Levensverhalen over geestelijke bevrijding

Copyright: Jan A. Baaijens, jongerenpastoraat.

Inhoud

1.  Bevrijding voor Nicky Cruz en zijn ouders

2.  Bevrijding voor gangsters in New York

3.  Magie in het heidendom

4.  Jan Pit en geestelijke bevrijding in Laos

5.  Sterker dan de demonen

6.  Occulte belasting en opwekking onder de Zoeloes

7. Hall Lindsey en de vrouw met de Schotse rok

8.  De bevrijding van Diana

9.  Bevrijding op het gebed voor Chrissy

10. De kracht van het gelovig gebed

11. Bevrijding voor een wanhopige Joodse man

    Jezus Christus is de grote Overwinnaar!  

    Glorie aan God

 

 

1. Bevrijding voor Nicky Cruz en zijn ouders

De ouders van evangelist Nicky Cruz, de beruchte ex-gangsterleider in New York, waren spiritisten. Zij verdienden op het eiland Portorico hun brood met het uitwerpen van duivelen. Nicky vertelt ons in het boek ‘Ik zal nooit meer huilen’: ‘Papa was één van de meest gevreesde mensen van het eiland. De inlanders spraken over hem als ‘De Grote’, vanwege zijn geweldige lengte. Na de oorlog werd hij geestenbezweerder. Ons gezin bestond uit zeventien jongens en één meisje.

Mama werkte als medium met papa samen. Ons huis was het hoofdkwartier voor allerlei soorten van voodoo, seances en toverij. Honderden mensen van het hele eiland kwamen om aan de seances en de zwarte kunst deel te hebben.’ Hun huis werd ‘het huis van de heks’ genoemd. In het begin heeft vader Cruz ook wel zwarte magie (een negatieve macht) bedreven, maar hij ging al spoedig over tot het bedrijven van witte magie (om mensen zogenaamd te ‘genezen’ met behulp van een occulte en demonische macht). Hij zei meer te kunnen dan gelovigen van Pinkstergemeenten, waarin mensen werden genezen op het gebed.

Het gevaar van witte magie

Bij de zogenaamde genezingen door witte magie moet wel een belangrijke kanttekening worden geplaatst. Ik werd daar (naar aanleiding van dit artikel) op gewezen in een mail van iemand met ervaring. Hij heeft zelf een ‘Haïtiaans voodoo-ritueel voor bevrijding van demonen’ meegemaakt. Gelukkig waren er christenen die al jaren voor hem baden. Hij mocht zijn leven aan Jezus geven, na een extreem heftige strijd, waarbij hij de machten van duisternis direct ervoer. Deze man geeft aan dat er bij witte magie een misleidende werking aanwezig is.

Het is namelijk door God verboden om occulte demonische bronnen of mediums te raadplegen (Deut. 18:9-14). De ervaringsdeskundige geeft aan dat er dan toverbanden ontstaan, en stelt: ‘Het woord genezing is in deze context misleidend, omdat er altijd een adder onder het gras zit.’ Zwarte en witte magie zijn daarom ook beide negatieve, demonische machten.

Als er in dit artikel over genezing wordt gesproken door vader Cruz, dan lijkt dat zo te zijn vanuit een wereld perspectief, maar niet vanuit een gezond geestelijk oogpunt. De man die me hierover mailde noemt dat ‘vals licht’. Hij legt uit, dat de sterkste duistere machten iemand kunnen verlossen van een ziekte die door boze machten van een lagere rangorde zijn veroorzaakt.

Nicky Cruz vertelt over zijn ervaringen met deze occulte, demonische machten, die aanwezig waren in zijn ouderlijk huis.

Door Jezus kwam voor hem de echte bevrijding!

Uit zijn jonge jaren herinnerde Nicky zich dat er op een vroege morgen een bezeten vrouw naar hun huis werd gebracht. Nicky en zijn broer Gene gluurden door de deur en zagen dat de bezeten vrouw door mannen werd vastgehouden op de tafel. Haar lichaam schudde onder zenuwtrekkingen. Zijn vader bracht een kleine zwarte urn met brandende wierook. Hij zette een grote groene kikker op de trillende buik van de vrouw. Nadat hij poeder over de vrouw had gestrooid, gebood hij de boze geesten de vrouw te verlaten. De vrouw gaf een doordringende gil. De kikker sprong van de vrouw. Na geschop en geworstel viel de vrouw als een blok op de grond. Ze kwijlde en beet haar lippen en tong kapot. Er kwam bloed en schuim uit haar mond. Uiteindelijk werd ze rustig.  Nicky vervolgt: ‘Papa verklaarde haar genezen en de mannen gaven hem geld. Ze pakten het roerloze lichaam op, gingen de deur uit en dankten papa telkens opnieuw en noemden hem ‘De grote wonderdoener’.

We leren ook uit de geschiedenis van Legio dat één mens met meerdere demonen kan zijn bezet. Iemand kan dus bezeten zijn van meerdere boze geesten.

In het voorjaar van 1957 bezocht papa Cruz zijn misdadige zoon Nicky in New York. Hij was daar inmiddels leider geworden van de beruchte gangstergroep de Mau Mau. Na wat inleidende boze woorden constateerde mr. Cruz: ‘Hij is bezeten. Hij heeft een duivel. Ik moet hem bevrijden.’ Nicky reageerde stoer, maar werd vervolgens met geweld op de knieën gebracht. Zijn vader torende hoog boven hem uit en zijn grote handen hielden hem vast in een ijzeren greep. Zijn vader gaf te kennen: ‘Ik onderscheid vijf boze geesten in hem, vijf demonen! Daarom is hij een misdadiger! Maar nu zullen we hem genezen.’ Al duwend, wringend en beukend ging vader Cruz met geweld te keer op het lichaam van zijn zoon. Hij wilde de vijf demonen er met geweld uitwerken. Zijn broer Frank, die erbij was, zei daarna tegen Nicky: ‘Hij heeft iets heel goeds voor je gedaan, Nicky, je bent ontzettend slecht geweest, maar hij heeft je nu verlost en gereinigd.’ Woest stormde Nicky daarna de kamer uit. In het park rolde hij de beurs van een dronken zeeman, die daar zijn roes lag uit te slapen. Nicky bedacht bij zichzelf: ‘Als papa de duivels had uitgeworpen, was hij er zeker één vergeten, of ze zijn weer teruggekomen. Ik was nog altijd het kind van Lucifer.’

Mr. Cruz was ook een helderziende (een spiritist). In een ander boek vertelt Nicky dat er een keer een man om hulp bij zijn vader kwam. De man voelde zich steeds beroerder en zieker worden sinds hij in een ander huis was gaan wonen. Cruz wist niet waar deze man woonde. Hij zag echter in een seance een huis, wat hij beschreef voor de man. De man herkende dit huis als zijn eigen huis. Vervolgens zag Cruz dat er een grafkist buiten in de grond lag bij een hoek van dat huis. Daar lag dus waarschijnlijk een vorige occult belaste bewoner begraven. Aan deze grafkist zag de spiritist Cruz zeven kuikenbotjes met een ijzerdraadje bevestigd. Dat is een occult symbool. Hij zei tegen de zieke man dat hij daar moest gaan graven en het ijzerdraad met de kuikenbotjes verbranden, zodat het ijzer zou smelten. De man heeft het zo gevonden en de opdracht uitgevoerd. Daarna is de man genezen.

Na de opzienbarende, wereldwijd bekende bekering van Nicky Cruz zijn er veel wonderlijke dingen gebeurd, ook in de familie en bij zijn ouders

Nicky heeft kans gezien een christelijke samenkomst te houden in zijn ouderlijk huis in Portorico, in het ‘huis van de heks’. Zijn vader ging er eerst heftig tegenin. Hij zag dat hij als spiritist dan geruïneerd zou zijn en sprak: ‘Ik verbied het.’

Zijn vrouw reageerde:

‘Zie je dan niet hoe God onze zoon veranderd heeft? Er moet iets in zitten. De laatste keer dat we hem zagen, leek hij wel een beest. En nu is hij een prediker, een christelijk prediker. Wij moeten die dienst houden en jij moet er bij zijn.’

Daar heeft Nicky toen een indrukwekkend getuigenis gegeven: hoe de duivel macht over hem had gekregen, hoe hij zijn slaaf was, hoe hij leefde als gangster. Hij vertelde ook hoe hij van satan verlost was door de macht van Christus.

Nicky is eigenlijk hoofdzakelijk door toedoen van zijn moeder ‘een kind van satan’ geworden. Ze had hem op achtjarige leeftijd toegeroepen, in de aanwezigheid van andere mediums: ‘Nicky is niet mijn zoon. Nee, nee. Hij is nooit van mij geweest. Hij is kind van de grootste van alle heksen. Hij is de zoon van Lucifer. Nee, nee, niet van mij… niet, niet van mij… zoon van satan, kind van de duivel.’ In trance schreeuwde ze volgens Nicky verder met gierende stem: ‘Ga uit, duivel. Weg van mij. Ga uit van mij, duivel. Weg! Weg! Weg!’ Toen besefte de kleine Nicky dat niemand hem lief had en dat hij een kind van satan was. Daarna wist hij dat hij voor altijd zou haten en niemand ooit meer zou liefhebben.

Hij besloot nooit meer te huilen… nooit meer. Vrees, vuil en haat waren goed voor hem, de zoon van satan.

Tijdens de christelijke samenkomst heeft Nicky voor de aanwezigen gebeden. Hij vroeg hen, die Christus als hun persoonlijke Verlosser wilden aannemen, naar voren te komen. Hij sloot zijn ogen voor stil gebed. Er kwamen mensen naar voren. Ze schreiden, toen ze knielden. Nicky verhaalt ons verder: ‘Op de grond voor me begon een vrouw te bidden. Ik herkende de stem en opende mijn ogen. Voor mij geknield lagen mijn moeder en mijn twee jongste broers. Ze had haar gezicht verborgen in haar rok. Ik viel voor haar neer en sloeg mijn armen om haar schokkende lichaam.’ Vol ontroering sprak zijn moeder:

‘O, Nicky, mijn zoon, ik geloof ook in Jezus. Ik wil Hem aannemen als Heer van mijn leven. Ik ben de demonen en de boze geesten zo moe. Ik wil, net als jij, vrij zijn, ik wil ook Jezus aannemen als mijn Verlosser.’

Nicky verhaalt verder: ‘Ik luisterde naar dezelfde stem, die eens hysterisch had geschreeuwd: ‘Je bent een kind van satan, ik haat je…’ Nu hoorde ik die stem tot God om redding roepen. ‘O God, vergeef me alstublieft, dat ik tegenover mijn zoon heb gefaald. Vergeef me, dat ik hem van huis heb weggestuurd. Vergeef mijn zonden. Vergeef mij dat ik niet in U geloofd heb. Ik geloof. Nu geloof ik. Red me, o God, red me.’ Ik deed mijn armen wijd open om mijn twee jongere broers van vijftien en zestien jaar, ook te omarmen en zo hurkten we samen op de vloer en we baden en loofden God.’

Meer achteraf zag hij zijn vader eenzaam tegen de muur staan. Nicky gaat verder: ‘Onze ogen ontmoetten elkaar in een lange blik. Zijn lippen trilden zichtbaar. Zijn ogen vulden zich met tranen. Plots draaide hij zich om en verliet de kamer. Papa heeft nooit een openlijke belijdenis van geloof gedaan. Maar vanaf die avond is hij veel zachter geworden. Ook is er thuis nooit meer een spiritistische bijeenkomst gehouden.’

Zijn moeder en twee broers zijn kort daarop gedoopt. Nicky schrijf echter later in een ander boek dat zijn vader op het eind van zijn leven toch nog van zijn geloof wilde getuigen. Hij was echter zó bang van de macht en de wraak van satan, dat hij na het openlijk getuigen van zijn geloof in Christus zo spoedig mogelijk wilde sterven. Hij was al ouder dan 80 jaar toen dit gebeurde. Volgens Nicky is zijn vader niet veel uren nadat hij van zijn geloof getuigde, gestorven.

2. Bevrijding voor gangsters in New York

Ds. David Wilkerson kwam in 1958 naar New York om het Evangelie te verkondigen aan de gangsters van de jeugdbendes.

In zijn boek ‘Het kruis in de asfaltjungle’ beschrijft hij zijn ervaringen met deze jongeren en dan vooral zijn ontmoetingen met Nicky Cruz. Deze beruchte gangsterleider van de Mau Mau was bezet met demonen.

De ouders van Nicky waren spiritisten en verdienden hun brood met het uitwerpen van duivelen. Zij woonden in op het eiland Portorico. Hij is op 8-jarige leeftijd door zijn moeder weggezet als een zoon van satan. De occulte vloek, gebondenheid en bezetenheid door de geest van haat is over hem gekomen. Hij beschrijf zijn jonge leven en zijn bekering in het boek ‘Ik zal nooit meer huilen.’ De beide mannen zijn daarna wel een halve eeuw gebruikt om gangsters, verslaafden en anderen tot de Bevrijder Jezus Christus te brengen.

Het Evangelie van bevrijding heeft al veel zondaren gered

De jonge prediker David Wilkerson heeft voor de bevrijding van Nicky en anderen kans gezien om heel wat vijandige jeugdgroepen bij elkaar te krijgen in een grote samenkomst in de St. Nicholas Arena. In deze schouwburg in New York dreigde er tijdens de toespraak van Wilkerson een gewapend conflict uit te breken. David had over ‘elkaar liefhebben’ gesproken, maar dat was verkeerd gevallen bij de gangsters. De zaal was geladen met haat. David boog zijn hoofd en gaf de leiding uit handen. Hij bad: ‘All right, Jezus, er is niets meer wat ik kan doen. Ik heb deze jonge mensen hier uitgenodigd en nu zal ik opzij gaan staan. Kom Heilige Geest. Als U de harten van deze jongens en meisjes wilt aanraken, dat zal dat alleen kunnen door Uw tegenwoordigheid. Ga Uw gang, Heer, ga Uw gang.’ Hij stond daar wel drie minuten met gebogen hoofd. Nicky Cruz, die van voren zat, zag hem zo staan bidden. Hij verhaalt: ‘Ik stond stil en zag mezelf. Rondom was het een gekkenhuis. Hier stond deze magere man, onbevreesd te midden van al dit gevaar. Waar haalde hij de kracht vandaan? Waarom had hij geen angst zoals ieder van ons? Ik voelde me beschaamd en verward. Het enige wat ik van God wist, was datgene wat ik van deze man gezien had.’

Zijn vriend Israël had de jongeren intussen rustig gekregen. Na drie minuten was het in de arena volkomen stil en zagen de jongeren de prediker daar staan. David bad door: ‘O, Heer, leg beslag op de hele zaal.’ Ze kwamen in de aanwezigheid van God.

Nicky Cruz vertelt ons verder: ‘Wilkerson begon weer te spreken. Hij zei iets over berouw over je zonden en sprak over vergeving. Ik was onder de invloed van een kracht die miljoenen malen sterker was dan die van welke verdovende middelen ook. Ik was niet langer verantwoordelijk voor mijn bewegingen, daden of woorden. Het was of ik door de wilde stroom van een snelle rivier werd meegesleurd. Ik had de kracht niet om te weerstaan. Ik begreep niet wat er in mij plaats vond.

Israël snoot luidruchtig zijn neus. Achter mij hoorde ik mensen schreien. Er waaide iets door deze overvolle arena als een wind die door de toppen van de bomen ruist. Zelfs de gordijnen opzij van het podium ritselden, alsof ze door een geheimzinnig adem bewogen werden.  David sprak weer:

‘Hij is hier. Hij is in deze zaal. Hij is speciaal voor jou gekomen. Als jij je leven veranderd wilt zien, is nu het ogenblik gekomen.’

Met autoriteit riep hij toen uit: ‘Sta op, zij die een nieuw leven willen beginnen, zij die Jezus Christus willen aannemen en zich willen bekeren – sta op! Kom naar voren!’

Nicky en meer dan vijfentwintig Mau Maus beantwoordden de oproep. Daarbij kwamen nog vijftig jongens uit andere gangstergroepen. In een aparte ruimte huilde Nicky voor de eerste maal sinds zijn kinderjaren in Portorico. Toen David zijn hand op het hoofd van Nicky legde en voor hem bad, kwamen er nog meer tranen. Schaamte, berouw en blijdschap over zijn redding vermengden zich in zijn hart. David moedigde de huilende Nicky aan: ‘Ga maar door, Nicky, huil maar door. Gooi het voor God neer. Roep Hem aan. Zeg het Hem maar.’ Nicky bad:

‘Oh God, als U mij lief hebt, kom dan in mijn leven. Ik ben het weglopen zo moe. Kom in mijn leven en verander het. Verander het alstublieft.’

Nicky verhaalt ons verder: ‘Dat was alles, meer wist ik niet te zeggen. Maar ik had het gevoel alsof ik werd opgenomen en naar de hemel vloog.’ Hij werd gedompeld in liefde en geluk.

David las uit de Bijbel: ‘Indien iemand in Christus is, die is een nieuwe schepping, het oude is voorbijgegaan, zie het nieuwe is gekomen’ (2 Kor.5:17). Dit was ook met Nicky gebeurd. Zij vrees en angsten waren weg. Al zijn haat was weg. Hij getuigt: ‘Ik had God lief… ik had Jezus Christus lief… en iedereen die bij me was. Ik had zelfs mezelf lief.’

Die avond knielde hij voor zijn bed en wierp zijn hoofd achterover. Hij bracht dankbaar naar buiten: ‘Jezus… Jezus… ik dank U, Jezus… dank U.’ Hij was niet bang meer voor de nacht. Hij sliep negen heerlijke uren. De nachtmerries waren verdwenen.

Hieronder kun je op de link het lied van Christian Verwoerd over Nicky Cruz horen. Er zijn fragmenten van de film ‘Het kruis in de asfaltjungle’ op te zien. David Wilkerson wordt daarbij gespeeld door de bekende christelijke zanger Pat Boone.

3. Magie in het heidendom

Magie komt volop voor in heidense gebieden, zoals je die nog vindt in Afrika, Zuidoost-Azië en Zuid-Amerika. Bij allerlei inheemse stammen zijn nog tovenaars, magiërs, medicijnmannen en –vrouwen, voodoopriesters en mediums aanwezig.

In heidense stammen hebben de medicijnmannen en mediums grote macht. De stamleden geloven in hun occulte macht en denken dat ze contact hebben met de geesten van de voorouders. In de bossen zien ze allerlei lichtjes zweven. Dit zijn vuurvliegjes en glimmende beestjes die het licht van de maan en de sterren weerkaatsen. Er zijn in heidense stammen veel animisten. Zij vereren de geesten van hun voorouders en de dorpsgeesten, die zorgen voor het geluk en de veiligheid van de dorpsbewoners. Naast elk huis staat dan een ‘geestenhuis’, waarin de geesten van de voorouders wonen.

Ik had eens een Surinaamse jongen in de klas. Hij woonde inmiddels in Nederland, maar zei nog zo’n geloof te hebben. Het geestenhuis was echter nog in Suriname. Zijn eerste handeling tijdens mijn eerste godsdienstles was het tekenen van een duivel op zijn godsdienstschrift. Hij liet het me zien en vroeg of hij het goed had getekend. Ik antwoordde hem, dat de duivel gebonden is. Hij tekende toen ‘ketenen’ aan de duivel op zijn schrift. Dat was beter. Op den duur ging hij goed opletten tijdens de godsdienstlessen. Later liep hij met een Bijbel op zak. Hij bad zelfs samen met twee andere leerlingen. Een evangeliserende bekende van me sprak hem aan in Middelburg. Bij hem heeft hij enkele keren een christelijke samenkomst bezocht. Een andere keer was hij weer van zijn geloof af en had hij drugs in zijn tas. Ik geloof dat hij daarna weer een Bijbel bij zich had. Wat zal er van hem zijn geworden?

Na 22 jaar ben ik hem in 2013 weer tegengekomen in Vlissingen, in een opvanghuis voor daklozen. Hij sprak gejaagd, en kwam met ‘sterke verhalen’, over hoe hij in een aantal landen in een soort vreemdelingenlegioen had gevochten.

Hij kreeg toen een psychiatrisch onderzoek. Het leek erop dat hij geestelijk was beschadigd en leed aan achtervolgingswaanzin. Mensen zouden hem willen vergiftigen. Ze hadden volgens hem ook cocaïne in zijn eten gedaan. De tweede keer dat ik hem tegenkwam herkende hij mij als zijn oude godsdienstdocent. sprak hij met een harde stem en stond duidelijk afwijzend tegenover het geloof.

Hij gebruikte op ca. 13-jarige leeftijd al weed. Hij had dat op school in zijn tas. Ik denk dat hij verkeerd heeft gekozen, door Gods Woord niet te accepteren, maar wel de toevlucht te nemen tot drugs. Daardoor kun je gemakkelijk prooi worden van kwade geesten, die geestverruimende middelen als toegangspoort gebruiken. De geestelijke toestand waarin ik hem na 22 jaar tegenkwam, was triest.

Door zijn heidense animistische achtergrond, met de geestenverering kan er al een occulte gebondenheid en belasting zijn geweest. Daarvoor had bevrijding moeten plaatsvinden.

In het animisme denkt men zelfs dat levenloze dingen bezield kunnen zijn met geesten van overledenen. In veel heidense natuurgodsdiensten gelooft men dat de geesten van de voorouders hen in de gaten blijven houden: of ze zich wel houden aan de overgeleverde wetten, waarden, normen en gebruiken. Als ze daar tegen zondigen kunnen ze zwaar worden gestraft. De pasgeboren baby’s worden al door de medicijnman ‘occult ingezegend’. Men moet daar iets voor geven. Vanaf dat moment is de baby voor de rest van zijn of haar leven occult belast en onderworpen aan de macht van de demonen. Een tovenaar, voodoopriester of medicijnman is daarbij de tussenpersoon, het medium, tussen de normale wereld en de paranormale (bovennatuurlijke) wereld.

In deze sfeer werd in Laos eens een jaarfeest gehouden voor de geesten. Er moest daarbij een offer worden gebracht. De medicijnman raakte in trance en sprak met de geesten. Volgens hem waren de dorpsgeesten woedend omdat ze niet genoeg offers hadden gekregen. Als groot offers wilden ze een kind. Na een lang gebed wees het medium een jongen aan. Het medium greep het huilende kind en sprak hardop tot de geesten: ‘Hier is het kind; wij offeren het aan u, doe ermee wat u wilt.’

Het slachtoffer schreeuwde… maar plotseling ging het geschreeuw over in nietszeggende klanken. Het angstig sidderende kind was vanaf dat moment doofstom. Dat was het offer.

In een aantal van zulke gevallen is door de kracht van de evangeliebediening van een zendeling zo iemand tot geloof gekomen, waarbij de vloek werd verbroken… de geredde persoon kreeg daarbij de spraak weer terug. Je ziet dit ook bij de bediening van de Heere Jezus, toen Hij op aarde de bezetenen genas. We lezen hierover in Luk. 11:14: ‘En Hij wierp een duivel uit, en die was stom. En het geschiedde, als de duivel uitgevaren was, dat de stomme sprak; en de schare verwonderde zich.’ In Matth. 12:22 lezen we zelfs: ‘Toen werd tot Hem gebracht een van de duivel bezeten, die blind en stom was; en Hij genas hem, alzo dat de blinde en stomme beide sprak en zag.’

4. Jan Pit en geestelijke bevrijding in Laos

Jan Pit is directeur van ‘Kruistochten’ in Afrika geweest. Hij was ook acht jaar zendeling  in Laos. In het boek ‘Nooit keer ik terug’ beschrijft hij het dramatische levensverhaal van Loen Sieng. Hij evangeliseerde met Sieng, die jarenlang medium was geweest, en veel kon vertellen over de demonenwereld. Jan Pit vertelt ons in het hoofdstuk ‘Sterker dan de demonen’ over zijn eerste confrontatie met demonen in het dorp Tjoet Song. De zendeling Pit wist toen nog weinig over demonen en zeker niet over het uitdrijven van boze geesten. Hij ging samen met zijn vrouw Lies in 1965 naar het zendingsveld in Laos. De provincie waar hij werkte bestond uit zo’n duizend dorpen, waarvan er meer dan 950 nooit met het Evangelie waren bereikt. Hij kwam wel flessen Coca-Cola en whisky tegen. De fabrikanten van deze drank hadden toen betere vertegenwoordigers dan de christenen.

5. Sterker dan de demonen 

Jan Pit voelde zich aanvankelijk machteloos toen hij met de machten van de duisternis te maken kreeg. Toen ze het dorp Tjoet Song naderden, kwam een vrouw, een occult medium aanrennen. Jan Pit verhaalt: ‘Ze schreeuwde ons toe: ‘Ga weg, ga weg, jullie mogen hier niet blijven!’ Sieng vroeg: ‘Waarom moeten we weggaan?’ Het medium reageerde: ‘Toen jullie het dorp inkwamen, had ik contact met de geesten, maar toen vluchtten de geesten weg, terwijl ze zeiden: ‘daar komen ze aan.’ De vrouw vervolgde: ‘Ik was net bezig om een bezeten vrouw te helpen. Jullie hebben de geesten weggejaagd. Nu kan ik niet meer voor haar doen.’ Sieng begreep het. Met de zendelingen was de goede Geest meegekomen, zodat de boze geesten op de vlucht gingen. Hij liet haar weten: ‘Onze God en de goede Geest zullen haar wel helpen. Waar is ze?’

Het medium huiverde. Pit vertelt ons verder: ‘Even later kwamen we bij het huis van de bezeten vrouw. Het was vol mensen. Vier sterke mannen hielden de vrouw vast. Ze schreeuwde en spuugde naar de mannen. Toen ze ons zag, gilde ze en viel op de grond. Ik was doodsbang. Venijnig keek zij mij aan en spuugde midden in mijn gezicht. Ik werd misselijk en kwaad tegelijk.’

Sieng zag dat de vrouw overweldigd was door boze geesten. Hij vroeg de Nederlandse zendeling haar te vertellen wie ze waren en wie Jezus is. Hij zou haar helpen. Jan gaat verder: ‘Ik keek naar de vrouw. Het schuim stond op haar mond. De vier mannen hadden de grootste moeite om haar in bedwang te houden. Hoewel ik geen idee had wat ik moest doen, besloot ik toch om naast haar te gaan zitten. Ik huiverde, bang dat zij mij weer zou spugen, wat dan ook onmiddellijk gebeurde! Ik werd kotsmisselijk en wilde naar buiten gaan om te braken.

De dorpsbewoners keken mij uitdagend aan: ‘Toe dan,’ riep het medium, ‘help haar als je kan. Anders moet je maar weggaan, dan zal ik haar wel helpen.’ Meteen besefte ik dat ik niet uitgedaagd werd, maar God Zelf.’ Na allerlei innerlijke overleggingen en pogingen vroeg de zendeling wanhopig: ‘Wat… wat moeten we nu doen Sieng?’ Het medium bleef uitdagen en schreeuwde: ‘Doe wat, of verdwijn!’

Sieng keek Jan aan en antwoordde kalm: ‘We moeten die boze geest uitdrijven, Adjaan (zendeling), in de Naam van Jezus.’ Jan Pit dacht ineens aan Paulus te Filippi. Deze sprak tot de boze geest in de vrouw, die hem achterna liep, terwijl hij de geest beval om haar te verlaten. Jan voelde zich toen plotseling een ander mens en hoorde het zichzelf zeggen: ‘Ja, dit zullen wij doen, in de naam van Jezus.’

Pit verhaalt ons verder: ‘Sieng en ik gingen vlak voor de vrouw staan. Het leek alsof de boze geesten beseften dat dit hun einde was, want ze begonnen door de mond van de vrouw op ons te schelden: ‘Ga weg, we willen niets met jullie te maken hebben!’ Ik besefte dat het de vrouw zelf niet was, die gesproeken had. Toen was ik niet bang meer. ‘In de naam van Jezus gebieden wij jullie om die vrouw te verlaten.’

Alles ging nu bliksemsnel. De vrouw gaf een gil en zakte vlak voor mijn voeten in elkaar. ‘Laat haar maar los,’zei Sieng. ‘Ze zal geen kwaad meer doen.’ Voorzichtig lieden de mannen, die haar vasthielden, haar los. Ze bleef doodstil liggen. Sieng greep haar hand en zei: ‘In Jezus’ naam, sta op!’ De vrouw gehoorzaamde als een klein kind. Na het verkondigen van het Evangelie gaf de bevrijde vrouw te kennen: ‘Ik wil Jezus volgen. Hij heeft mij verlost.’

Ze lieten een groepje christenen achter in die plaats. Voor het eerst hadden ze niet alleen het Evangelie gehoord, maar ook de kracht ervan gezien en ervaren. Zendeling Jan Pit heeft toen ervaren dat Gods macht toen nog net zo groot was als 2000 jaar geleden. En we weten ook nu dat Gods macht nimmer zal vergaan.

De aangehaalde geschiedenis is naar het woord en de belofte van Christus in Mark. 16:17: ‘En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen… Zie verder: Mark. 16:17-20, Luk.10:17-20, Hand.5:16, Hand. 8:7, Hand.16:18, Hand.19:11-12.

 

6. Occulte belasting en opwekking onder de Zoeloes  

Erlo Stegen beschrijft in het boekje ‘Opwekking onder de Zoeloes’ ook de occulte toestand waarin dit negervolk in Zuid-Afrika verkeerde. De Zoeloes in Zuid-Afika waren voor 1966 in de ban van demonen, occultisme, spiritisme en magie.

Je kunt dit nog uitgebreider lezen in andere boeken over de zeer opmerkelijke wonderen van God onder de Zoeloes, vanaf het begin van de opwekking in 1966. Het wemelde er voor die tijd van toverdokters, tovenaressen en bezetenen (met allerlei kwalen). Er waren ook heksenscholen. Het boekje geeft ons een helder beeld van het machtige werk van God in een occulte, puur heidense samenleving.

De blanke boeren en christenen in de omgeving van de Zoeloes hadden deze negers niet jaloers kunnen maken op hun godsdienst. Sommigen wilden misschien nog wel voor de vorm zaken van het christendom overnemen, maar ze wilden de eigen tradities daarbij vast blijven houden. Ze verklaarden: ‘Wij willen doorgaan met het vereren van onze voorouders. Ook als wij christen zijn, moeten wij met ons zieke kind naar de toverdokter gaan om erachter te komen waarom het kind ziek is en wie het ziek heeft gemaakt. Als iemand gestorven is, moeten wij een feest voor de overledene houden, om zijn geest terug te halen en tot hem te bidden, want we geloven dat de geest van de overledene in een slang woont.’ Ze luisterden nog wel naar de preken van Erlo Stegen, maar gaven geen gehoor aan de eisen van Gods Woord.

Erlo Stegen kreeg een roeping om zending te bedrijven onder de Zoeloes. Het heeft hem, vooral in het begin, veel moeite, beproeving en teleurstelling bezorgd.

Voor de opwekking begon, was hij er al twaalf jaar zendeling, terwijl er zeer weinig vrucht was te zien op zijn bediening. De demonische machten waren zeer sterk. Hij heeft moeten leren dat het niet door onze eigen kracht en door ons godsdienstige geweld zal geschieden, maar door de Geest van God (Zach. 4:6). Dat is natuurlijk ook een les voor ons!

Een oude vrouw vroeg eens na een preek van Stegen, of het waar was, wat hij tegen hen zei over het werk en de macht van Jezus. Erlo beaamde dit. Ze vroeg vervolgens aan hem: ‘Ik heb een volwassen dochter die waanzinnig is. Zou u aan uw God kunnen vragen of Hij haar geneest?’ Erlo stemde hiermee in. Hij is met de weduwe meegegaan naar de bezeten dochter. Het meisje zat in het midden van een hut, aan handen en armen vastgeboden met ijzerdraad, dat diepe, bloedige wonden in haar huid had gesneden. Zij bleef met kracht aan de boeien trekken. Ze sprak in vreemde en bekende talen. De wanhopige moeder gaf te kennen: ‘De laatste drie weken heeft zij niet opgehouden met praten. Dat gaat dag en nacht door. Ze eet niet en slaapt niet. Wij brengen haar het eten, maar ze pakt het bord en gooit het tegen de muur.’ Ze moest wel zo vastgebonden blijven, want ze scheurde de sterkste touwen stuk. Zodra je ze losliet, ging ze alles in de omgeving vernielen en verwoesten, tot haar eigen kleren toe.

Er woonde een man in de buurt met een groot litteken, omdat ze hem had gebeten. Als ze iemand beet, liet ze niet los, zodat men met geweld het slachtoffer moest bevrijden. Al de dieren die de weduwe bezat, had ze al aan de geesten geofferd. De koeien had ze verkocht, om de medicijnman te betalen.

Erlo Stegen en zijn medewerkers hebben het meisje meegenomen, om op een andere plaats voor haar te bidden. Nauwelijks hadden ze het meisje naar een gezellig ingerichte kamer gebracht, of ze begon het meubilair daarin te vernielen. Uiteindelijk lieten ze alleen het bed staan. Daarna begon het waanzinnige meisje de springveren uit het matras te trekken. Vervolgens ging ze de ruiten en raamkozijnen vernielen. Drie weken lang hebben ze voor haar gebeden, maar het meisje werd niet beter. Ze ging onophoudelijk door met het zingen van satanische en godslasterlijke liederen, zoals alleen de satan kan ingeven.

Op den duur was Erlo aan het eind van zijn krachten en een zenuwinzinking nabij. De mensen in de buurt wisten dat Erlo en zijn medechristenen voor het meisje baden en dat hij in één van zijn preken had gezegd: ‘Ga niet naar de medicijnman, offer geen ossen en geiten aan de geesten. Jezus is het antwoord op elk probleem. Kom tot Hem!’

Erlo schrijft ons verder: ‘Met al onze krachten hadden wij gebeden: ‘O God, niet onze naam staat op het spel. De mensen zullen niet zeggen dat wij gefaald hebben, maar ze zullen zeggen: het is Jezus die gefaald heeft.’Toch bleef de hemel als van koper. Geen antwoord op onze gebeden. Tenslotte gaven wij allemaal de moed op en moesten het meisje terugbrengen.’

Toen Erlo aan het eind van zijn godsdienstige activiteiten was gekomen en God hem schuldig, nederig en afhankelijk had gemaakt, kwam de Heilige Geest met het opwekkende werk van God, zoals bij de Pinksterdag. In de ruimte waar zij waren kwam er plotseling ook het geluid als van een krachtige wind. Gods Geest kwam niet alleen over die plaats, maar ook over de hele streek.

De mensen werden hierdoor naar de gelovigen toe gebracht. De eerste die kwam was een tovenares, die 7 km verderop woonde en een heksenschool leidde. Ze gaf in haar nood te kennen: ‘Ik heb Jezus nodig. Kan Hij mij redden? Ik ben gebonden met ketenen van de hel. Kunt u deze boeien losscheuren?’ De Heilige Geest had haar op de juiste plaats gebracht. Ze uitte zich verder: ‘Als Jezus mij nu niet redt, dan sterf ik vandaag nog en ga ik naar de hel.’ Ze wilde haar zonden belijden en door Jezus worden bevrijd van de boze geesten, die ze zelfs met name noemde. De christenen zongen daarop het volgende Paaslied:

‘Hij is opgestaan, Jezus is de machtige Overwinnaar.

Hij overwon de duivel.

Hij rekende voorgoed af met zonde en dood.

We hoeven niets te vrezen.

Hij heeft de prijs betaald met Zijn eigen bloed!’

Op een zeer opmerkelijke wijze is deze tovenares bevrijd van wel 300 sterke demonen. Zij verdedigden zich door vanuit de vrouw te roepen: ‘Wij zijn 300 sterke krijgslieden en zullen deze persoon niet verlaten.’ Na haar bevrijding riep ze uit, met een hemelse glansop haar gezicht en in haar ogen: ‘O, wat heerlijk, Jezus heeft me bevrijd. Jezus heeft dezeketenen van de hel verbroken!’ Na deze heks kwamen de toverdokters, daarna de bezetenen. Zo waren de gelovigen twee maanden lang dag en nacht bezig in het heerlijke, bevrijdende werk van God.

Erlo Stegen verhaalt ons: ‘En de mensen bleven toestromen. Wij hoefden maar voor het huis te gaan kijken, op welk uur van de dag, op welke dag van de week dan ook, altijd stonden er honderd of tweehonderd mensen te wachten. Verstokte zondaars huilden als kleine kinderen. ‘Wat is er met jullie aan de hand?’vroegen wij. ‘Wij zijn zondaren!’ De Geest van God had hen overtuigd van zonde, van Gods gerechtigheid en hun ongerechtigheid. Het leek net of de dag des oordeels was aangebroken.’

Bij sommigen was het zondebesef zo diep, dat ze niet konden geloven dat Jezus hun zonden kon vergeven. Zij wilden hun zonden één voor één en met name noemen. Maar dan brak gelukkig ook plotseling het licht door en konden ze de vergeving van hun schuld aanvaarden. Met een stralend gezicht en grote blijdschap verlieten ze de plaats waar ze huilend waren aangekomen.

Tijdens deze wonderlijke opwekking is ook het bezeten meisje genezen. Zes jaar daarvoor hadden ze drie weken tevergeefs voor haar gebeden.

In het Zoeloegebied is een groot zendingswerk ontstaan. De hoofdzendingspost is in Kwa Sizabantu (vertaald: ‘de plaats waar mensen hulp vinden’).

God is groot! Vooral achteraf kunnen wij dankbaar Zijn wijze wegen bewonderen en Hem aanbidden!

 

7. Hall Lindsey en de vrouw met de Schotse rok

Het boek ‘satan leeft onder ons…’ van de bekende schrijver Hal Lindsey geeft ons een helder inzicht in de wereld van occulte machten, die inmiddels als een zwarte schaduw over het Westen hangt. Van dit boek waren er indertijd al 20 miljoen exemplaren verkocht.

In het eerste hoofdstuk onthult hij iets over wat er toen al gaande was in Noord-Amerika. Hal Lindsey ontmoette tijdens een conferentie eens een vrouw met een Schotse rok. Zij verklaarde dat zij altijd in staat was geweest in de toekomst te zien en van te voren te weten, wat er zou gaan gebeuren. Haat levenlang had zij een occulte gave bezeten. Ze dacht dat ze die gave had geërfd van haar moeder en grootmoeder. Ze voegde er aan toe: ‘Ik heb altijd geloofd, dat die kracht van God is.’ Hal gaf haar direct te kennen: ‘Die is niet van God en indien u die macht niet verwerpt, dan zult u erdoor worden vernietigd.’

De vrouw droeg ook een occulte ring, met daarop het symbool van duivelaanbidders. Lindsey voelde een griezelige spanning in haar aanwezigheid. De vrouw gaf daarna te kennen dat ze de afgelopen jaren bij tijden aan depressies leed. Als ze ’s nachts alleen was, kwam er dan een ‘geest’ bij haar, die trachtte om haar wezen in bezit te nemen. Een paar keer kreeg ze stuiptrekkingen. Ze werd een zware drinker. Haar leven werd rusteloos en doelloos. Haar man liet haar in de steek. Het was duidelijk dat deze vrouw onder de invloed van een boze geest stond.

De bekende theoloog Lindsey had daarvoor nog nooit een demon bij iemand uitgeworpen. Hij voelde een oprecht medelijden met haar en zei haar dat ze bezeten was van een waarzeggende geest, een gespecialiseerde demon op dat gebied. Hij drong er bij haar op aan om zich tot Jezus Christus te wenden, omdat Hij de enige was Die haar zou kunnen bevrijden van deze demon.

Hij vroeg haar of ze van deze geest verlost zou willen worden en of ze Jezus Christus in haar leven in haar leven zou willen ontvangen. Ze reageerde: ‘O ja, beslist, als het betekent dat ik vrede in mijn ziel krijg.’ Daarna bad Hal naar aanleiding van de woorden van Paulus in Hand. 16:18: ‘Boze geest, ik gebied u in de naam van Jezus Christus van deze vrouw uit te gaan en haar met rust te laten.’ Hal Lindsey verhaalt ons verder: ‘Nooit heb ik zo’n gevoel van autoriteit in Jezus’ naam gehad als op dat ogenblik. De vrouw schokte zachtjes en begon te snikken.’

Hij ging verder: ‘Bid nu hardop: ‘Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is, Die voor mijn zonden is gestorven. Jezus, kom in mijn leven en laat het voor U welbehaaglijk worden.’ Hall vertelt ons vervolgens: ‘Ongeveer drie minuten lang had zij de grootste moeite met spreken. Haar keel leek door een onzichtbare hand toegesnoerd te worden. Ik bad zwijgend, dat Jezus de satanische macht aan banden zou leggen en eindelijk sprak zij het gebed hardop uit.

Zodra ze dat gedaan had, veranderde haar hele uiterlijk voor mijn ogen. Ze begon te stralen en riep uit: ‘Ik ben vrij!’ Dit had voor haar een andere betekenis dan voor de meeste mensen.’

Ze begon te stralen en riep uit: ‘Ik ben vrij!’

Ze besefte dat Jezus met Zijn bevrijdende kracht

 in haar gekomen was

Ze besefte dat Jezus Christus met Zijn bevrijdende kracht in haar gekomen was. Hal zei tegen haar dat ze zich moest ontdoen van al haar occulte snuisterijen en sieraden, omdat de demonen die benutten om houvast op iemands leven te krijgen. Ze stemde daarin toe.

Uiteindelijk wees ze Hal Lindsey op de Schotse rok, die zij het hele weekeinde had gedragen. Ze zei tegen hem: ‘Weet u wat dit voor een rok is?’ Hal reageerde: ‘Een Lindsey rok, geloof ik.’ De vrouw gaf hem vervolgens te kennen: ‘Precies. Een paar weken geleden was ik in Schotland, en terwijl ik me daar bevond kreeg ik een voorgevoel, dat ik iemand zou ontmoeten die Lindsey heette en dat hij een grote invloed op mijn leven zou krijgen. Daarom heb ik deze geruite rok gekocht.’

Hal Lindsey stond toen sprakeloos. Hij schrijft ons: ‘Wanneer ik later over het gehele geval nadacht, huiverde ik. Wat was de macht van Jezus Christus voor mij tot werkelijkheid geworden!’

 

8. De bevrijding van Diana

In het boek ‘Frisse wind, nieuw vuur’ gaat het over de enorme groei van de Brooklyn Tabernacle in de beruchte binnenstad van New York. Voorganger Jim Cymbala vertelt ons hierin zijn ervaringen.

Het boek over deze opwekking is in 2000 uitgekomen in het Nederlands. De gemeente was toen gegroeid naar meer dan 6000 leden. Zo’n 25 jaar daarvoor zaten er ’s zondags nog geen 20 mensen in de kerk. Het boek laat zien wat God kan en wil doen als een handjevol mensen zich biddend verootmoedigt en het Evangelie serieus neemt. Wat een machtig werk heeft de Heilige Geest daar gedaan!

In zo’n evangeliserende gemeente komen mensen van allerlei culturen en vanuit diverse achtergronden binnen. Daar zijn ook occult belaste personen bij.

Op een dinsdagavond brachten twee gemeenteleden een tiener mee naar de bidstond. Ze dachten dat ze was verslaafd aan drugs en dat ze daarvan bevrijd moest worden. Diana was een klein Latijns-Amerikaans meisje. Op het moment dat er voor haar gebeden zou worden, voelde voorganger Jim Cymbala een enorme spanning opkomen; het leek alsof er in zijn geest een alarmbel afging, die aangaf dat er iets mis was, dat er iets zou gaan gebeuren. Jim vroeg een evangeliste Amy hem bij te staan om mee te bidden. Die kreeg hetzelfde voorgevoel als Jim. Er kwam ook nog een andere voorganger bij staan. Ze legden samen Diana de handen op en begonnen te bidden. Jim bad zachtjes: ‘O, Jezus, help ons’

Hij vertelt ons zelf: ‘De naam van Jezus bracht een plotselinge explosie van woede en geschreeuw teweeg.  Het niet meer dan 1,50 meterlange meisje duwde de twee vrienden met wie ze was meegekomen weg en vloog me naar de keel. Voordat ik wist wat er gebeurde, had ze mij al tegen het podium aangegooid. Diana scheurde de kraag van mijn witte overhemd alsof het een stuk keukenpapier was. Een afgrijselijke stem diep binnen in haar begon te schreeuwen: ‘Je krijgt haar niet! Ze is van ons! Laat haar met rust!’ Toen begon de stem obscene taal uit te slaan. Verschillende gemeenteleden gingen staan en begonnen hardop te bidden. Anderen hapten naar adem of bedekten hun ogen. Ondertussen waren er verschillende diakenen opgestaan die probeerden Diana van me af te trekken. Ze verweerde zich met een enorme kracht, ook al was ze maar klein.

Uiteindelijk slaagden we erin om haar in bedwang te houden. Amy, de evangeliste, begon vurig te bidden. Ik boog me over het meisje heen om de geesten te bestraffen. ‘Wees stil! In de naam van Jezus, kom naar buiten!’ beval ik.

Diana’s ogen rolden door haar hoofd en twee keer spuugde ze me recht in mijn gezicht, op nog geen 30 centimeter afstand. De gemeente bleef aanhoudend tot God om hulp roepen. (…) Dit was een klassiek geval van demonische bezetenheid.’

Jim Cymbala verhaalt ons verder: ‘Een paar minuten later was het meisje helemaal bevrijd. Ze hield op met vloeken en haar lichaam ontspande zich. We lieten onze greep op haar verslappen, waarna ze voorzichtig opstond en haar handen ophief om de Heer te prijzen. Niet lang daarna stond ze samen met ons te zingen: ‘Heer, Uw bloed dat reinigt mij… U wast mij witter dan de sneeuw.’ De tranen stroomden haar over de wangen en verknoeiden haar make-up.

Diana dient de Heer nu al tien jaar in de Brooklyn Tabernacle. Kortgeleden is ze getrouwd met een jonge man en beiden hebben een krachtig getuigenis van hun geloof afgelegd tegenover hun ongelovige familieleden. Ze is nu een prachtige christin die de Heer oprecht liefheeft en Hem alleen wil dienen.’

 

9. Bevrijding op het gebed voor Chrissy

Jim Cymbala heeft als voorganger van de Brooklyn Tabernakel in New York heel wat geloofsbeproevingen moeten doorstaan. Daar tegenover heeft God hem ook opmerkelijke gebedsverhoringen gegeven en wonderlijke uitreddingen.

Onder het kopje ‘Een persoonlijke test’ verhaalt hij de beproevingen rondom zijn dochter Chrissy. Hij heeft samen met zijn vrouw Carol tweeënhalf jaar lang ‘een onvoorstelbaar donkere periode’ moeten doormaken.

Hij schrijft erover: ‘Onze oudste dochter Chrissy was altijd en voorbeeldig kind geweest. Toen ze ongeveer zestien jaar was, begon ze echter af te dwalen.’ Jim had het eigenlijk te laat in de gaten. Hij werd te veel in beslag genomen door het kerkelijk werk. Chrissy verwijderde zich steeds verder van het gezin, de kerk en God. Ze ging op den duur het huis uit. Jim en Carol wisten vaak niet waar ze ’s nachts was. Alles wat ze deden om haar terug te winnen, mislukte… Ze werd steeds harder. Jim: ‘Ze kreeg een vriend die alles was wat wij niet wilden voor ons kind.’

Het gebeurde in die tijd vaak dat Jim de autorit van 25 minuten naar de Tabernakel huilde. Hij bad daarbij: ‘God, hoe moet ik drie diensten doorkomen vandaag? Ik wil niet in het middelpunt van de belangstelling staan. De mensen hebben zelf ook moeilijkheden – ze komen om hulp en bemoediging te ontvangen. Maar ikzelf dan? Ik kan het bijna niet meer aan. O, God, alstublieft… mijn oudste dochter, mijn Chrissy.’

Voor Carol was het ook een uiterst moeilijke periode. Toen ze bericht kreeg dat ze geopereerd moest worden, viel de duivel haar aan met zijn boze ingevingen: ‘Jij hebt een groot koor, je maakt albums, geeft concerten in de Radio City Music Hall en nog veel meer. Blijf jij maar lekker samen met je man de mensen winnen voor Christus – maar je kinderen zijn voor mij. De eerste heb ik al. De volgende twee kom ik ook halen.’

‘Hij is trouw, altijd trouw geweest…’

Wanhopig zei ze tegen Jim: ‘Luister, we moeten weg uit New York. Ik meen het. We zijn onze dochter al kwijtgeraakt in deze atmosfeer. We kunnen hier geen kinderen grootbrengen. Als jij wilt blijven, oké – maar ik haal onze andere kinderen hier weg.’ Ze was er depressief van geworden. Enige tijd daarna ging ze achter de piano zitten en kreeg ze van God een lied. In het lied gaat het over de blijvende trouw van God. Het eindigt: ‘Hij is trouw, altijd trouw geweest…’

Al de pogingen van Jim om Chrissy weer terug te krijgen mislukten. Op 18-jarige leeftijd zette ze gewoon haar zin door en ging het steeds slechter met haar. Jim kon niet accepteren dat ze zonder God leefde, maar de Heere liet hem duidelijk zien dat hij moest ophouden met huilen en schreeuwen en dat hij niet meer met anderen over haar mocht praten. Hij moest zich alleen op God richten. Toen wist hij dat hij geen contact meer zou hebben met Chrissy, totdat God zou ingrijpen.  Voor hem bleef over: ‘Roep Mij aan ten dage der benauwdheid; Ik zal u redden.’ Ondanks de slechte berichten bleef hij tot God bidden en Hem grootmaken om wat Hij zou gaan doen.

Tijdens een bidstond over handelingen 4, kreeg Jim via een zaalwachter een briefje van een jonge gelovige vrouw. Ze had erop geschreven: ‘Dominee Cymbala, ik denk dat we de bijeenkomst moeten onderbreken om voor uw dochter te bidden.’ Nadat het bekend was gemaakt, begon zijn collega dominee Boekstaaf met de mensen voor Chrissy te bidden. De kerk veranderde in een geestelijke verloskamer. Jim verhaalt: ‘De mensen begonnen te kreunen in een wanhopige vastberadenheid, alsof ze wilden zeggen: ‘Satan, je krijgt dit meisje niet. Laat haar los – ze komt terug!’ (…) Ik ging bijna letterlijk onderuit door de kracht van die grote menigte die tot God riep.’

Toen hij weer bij Carol thuis was, zei hij tot haar: ‘Het is voorbij met Chrissy. Je zou bij de bidstond geweest moeten zijn vanavond. Ik zeg je, als er een God in de hemel is, is deze hele nachtmerrie eindelijk voorbij.’

Twee dagen later zat Chrissy op haar knieën op de vloer in de keuken. Ze schokte van het huilen. Jim zei voorzichtig: ‘Chrissy?’ Ze beleed: ‘Papa, papa, ik heb gezondigd tegen God. Ik heb gezondigd tegen mezelf. Ik heb gezondigd tegen u en mama. Vergeef me alstublieft.’ Jim vervolgt: ‘Mijn blik was net zo vertroebeld door tranen als die van haar. Ik trok haar van de vloer omhoog en drukte haar tegen me aan, terwijl we samen huilden.

Plotseling rukte ze zich los. ‘Papa,’ vroeg ze dringend, ‘wie heeft er voor me gebeden? Wie heeft er voor me gebeden?’ (…) ‘Wat bedoel je, Chrissy?’ ‘Wie heeft er dinsdagavond voor me gebeden?’

Ik zei niets, dus ging ze verder: ‘Midden in de nacht maakte God me wakker en liet me zien dat ik de ondergang tegemoet ging. Het was een bodemloze put – ik was doodsbang. Ik was echt verschrikkelijk bang. Ik besefte hoe hard ik geweest ben, hoe verkeerd, hoe opstandig. Maar tegelijk was het alsof God Zijn armen om me heen sloeg en me tegen Zich aan drukte. Hij zorgde ervoor dat ik niet verder naar beneden kon glijden en zei: ‘Ik houd nog steeds van je.’ Papa, u moet het me vertellen – wie heeft er dinsdagavond voor me gebeden?’ Ik keek in haar met bloed doorlopen ogen en herkende weer de dochter die we hadden grootgebracht.’

Jim gaat verder: ‘Uit alles bleek dat Chrissy zich weer tot God gekeerd had.’ Ze ging daarna naar een bijbelschool. Ze ging leiding geven aan verschillende muziekgroepen en een groot koor. Later is ze getrouwd met een voorganger en kregen ze drie schattige kinderen.

Voorganger Jim Cymbala sluit af met de doorleefde woorden: ‘Door dit alles heen hebben Carol en ik als nooit tevoren geleerd dat we elke weerstand van de duivel kunnen breken als we aanhoudend tot God bidden, want voor Hem is niets onmogelijk. Christenen hebben in deze moeilijke tijd gewoon geen andere keus.’

 

10. De kracht van het gelovig gebed

Wij weten dat God de grote Verhoorder van de gebeden is. Veel aangevochten gelovigen weten van geloofsbeproevingen en gebedsworstelingen. Gelukkig hebben de gelovigen de twee vleugels gekregen (Openb.12:14), waardoor ze buiten het gezicht van de slang kunnen komen. Gebruik de vleugels van geloof en gebed!

Iemand vertelde tijdens een samenkomst een voorbeeld over een rat in een zendingsvliegtuigje. Tijdens de vlucht kwam de rat tussen de bagage vandaan en begon aan bedrading te knagen. De piloot zag geen kans de rat weg te jagen bij de bedrading. Hij zou dan de stuurknuppel los moeten laten, waardoor het vliegtuig omlaag zou storten. Als de rat een kabel zou doorknagen was de kans ook groot dat het vliegtuigje zou neerstorten. Wat kon de piloot nu nog doen? Opeens kreeg hij een helder idee. Hij zette zijn luchtmasker op en ging zo hoog mogelijk vliegen! Uiteindelijk ging de rat dood door zuurstofgebrek.

Het voorbeeld is duidelijk. Wij moeten ook zorgen zo hoog mogelijk te vliegen, zodat de satan zijn schadelijke activiteiten zal moeten staken. Hij kan en mag niet zo dicht in de nabijheid van God komen, waar de gelovigen door de vleugels van geloof en gebed wel mogen en kunnen komen.

Waar zijn de bewogen, biddende gelovigen gebleven, die blijven bidden voor hen die niet meer bidden? Draag de afgedwaalde jongeren op de vleugels van het gebed!  De verlamde man werd door het dak heen aan de voeten van Jezus gelegd. En Jezus zag het geloof van de dragers.

 

11. Bevrijding voor een wanhopige Joodse man

In de Brooklyn Tabernacle te New York kwam eens een wanhopige Joodse man van zo’n 25 jaar oud binnenlopen. Dominee Jim Cymbala had zich daarvoor in een aparte ruimte gereedgemaakt voor de middagdienst. In de ruimte boven hem was een groepje mensen uit zijn kerk aan het bidden voor de dienst. Jim hoorde via een ventilatiepijp een vrouwenstem bidden: ‘God, bescherm hem. Help hem, Heer. Gebruik hem om vandaag Uw Woord te spreken. Overtuig de mensen van hun zonden; verander ze, Heer!’ Dit gebed greep de prediker aan. De geest van Jim begon samen met de bidders op te klimmen tot de genadetroon. Tijdens de dienst zal het gebouw zoals gewoonlijk stampvol. Jim voelde zich door de liefde van God gedrongen en hield een hartstochtelijke preek. Hij riep de mensen op om Gods liefde niet te verwerpen!

Daarna ging Jim naast de preekstoel biddend verder, terwijl hij de mensen opriep om naar voren te komen en Gods liefde aan te nemen. Hij verhaalt ons verder: ‘Ik bleef maar praten, verloren in mijn liefde voor de mensen die Christus nog niet kennen..’

Intussen was de Joodse man al dicht bij Cymbala genaderd, terwijl hij een revolver richtte op de borst van de prediker. Mensen, die het tot hun verbijstering zagen, bleven verstijfd van angst zitten. Zelfs de zaalwachters leken verlamd. Coral, de vrouw van Jim zat achter de piano en zag het gebeuren! Ze schreeuwde twee keer in paniek: ‘Jim! Jim!’ Cymbala vertelt verder: ‘Ik hoorde haar niet. Ik riep de mensen op om tot Jezus te komen – maar het leek er veel op dat ik zelf hard op weg was naar Hem.’

Plotseling gooide de Joodse man het wapen op de preekstoel… Jim sperde zijn ogen open! De man rende weg. Zonder na te denken rende Jim hem achterna en riep: ‘Nee, nee, loop niet weg! Het is goed. Wacht!’ De man zakte vervolgens in elkaar en begon kreunend te roepen: ‘Jezus, help me! Ik kan het niet langer aan!’ 

De Joodse man was op zijn weg om zijn woede op iemand anders te koelen, maar werd door schuldgevoelens overmand naar de dienst geleid, om zijn wapen aan de dominee te geven. Het voorval maakte echter een diepe indruk op de kerkgangers. Jim Cymbala geeft ons te kennen: ‘Er was die dag een grote oogst van behoeftige zielen, die de liefde van Christus hebben aangenomen. Terwijl ik toekeek hoe de mensen naar voren kwamen, gingen mijn gedachten terug naar het gebed dat ik een uur geleden had gehoord.’

12. Jezus Christus is de grote Overwinnaar!

Het bekende lied ‘Glorie aan God’ laat ons de overwinning door het Lam van God zien op de duistere machten. We willen Jezus als Redder, Bevrijder en Heer aanbidden! Als je door het geloof bij Hem hoort, ben je veilig en kun je pas echt in vrijheid leven. Gelovigen zijn tot vrijheid geroepen. We zijn ‘tot vrijheid bevrijdt’. Gal.5:1 roept ons persoonlijk op: ‘Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten.’

Ik wil eindigen in het eren van God in het overwinningslied:

 Glorie aan God

Glorie aan God!  (4x)

Lof zij de Heer, Hem komt toe alle eer,

Hij is ’t  Lam, dat regeert in eeuwigheid.

Zijn Woord is macht, heeft ons vrijheid gebracht.

Wij aanbidden, wij knielen voor Jezus.

Groot is Zijn troon, eeuwig Zijn Kroon.

Overwinnaar zal Hij zijn over zonde, dood en pijn.

Heel het rijk der duisternis, weet Wie Jezus Christus is:

Hij is de hoogste Heer!

 

Refrein:  Glorie aan God!  (4x)

 

Kondigt het aan, door de kracht van Zijn Naam:

‘Heel de aard’ wordt vervuld van Zijn glorie!’

Satan, hij beeft, want hij weet: Jezus leeft!

Hij ’s verslagen, het Lam troont voor eeuwig!

Jezus is Heer, Redder en Heer.

Overwinnaar zal Hij zijn, over zonde, dood en pijn.

Heel het rijk der duisternis, weet Wie Jezus Christus is:

Hij is de hoogste Heer!

 

Refrein: Glorie aan God!  (4x)

    

Eer deze God en geef Hem heel je hart,

Hij geeft schuldigen liefde en genade.

Vertrouw op Hem, lees Zijn Woord, hoor Zijn stem,

Ga terug naar de hemelse Vader.

Hij wacht op jou, groot is Zijn trouw.

Overwinnaar zal Hij zijn, over zonde, dood en pijn.

Heel het rijk der duisternis, weet Wie Jezus Christus is:

Hij is de hoogste Heer!

 

Refrein:  Glorie aan God  (4x)

(Tekst en muziek: M. Williams)

 

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.