Levensverhalen over bescherming

Copyright: Jan A. Baaijens, jongerenpastoraat.

Inhoud en genummerde verhalen

       Inleiding

14. Wang MingDao: van bangerik naar geloofsheld

15. Ds. Alexander Peden ‘onder de wolk’

       Bescherming door engelen

16. De evangelist en de terrorist

       Wonderlijke uitreddingen

17. Josse Ben Zvi bleef ongedeerd

18. De gelovige Vanya in het Russische leger

 

Veilig in de schuilplaats van de Allerhoogste

Lees: Psalm 91

Je bent door het geloof veilig in de aanwezigheid van God. Door verschillende beelden wordt dit in de Bijbel duidelijk gemaakt. Het is van het grootste belang dat je weet in welke positie of plaats je bent. Verkeer je op een veilige of onveilige plaats? Ben je ‘veilig in Jezus armen’. Een gelovige verkeert in een veilige positie. We lezen over zijn veilige positie in Ps.91:1: ‘Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.’ God beschermd Zijn kinderen ook door de engelen. In vers 11 wordt aangegeven: ‘Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen.’ Een gelovige hoeft onder de beschermende hand van God niet bang te zijn! Laat je jezelf ook wel eens bang maken?

Je hoeft niet bang te zijn!

Er is een mooi voorbeeld van een vader die met zijn zoontje in de auto op een drukke weg rijdt. Hij moet zijn handen goed aan het stuur houden. Door het open raam is er echter een grote bij binnengevlogen. De kleine jongen is allergisch voor een bijensteek… zijn gezondheid staat daarbij op het spel. De angstige jongen gilt het uit van angst!

Op een geschikt moment vangt zijn vader de bij in zijn hand. Hij houdt zijn hand vervolgens stevig gesloten. Maar op een gegeven moment heeft hij zijn hand weer nodig aan het stuur… en de bij ontsnapt weer in de auto! De arme jongen gilt het weer uit van angst, vooral ook omdat de bij nu wel agressiever zal zijn. De brommende bij komt gevaarlijk dichtbij… Wat een paniek! 

Dan zegt zijn vader: ‘Mijn zoon, je hoeft niet bang te zijn… kijk maar eens in mijn hand. In de hand van zijn vader ziet de jongen de angel van de bij vastzitten! De bij is van zijn gevaarlijke angel beroofd. Hij kan nu geen kwaad meer doen.

 

Ik denk dat het voorbeeld duidelijk is. Als je bang bent voor ‘de brommende duivel’ om je heen, kijk dan maar gelovig in de handen van Jezus.

Wang MingDao: van bangerik naar geloofsheld 

Ex-marinier Broeder David was eens bij mw. Kwang in China om het project Parel voor te bereiden, namelijk om één miljoen Bijbels tegelijk naar China te smokkelen. In 1974 heeft de Chinese geloofsgetuige, mw. Kwang, een visioen gekregen, terwijl ze in een afschuwelijk ondergrondse gevangenis verbleef. Ze was daarvoor verschrikkelijk gemarteld. Ze zag in het visioen vele duizenden medewerkers, vanuit het Oosten en Westen, zij aan zij een greppel graven. Deze werd steeds dieper en langer. Daarna begon er water doorheen te stromen. Ze zag eerst door China stromen, naar alle delen van het land, en daarna door de hele wereld.’

Dit visioen is duidelijk uitgekomen. Op 18 juni 1981 werden de één miljoen bijbels vanuit een schip in China aan land gebracht. Zo’n 20.000 Chinese christenen waren naar de kust gekomen om de bijbels snel af te voeren. De bijbels werden in één uur aan land gebracht. Na vier uur kwam er een patrouille van het leger op die plaats. Toch is zeker 80 procent van deze bijbels na kortere of langere tijd op de plaats van bestemming aangekomen. 

     

Tijdens dit bezoek aan China bezocht broeder David ook Wang MingDao. Samen met Watchman Nee was hij een belangrijk leider geweest van de Chinese kerk. In 1955 werd hij gearresteerd, wegens zijn verzet tegen de door de communisten gestuurde Drie-Zelf beweging. Na veertien dagen gevangenis ondertekende hij een bekentenis, dat zijn verzet niet goed was geweest. Na zijn vrijlating besefte hij dat hij ‘gehersenspoeld’ was… en herriep hij zijn bekentenis!

De korte tijd van verloochening heeft hij ervaren als een verschrikkelijke, onhoudbare toestand, veel zwaarder dan de volgende 22 jaar en 8 maanden gevangenschap. In januari 1980 werd hij pas vrijgelaten (twee jaar na de vrijlating van zijn vrouw).

David ontmoette geen lichamelijk gebroken oude man, maar een frisse, vurige gelovige, die de Heere nog steeds innig liefhad. Wang MingDao zei tegen hem: ‘Ik denk aan de woorden die Jezus in Openbaring 2:10 tot Zijn volgelingen spreekt: ‘Wees niet bevreesd voor hetgeen gij lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt, en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon des levens.’

De 23-jarige loutering had hem rijker gemaakt. Hij vervolgde: ‘Vijfentwintig jaar geleden had ik er geen besef van dat satan er op zat te wachten om me op mijn zwakste plek aan te vallen. Ik was een bangerik. Dat wist ik maar al te goed. En hij bracht mij in aanraking met een terreur, die ik niet voor mogelijk had gehouden. En net als Petrus was ik zwak.’

De Heere heeft hem niets verweten, maar getroost met de woorden: ‘Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet uitdoven.’ De oude geloofsgetuige verklaarde uiteindelijk: ‘Nu is er nog maar Eén Die ik vrees: God. Zolang ik niet tegen God zondig en Hem trouw blijf, heb ik niets te vrezen. Iedere dag die wij op aarde doorbrengen, moeten wij waakzaam zijn.’

Ds. Alexander Peden ‘onder de wolk’

Een bekend verhaal over Gods beschermende hand ‘onder de wolk’ kun je lezen in het boek “Onder de slip van Zijn mantel’, over ds. Alexander Peden. Je kunt er Psalm 91 naast leggen.

Dominee Peden moest zich eens schuilhouden voor de Engelse soldaten. Hij kon steeds weer ontsnappen, ook omdat hij een snel paard had, terwijl hij goed kon paardrijden. Hij was al oud geworden. De leider van de achtervolgers, een zekere Claverhouse, was hem  op het spoor gekomen.

Een soldaat van deze achtervolger reed echter vooruit naar de boerderij waar Peden was, samen met enkele anderen. Hij voegde zich bij de dominee en de groep ging er zo snel mogelijk vandoor op de paarden. Het werd een wilde achtervolging. Op een gegeven moment raakten de paarden uitgeput. Ze moesten afstijgen. De achtervolgers waren al dichtbij. Peden hurkte met de mannen in een dal neer op de knieën voor een gebed. Hij smeekte de Heere om bescherming: dat Hij ze zou willen bedekken ‘onder de slip van Zijn mantel’. Hij bad: ‘Wilt U de slip van Uw mantel werpen over de oude Alexander en deze arme schapen en red ons nog alleenlijk dit keer en wij zullen het in herinnering houden.’ Daarna breidde hij zijn handen naar omhoog. Toen gebeurde er een wonder. Daarop daalde er een zware mist over de top van de heuvel en verborg ze voor de vijanden. Zij waren toen veilig ‘onder de wolk’.  De achtervolgers gingen toen letterlijk ‘de mist in’. Zij reden boos en al vloekend langs hen heen, maar ontdekten ze niet. Zo werden ze door de Heere gespaard! 

Bescherming door engelen

  

De evangelist en de terrorist

Ik hoorde van een evangelist, die ik persoonlijk ken, dat hij in Peru voorging in een openluchtdienst. Hij leerde de indianen vanuit de Bijbel. Intussen was er een terrorist bezig om een goede positie uit te kiezen bij de luisterende indianen. Hij wilde een aanslag plegen. Het lukte hem echter niet om een geschikte plaats te vinden, omdat hij verschillende keren politiemannen zag staan bij de plaats vanwaar hij de aanslag wilde plegen. Uiteindelijk voelde hij zich genoodzaakt om zijn pogingen te staken en luisterde hij mee naar de boodschap van de evangelist. Deze gebruikte juist een goed voorbeeld. Hij verklaarde dat het volk van God is als een leger, waar kun je niet tegen strijden en het van zult moeten verliezen. Eerst nam hij een pen in de hand. Een indiaan moest proberen om deze ene pen te breken. Dat was natuurlijk niet moeilijk. Een christen alleen is nog wel te breken, maar niet een groep christenen. Daarom nam de evangelist een bundeltje pennen, vastgemaakt met elastiekjes. Nu mocht de indiaan  proberen om dit bundeltje pennen te breken. Het lukte hem echter niet De evangelist stelde vast dat je niet kunt strijden tegen het leger van God. De terrorist werd door de boodschap gegrepen en heeft het verhaal begrepen.

Achteraf is de terrorist naar leidinggevende christenen gegaan, terwijl bij hen aangaf dat hij christen wilde worden. Hij gaf daarbij ook te kennen, dat hij geen aanslag kon plegen, omdat er steeds politie bij hem in de buurt was. De christenen verzekerden hem dat er absoluut geen politie aanwezig was tijdens de samenkomst! We mogen gerust aannemen dat de engelen de evangelist en eventueel ook andere christenen daar heeft beschermd op deze zeer opmerkelijke wijze.

Oudvader Smytegelt

Een soortgelijk verhaal is ook overgeleverd van de bekende oudvader ds. Bernardus Smytegelt (1665-1739) in Middelburg. Men wilde hem daar van een bruggetje gooien, maar zagen engelen die bij hem liepen. Later heeft iemand van hen het eerlijk bekend (volgens het verhaal).

Een gelovige vrouw die van de trap viel

Ik was meer dan 30 jaar geleden samen met een ander op bezoek in Schotland bij zijn gelovige vrouw, die al begin zestig was. Ze woonde in een klein wit huisje in een heuvelachtige omgeving. Er was een steile rechte trap naar boven toe. ’s Avonds hadden wij met haar een gesprek over engelen. Ze vertelde ons toen haar ervaring, dat ze diezelfde dag nog had meegemaakt: Ze wilde een kan water naar boven brengen, om een kruik te vullen. Bovenaan de steile trap verloor ze haar evenwicht. Ze viel achterover van de trap af. Beneden op de vloer kwam ze later weer bij bewustzijn. Ze had geen beschadiging of pijn. De volgende Bijbelteksten kwamen in haar gedachten: ‘Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, opdat u uw voet aan geen steen stoot’ (Ps. 91:11-12). 

Daarna kwam ze met verhalen over engelen, die gelovigen in het verleden hadden beschermd en geholpen. Ze vertelde over een man die op een bijzondere wijze werd aangevallen door de duivel of door demonen. Hij werd tot wanhoop gedreven en besloot er maar een eind aan te maken. Hij begon wanhopig een steilte op te rennen, om zich van de hoge rots in de afgrond te storten. Hij werd echter tegengehouden door een sterke wind. Hij ondernam nog pogingen, maar de sterke wind hield hem steeds tegen. Hij begreep dat een hogere macht hem tegenhield. Je kunt hierbij denken aan de engelen of een beschermengel. Toen ging hij terug naar huis. Daarna bracht God hem genadig tot licht.

Wonderlijke uitreddingen

Jossi Ben Zvi bleef ongedeerd

    

Er zijn nog heel wat christenen, die op een opmerkelijke wijze zijn gespaard gebleven voor of bij een verkeersongeluk. Sommigen kunnen zelfs over deze ervaringen vertellen uit de periode van vóór hun bekering. Ik heb gelezen van de Messiasbelijdende Joodse predikant Jossi Ben Zvi, dat hij in zijn ongelovige periode als jongen niet werd opgepakt door de Duitsers in Polen. In Israël streed hij tegen de Arabieren en de vijanden van Israël en iedere keer werd hij in gevaarlijke situaties gespaard. Op een keer naderden de Joodse strijders een heuvelrug. Ze wisten niet dat zich daar Arabieren in hadden verschanst. De Joden liepen onbeschermd over een vlak veld. Plotseling kwam er een regen van kogels op hen af. Ze probeerden nog terug te vluchten. Ben Zvi rende tussen hen. Terwijl de anderen werden getroffen bleef hij weer ongedeerd. Toen kwam hij tot het besef dat er een God moet zijn, Die hem speciaal beschermde.

                                         

Daarna kreeg hij een Nieuwe Testament van een Duitse toeriste. Hij ging er in lezen en kwam tot bekering. Uiteindelijk is hij predikant geworden in Jeruzalem.

De gelovige Vanya in het Russische leger

In 1972 werd een jonge soldaat tijdens zijn dienstplicht in het Russische Rode leger om het leven gebracht in de Krim. Het mocht van de communistische leiders niet bekend worden dat het leger één van hun eigen soldaten zouden hebben gemarteld.

 

Vanya was een toegewijd christen en lid van de Baptistenkerk. Er was gelukkig genoeg op papier gezet over hem en door hem, zodat we zijn wonderlijke korte levensgeschiedenis kunnen lezen in het boek ‘Vanya, hij betaalde zijn geloof met de dood’. Het boek is buiten de Sovjet-Unie gesmokkeld en in vele talen vertaald. In het boek komen we ook de bijzondere bescherming van God tegen in het leven van deze jonge christen. Het kwam uit dat hij christen was, toen hij een keer te laat op het appèl verscheen. De leidinggevende sergeant vroeg hem waarom hij te laat was. Vanya reageerde: ‘Het spijt mij, meneer, ik was aan het bidden, meneer.’ Bidden was verboden in het Rode leger. 

De leiding van zijn onderdeel probeerde hem met strengheid en straf tot andere gedachten te brengen, zodat hij zijn geloof zou verloochenen. Vanya gaf echter een vrijmoedig getuigenis. Welke straf ze ook op hem uitoefenden, Vanya gaf zijn geloof in God en in de Heere Jezus niet op. Toen werd hij overgeplaatst naar een andere kazerne, waar majoor Gidenko de leiding had. Het was een kolossale man met een leeuwenkop en een militaire houding. Hij zat al 32 jaar in het leger en wist wel raad met zulke religieuze personen.

Vanya moest voor verhoor op zijn kantoor verschijnen. Het was nog een stukje lopen voor hem. Terwijl hij over de militaire basis liep, loofde hij God voor de tijd die hij zo nog kreeg om te bidden. Het was winter en de sneeuw glinsterde in de zon. Er kwam een lied in zijn gedachten; hij zong zachtjes, tot driemaal toe: ‘De vreugde van de Heere is uw kracht.’ (Zie in Neh.8:11: ‘De blijdschap van de HEERE, die is uw sterkte.’) Ineens leek het net of de bomen overgoten werden met een hemels licht. Hij hoorde daarbij een stem zeggen: ‘Vanya, Vanya, wees niet bang.’ De stralende aanwezigheid van de engel verlichtte het park op het centrale plein veel helderde dan de zon. Toen sprak hij weer: ‘Wees niet bang, Ik ben met je.’ Hij ervoer de tegenwoordigheid van God. De blijdschap brandde in hem als een vuur. 

Intussen was hij bij het kantoor van Gidenko aangekomen. De majoor maakte eerst een vriendelijke indruk. Hij begon hem te vragen over zijn thuis. Toen ging Gidenko verder over de ondervragingen die Vanya al had gehad. Hij vroeg hem of hij daarbij niet had geleerd om de goede antwoorden te geven. Vanya antwoordde, dat God het soms niet goed vond om de ‘juiste’ antwoorden te geven. Gidenko vroeg hem, wie die God van hem was. Vanya reageerden: ‘Meneer, Hij is de Schepper van het heelal. Hij is een Geest en heeft de mensen heel erg lief…’

Gidenko ging verder: ‘Ja, ja, ik ken de christelijke leer. Kun je die juiste antwoorden niet geven, omdat ze onwaar zijn? Ben je het oneens met wat het roemrijke Rode leger leert?’ Het gesprek werd nu grimmiger. De majoor beweerde: ‘Het is onmogelijk om het bestaan van God te bewijzen. Dat moeten zelfs de gelovigen toegeven. Priesters en dominees geven het toe.’ De jonge christen getuigde: ‘Meneer, dan spreken ze over het bewijzen van het bestaan van God. Niet over het kennen van God. Hij is nu bij mij, in deze kamer. Voordat ik hier kwam, zond hij een engel om mij te bemoedigen.’

Gidenko kwam in zijn volle lengte overeind en sprak tot hem: ‘Het spijt mij dat je volhardt in je dwarse houding. Je wint er niets mee, behalve een hoop trammelant. Ik ben echter van mening dat jij je gezonde verstand wel zult gaan gebruiken, na wat tucht om je te genezen van je waanideeën over engelen en sprekende goden. Ik beveel je om na het blazen van het signaal ‘licht uit’ vanavond op straat te gaan staan, tot je bereid bent bij mij te komen en je excuses aan te bieden voor de onzin, die je op de basis rondgebazuind hebt over jezelf en je zogenaamde ervaringen met God.

Daar de temperatuur zo’n 25 graden onder nul zal zijn, hoop ik voor je eigen bestwil, dat je niet te lang zult wachten met tot bezinning komen. Morgen zullen we samen bezien hoe we je politieke heropvoeding aan gaan pakken. Je kunt inrukken.’ Bij zijn vertrek zei Gidenko nog: ‘Je zult mijn opdracht uitvoeren in zomertenue. Dat is alles.’

                                            

Het werd al gauw bekend op de basis. Vanya mocht daarna nog rijk getuigen bij de andere soldaten. Na het trompetsignaal ‘licht uit’ haastte hij zich naar de buitendeur. Buiten sloeg de kou hem als een klap in het gezicht. Het was net tien uur geweest. Eerst bekroop de angst hem: ‘hoe lang zou het duren voor je doodvroor?’ Toen begon hij te zingen: ‘De vreugde van de  Heere is uw kracht.’ Plotseling voelde hij zich weer als die ochtend op het plein. In het licht van de maan leek het plein door een hemels licht overgoten. De woorden van de engel ‘wees niet bang, Ik ben met je!’ waren ook voor de avond bedoeld! Zelfs de warmte van dat ogenblik leek weer bezit van hem te nemen. Vanya begon zacht te bidden.

Om half één kwamen drie officieren, in hun warme overjassen gehuld, informeren: ‘En, heb jij je bedacht? Ben je van plan binnen te komen? Heb je hier nu lang genoeg gestaan?’ Hoe was het mogelijk dat hij het warm had? Vanya reageerde: ‘Dank u, kameraad officieren. Ik zou graag binnen komen en naar bed gaan. Maar ik kan er niet in toestemmen over God te zwijgen.’ ‘Je blijft hier dus de hele nacht buiten staan?’  Vanya: ‘Liever niet. Maar ik zie geen andere mogelijkheid, en God helpt mij.’   

Tegen drie uur in de vroege morgen stond de standvastige gelovige half te slapen. Hij had het die nacht buiten niet kouder dan toen hij zich in de kazerne aankleedde. Hij had  zonden beleden, voorbede gedaan en kerstliederen gezongen. Toen mocht hij weer naar binnen. De eerste officier van de wacht vroeg hem: ‘Wat ben jij toch voor iemand, dat de kou je niet schijnt te deren?’ Vanya antwoordde: ‘O, kameraad, ik ben een mens, net als u. Maar ik heb tot God gebeden en werd warm.’ De officier reageerde: ‘Vertel me eens over deze God.’ 

Uiteindelijk heeft Vanya twaalf nachten achtereen in zomeruniform in temperaturen beneden nul buiten gestaan. Majoor Gidenko was daardoor bijzonder ontstemd. Het was voor hem een onbegrijpelijke zaak, dat hij niet bevroren was en niet om genade had gesmeekt. Gidenko was die vorige avond zelf buiten gaan kijken, om de kou in de poedersneeuw te ervaren. Toen moest hij het wel toegeven, dat het mogelijk was. Zo kan God het onmogelijke mogelijk maken. Ook bij Vanya was er een beschermengel of er waren ‘engelen om hem heen’.  

    

Uiteindelijk is Vanya later tijdens zijn diensttijd toch nog om het leven gebracht. Zijn geloofsgetuigenis is wereldwijd bekend geworden. Hij mocht ingaan in de vreugde van zijn Heere en Koning.

In zijn laatste brieven naar zijn ouderlijk huis wees hij er meerdere malen op:

‘Als je iets of iemand in deze wereld meer lief hebt dan Jezus,

kun je Hem niet volgen…’

 

Comments are closed.