedsverhoringen en genezingen vanaf zijn kinderjaren hebben meegemaakt. Zijn moeder Hermien is nauw betrokken bij de evangeliebedieningen van haar zoon.

Raadj vertelde me dat hij al van jongs af aan wist dat God hem wilde gebruiken. Hij  geeft ons door: ‘Laat jouw droom niet afpakken, de missie en visie die je van God gekregen hebt.’ Hij weet uit ervaring: ‘Er komt tegenwerking,’ maar ook: ‘Alles werkt mee ten goede voor hen die geloven, ondanks jouw handicap en tekortkomingen.’ Hij bemoedigt verder: ‘God vervult jouw tekorten. Waar geen weg is, baant God dan de weg. God gebruikt tegenstand.’

De evangelist vindt het daarbij erg belangrijk dat je nederig en eenvoudig blijft.

Raadj werd zelf bemoedigd door Jes.35:1-10, waar we lezen in vers1: ‘De woestijn en de dorre plaatsen zullen vrolijk zijn, de wildernis zal zich verheugen en in bloei staan als een roos.’ En in de verzen 3-4: ‘Versterk de slappe handen, verstevig de wankelende knieën; zeg tegen onbedachtzamen van hart: Wees sterk, wees niet bevreesd! Zie, uw God!’

Verder noemde hij Jes.43:18-19: ‘Denk niet aan de dingen van vroeger, let niet op de dingen van het verleden. Zie, Ik maak iets nieuws. Nu zal het ontkiemen. Zult u dat niet weten? Ja, Ik zal een weg aanleggen in de woestijn, rivieren in de wildernis.’

Hij beseft dat hij geestelijk groeide door tegenstand. Geestelijke (innerlijke) strijd en bemoedigingen vormen een rode draad in zijn leven. Hij geeft zelf aan:

‘Ik heb niet opgegeven wat God tegen mij zei. Hij gaf steeds bevestigingen, waardoor ik werd bemoedigd om door te gaan’

Hij laat ons verder weten: ‘Men ziet de offers vaak niet die je in het verborgene brengt: Bidden, vasten en geven moet je in het verborgene doen. Hij zal het in het openbaar vergelden (Matth.6:6,18 en vers 4). Verborgen offers kunnen zwaar zijn. De beloning van de verborgen offers mag iedereen zien. God wil daarvoor de eer ontvangen!’

Gezondheidsproblemen vanaf het begin

Raadj (Prietviraadj) Gonesh is geboren op 29 november 1967 in Suriname (in het ‘s Lands Ziekenhuis). Ze woonden toen in Blauwgrond, Louis Covea straat, nummer 70 A. In 1975 kwam hij met zijn ouders Ramon en Hermien Gonesh mee naar Nederland. Toen hij ongeveer 10 jaar was, woonde hij met het gezin in Goes.

Bij zijn geboorte waren zijn ouders trots op hem, terwijl hij een te vroeg geboren baby was van zeven maanden oud, met een gewicht van ongeveer drie pond. Zijn moeder Hermien geeft ons door: ‘De opmerking van de Kinderarts was:

‘Ik weet niet of hij het haalt,

want hij is te zwak’

Maar prijst God, Zijn oog was op hem en het was een gevecht van leven op dood maar de Heere was zijn kracht. En hij kwam na maanden thuis in onze armen. Ik zei: ‘Dank U Jezus voor dit wonder.’

Wij als ouders waren heel blij en zorgden goed voor hem. Hermien: ‘Zijn tengere lichaam viel mij als moeder erg op, en als ik diep in zijn ogen keek, kon ik al zien dat hij ontzag had voor God.’

Hermien: ‘Zelf was ik opgegroeid in het Kindertehuis, waar ik gehoord heb van de naam van Jezus. Mijn man was hindoeïstisch. Ik bad ook altijd in de naam van Jezus, en ik las altijd de Bijbel voor aan Raadj. Dat is mij bijgebleven. Voor de rest wist ik niet veel, maar elke keer verhoorde de Heere mijn gebeden.

In levensgevaar toen hij zes jaar was

Ze verhaalt verder: ‘Raadj groeide op als een vrolijk kind. En toen kwam er weer een aanval op zijn leven: Hij was zes jaar oud, en hij trapte op een scherf van een gebroken fles, wat een diepe wond maakte. Wij zijn meteen naar de Eerste Hulp gegaan, en er waren 7 of 8 hechtingen nodig onder zijn linkervoet. Dit was het begin van het ergste. De wond was niet goed schoongemaakt en gewassen, en hierdoor was er een infectie bijgekomen.

Na een week moest ik terug naar mijn huisarts, maar hij haalde de hechtingen er niet uit. Ik wees hem erop dat de wond aan het ontsteken was. Inmiddels kreeg Raadj hoge koorts en zware stuiptrekkingen. Hij herinnert zich nog, dat hij zich bij de stuiptrekkingen ‘wilde vastklampen aan alles’.

Wij gingen de volgende dag naar een andere dokter, en hij zei hetzelfde: nog geen hechtingen er uit halen. Ik stond verbaasd, want ik dacht, dit klopt niet en was wanhopig, want het ging steeds slechter met Raadj. Toen hebben wij hem naar een Kinderarts gebracht, en die zei: Jullie zijn te laat, door de infectie heeft Raadj een bloedvergiftiging opgelopen. De Kinderarts zei: ‘het is nu afwachten.’ Ik dacht: ‘Nu zijn we nog verder van huis.’

‘We konden niks anders dan huilen en bidden’

Ik bad daar gewoon hardop voor hem. Mijn man was ook kapot, en moest huilen; en hij luisterde ook naar dat gebed. Mijn gebed was:

‘Heer, ik geef U dit kind en ik laat hem los voor U, en ik bid dat ik dit kind mag terugkrijgen van U, en dan zal ik hem opvoeden in U Vader’

Wij waren radeloos en wanhopig. De dokter gaf ons een wachttijd van 24 uur, omdat hij een spuitje had gehad met een dosis medicatie. Meer konden ze voor hem niet doen, zeiden ze. Wat mijzelf betreft, ik kon alleen maar bidden. Machteloosheid overviel ons.

Inmiddels stierf een jongen van 11 jaar met hetzelfde probleem in de andere kamer. We hoorden de ouders van deze jongen erg hard huilen. Mijn hoop en mijn geloof was op God, ondanks alles. Raadj was inmiddels zwart aan het worden… en toch, heel diep in mijn hart was het God, Die mij bemoedigde: ‘Ik heb een plan voor zijn leven, vrees niet.’

Gebedsverhoring

Na uren gevochten te hebben (en elke seconde telde op dat moment mee), zei de dokter: ‘Er is nog leven in hem, maar na de 24 uur, als de medicijnen uitgewerkt zijn, zien we wel verder.’ Op een gegeven moment kwam hij bij mij, terwijl ik aan het bidden was, en zei: ‘Mevrouw, uw gebed is verhoord. Raadj leeft nog, dus dan komt het goed met hem.’ God blies leven in hem terug.
Toen mocht het zwarte scherm eraf. Als iemand in Suriname op sterven lag, was dit een teken van doorlopend bewijs, en mochten ouders en familie de zieke continue bezoeken.
Ik dankte God op mijn knieën, samen met mijn man. We moesten flink huilen en hebben Raadj flink geknuffeld, en baden samen:

‘Dank U Vader voor dit wonder’

Na twee weken in het ziekenhuis te hebben gelegen, kreeg hij zijn kleur terug, en mocht hij mee naar huis. Hij bloeide stap voor stap op. Hij kreeg zijn energie terug.

Maar in de tijd dat hij aanvallen kreeg, beet hij, zonder zich bewust te zijn, op zijn tong. Hierdoor raakte hij een stukje van zijn tong kwijt. De dokter zei: ‘Hier kan ik niks aan doen, hij groeit vanzelf weer bij.’ Na verloop van tijd groeide zijn tong weer bij. Ik zei: ‘Dank U Jezus voor weer een wonder.’ Dit kan alleen mijn God doen, zei ik, mijn Heer, mijn Jezus en niemand anders.

Hij stotterde erg

Thuis was er blijdschap. De zorg voor Raadj was heel goed. Hij werd steeds meer de oude. Hij ging ook weer naar school. In die tijd stotterde Raadj heel veel, hij kwam niet uit zijn woorden. Ik begreep hem volkomen en ik hielp hem er doorheen. Ik zag zijn frustratie en zijn vermoeidheid. Raadj en ik baden hier altijd voor. We lazen uit de Bijbel en vertrouwden op God, dat alleen Hij hem kon genezen van het stotteren. We dankten de Heere altijd voor elk wonder dat Hij deed en gedaan had, en voor wat Hij nog zou gaan doen.
Ik had de Heere beloofd dat ik hem zou opvoeden in Hem, en dit deed ik ook. Ondanks alle strijd in mijn leven… want ik wist als moeder wat het plan van God was voor zijn leven. Zo klein als hij was, zag ik eerbied en respect voor God. Dat greep mij elke keer aan. Als moeder prentte ik hem dus het Levende Woord in.

Kinderreuma

Moeder Hermien: ‘Na een jaar kwam er weer een andere aanval op zijn leven. Van de ene op de andere dag kon hij niet meer zo goed lopen, hij kreeg hevige pijn in zijn beide benen.

Wij gingen toen gelijk met hem naar de kinderarts. Met spoed heeft hij alles bekeken. Zijn bloed werd ook onderzocht. De uitslag van de onderzoeken was afschrikwekkend. De kinderarts vertelde:

‘Jullie zoon heeft kinderreuma’

Ik dacht: ‘Wat nu?’ Maar mijn aandacht ging meteen naar God, mijn Geneesheer. Daar was het Anker, de Rots waar ik op vertrouw. Ik bad voor Raadj, en zegende hem. En weer huilden we samen. Raadj lag opnieuw in het ziekenhuis. Wij hadden heel veel verdriet. Raadj en ik baden elke dag.

Na ongeveer 2 weken kwam hij weer thuis, prijst God. Zijn medicatie was heel zwaar, direct na de uitslag kreeg hij een zware injectie met 30 penicilline in één keer toegediend in zijn dijen, zodat hij 3 à 4 dagen niet goed kon lopen. Hij had zoveel pijn van die prik, dat hij niet naar school kon. Daarbij liep hij ook krom.’

Raadj verhaalt zelf: ‘Ik was een reumapatiënt (had kinderreuma). Het was zo erg. Het zat in mijn bloed en in mijn botten.

Mijn vader kreeg te horen dat ik een rolstoel terecht zou komen, en dat ik nooit een auto meer zou kunnen rijden.’

Hij geeft aan: ‘Ik moest elke maand een prik halen, dat was al zo in Suriname, toen ik ongeveer 4-5 jaar oud was. De prik was een spuit van 30 penicilline. Als ik die spuit kreeg, kon ik de eerste twee weken niet op mijn zij slapen, en lopen ging dan  ook heel moeilijk. Ik had dan veel pijn. De derde week ging het iets beter, en daarna in de vierde week kreeg ik weer een spuit. Het was heel heftig.’ De pijn door het spuiten werd vanaf zijn 10e jaar iets minder, wegens een verdoving.

Het maandelijks spuiten duurde tot in zijn 13e jaar

Een heftig leven in Suriname

Zijn moeder verklaard: ‘Zo ging het leven in Suriname. Het was heftig voor hem en voor ons. De dokter zei dat hij tot zijn 18e  jaar elke maand deze prik zou krijgen. Elke maand dus een zware prik. Dit mocht nooit verzuimd worden, anders kon hij een hartverlamming oplopen.’

Als moeder heb ik altijd gedacht: ‘Wat zou er in zo’n kind omgaan, met zulke zware ziektes?’ Als hij aan ons vroeg: ‘Wat heb ik nu?’, dan moesten wij het hem altijd weer vertellen.
Ik vroeg: ‘Ben je verdrietig Raadj, over wat er allemaal gebeurd is?’ Hij reageerde: ‘Ja mama.’ Dan keek hij mij met ronde ogen strak aan, en zei:

‘Jezus helpt mij toch?’

(En dan zag je een glimlachje). Zijn hoop was op Hem. Ik was altijd veel bezig met woord en gebed, en ook voor hem. En wij baden ook altijd voor mijn man: dat hij ook Jezus zou leren kennen. Want elke keer als Raadj uit het ziekenhuis ontslagen werd, wilde mijn man in het hindoeïsme dank uitbrengen aan de goden, samen met families en een hindoe dominee. Maar dan zei ik: ‘Niet doen, want Jezus heeft hem genezen.’

In Nederland

Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 mochten Surinamers naar Nederland. Toen Raadj bijna 8 jaar was, ging het gezin in Breskens wonen. Ze hebben daar twee jaar gewoond. In Breskens ging de kleine Raadj naar de katholieke kerk. Hij ging trouw elke zondag naar deze kerk, op den duur zelfs alleen. Raadj was al vroeg een geestelijke zoeker. Voor hem was God belangrijk. Hij kwam zelfs bij de bekende pastoor Omer Gielliet thuis (die toen al beeldhoutwerk maakte – in 2012 was hij op 87-jarige leeftijd er nog steeds in actief). Raadj werd zelfs misdienaar.

Op school in Goes

Raadj vertelt over zijn puberjaren: ‘Ik voelde me altijd beetje minder dan andere jongeren van mijn leeftijd. Die gingen naar de mavo en ik ging in Goes naar de lts Groot Stelle (het lage niveau B). Ik keek op naar hen. Ik voelde me ook dom, al was ik dit niet.’

Hij haalde zijn diploma B-metaal. Daarna volgde hij kort middelbaar beroepsonderwijs. Hij behaalde certificaten, en werkte een half jaar als lasser bij Hapro in Kapelle (zonnebanken). Daarna haalde hij nog lasdiploma’s.

Bij ieder begin op school

wilde hij zich opnieuw aan God toewijden

Raadj herinnert zich verder: ‘Vanaf in mijn jonge jaren ging ik bidden in mijn binnenkamer. Het was dan bij mij ‘alsof ik het Woord ging brengen aan duizenden’. Ik ging echt prediken in mijn kamer. Ik ging ook bidden voor mensen: voor de blinden, doven en lammen. Ik riep op tot bekering, en ik zag vele mensen die hun leven gaven aan de Heere. Ik zag ook dat zieken werden genezen. Ik mijn binnenkamer maakte ik de Heere groot. Ik geloofde dat het op een dag uit zou komen. Mijn geloof was toen echt sterk. Niemand kon mij dan overtuigen van iets anders.’

Raadj heeft later op vele plaatsen het Evangelie mogen verkondigen. Je kunt dat in Zeeland ook in de natuur doen, zoals je ziet op de foto hieronder. Ik was daar aan het Veerse Meer aanwezig bij een groep christenen, die daar een doopdienst hielden (J.A.B.). Door het reddend Evangelie hebben we een overweldigende boodschap van liefde ontvangen, om door te geven aan de wereld…

Voorzegging van genezing

Toen Raadj 10 jaar was, gingen ze in Goes wonen. Een evangelisatiegroep in Goes trok moeder Hermien wel aan. Er was ook een Surinaamse oudste in deze groep van de Pinkstergemeente. De voorganger van de gemeente was toen Jan van der Meer. Raadj hielp op jonge leeftijd al mee met een evangelisatie(tent)campagne van deze gemeente, op het Molenplein in Goes. Hij mocht er zelfs blijven slapen met de jeugdgroep en meespelen op de gitaar. Hij zal toen rond de 12 jaar zijn geweest.

Daar luisterde hij naar de evangelist en Bijbelleraar Wim Wendt. Tijdens deze campagne deed Wim een uitnodiging voor genezing. Raadje is toen naar voren gekomen. Wim bad daarna voor hem, achterin de tent. Wim gaf hem door:

‘Op het moment dat je het Woord zal brengen,

zal jouw tong loskomen’

Raadj reageerde: ‘Oh, geweldig.’

Het bleef voor hem echter nog wel de vraag: wanneer dat zou gebeuren? Al eerder voor deze profetie geloofde Raadj al dat God hem eens zou genezen. Dit was voor hem dus een bevestiging. Daarna liet hij het over aan God.

Alleen met Jezus

Raadj geeft aan over zijn jeugdjaren: ‘Vrienden lieten mij in de steek, omdat ik een andere kant op ging met Jezus. Als ik voor Jezus koos, kon dit me ook eenzaam maken. Ik groeide op in mijn tienerjaren eenzaam op, met weinig vrienden.

Maar mijn grote vriend was Jezus. Ik mag getuigen dat ik bleef geloven in mijn grote God.’

‘Ik bleef geloven in mijn grote God’

Hij vertelt ons verder: ‘Op moeilijke momenten van mijn leven ging ik naar Jezus, om Hem alles te vertellen. Daardoor kwam ik tot rust in mijn gedachten. Ik had er vertrouwen in. Mijn ouders zeiden altijd: ‘Het komt goed. Heb vertrouwen in Jezus.’

Ik heb geleerd om met mijn verdriet en pijn om te gaan. Jezus Christus was en is mijn toevlucht.’

Toen hij rond zijn 16-jarige leeftijd op vakantie was, wilde hij ook nog wel jongensstreken uithalen, en ging hij soms niet naar de kerk. In die tijd wandelde hij eens in de heuvels in Duitsland. Hij zat daar in de natuur, terwijl hij zich verwonderde. Toen keerde hij tot zichzelf in, en bad:

‘Heere, wilt U mijn zonden vergeven’

(Hij had zijn stille tijd niet genomen en twee weken lang niet in de Bijbel gelezen.) Raadj heeft toen zijn zonden beleden. Hij richtte zijn sterke verlangen naar God:

‘Ik wil zo graag gebruikt worden’

Het kwam toen bij hem binnen: ‘De oogst is groot, maar de arbeiders weinig. Het is zoals de tarwe die je ziet.’  Raadj vertelde me dat hij toen een hoorbare stem hoorde: ‘Ik wil jou gaan gebruiken om zielen te redden voor Mijn Koninkrijk, en om Mijn Woord te spreken.’ Raadj ervoer toen Zijn tegenwoordigheid.

Minderwaardigheidsgevoelens en schaamte

Op de jeugdclub van de kerk in Goes verplichtte de jeugdleider hem om hardop te lezen, om hem aan te moedigen. Raadj herinnert zich:

‘Als ik ging lezen, stotterde ik heel veel.

Als ik aan de beurt was om te lezen op een Bijbelstudie,

schaamde ik me heel erg’

‘Ik had dan minderwaardigheidsgevoelens. Ze gingen mijn zinnen afmaken. Op een keer gooide ik de Bijbel tijdens een Bijbelstudieavond door de kamer heen, en liep ik weg. Zo ben ik opgegroeid in de kerk.

Op de voortgezet onderwijs kreeg ik vrienden, maar niemand wist wat in mijn binnenste gebeurde. Alleen God wist alles van mij. Het was mijn verlangen om het woord van God te brengen, om God te dienen met alles wat in mij was.’

In dienst

Hij zat in dienst toen hij 18-19 jaar was, rond 1986. In dienst kreeg Raadj van de kapitein ’s morgens vroeg een aparte ruimte voor stille tijd. Hij leefde toen in een tijd van toewijding, terwijl hij ook voor zijn geloof uitkwam. In Tilburg ging hij ook naar de kerk.

Na zijn huwelijk in Goes

Raadj trouwde op 23 jarige leeftijd met Geeta. Moeder Hermien bleef beiden bemoedigen om dicht bij Jezus te leven.

Moeder Hermien verhaalt ons over de jaren die volgden: ‘Raadj was op den duur samen met zijn vrouw  gaan wonen in Goes-Noord. Het was een mooi en gelukkig getrouwd paar. Prijs God. Maar ook daar was strijd. Hij diende de gemeente, maar ik zag dat hij daarin ging verslappen. Hij wilde niet meer (regelmatig) naar de kerk. Ik kon makkelijk met mijn schoondochter praten, en bemoedigde haar. Raadj wist van het leven met God. Ik kon het hem makkelijk uitleggen:

‘Ga terug naar God’

Zijn moeder wist dat Gods oog op hem was

Raadj vertelt er zelf over, dat hij vlak na zijn huwelijk zelf wilde bepalen wat hij deed. Hij wilde niet dat anderen zijn leven zouden bepalen. Een jaar lang verslapte zijn kerkgang.

Opmerkelijke ongelukken

Zijn moeder gaat verder: ‘Raadj had een baan bij de lasfabriek, en hij genoot van zijn werk, maar ik wist dat het niet zijn werk was. Maar hij was tevreden en blij, en verdiende goed.’ Ze ging door met het bidden voor hem. Toen kwam plotseling het  bericht vanuit zijn werk, dat zijn topje van zijn wijsvinger er af was, en dat het niet te verhelpen was.
Hermien: ‘Hij was in het ziekenhuis met zijn baas, die hem thuis bracht. Ik schrok, maar gaf het over aan God. Ik kwam elke dag praten en bidden met hem: om terug te gaan naar God. Soms werd Raadj boos op mij.’

Terwijl zijn moeder daarna door de week zijn vinger verzorgde, deelde ze het Woord van God met hem. Kort daarop overkwam Raadj een tweede ongeluk. Grote balken vielen naar beneden, die hij moest ontwijken. Maar één van deze balken kwam op zijn voet, waardoor deze brak. Raadj zei me, dat het een wonder was dat niet heel de stapel betonpalen op hem viel, maar alleen de onderste paal (waardoor twee van zijn tenen braken.)

Een boze moeder sprak hem met autoriteit toe:

‘Nu is het genoeg, ga terug naar God.

Laat de derde je niet overkomen.

Raadj, genoeg is genoeg’

Ze geeft aan, dat hij heeft geluisterd: ‘De Heilige Geest deed zijn werk, en opende zijn verstand en hart. Alle lof, eer en glorie aan Jezus. Ik zei tegen Raadj: zoek ook ander werk.’

Raadje zei eerst tegen zijn moeder: ‘Laat mij nu maar met rust.’ Hij ging echter met zijn beschadigde vinger en voet in het verband bidden. Hij heeft toen weer zijn zonden beleden, en kwam tot een nieuwe toewijding, met de woorden: ‘Heer, ik wil u dienen.’ Daarna heeft hij aan de voorganger doorgegeven dat hij samen met zijn vrouw mee wilde gaan doen in het werk van de gemeente. Vanaf toen is hij zich blijven toewijden.

Op deze toewijding volgde daarna een opmerkelijke bevrijding: 

Wonderlijk genezen van het stotteren

Op 26-jarige leeftijd volgde hij een discipelschapstraining in de gemeente van Goes (met Bijbelstudies). Raadj geeft ons door: ‘Twaalf jaar na de voorzegging van mijn genezing vroeg de voorganger me op een Bijbelstudie: ‘Wie heeft een verlangen om gebruikt te worden?’ Hij vroeg verder: ‘Wat zou je graag willen doen?’ Ik stak toen mijn vinger op. Ik reageerde:

‘Ik wil een prediker worden’

De meesten wisten dat ik stotterde bij het lezen. Raadj gaf aan: ‘Ik wil een stukje woord brengen tijdens een discipelschapstraining.’ Hij kreeg een kans. De voorganger zei: ‘Het is goed. Je mag over een maand een stukje delen uit het woord.’ Na een maand mocht hij dit ook doen.

Hij verhaalt ons: ‘Die grote dag kwam dat ik het Woord mocht brengen. Ik begon het te lezen uit 1 Kon.17:1-6, over Elia… en begon te prediken. Vanaf het moment dat ik begon te lezen (vanaf het eerste woord) was mijn tong los. Daarna stotterde ik niet meer.’

‘Het was een wonder van God in mijn leven’

‘God is goed en waarachtig! Toen Jezus mij genezen had, was ik nog jong. Ik wilde alles doen voor de Heere, samen met mijn vrouw.’

De aanwezigen stonden versteld. Voorheen kon Raadj zich bij het gewoon praten zich nog behoorlijk beheersen, al moest hij moeite doen om het goed uit te spreken, maar het lezen was in die tijd altijd moeilijk.

Hij is toen gestopt met lassen en hij heeft ander werk in het ziekenhuis in Goes gekregen. Hij was daar tot ca. 1999 sterilisatieassistent. Raadj en Geeta hadden inmiddels twee kinderen gekregen. Uiteindelijk kregen ze drie kinderen: Ruben, Sylvana en Stephen.

In Steenbergen en Tilburg

Na verloop van tijd zijn ze verhuisd naar Steenbergen, om daar ook werk te doen voor God. Hij heeft in die tijd meegeholpen in het Capitol Worship Centrum in Bergen op Zoom (en deed daar pionierswerk). Raadj heeft met zijn groeiend gezin 7 jaar in Steenbergen gewoond. Moeder Hermien hield van het evangelisatiewerk, en werkte al in Steenbergen met hem mee (vanaf 2000-2001).

Hermien geeft ons door: ‘Toen Raadj van Goes naar Steenbergen verhuisde, nam hij een mooie tekst mee, gemaakt op een houten bijbel: ‘Ik en Mijn huis zullen de HERE dienen.’(Joz.24:15).  Dat had ik zelf gekocht, toen ik gedoopt werd en mijn man tot bekering kwam. Raadj vond dit zo mooi en hij vroeg: ‘Mam, mag ik dit hebben?’ Ik zei: ‘Neem mee.’ Hij wist nog niet dat God hem dit zou geven als tekst voor Familytime.’ Ze getuigt:

‘Hoe groot zijn Uw gedachten o Heere, dank U Jezus.’

Toen Raadj ca. 40 jaar was, zijn ze verhuisd naar Tilburg, waar ze ook werk deden voor het Koninkrijk van God. Intussen bleef hun moeder en oma stil voor ze bidden, en zegende ze de kinderen.

Evangelisatiewerk

Raadj ziet het als zijn roeping ‘om zich uit te strekken naar het verlorene’. Hij stelt: ‘Deze missie moet blijven, om ze vanuit de duisternis tot het licht te brengen.’ Hij denkt daarbij aan Gal.1:3-5, waarin we lezen: ‘Genade zij u en vrede van God de Vader en van onze Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons zou ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, overeenkomstig de wil van onze God en Vader. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.’

Verder typeert hij het karakter en doel van zijn prediking zoals Paulus dit aangeeft in 1 Kor.2:1-5. Paulus had zich voorgenomen niets anders dan Jezus Christus en Die gekruisigd te prediken onder hen (vers 2). Zijn woorden waren niet die van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht (vers 4). Hij hoopte dat hun geloof zou bestaan ‘in kracht van God’ (vers 5).

Hun evangelisatieteam begon in Brabant met 6 personen,

die op den duur uitgroeide tot 100 mensen

Ze trokken door België en Nederland. Ze werkten dan samen met plaatselijke gemeenten. ’s Morgens was er dan evangelisatietraining en ’s middags gingen ze met instrumenten de straat op. Er kon dan een zanggroep zijn van 50-100 mensen. Zo kwamen ze in Gent, Tilburg, Bergen op Zoom, Arnhem, Groningen, Den Haag, Rotterdam, Weert, Eindhoven, Hulst en andere plaatsen. Per avond kwamen bij zulk soort samenkomsten minimaal 10 mensen tot overgave (zoals ze dit lieten zien). Er kwamen ook genezingen voor.

In Hulst ervoer Raadj eens een innerlijke geestelijke strijd, waardoor hij niet kon spreken voor het publiek. Hij zei me, ‘dat zijn keel was dichtgesnoerd door een demonische macht’. Hij begon toen herhaald uit te spreken: ‘Jezus.’ De muziek speelde toen nog. Tot hij keihard kon uitroepen: ‘Jezus!’… Toen kon hij vrijuit spreken.

Raadj heeft het ook ervaren dat God hem tijdens evangelisatiediensten gebruikte voor genezingen, zoals tijdens een actie bij de grens van Oekraïne en Polen. Daar begonnen mensen met krukken te rennen. Op een andere plaats genas iemand van kanker. Gebeden werden verhoord. Hij denkt dat er bij psychische problemen vaak een proces van herstel nodig is.

Een roeping naar Goes

Moeder Hermien verhaalt: ‘Toen Raadj nog in Tilburg woonde, ben ik uitgezegend van mijn vorige gemeente in Goes, om samen te werken met Raadj voor de verlorenen. Hij was daarvoor in Rotterdam aan het pionieren.’

Ze vertelt ons verder: ‘In Tilburg diende hij de Heere met hart en ziel, tot dat de Heere op een gegeven ogenblik zei: Ga terug naar Goes. Toen ik dit hoorde zei ik: ‘Dank U Jezus.’

Ze geeft aan over die tijd: ‘Raadj en zijn gezin hebben veel zware strijd gehad, maar de Heere streed voor hen. Een zware tol werd betaald: de kinderen moesten mee, terwijl ze het niet leuk vonden. Zijn vrouw dacht en bad: ‘wat nu Heer?’ Het was een moeilijke strijd, maar hun gehoorzaamheid aan God werd beloond. Raadj belde mij het eerst op en zei:

‘Ma, ik kom naar Goes, om het werk van God te doen.’

Ik heb veel gehuild en geantwoord: ‘Kom, het is goed jongen.’ Want de Heere had mij een paar jaar eerder geopenbaard, dat hij terug zou komen in Goes, voor Zijn werk: zielen winnen voor Koning Jezus. Maar ik hield mijn mond dicht, en bad alleen voor hen, totdat God het zelf aan hen zou openbaren. Wat een Grote God hebben wij, dank U Jezus.’

Raadj en Geeta werden in 2009-2010 op de proef gesteld. Eerst moesten ze bereid worden gemaakt om terug te keren naar Goes. Raadj zei tegen mij, dat hij nooit had verwacht dat hij weer zou terugkeren naar Goes. Rond 2009 ervoer hij dat de Heere hem riep om naar Goes te gaan, om daar een gemeente te stichten. (Dat heeft nog drie jaren geduurd.) Maar zijn vrouw wilde niet.

In die 3 jaar heeft hij geleerd om geduldig te zijn,

om te wachten totdat zijn vrouw ook zou willen

Zij kreeg op een bepaald moment rust en vrede om erin mee te gaan, maar ze wilde wel een bevestiging van de Heere: ‘dat we niet alleen zouden gaan, maar dat meerdere mensen mee zouden doen.’ Toen Geeta ‘ja’ zei, ging hij handelen. Anderen stemden toe om mee te doen.

Pas daarna heeft Raadj het tegen zijn moeder gezegd. Hermien huilde daarbij, want ze wist al veel eerder dat hij het zou moeten doen, en terug zou keren naar Goes. Ze wist ook dat ze het niet mocht zeggen, om te beïnvloeden. De Heere moest het zelf tegen Raadj zeggen en het bevestigen.

Eind 2010 liep Raadj rond met de vraag: ‘hoe nu verder?’ Hij kreeg toen (weer) de tekst uit Joz.24:15: ‘Maar ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen.’ (In de Herziene Statenvertaling: ‘Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de HEERE dienen!’). Daar hebben ze toen ook werk van gemaakt binnen hun gezin.

Een maand lang hebben ze iedere dag vanaf 7 uur een uur lang gebeden: vader, moeder en hun kinderen van 10, 13 en 16 jaar oud. Het gebeurde ook dat moeder Hermien daarbij aanwezig was (en af en toe ook haar man).

Het was een tijd van toewijding

Familytime Ministries in Goes

Ze zijn vanaf januari 2011 gestart met de activiteiten van Familytime Ministries in Goes. De basis is Joz.24:15: ‘Maar ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen.’ Deze tekst had hij uitgebeeld van zijn moeder al meegekregen vanaf Steenbergen. Ze begonnen met 10-12 mensen. Vanaf januari 2011 hielden ze vanuit dit thema eenmaal per maand een seriesamenkomst. De huur werd voor een groot deel zelf betaald. Nu is er een pot voor evangelisatie.

Raadj reisde de eerste tijd steeds heen en weer vanuit Tilburg. Zijn ouders woonden al die jaren in Goes. Hij is pas in mei 2012 met zijn gezin in ’s-Gravenpolder gaan wonen. Raadj ziet dat hij dit huis ‘heeft gekregen’. Eerst was de huurprijs veel te hoog, maar uiteindelijk daalde de huur baas met meer dan de helft van de prijs.

Raadj werkte toen als ZZP-er in ziekenhuizen door het land heen. Omtrent zijn verhuizing kreeg hij een baan in het ziekenhuis in Dirksland. Inmiddels heeft hij daar een vaste aanstelling. Hij ziet hierin de leiding van God, Die de juiste personen op zijn weg heeft gebracht, en hem de tijd en gelegenheden heeft gegeven om in Goes te kunnen werken in de dienst van het Koninkrijk.

 http://familytime-ministries.nl/

Hermien vertelt over het begin van Familytime Ministries: ‘Wij zijn thuis begonnen met ons vieren. We begonnen met één samenkomst per maand, waar wij de Heere ervoeren op een machtige wijze. Hij zegende de stappen van Raadj en zijn gezin, en verwelkomde hen.

De eerste samenkomst in De Spinne in Goes zaten wij met 15-25 mensen, die hongerig waren. De Heere voegde er zielen bij. Nu is er elke week op zondagmiddag van 13.00 tot 15.00 uur samenkomst, een heilige dienst waar pastor Raadj ons bedient, en onze zielen voedt met het Woord van de allerhoogste God. Het werk breidt uit naar Vlissingen en Terneuzen.’

Het werk is uitgegroeid: vanaf augustus 2011 waren ze bij elkaar in samenkomsten in De Spinne met ca. 60-80 mensen.

Het is een wisselend publiek, van mensen die komen en gaan, maar er zijn ook bezoekers die zijn gebleven. De gemeente heeft ook een aantal teleurgestelde en afgezworven (evangelische) christenen aangetrokken. Raadj denkt dat wel 80% van de bezoekers van Familytime al rond de 5 jaar niet meer een bepaalde kerk bezocht. Daaronder zijn ook behoudende evangelische gelovigen, die de nieuwere ontwikkelingen bij andere evangelische gemeenten niet meer willen volgen. Een aantal van hen zijn beschadigd en zoeken naar herstel in een rustiger vaarwater. Raadj stelt zich eenvoudig en behoudend op in de muziekstijl en begeleiding van de liederen. Hij houdt ook nog van de oude evangelische liederen. Hij vindt het belangrijk dat ze verder kunnen groeien in het geloof. Hij zoekt naar herstel en eenheid. Sinds oktober 2013 is het aantal bezoekers toegenomen naar 80-90 bezoekers.

In de folder geeft Raadj aan: ‘Wij als Familytime Ministries zijn een jonge dynamische kerk’ (open voor iedereen, en een kerk zonder muren). ‘Mensen, jong en oud, ongeacht achtergrond, status en cultuur zijn van harte welkom.’ Hij vertelt hierin over zijn gezin en roeping: ‘Als familie/gezin zijn wij door een hele moeilijke tijd gegaan. Wij hebben dit als een vuurproef ervaren. Misschien kent u dat ook in uw eigen leven.’ Hij verhaalt ook: ‘Ik riep tot de levende God, begon te bidden. Als antwoord kreeg ik de Bijbeltekst uit Jozua 24:15: ‘Maar ik en mijn huis, wij zullen de HERE dienen!’ Dit woord begon ik over mijn gezin te verklaren. Zo begonnen wij de grootheid van God te zien.’ Door de vuurproef en geestelijke ervaringen is vanuit de familie Gonesh het werk onder de zegen van God gestart en gegroeid.

Moeder Hermien getuigt: ‘Ik mag samen met hen ook deel hebben aan Zijn genade, om samen achter hem en zijn gezin en Familytime te staan. Om het werk van God te doen, zo lang wij hier zijn om te werken voor Hem.’

Samen met anderen zijn ze ook gestart in Vlissingen.

In hun uitnodigingsfolder voor Vlissingen noemen ze Jer.32:27: ‘Zie, Ik, de HERE, ben de God van al wat leeft; zou er voor Mij iets te wonderlijk zijn?’ Ze nodigen daar de mensen uit met de woorden: ‘Kom er ervaar de kracht van God!” Ze geven daarbij aan: ‘Gezinnen zijn de hoekstenen van de samenleving. Vandaag staan veel gezinnen onder druk en vallen uit elkaar. Het is tijd voor herstel. Kom en ontvang zegen over u en uw gezin.’

In deze folder komen de intenties van Familytime ministries in Zeeland naar voren.

Beproevingen en blokkades bij een roeping

Raadj kijkt terug op de belemmeringen die hij in zijn leven heeft ervaren. Dit waren de beproevingen en blokkades op de weg naar het volbrengen van zijn roeping. Bij het opstellen van dit onderdeel van het artikel over Raadj dacht ik aan de woorden van 1 kor.10:13: ‘Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen. En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan.’ 

Beproevingen en belemmeringen

bewijzen de echtheid en kracht van onze roeping

Daarin komt ook onze jarenlange volharding naar voren. Volharding is de geestelijk groeikracht die door tegenstand sterker wordt en door alle blokkades heen breekt.

Gevoelens van afwijzing ontmoedigen ons, omdat acceptatie onze eerste levensbehoefte is.

Afwijzing op geestelijk gebied

treft ons in onze diepste innerlijke gevoelens

Dit is een menselijke verzoeking, met menselijke gevoelens, waarin de genade en kracht van God kan komen en uitstijgen. God laat dit zelfs meewerken ten goede, als we Hem liefhebben en op Hem blijven vertrouwen!

We lezen daarover in Rom.8:28: ‘En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.’

Iemand heeft opgemerkt

dat ‘de kwellers op onze weg de genadetrainers van God zijn’ 

De bekende Zuid-Afrikaanse prediker Andrew Murray houdt ons voor: ‘Laten we iedere broeder die veel van ons vergt of ons kwelt, beschouwen als Gods genademiddel, Gods middel om ons te reinigen, om ons de nederigheid te doen beoefenen, die Jezus, ons leven, in ons geeft. En laten wij zulk een geloof hebben in het ‘alles van God en niets van onszelf’, dat wij, als niets zijnde in onze ogen, in Gods kracht mogen trachten elkaar in de liefde te dienen.’

Als we dat beseffen, gaan we onze zogenaamde tegenstanders in een ander daglicht zien. Als ik het verslag van Raadj hieronder (bij ‘Gebrek en onbegrip’) over zijn beproevingen en gevoelens van afwijzing lees, besef ik dat onze roeping gepaard gaat met onze menselijke zwakheden. Deze mogen ook wel worden genoemd, omdat velen zich hierin zullen herkennen.

Zwakheden om nederig te blijven

Het besef van zwakheid had Paulus ook, zoals je kunt lezen in 2 Kor.11 en 12. Hij zegt zelfs in 2 Kor.11:30: ‘Als er geroemd moet worden, dan zal ik roemen in mijn zwakheid.’ Hij heeft heerlijke openbaringen ontvangen (2 Kor.12:1-4), maar roemde over zichzelf niet anders dan in zijn zwakheden (vers 5).

Om nederig te blijven kreeg Paulus

 een zeer hinderlijke doorn in het vlees

Namelijk: ‘Een engel van de satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet zou verheffen. (vers 7). Paulus gaat verder in de verzen 8-10: ‘Hierover heb ik de Heere driemaal gesmeekt dat hij van mij weg zou gaan. Maar Hij heeft tegen mij gezegd: Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Daarom zal ik veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen. Daarom heb ik een behagen in zwakheden: in smadelijke behandelingen, in noden, in vervolgingen, in benauwdheden, om Christus’ wil. Want wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig.’

Denk maar eens na over de volgende woorden van Andrew Murray: ‘Iemand die nederig is, voelt geen afgunst, of nijd. Hij kan God ervoor loven, wanneer anderen de voorkeur krijgen, meer dan hijzelf, en gezegend worden. Hij kan het verdragen te horen dat anderen geprezen worden en hij vergeten wordt, omdat hij, in Gods tegenwoordigheid geleerd heeft met Paulus te zeggen: ‘Ik ben niets’.

Andrew leert ons verder: ‘De nederige gelovige heeft achting voor iedereen, ook voor het zwakste en onwaardigste kind van God. Hij eert hem, en geeft hem bij voorkeur de eer als de zoon van de Koning. De Geest van Hem, die de voeten van de discipelen waste, maakt het voor ons tot een vreugde de minste te zijn, en elkaars dienstknecht.’

Gebrek en onbegrip

Zie bij het verslag van Raadj over zijn beproevingen hoe God hem in zijn volharding heeft doorgeholpen, bemoedigd en getroost. In een weg van vernedering wil God ons zegenen met verhoging, tot eer van Hem! We lezen in Spr.15:33: ‘Nederigheid gaat vooraf aan eer.’

Raadj geeft aan over zijn beproevingen en gevoelens van afwijzing: ‘Hoe gaat de kerk om met mensen die een gehandicapt hebben?

Mijn Nederlands was echter niet goed. Mijn uitspraak was niet echt Nederlands. Ik maakte veel taalfouten. Maar ik kon wel lezen en bidden. Ik kreeg te horen: je moet werken aan je Nederlandse taal. Ik deed mijn best, en ging naar Nederlands les. Ik voelde me daarbij ongelukkig. Minderwaardigheidsgevoelens kwamen naar boven.

Ik begrijp wel dat je studie moet doen, en dat je een weg van geduld moet gaan. Het is echter moeilijk om steeds het zelfde te horen: dat je niet verder kunt vanwege je taal.

Ik vind dat de kerken tekort schieten om mensen hier tegemoet komen, en begrip te tonen. Wat ziet de pastor of de dominee in bepaalde schapen? Hebben ze wel geloof voor hen die in de bediening willen gaan? Zelfs binnen de kerk wordt gekeken naar opleiding, geld, hoe je er uit ziet, en naar het charisma.’

Een beproefde roeping

‘Je kunt gaan denken: het wordt toch niets en je bent niet geroepen voor het werk van God. De mensen hebben de lat heel hoog gemaakt, waardoor het onmogelijk is om iets voor de Heere te doen in een bediening.’

‘God vraagt ons te dienen in geest en waarheid, heilig en oprecht’

Hij vervolgt: ‘Ik ben een weg van afwijzing gegaan. Men geloofde mij niet als ik zei dat God mij gebruikt om het Woord te spreken, dan zeggen ze wel ‘amen’. ‘Hij zal de deuren open doen’. Dit kon betekenen: ‘Ik kan niets voor jou doen. God moet het doen. Ik help je niet, kijk maar verder.’

Het was een moeilijke tijd voor mij ik ging bidden en zei: ‘Heer, niemand wil me helpen.’ Daardoor kon ik gaan twijfelen of God mij nog wilde gebruiken. Werd ik wel begrepen?

En ja, God begon deuren voor mij te openen in het land. Daarbij heb je heb wel broeders nodig, die daarin erin geloven je je daarin bevestigen. Zo zorgde de Heere voor mij, en hij creëerde de plekken waar ik kon spreken en gemeenten die ik kon dienen. God begon.’

Raadj getuigt dankbaar: ‘Door de genade van God  leiden wij nu een gemeente in Goes.’ Hij verklaart verder:

‘Ik heb altijd geloof in God gehad en in zijn woorden’ 

‘Ik ben wel eens depressief, dat moet ik eerlijk toegeven. Dan voel ik me zo zielig, om de pijn die mensen me hebben aangedaan. Je kunt er verdrietig van worden, vooral als je goed doet en het niet wordt gezien. Ken je u dit ook? Ren dan naar Jezus. Vertel hem je verdriet. En geloof in zijn Woord, want zijn Woord bouwt je weer op. Het geeft je kracht om weer op te staan, en niet in het dal te blijven Jezus kent  onze gevoelens. Dit is mijn geheim, dat ik met je wil delen.’

‘In Psalm 119:50 lezen we: ‘Dit is mij tot troost in mijn ellende: dat Uw belofte mij levend heeft gemaakt.’

David leert ons hier, dat wanneer ik me rot voel, dat ik dan naar het Woord van God grijp. Zijn Woord geeft mij kracht, en zorg dat ik er weer bovenop kom. Zijn Woord brengt verandering mijn leven, en geeft mij hoop en blijdschap. Het kan de hele situatie in ons leven veranderen.’

Raadj besluit zijn verklaring: ‘God bouwt het huis en wij willen levende stenen zijn om anderen Jezus aan te reiken, om bij te voegen en te functioneren als levende stenen. Want wie Jezus heeft gevonden, heeft het Leven gevonden, een leven tot in eeuwigheid. Wij vertellen dat Hij alléén voor onze zonden gestorven is. Het doel is: om zielen te winnen voor de Koning der Koningen. De oogst is groot maar arbeiders zijn er weinigen. Daarom bidden wij de Vader om arbeiders.’

Moeder Hermien geeft ons door: ‘Toen Raadj 8 jaar was moest hij weg van de Holtkampschool naar Bijzonder Onderwijs vanwege het stotteren. Hij heeft zich stapvoets ontwikkeld door Gods genade en diploma’s behaald, ook zijn lasdiploma.

Raadj heeft veel aanvallen gehad van Suriname tot in Nederland, maar de Heere was zijn kracht en is in hem en bij hem, om hem te maken en te vormen, te slijpen voor het werk van God. Wat in alle ootmoed en ontzag gedaan wordt voor de Heere, samen met zijn gezin.

Wij, als zijn moeder en vader, danken de Heere, dat hij zelf gehoorzaam is geweest door te luisteren naar zijn ouders en God, om Hem te dienen. Ik geef de Heer alle eer. Dat hij als een kanaal mag zijn, met zijn gezin om als voorganger van Familytime te dienen.
Heer, hoe wonderbaar zijn Uw werken, het is mij te wonderbaar om te begrijpen en te vatten. Dank U Heer.
Samen met Raadj, Geeta en de kinderen, mijn man en Familytime, mijn 3 dochters en 10 kleinkinderen mogen we naar de kerk te gaan, waar we Hem alle lof en eer bewijzen. Om te leren vanuit het Woord en te leven vanuit God.’ 

Hermien verklaart ons verder:

‘God verandert mensen, en we bidden dat ze ook tot hun doel, hun bestemming komen. Want God heeft een plan met een ieder van ons.’

Ze geeft ons nog enkele tekstgedeelten door, die van belang zijn voor het werk in het Koninkrijk van God:

Spreuken 8: 17-21:
‘Ik heb lief wie mij liefhebben, wie mij ijverig zoeken, zullen mij vinden. Rijkdom en eer zijn bij mij, duurzaam goed en gerechtigheid. Mijn vrucht is meer waard dan goud, ja dan gelouterd goud, mijn opbrengst meer dan uitgelezen zilver. Ik wandel op het pad van de gerechtigheid, midden op de wegen van het recht, om hen die mij liefhebben, bezit te doen beërven; hun schatkamers zal ik vullen.’

Spreuken 10:22:De zegen des HEEREN, die maakt rijk, zwoegen voegt er niets aan toe.’ 

De ouders Gonesh zien in hun zoon: liefde voor God, vreze voor God en gehoorzaamheid aan God. Ze zien in hun schoondochter: een mooie vrouw van God die te bewonderen is als schoondochter. Een vrouw die de Heere vreest. Om hen samen met Raadj en Familytime, de broeders en zusters te leiden in grazige weiden met alle zachtmoedigheid en een nederige geest van Jezus.

Ze verklaren: ‘Wij staan met gebed, wijsheid en inzicht en kracht van God rondom hen en Familytime, opdat het werk van God vrij gezet zal worden in ons leven, en vooruitgang zal hebben.’ Ze getuigen verder:

‘Wij geloven in het dierbaar woord van God

want Hij waakt over Zijn Woord, om dat te doen.’

Ze eindigen hun verslag met: ‘De genade en liefde van God zij met U allen. Veel liefs en Gods zegen, moeder Gonesh-Ramdayal, vader Ramon Gonesh.’

Voedselactie in Goes

Er kwam meer bekendheid voor Familytime Ministries door het uitdelen van voedselpakketten op een eerste Paasdag. Je kunt dit zien in de publicatie  van de PZC op 7 april 2012:

‘Kerkgenootschap Familytime Ministries in Goes deelt voedselpakketten uit’

GOES – Goes heeft er sinds ruim een jaar een kerkgenootschap bij: Familytime Ministries. Beetje bij beetje weten steeds meer mensen de weg naar deze christelijke kerk te vinden. Zondag, op eerste paasdag, worden er als paasactie voedselpakketten uitgedeeld.

Raadj en Geeta Gonesh van Familytime Ministries

Familytime Ministries is opgericht door het echtpaar Raadj en Geeta Gonesh. Ruim tien jaar geleden vertrokken ze uit Goes, waarna ze meehielpen het oprichten van kerken in Steenbergen en Tilburg. ‘Toen ik wegging uit Goes dacht ik nooit meer terug te komen,‘ zegt Raadj. ‘Maar God sprak mij toen en vroeg mij om in Goes een gemeente te beginnen.’
Zo gezegd, zo gedaan. In januari 2011 werd ik wijkgebouw De Spinne de eerste dienst gehouden onder leiding van pastor Raadj. Ruim tien mensen woonden deze bij. Nu zitten er op zondag gemiddeld zestig mensen.

Onlangs is bij de Albert Heijn in Goes een voedselactie gehouden onder de klanten. Van de producten die zij doneerden, zijn 45 pakketten gemaakt. Die worden tijdens de dienst van morgen uitgereikt aan gezinnen die het moeilijk hebben. ‘We hopen dat te kunnen blijven doen,’ besluit Raadj.

Meer informatie op de site www.familytime-ministries.nl.

 

De levensloop van moeder Hermien Gonesh

Ze verhaalt ons over haar eigen leven: ‘Ik ben zelf als kind van 4 jaar in een kindertehuis opgevoed, samen met mijn zus van 5 jaar. Mijn vader bracht ons daar, omdat mijn moeder ernstig ziek werd na de bevalling van mijn broertje, en deels omdat ik ook gehandicapt was. Het was voor mij een ramp om naar school te gaan in de hete zon.

In een christelijk kindertehuis

Ik kroop op mijn knieën naar school. Ik kon niet lopen. Ik ging naar het kindertehuis, en was daar erg verdrietig om. Ik miste van mijn ouders en twee broertjes.’

‘Maar prijst God, want hier heb ik Jezus leren kennen’

Ze gaat verder: ‘Toen ik 4 jaar was, kreeg ik in het kindertehuis een droom van de Heer: dat Hij mij zou brengen naar een land van melk en honing. Dit bewaarde ik diep in mijn hart en ik geloofde er in. Maar elke keer keek ik uit naar dit land, en ik vroeg me eigenlijk ook af waar dat land was.

Eens per jaar in de grote vakantie mochten we naar huis gaan, maar dat was te kort voor mij. Ik was al van kleins af aan een familiemens. Bezoek van ouders in het kindertehuis was beperkt. Eén of twee keer per jaar kregen we bezoek van ouders. Ik vermoedde zelf dat dit was vanwege financiën, maar misschien was het ook moeilijk voor hen omdat ze ons afgestaan hadden.

Toen ik klaar was met de lagere school in het kindertehuis, waar ik een christelijke opvoeding kreeg, was ik ongeveer 11 of 12 jaar. Ik mocht kiezen of ik in de stad naar het Paramaribo internaat wilde gaan, of thuis bij mijn ouders verder zou gaan studeren. Ik koos voor thuis. Dat was een vreugde voor mij, want ik miste mijn ouders en broertjes en zusjes (die er bij waren gekomen).

In die tijd kreeg ik massagetherapie voor mijn benen. Lopen ging redelijk goed, en ik had een hele erge vorm van O-benen. Na het afscheid van de zusters kwam ik met mijn vader thuis. Ik nam de grootste rijkdom, de Bijbel, als cadeau mee naar huis.
Zo ging ik thuis wonen, en mijn Bijbel was alles voor mij.

Ik ging verder naar de U.L.O. school, dat is de Mavo. Ik behaalde mijn diploma, waar ik blij om was. Verder studeerde ik de 4e rang cursus (of Kweek A school) voor onderwijzeres.’

‘Maar nog keek ik uit naar dat land van melk en honing’

‘Tussen 17 à 18 jaar kwam ik mijn huidige man R. Ch. Gonesh tegen Binnen een jaar trouwden wij. En toen werd ook ons eerste kindje Raadj geboren, met zeven maanden (een zevenmaands kind). Zeven jaar later kregen wij ons tweede kind: onze dochter Gaitrie.’

Naar Nederland

Na zes maanden opende de Heere de deur voor ons om naar Nederland te vertrekken. Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 mochten Surinamers naar Nederland. Opvang en onderhoud werden geregeld. Ik had gebeden om te gaan, en ik had er vrede mee. Natuurlijk dacht ik er aan ‘dat dit het land van melk en honing was’.
Mijn man ging eerst met broers, om het land te verspieden. ‘Het was goed,’ zei hij, en na drie maanden kwam ik samen met de kinderen naar Nederland, bij schoonfamilie in Breskens. Ik was inmiddels zwanger van mijn tweede dochter, mijn derde kind. In Nederland was alles wat mijn hart begeerde, maar het was er erg koud. Heimwee overviel mij, maar ik bleef volharden.

Van Breskens naar Goes

Daarna zijn we vanwege werk van mijn man naar Goes verhuisd. Eenzaamheid overviel mij. We moesten onze schoonfamilie achtergelaten en weer naar een andere plek. Daarbij had ik veel (innerlijke) strijd binnen mijn huwelijk vanwege mijn hindoeïstische man. Een man die vanaf Suriname in de muziekwereld zat. Maar het oog van God was op ons, en onze ogen zagen uit naar Hem. Ik denk ook dat het ook moeilijk was voor mijn man, om alles in Suriname achter te laten, en om zich in Nederland te settelen. Dit heeft ook veel in hem teweeggebracht.

Ook in Goes ging ik weer op zoek naar dat land  van melk en honing. Ik vroeg aan de buren, ik ben op zoek naar een kerk. Ze verwezen mij naar een Jehova kerk, een Gereformeerde kerk en nog andere kerken, maar binnen in mij kwam ik niet in actie. Totdat ik naar de markt in Goes ging op een zaterdagmiddag. Toen hoorde ik een aantal broeders en zusters zingen het lied:

‘Ik wandel in het licht met Jezus’

Ik zei: ‘Dat is hem.’ En ik stapte naar een Surinaamse broeder, die daar informatie gaf.  Deze broeder Kong-A-Sam gaf mij een kaartje van de kerk: Pinkstergemeente Turfkade. Op zondagmorgen om 10.00 uur zat ik daar, en ik dacht: ‘Wauw, nu kan ik mijn kinderen opvoeden in de Vreze van God.’  Wat een mooie gelukkige tijd had ik met broeders en zusters en voorganger broeder van der Meer. Ze waren liefdevol, en ik voelde me thuis. Zo hebben we ons bij hen gevoegd.’

Hermien vertelt ons verder: ‘Mijn man wilde niet mee, vanwege zijn geloof, maar we baden altijd voor hem.’

‘Toen ik mij liet dopen, heb ik hem uitgenodigd

en die dag raakte God hem aan’

Hij gaf zijn leven aan de Heer. Wauw, weer een groot wonder!

Ik dankte de Heer ervoor, en ik blijf danken, dat wij het werk samen konden doen. En we deden ook alles wat de Heer vroeg van ons, we gaven er gehoor aan. De Heere gebruikte ons op een machtige wijze. Inmiddels was het de wens van mijn man naar God toe, om onze zoon van reuma te genezen. Hij overlegde met God: ‘Als U echt bestaat, genees hem dan alstublieft.’ En Prijst God, God genas Raadj van kinderreuma toen hij 14 jaar was (in plaats van 18 jaar).

Hij bevestigde zijn woord met wonderen en tekenen, en Hij liet mijn man zien hoe oneindig Zijn liefde en genade was en is.

In de tentcampagne van Broeder Wim Wendt was er toen ook die oproep voor genezing. Raadj ging naar voren voor zijn stotteren, en God genas hem (toen de profetie uitkwam). Dank U Jezus.’

‘Dit was een dubbel wonder tussen zijn 14e en 15e jaar’

Hij bevestigde en versterkte mijn man en mij ook. Want onze God is een God van overvloed. Ondanks al het mooie van de Heer, en de zegeningen, kwam er veel strijd binnen in het gezin. Intussen was ook ons vierde kind, een dochter geboren. Na een tijd viel het gezin bijna uit elkaar, maar Gods oog was op ons gezin.
Aanvallen en strijd, maar ook overwinningen. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel. In mijn moeilijke tijden, vier kids (één zoon en drie dochters) openbaarde de Heere mijn droom van het land van melk en honing: dat was het Woord van God. Wauw, geweldig!

Het land van melk en honing was het Woord van God

Toen begon ik heel veel in het Woord te lezen, en ik vroeg: ‘Heer, help mij ook om het te begrijpen, open mijn ogen, verstand, oren hart. Om te vatten Uw woord waar U in leeft.’ Toen begon de wandeling van mij met mijn God. Wonderbaar! Meer relatie met Hem. Ik kreeg veel openbaring door veel bidden. Liefde van God doorstroomde mijn hart, om mijn gezin te leiden, en om te gaan met alles wat op af kwam in mijn leven.

‘Ik begon te genieten van melk en honing,

van die zoete naam van Jezus,

met de verborgen schatten’

Ik mocht dat doen, samen met mijn man en kinderen. Die tijd ging ook heel moeilijk met ons huwelijk. Maar wij hadden een Strijder: de Heere, Die ons heeft gebracht naar dit land, om Hem te dienen. Maar het plan van God met het leven van Raadj had ik scherp op het oog, want ik wist toen al als moeder voor honderd procent, dat God een geweldig plan met deze jonge man heeft.’

 

Dag van evangelisatie

Raadj heeft met Family Ministries  de dag van evangelisatie geïntroduceerd. Dit is voor het eerst gerealiseerd op 31 mei 2013. Het is al overgenomen door andere gelovigen en voorgangers. Inmiddels zijn ze ook al bezig met de evangelisatieactiviteiten van de ‘kerk zonder muren’

Lees hier meer over de Dag van Evangelisatie. Voor deelname is Raadj Gonesh per e-mail bereikbaar..

Je kunt er meer over lezen in de publicaties hieronder.

‘Wij halen opgetrokken kerkmuren naar beneden’

CIP: gepubliceerd vrijdag 4 april 2014 08:00 door Jeffrey Schipper

Dag van Evangelisatie op komst

‘Zodra een kerkelijke gemeente groeit, verschuift evangelisatie naar de achtergrond. Om stil te staan bij de zendingsopdracht organiseren we daarom De dag van Evangelisatie.’ Raadj Gonesh is voorganger van Familytime Ministries, een evangelische gemeente in Goes. ‘Door opgetrokken kerkmuren zijn we geneigd om ons bezig te houden met alles wat zich daarbinnen afspeelt. Daarom halen we die kerkmuren naar beneden, zodat we ons blijven uitstrekken naar de mensen om ons heen.’

Zoveel mogelijk christenen bij elkaar brengen om in hun eigen dorp of stad te evangeliseren. Dat is de droom van Gonesh, die op zaterdag 31 mei in vervulling zou moeten gaan. “Mijn drijfveer is: hoe kan ik verloren zielen bereiken en andere christenen hiervoor enthousiast maken? Toen ik hierover bad, kreeg ik het verlangen om een ‘Dag van evangelisatie’ te organiseren.

Het concept is heel eenvoudig: mensen gaan op dezelfde dag en tijd in hun woonplaats aan de slag. Of je nu in Goes of Amsterdam bent, maakt niet uit. Christenen vormen zo een geestelijke eenheid en voeren tegelijkertijd de zendingsopdracht uit. Jezus zond Zijn discipelen niet voor niks twee aan twee uit. Daarom zou het mooi zijn als we dit gezamenlijk zouden kunnen doen.”

‘Jezus is Liefde’

In 2013 vond dit initiatief voor de eerste keer plaats. Destijds waren er zo’n honderd deelnemers. “Ik verwacht dat er dit jaar meer mensen zullen deelnemen.” Speciaal voor deze dag zijn er T-shirts ontworpen met de tekst ‘Jezus is liefde’. “Wie het lastig vindt om gesprekken aan te gaan, kan ‘gewoon’ met de groep meelopen en dit T-shirt aandoen. Ook zijn er flyers gedrukt. Als we dit in  eenheid doen, zal de duivel schrikken. Dikwijls gaat een evangelist alleen de stad in en dreigt het gevaar dat het alleen om hem of haar draait. Dit is nu niet het geval. Bidden zonder werken is dood. Gebed alleen is niet genoeg.”

In sommige gevallen mist Gonesh ‘een brandend hart voor evangelisatie’. ‘De Bijbel roept ons in Mattheus 28 duidelijk op om de wereld in te gaan en ons uit te strekken naar de mensen om ons heen. Iedereen die de Heere aanneemt geeft Hij daarvoor kracht. De vraag is hoe belangrijk we dit zendingsbevel vinden. Wanneer een kerkelijke gemeente op gang is gekomen en groei doormaakt, verdwijnt de aandacht voor evangelisatie vaak naar de achtergrond. Dit zie ik in zowel traditionele als evangelische gemeenten. Natuurlijk zijn er uitzonderingen en houden sommige kerken zich bewust met de zendingsopdracht bezig. Ik wil ervoor waken dat onze gemeente deze focus kwijtraakt. Wij zijn groeiende en willen ons blijven uitstrekken naar evangelisatie.’

Functioneren als familie

Zijn gemeenschap ‘Familytime Ministries’ bestaat uit ongeveer 80 mensen. “De overgrote meerderheid van onze leden is in het verleden teleurgesteld geraakt in de kerk en afgehaakt. Een kleine minderheid kwam in de eigen kerk niet tot zijn of haar doel en sloot zich om die reden bij ons aan.” Verder bestaat de gemeenschap van de voorganger uit zeker tien verschillende nationaliteiten. De kerk heet ‘Familytime Ministries’ omdat het functioneert als “een familie, waar de Heere Jezus wordt verheerlijkt”. “Wie niet is geworteld in de Heer, zet de deur voor de vijand open. Toen we strijd hadden in het gezin, kwamen we een maand lang iedere avond bij elkaar om een uur te bidden. Zo is uiteindelijk deze gemeenschap ontstaan, waarna steeds meer mensen aansluiting vonden bij onze ‘familie’.”

Naast De dag van Evangelisatie, houdt Gonesh zich nog met een ander initiatief bezig om de christelijke eenheid te versterken: Kerk zonder muren. (Vanaf 7 maart 2014 zijn er op Noord-Beveland zes evangelisatie-avonden georganiseerd.)

Tijdens deze avonden werd in dorpshuizen het Woord verkondigd en werden er geestelijke liederen gezongen. Gonesh: ‘Het doel is om mensen die door kerkelijke frustraties thuiszitten te bereiken. Zo laten we hen met christenen, afkomstig uit verschillende denominaties, zien dat het maar om één ding draait: het Woord van God. De gedachte dat de kerk niet meer belangrijk zou zijn, is een valse leer die we op deze manier tegengaan.’

Interview met Raadj en samenstelling van het artikel: Jan Baaijens, met tekst van Hermien Gonesh.

Comments are closed.