Occulte gevaren bij reformatorische christenen

 

Copyright: Jan A. Baaijens, jongerenpastoraat

In het eerste deel van dit artikel wordt aangetoond dat er volop demonische infiltratie aanwezig is binnen de reformatorische en protestantse kringen. Door deze ontmaskering kan er gericht worden gewaakt en gestreden in de geestelijke wapenrusting. 

Dit kan niet buitenom het geloof in de Overwinnaar Jezus Christus. De machten van de duisternis worden overwonnen door Jezus, het Licht der wereld.

Als je Hem volgt, zul je beslist niet in de duisternis wandelen       (Joh.8:12).                  

Het wordt uitgebreid behandeld in het boek ‘Strijd en overwinning in Refostad’, dat je kunt aanklikken op het PDF document hieronder. Met het pijltje linksboven kun je daarna terugkeren op de website.

BOEK Strijd en overwinning in Refostad

Het tweede deel van dit artikel gaat over de geestelijke bevrijding van de demonische machten en het bevrijdingspastoraat.

Het bevrijdingspastoraat werd volop gepraktiseerd in de eerste eeuwen van het bloeiend christendom. Het gebeurt nog steeds op zendingsvelden en tijdens geestelijke oplevingen. Dit wordt helder aangetoond in de tweede helft van het artikel over de vroege kerk. We zien het ook bij Luther en de puriteinen.

Waarom heeft Calvijn het bevrijdingspastoraat afgeschaft? Hij ageerde hierin tegen de misstanden in de Roomse kerk. Als hij nu zou leven, zou deze reformerende kerkleider er dan niet anders over hebben gedacht? Onderzoek het verderop in het artikel.

Na het lezen van dit artikel zal het eigenlijk wel duidelijk moeten zijn dat het bevrijdingspastoraat weer een plaats moet krijgen binnen de reformatorische gemeenten. De noodzaak wordt duidelijk aangetoond! Lees het, beoordeel het en onderzoek het met een biddend en verlangend hart.

Het wordt verder uitgebreid behandeld in het boek Occulte gevaren bij reformatorische (of orthodoxe) christenen op het Word document, wat hieronder kan worden aangeklikt.    

 Occulte gevaren bij reformatorische christenen 

Ben je overwinnaar of verliezer?

Door de genade van God kunnen zijn de gelovigen verlost uit alle heerschappij van de duivel (antw.1 H.C.). In antwoord 127 van de Heidelbergse Catechismus lezen we onder meer in de uitleg van de zesde bede: Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze: ‘Zo wil ons toch staande houden en sterken door de kracht van Uw Heilige Geest, opdat wij in deze geestelijke strijd niet onderliggen, maar altijd sterke wederstand doen, totdat wij eindelijk ten ene male de overhand behouden.’ Het is volgens dit antwoord dus mogelijk om in dit leven door de kracht van de Heilige Geest de overhand te behouden, want in de hemel is er geen geestelijke strijd.

                                                  

Is het dan toch mogelijk

 dat er ‘overwinnende christenen’ zijn?

Als we ons door ongeloof en onkunde laten infiltreren door occulte, wettische en hoogmoedige zaken, zullen we steeds weer ‘verliezende christenen’ zijn. Kerkelijke trots, kritisch en juridisch denken zullen ons tot ‘geestelijke verliezers’ degraderen. Dan zijn we nog vleselijk. Laten we eerlijk zijn: ben ik in het algemeen vleselijk of geestelijk bezig? Dat heeft te maken met de oude en nieuwe mens in de gelovige.

Als je de verdeeldheid in stand houdt en andere christenen beschuldigt,  laat je jezelf infiltreren door ‘de aanklager van de broeders’ (Openb.12:10). Je wordt dan demonisch beïnvloed. Dan ben je dus een verliezend christen. Ben je bang om een overwinnend christen te worden? Ben je een gelovige en kun je de wereld buiten je en in jezelf niet overwinnen? Ik kom dan naast je staan. Ik weet ook dat we van onszelf zwak zijn. Toch staat er in 1 Joh.5:4: ‘Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.’ Als onze geloofsverbinding met Jezus weer in orde is en we op Hem blijven zien, kunnen we door Hem een overwinnend christen zijn!  In Rom.8:37 staat er van gelovigen die door de Heilige Geest worden geregeerd: ‘Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem die ons heeft liefgehad.’  

Pas op voor occulte activiteiten binnen Refostad

Ik wil me nu ook richten op de demonische activiteiten binnen de reformatorische en protestantse kringen. Laten we voorop stellen dat er veel oprechte gelovigen zijn binnen de reformatorische kringen! De occulte gevaren die ons reformatorisch bolwerk momenteel bedreigen, nopen echter tot diepgaande bezinning! Uiterlijk lijkt het nog wel redelijk goed te gaan in Refostad, met zijn vele kerken en scholen. Er worden zelfs nieuwe megakerken gebouwd.

Is alles wel veilig in vrede en rust?

Alles lijkt dus in vrede en rust. Er is op vele plaatsen een geordend, stabiel en rustig kerkelijk leven. Onruststokers mogen vertrekken… Voor het zicht zijn de poorten naar de wereld op zondag gesloten. In de week zijn er weliswaar heel wat vensters naar de wereld open, maar bij verkeerde beïnvloeding worden ze voorzichtig afgeschermd door filternet en nog beter beveiligd door kliksafe. Veel jongeren zijn helaas ijverig bezig om nieuwe openingen en mogelijkheden te vinden om toegang tot de wereld te verkrijgen, maar dit moet in het geheim gebeuren. Min of meer onopvallend (of occult) gaan veel jongeren hun eigen weg, aangelokt door zoveel verleidelijke spellen, komische of occulte shows en spannende (misdaad)films.

Door de aardse woestijn reist tegenwoordig ook veel kerkvolk ‘onder de wolk’… maar zullen er ook veel van hen in het hemelse Kanaän aankomen? Bestudeer maar eens het eerste deel van 1 Kor.10. In het meerder deel van de Israëlieten ‘heeft God geen welgevallen gehad; want zij zijn in de woestijn ter neer geslagen’. Dit is ons tot voorbeeld geschreven. Van het verbondsvolk wordt gezegd in vers 7: ‘Het volk zat neer om te eten, en om te drinken, en zij stonden op om te spelen.’ Van hoeveel van ons kan gezegd worden, dat dit ook het belangrijkste element is in ons leven? Zijn wij ook in ons element als we eten, drinken en spelen?

De regering in Refostad

Ik vergelijk de reformatorische gezindte nu met een beschermde en geïsoleerde stad. Er is een eigen stadsbestuur. In de regering van de stad zijn twee partijen. De gele, positieve partij is bij een christen (als het goed is) de regeringspartij. Op de afbeeldingen die volgen zie je ook de grijze, negatieve vleselijke oppositiepartij. Die moet men zo weinig mogelijk ruimte geven. Het is zoals bij de nieuwe en oude mens bij de gelovige. De nieuwe mens wordt geïnspireerd door de Heilige Geest. De oude mens wordt geïnfiltreerd door de boze machten van satan.

We beginnen te kijken naar een vernieuwde Refostad. Je kunt het zien op de afbeelding die volgt. De afbeeldingen kunnen gelden voor het persoonlijk geestelijk leven en ook voor een groep reformatorische christenen.

De geestelijke regeringspartij laat in dit voorbeeld zich inspireren en leiden door de Heilige Geest. Het geeft pas echt vrijheid als Hij door Zijn Heilige Geest ons hart en leven regeert en leidt. Wij zijn dan onder de beschermende autoriteit van Christus. De vleselijke oppositie heeft dan weinig invloed op ons. De geestelijke boosheden in de lucht worden dan op veilige afstand buiten de muur van de stad Mensenziel gehouden. De vleselijke oppositiepartij heeft dan geen aanvoerlijnen en kan zich zodoende niet sterk maken in de stad.

Het denken wordt geïnspireerd door goede geestelijke invloeden, de wil voelt zich gelukkig in het centrum van Gods wil en de emoties worden keurig gereguleerd door de liefde van Christus. Psalm 122 is volop praktijk in het geestelijk Jeruzalem. Zoals het in het hart van de gezonde gelovige is, zo willen we het graag ook hebben in de kerk.

Op de afbeelding zie je dus een gezonde (reformatorische) kerk, waar vrede is in de vesting en welvaren in de paleizen (Ps.122:7). We bidden en zingen het deze gemeente toe uit Ps.122:3:

Dat vreed’ en aangename rust,

en milde zegen u verblij’ ;

dat welvaart in uw vesting zij,

in uw paleizen vreugd’ en lust.

Om vriend en broed’ren spreek ik nu:

‘De vrede zij en blijf’ in u;

nooit moet haar nijd of twist verkloeken;

om ’s HEEREN huis in u gebouwd,

waar onze God Zijn woning houdt,

zal ik het goede voor u zoeken.’ 

                           

Deze afbeelding kun je tweemaal vergroten door er op aan te klikken. Je krijgt dan een ver uitzicht, zodat je de buurt goed kunt verkennen. Je kunt daarbij ook onderaan op de balk langzaam opzij schuiven, alsof je met een verrekijker de buurt verkent. Zo kun je zien hoe een wachter op de muur alle mogelijke gevaren goed in het oog moet blijven houden. Op deze wijze moet je dus geestelijk op de hoogte blijven en biddend waakzaam  zijn om Refostad te kunnen verdedigen. Als je op het pijltje terug (linksboven) aanklikt, kom je weer terug naar de tekst.

Te midden van alle dreigende gevaren worden we aangemoedigd in Ps.91:1: ‘Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal vernachten in de schaduw van de Almachtige.’ De gelovige mag getuigen (vers 2): ‘Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw.’ Lees verder Ps.91 maar eens door.

Dreigende gevaren

Op de afbeelding die volgt zie je dat er toch dreigende gevaren zijn in Refostad. Vooral via de media komen de verleidingen en kwade invloeden binnen in de gezinnen. De occulte machten spannen samen met de vleselijke oppositie, die duidelijk uit is op het heroveren van de macht.

De vleselijke regeringspartij had het vroeger tijdens satans overheersing voor het zeggen in stad Mensenziel. Satan kan het niet verkroppen dat een zondaar gelovig is geworden en dat er een Refostad is ontstaan. Hij kan niet tegen een actieve kerk, waar het Evangelie van Jezus Christus ruim wordt verkondigd.

Nu ziet hij kans om via de moderne communicatiemiddelen de christenen te beïnvloeden en te verleiden. Zijn onderhorige demonen zijn bezig in de gedachten en harten van christenen. Zij zijn misleidend aan het werk om christenen van Christus af te houden. Gespecialiseerde geesten proberen zwakheden en (oorspronkelijke) negatieve eigenschappen van christenen uit te buiten.

In ons land hebben ze helaas succes met het injecteren van kritische gedachten en heerszucht. Nederlanders denken in verhouding tot andere volken bijzonder kritisch. Wij zijn over het algemeen ook hoogmoediger dan mensen van andere culturen. In het kerkelijk leven kan men door vleselijk denken daarom spoedig vervallen tot kerkpolitiek en het gebruik van machtsmiddelen (in plaats van genademiddelen).

Velen steunen binnen het reformatorisch bolwerk op de goede invloeden van de behoudende kerk en de eigen scholen. Dit is inderdaad een groot goed, waar we zeker zuinig op moeten zijn! Onderschat echter de vijand niet… Hij komt via de media binnen in de cellen van de kerkelijke samenleving, namelijk de gezinnen.

Op de volgende afbeelding zie je grijze wolken samenpakken, die gezin, kerk en school bedreigen.

Binnen de kerk (en zeker op zondag) is er op veel plaatsen uiterlijk en oppervlakkig gezien nog een betrekkelijke rust en vrede in Refostad. Maar wat zegt dat van de kwaliteit en diepgang?

Wat is de kwaliteit

 van de aangename vrede en rust

 in onze vesting?

 

 De hof van de sterk gewapende

Ik denk aan Lukas 11:21, waar we lezen over de demonische macht: ‘Wanneer een sterke gewapende zijn hof bewaart, zo is al wat hij heeft in vrede.’ Dit staat in ‘de gelijkenis van de sterke en de sterkere man’. De Studiebijbel verklaart: ‘De satan (‘de sterke’) wordt hier vergeleken met een burchtheer, wiens bezittingen veilig opgeborgen zijn binnen de muren van zijn burcht (‘aulē’: hof, hoeve, landgoed, paleis) en zo onaantastbaar zijn voor degenen die het op zijn bezit gemunt hebben. Zolang satan zijn machtspositie behoudt, zijn zijn bezittingen veilig (‘in vrede’). Tot Jezus’ komst had de satan in dat opzicht vrij spel, omdat er niemand was die hem zijn macht betwistte of iets tegen hem kon ondernemen.’ Letterlijk uit het Grieks vertaald staat er: ‘In vrede zijn de ter beschikking staande (dingen) van hem.’

Een schijnbaar rustig en vredig kerkelijk leven kan dus het teken van ‘een dodelijke rust’ zijn. Er gebeuren dan geen opzienbarende zaken. Er komen geen mensen tot geloof, waardoor wettische gemeenteleden onrustig kunnen worden. Er gaat niemand getuigen over de liefde van Jezus, waardoor hij is aangeraakt. Sommige uiterlijke, sombere christenen kunnen niet licht en geestelijke blijdschap. Zij vinden het veiliger om in de duisternis en twijfel te leven. We lezen in Ps.97:11: ‘Licht is gezaaid voor de rechtvaardigen en blijdschap voor de oprechten van hart.’ Blijdschap is een vrucht van de Geest (Gal.5:22).  Hoeveel reformatorische christenen zijn er nog in de greep van de duisternis en de valse rust. Als het zo nog bij je is, kom dan tevoorschijn uit de duistere ruimte. Het licht van het Evangelie zal je ontmaskeren. ‘Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten’ (Ef.5:14).

De dodelijke rust is juist een bekende situatie in een heidense cultuur. Bij veel occult belaste heidenen kan er in dit opzicht lange tijd een betrekkelijke innerlijke rust zijn. Omdat zo’n heiden satan en zijn begeerlijkheden ongedwongen en graag volgt, heeft hij geen ervaring van tegenstand of aanvechtingen van zijn meester.

Zo kan het dus ook zijn bij christenen. Zolang christenen slechts uiterlijk christen zijn, zonder werkelijk tot Christus te naderen, hebben zij geen tegenstand of aanvechtingen van satan te duchten. Satan is antichristelijk ingesteld.

De duivel probeert mensen

 van Christus vandaan kan houden 

Als hij mensen van Christus vandaan kan houden is hij tevreden. Hij zal niet nadrukkelijk aanwezig zijn als ‘een engel des lichts’.

Religieuze demonen

Binnen christelijke kerken zijn allerlei religieuze demonen aan het werk. Zij zijn goed in het imiteren en napraten. Bij de evangelische christenen zullen zij zich ook aanpassen, om maar niet op te vallen en zo occult mogelijk te blijven. Bepaalde demonen zullen de evangelische vrijheid en blijheid uitbuiten, door op dat gebied te verleiden tot excessen.

Er moet op een goede godzalige manier gebruik worden gemaakt van de christelijke vrijheid. We worden in Gal. 5:13 vermaand: ‘Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde.’ De vrucht van de Geest in Gal. 5:22 geldt voor alle soorten gelovigen!

Er zijn ook wettische en twijfelmoedige geesten 

Er zijn ook demonen die gespecialiseerd zijn in de zwaardere godsdienst. Dat zijn vaak wettische en twijfelmoedige geesten. Het kunnen ook kleinmoedige, vreesachtige en bang makende geesten zijn. Demonen zijn vaak angstaanjagend. Als je bang bent voor iemand, betekent dit dat hij de baas over je (gevoelens) is. Een bange gelovige is niet in staat om de duivel te verdrijven. Hij is in de verdediging en bang voor boze aanvallen. Vooral behoudende christenen zijn bang voor boze invloeden, wereldgelijkvormigheid en dwalingen. Satan zal binnen de reformatorische bolwerken een geest van geloofsangst sturen.

Satan stuurt binnen reformatorische bolwerken

 een geest van geloofsangst

Ik ken behoudende christenen die niet bij een ‘lichtere dominee’ van hun eigen kerkverband durven kerken, omdat ze bang zijn dat hij tot het aannemen van Jezus zal verleiden. Ik hoorde van een oude man, die uiteindelijk was overleden, het volgende: Deze man leefde nauwgezet, maar was wel twijfelmoedig. Voor zover ik weet heeft hij niet in het openbaar getuigt van zijn geloof in Jezus Christus. Zijn vriend wist echter ‘dat hij boven was’. Ik hoop dat dit inderdaad zo is. Hoe wist deze vriend dit? Hij verklaarde: ‘want hij kon het niet pakken’. Ik ben bevreesd dat het een gevaarlijke dwaling is in bepaalde kringen: ‘dat iemand bezorgd is over zijn zielenheil en het maar niet kan pakken’. Er staat niet in de Bijbel: ‘Zovelen hem niet hebben aangenomen, heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden.’ Er staat wel in Joh. 1:12: ‘Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.’ 

Een schipper kerkte eens in een uiterst rechtse gemeente. Mij werd verteld dat een ouderling daar in de kerk bad: ‘Heere, wij weten dat U geen mensen meer bekeerd, maar wilt U toch geven dat ons woord in der waarheid zal zijn.’ De schipper hoorde dat hij dit vaker bad. Het is begrijpelijk dat er dan in zo’n gemeente weinig of geen mensen worden bekeerd. Voor zulke mensen geldt het helaas: ‘U geschiede naar uw ongeloof.’ Het is duidelijk dat hier sprake is van demonische beïnvloeding, waardoor mensen bij Jezus vandaan worden gehouden.

Bij sommige gemeenten moet alles angstvallig gehouden worden bij oude passiviteiten, die bewezen hebben niet te werken. Lieve mensen, probeer eens te proeven van de nieuwe wijn!

Hoe belangrijk zijn de tradities?

Peter Horrobin heeft via Ellel Ministries duizenden situaties van bevrijding van demonische machten meegemaakt. Hij schrijft ook over de demonische invloed in het wetticisme. Dr. M.J. Paul geeft het volgende van hem door: ‘Wanneer de tradities van mensen belangrijker worden dan de gevoeligheid voor de Geest van God, is de kerk verkeerd bezig. Het voortbestaan van de eigen kerk kan belangrijker worden dan Gods eer of de band met Christus. Alles moet dan wijken voor het eigen kerkgenootschap dat boven alle kritiek verheven is. Vele jaren van kerkelijke traditie bepalen wat God wel of niet zeggen mag en waarover men onderling mag spreken. Het is in dat geval mogelijk dat religieuze geesten (demonen) de kerk gevangen houden.’

‘Wanneer tradities van mensen belangrijker worden

 dan de gevoeligheid van de Geest van God,

 is de kerk verkeerd bezig’ 

Dit is een ernstig geestelijk misverstand, wat helaas ook in ons land voorkomt! In deze gemeenten kunnen zelfs nog niet beleden en niet vergeven zonden liggen van vorige leiders of van zondige situaties uit het verleden.

Een vrouw van een diaken vertelde eens over haar eigen gemeente, dat er een vloek op deze gemeente ruste, omdat een ouderling in de oorlog met de Duitsers zou hebben geheuld. Daardoor zouden er geen mensen meer worden bekeerd. En zo had ze nog meer vreemde uitspraken.

Sommige zware dwaalgeesten durven zelfs te beweren: ‘Bij Van der Groe ging het hekje toe.’ Alsof er daarna geen goede predikers meer zouden zijn geweest… en er alleen nog maar oudvaders t/m Van der Groe gelezen mogen worden. Het zal duidelijk zijn dat hier achter de schermen meer aan de hand is.

Wij weten dat Jezus juist zulke harde, veroordelende woorden gesproken heeft tegen harde wettische geestelijke leiders, die het volk hebben misleid.

Horrobin geeft ons te kennen: ‘Het farizeïsme van vroeger is niet dood, maar leeft in het wetticisme. Een soortgelijke geest plaatst de eisen van een kerkelijke richting boven de heerschappij van Jezus. ‘Dit is hoe wij het hier altijd gedaan hebben en wij willen geen verandering.’ De invloed van de traditie zorgt ervoor dat de vonk van geestelijk leven, waardoor God altijd nieuwe dingen doet, nooit tot een vlam wordt.’ Hierbij moeten we natuurlijk bedenken dat het om de traditie met een kleine ‘t’ gaat. Er is ook een goede traditie: een Bijbelgetrouwe overlevering van de vaderen, naar de Schrift.

Zogenaamde christelijke demonen

 zijn het moeilijkst uit te drijven 

Dr. Paul geeft ons verder door: ‘Horrobin merkt op dat de (zogenaamde) christelijke demonen het moeilijkst uit te drijven zijn. Hij bedoelt de religieuze geesten die zich hullen in een christelijk gewaad, en die christelijk gedrag vertonen. Zij zijn het moeilijkst te herkennen en voor de drager is het ingrijpend om hun invloed te erkennen. Satan zendt vaak een godsdienstige geest, wiens taak het is om een vorm van christelijk leven na te doen, waarbij stelling genomen wordt tegen het echte christelijke leven. (…) Demonen kunnen zich aanpassen aan alle kerkelijke denominaties, van vrijzinnig tot hoog liturgisch, van evangelisch tot streng reformatorisch. Daarom is de gave van het onderscheiden van de geesten hard nodig!’

Taaie tegenstand door vrome geesten

Dr. W.C. van Dam geeft te kennen: ‘In dit verband moeten we ook iets zeggen over ‘vrome geesten’. Zij worden al in de oude kerk gesignaleerd. In de tijd van ’Kerkvader Cyprianus was er een vrouw die zeer vroom was en kerkelijke functies bekleedde. Van Dam vervolgt: ‘Een exorcist ontdekte echter bij haar een ‘geest van religieuze huichelarij’, die slechts met moeite uit te drijven was. Dit type geesten komt ook nog voor. (…) Telkens horen we demonen zich beroemen, dat zij vele van deze mensen in hun macht hebben en dat centra van deze mentaliteit hun bolwerken zijn. Ook nu blijkt dat deze mensen zeer moeilijk met het Evangelie van Gods genade te benaderen zijn en dat vrome geesten inderdaad taaie tegenstand bieden als ze worden aangepakt. Zij kunnen ook een heel eind gaan in het imiteren van de Heilige Geest, als maar mensen worden afgehouden of vervreemd raken van het heil in Christus.’

Vrome geesten bieden taaie tegenstand

 als ze worden aangepakt 

Tijdens een charismatische bijeenkomst leek het erop dat een jonge vrouw vervuld werd met de Heilige Geest. Men zag echter dat dit namaak was. Toen deze vrouw erop werd aangesproken, kwam ze openbaar en zei: ‘Die Naam kan ik niet horen.’ Daarna werd de boze geest uitgedreven.

De duivel houdt kerkmensen wel zoet met ingetogen of uitbundige godsdienst, maar dan wel zonder een levende relatie met Christus.

Onderlinge verdeeldheid

Een geordend, afgeschermd kerkelijk leven hoeft dus nog geen goed teken te zijn! In de behoudende godsdienst zijn oprechte gelovigen, maar kunnen ook wettische geesten volop actief zijn. Een wettische, rechtlijnige manier van denken brengt ook vaak een kritische geest voort. In een geïsoleerde Refostad wordt in veel gevallen hiërarchisch gedacht. Het kader heeft daar gezag en de ambtsdragers proberen alles in goede banen te leiden. Als het volgens de Schrift gaat, is dat een goede zaak.

Er kan een geest van kerkelijke hoogmoed binnen komen,

om de muren van de eigen kerk

 hoog op te trekken

Satan heeft echter ook op dit gebied de nodige pijlen op zijn boog. Er kan een geest van kerkelijke hoogmoed binnen komen, om de muren van de eigen kerk hoog op te trekken. Kerkisme en kerkelijke verdeeldheid zijn duidelijk van de duivel.

 

Demonie en bevrijding in de kerkgeschiedenis

In de vroege christelijke kerk en in de Rooms-katholieke kerk is er genoeg ervaring geweest met demonische machten. Demonisch gebonden en bezeten mensen werden opgemerkt en het bevrijdingspastoraat werd volop toegepast.

Justinus Martyr (overleden: 165) getuigt, dat velen die door demonen waren gegrepen, in de hele wereld en in Rome door christenen zijn bevrijd. Hij laat ons letterlijk weten: ’Vele personen die bezeten waren door demonen, overal in de wereld en ook in onze stad, zijn geëxorceerd door vele van onze christelijke mannen.’  Irenaeus (leerling van Polycarpus) diende in Frankrijk en stierf rond 202. Hij verhaalt: ‘Want veel mensen drijven ontegensprekelijk en waarlijk demonen uit, zodat die personen zelf (degenen die gereinigd zijn van boze geesten) vaak het geloof aannemen.’

Kerkvader Irenaeus:

 ‘Want veel mensen drijven

 ontegensprekelijk en waarlijk demonen uit’ 

De apologeet Tertullianus (ca. 160-222 na Chr.) vermeldt, dat elke dag boze geesten worden uitgeworpen. Tertullianus laat weten: ‘De heerschappij en macht nu, die wij over de demonen hebben, komt ons toe uit het noemen van de Naam van Christus en de vermelding van die dingen, die hun van Gods zijde, door de rechter Christus, te wachten staan.’

Kerkhistoricus Von Harnack concludeerde na diepgaand onderzoek van de vroege kerk: ‘Als demonenbezweerders hebben de christenen de grote wereld betreden, en de bezwering was een zeer belangrijk middel van zending en propaganda.’

‘Als demonenbezweerders hebben de christenen

 (van de vroege kerk) de grote wereld betreden,

 en de bezwering was een zeer belangrijk middel

 van zending en propaganda’ 

Op dit gebied moeten wij beslist willen leren van de christelijke kerk van de eerste eeuwen! Zendingskerken en –genootschappen die momenteel groeien, volgen in dit opzicht het bloeiende christendom van de eerste eeuwen na.

In China, India, Zuid-Amerika en Afrika zien we massaal dat mensen worden bevrijd van boze geesten. De wonderen en genezingen vinden in die gebieden ook volop plaats. De evangelisten daar nemen in hun eenvoudigheid het Woord van God letterlijk, zonder dit te vergeestelijken naar eigen inzichten of naar overgeleverde leerstukken. Ze zijn niet behept met de ‘uitdrogingsverschijnselen’ van de eeuwenoude bestaande kerken, die niet in staat zijn om de buitenkerkelijken aan te lokken.

De zendingskerken zijn niet behept met

 de ‘uitdrogingsverschijnselen’

van de eeuwenoude bestaande kerken,

die niet in staat zijn om de buitenkerkelijken aan te lokken 

De genoemde wonderen vinden ook plaats tijdens geestelijke opwekkingen. Het is ook ontegenzeggelijk naar het Woord van God, dat de tekenen en wonderen de bijbelgetrouwe evangelieverkondiging zullen blijven vergezellen. We lezen namelijk in Mark. 16:17-18: ‘En hen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, het zal hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden.’ 

 De Studiebijbel verklaart: ‘Deze tekenen volgen niet zozeer elke gelovige in het algemeen, maar ze vergezellen en bevestigen het Evangelie dat door de gelovigen wordt geleefd en verkondigd (vgl. vs.15, 20 en Hand.2:43; 4:30; 14:3; 15:12; Rom.15:19 en Hebr.2:4). Jezus beperkt deze tekenen niet tot een bepaalde periode.’

Tot in de zevende generatie na Pinksteren

 gebeurde het uitwerpen van demonen

 door gewone gemeenteleden

Tot in de zevende generatie na Pinksteren gebeurde het uitwerpen van demonen door gewone gemeenteleden, door mannen en vrouwen. Daarna hebben de katholieken de charismata (de bijzondere genadegaven van de Heilige Geest, zoals je die vindt in 1 Kor. 12) exclusief gekoppeld aan de ambten. Daardoor hebben ze deze gaven voor de gewone gelovigen onderdrukt. Je ziet hierin, dat de Geest kan worden wederstaan, bedroefd en uitgeblust, ook met betrekking tot de geestelijke genadegaven.

Cyprianus en Augustinus geven voorbeelden in hun geschriften. Je kunt het ook vinden bij Athanasius, Hieronymus en Origenes.

Mensen die van buitenaf toetreden tot de kerk kunnen occult belast zijn. Volgens dr. M.J. Paul vormen wonderen van genezing en bevrijding in de gehele vroegchristelijke literatuur verreweg de meest geciteerde oorzaak van bekeringen.

Luther en Calvijn

Luther, de reformator, had te maken met bijzondere aanvallen van de duivel en zijn demonen. Hij gaf te kennen dat hij ’s nachts in de Wartburg werd lastiggevallen door klopgeesten en occulte verschijnselen die nu ‘Poltergeist-activiteiten’ worden genoemd. Drs. R.J.A. Doornenbal deelt ons mee over Luther: ‘’ De duivel zat hem dus inderdaad dicht op de huid! Sinds de woestijnvaders is er niemand geweest die zoveel aandacht had voor de duivel, zowel persoonlijk als theologisch, als de Wittenberger reformator.’ Een grote Lutherkenner concludeert: ‘Zijn leven was één en al strijd tegen de duivel.’

‘De duivel zat Luther dicht op de huid’ 

Luther was nog wel van mening dat de duiveluitdrijving een belangrijke taak van de kerk was en zal blijven tot de jongste dag. Hij gebruikte als uitdrijvingsformule: ‘Ik bezweer je, onreine geest, dat je uitvaart en wijkt van deze dienstknecht van God.’ Hij gebruikte deze formule ook bij de doop.

Luther is op het gebied van demonie voor de reformatorischen op bepaalde punten weer actueel geworden. Hij leert ons: ‘Vandaag bedreigt de duivel de kerk met de ergste van alle denkbare vervolgingen: hij opereert namelijk zonder vervolging en biedt ontspanning en zekerheid. Wee ons, die zo door overvloed en welvaart verblind worden, dat we bij de duivel in de val lopen.’

Luther:

‘Wee ons, die zo door overvloed en welvaart

 verblind worden,

 dat we bij de duivel in de val lopen’

Ook het brengen van kerkmensen tot zwaarmoedigheid en twijfel is een list van de duivel. Luther wist dit uit ervaring. Hij getuigt: ‘Ik weet precies hoe hij met mij een spelletje pleegt te spelen. Hij is een treurige, zure geest, die het niet kan velen dat een hart vrolijk is…’

De belangrijke herontdekking van de Reformatie is ‘de rechtvaardigmaking door het geloof’. Het is logisch dat satan daar juist zijn vurige pijlen op richt. Dat was zo in de tijd van Luther en dat is ook nu zo binnen de reformatorische kerken. Luther verklaart: ‘Alle aanvallen van de duivel richten zich op het fundament van het geloof, dat heilszekerheid geeft. Alle aanvechtingen, van welke aard ze ook zijn, proberen twijfel te zaaien aan de trouw van God.’ Hij gaat verder: ‘De duivel zet aan tot twijfel over de vraag of iemand uitverkoren is en verleidt vervolgens degene die twijfelt om te willen doordringen in de verborgen wil van God, ten einde te ontdekken of hij werkelijk tot hen behoort, die God voor altijd verworpen heeft. Deze ontraadseling moet mislukken en leidt uit teleurstelling tot angst, tot godslastering en haat van God en uiteindelijk tot twijfel aan het bestaan van God zelf.’

In dit verband vond Luther de sacramenten belangrijk. Hij verklaart: ‘Doop en avondmaal garanderen dat God tegenwoordig is in de draaikolk van de overlevingsstrijd tegen de duivel.’

Calvijn heeft het exorcisme

geen plaats meer gegeven in

 de strijd tegen satan en zijn demonen 

Calvijn heeft het exorcisme geen plaats meer gegeven in de strijd tegen de satan en zijn demonen. Hij stelde dat het uitdrijven van demonen, evenals de ziekenzalving en genezing op het gebed, alleen als bijzondere gaven door Christus aan de apostelen waren gegeven. Deze mening van Calvijn is, zeker wat onze moderne tijd betreft, uiteraard achterhaald door de realiteit. Op het gebied van bevrijding van demonische machten en genezing van zieken op het gebed heeft hij in een overreactie gereageerd op misstanden in de Roomse kerk.

De genoemde geestelijke genadegaven (charismata) uit 1 Kor. 12:9 en10 heeft Calvijn geen plaats gegeven in zijn reformatorisch denken en zijn reformerende activiteiten. De praktijken van genezingen en bevrijdingen na de tijd van de apostelen zag hij dan ook ‘als eigenzinnige praktijken van eerzuchtige mensen’ en zelfs ‘als een satanisch bedrog’. Hij beweerde zelfs dat de boze geesten over de exorcisten heersten, als hij schrijft: ‘Want ternauwernood zult ge er één op de tien vinden, die niet door een boze geest gedreven wordt.’

Je moet zijn krasse uitspraken wel lezen tegen de achtergrond van het welig tierende  bijgeloof en de magie in de Roomse kerk. Na de eerste eeuwen christendom zijn heel wat dwalingen in de Roomse kerk gekomen. Zelfs Augustinus kende aan overblijfselen van heiligen genezende en exorcerende kracht toe.

De situaties op zendingsvelden en in het opkomende moderne heidendom zijn (momenteel) anders. Onze maatschappelijke situatie lijkt in bepaalde opzichten op de Romeinse periode in de tijd van de vroege kerk. Wij hebben daarom ook weer de praktijk in de eerste christelijke kerk nodig! Daar horen dus ook genezingspastoraat en bevrijdingspastoraat bij.

Calvijn heeft een zeer uitgebreide bijbelverklaring geschreven. Het valt op bij zijn commentaren over bevrijding van boze geesten door Jezus, dat hij het dan vooral symbolisch of geestelijk interpreteert en verklaart. Drs. R.J.A. Doornenbal geeft ons verder door: ‘Waar de evangeliën spreken over het concrete uitdrijven van demonen, benadrukt Calvijn voortdurend, dat Christus ons verlost uit de tirannie van de duivel. De eigenlijke zin van de ‘uitdrijvingsteksten’ is volgens Calvijn dus de geestelijke betekenis ervan. Calvijn beweegt zich met deze interpretatie op een ‘abstracter‘ niveau dan de evangelieverhalen zelf.’

We mogen de Bijbel nooit aanpassen

 aan ons theologische denken

 of aan onze bevinding 

Dit is een bekend gegeven binnen onze reformatorische kring. We kunnen in dit verband ook denken aan teksten en beloften aangaande (de toekomst van) Israël. Ik denk persoonlijk dat we de werkelijke betekenis van de bijbelteksten moeten laten staan. We mogen de Bijbel nooit aanpassen aan ons theologisch denken of aan onze bevinding. Op deze punten is er al zoveel misgegaan. Als we de werkelijke bijbelse betekenis loslaten, komt er veel op losse schroeven te staan. We moeten ons houvast vinden in de vaststaande bijbelse feiten!

Ik denk wel dat het theologisch en praktisch denken van Calvijn (en de reformatorischen in zijn voetspoor) past bij een geïsoleerd reformatorisch bolwerk. Zolang we ons isolement kunnen bewaren, kunnen we redelijk veilig varen. De activiteiten van ‘de briesende leeuw’ kunnen dan op afstand worden gehouden. Bij de vervolgde christenen ligt dit duidelijk anders!

Het is echter wel de vraag of we satan als ‘engel des lichts’ op een afstand hebben weten te houden. Ik denk dat dit niet het geval is… en ik wil dit hierna ook verder aantonen.

Eerst citeer ik drs. Doornenbal nog eens, als hij het heeft over een leemte bij de reformatorischen en gereformeerden. Hij verklaart: ‘Door Calvijns consequent vergeestelijkende uitleg van de evangelieteksten die handelen over genezing en bevrijding is er op dit punt in zijn werken een exegetisch en theologisch hiaat ontstaan. In de gereformeerde traditie bestaat ook nauwelijks aandacht voor de charismata, waaronder de gave van genezing en de gave van de onderscheiding van geesten. Calvijn en de calvinistische traditie, van Ursinus tot Kuyper (die zich in zijn Gemeene gratie een fel tegenstander van exorcisme betuigt) hebben ons op dit punt niets te bieden. Dat zou geen probleem zijn, als bezetenheid inderdaad niet meer voorkwam in nieuwtestamentische tijden.’

Dr. M.J. Paul houdt veel reformatorische gemeenten voor de spiegel, als hij schrijft: ‘Als bijbelgedeelten over ziekte en genezing en bevrijding niet meer in een gemeente aan de orde gesteld kunnen worden, moet de diagnose gesteld worden dat de gemeente ziek is. Wat heeft een gemeente dan hard nodig om genezen te worden! Op 31 oktober kan de leuze sola scriptura steeds weer herhaald worden, maar in de praktijk bepaalt de traditie voor een groot deel de uitleg van de Schrift. Het is van belang de gehéle Schrift aan de orde te stellen.’

Reformerend handelen in nieuwe situaties

Het is een bekende uitspraak van onder meer oudvader Johannes Hoornbeeck (1617-1666), dat de gereformeerde kerk zich altijd moeten blijven reformeren (‘ecclesia reformata semper reformanda’). De tijden veranderen, en wij met hen. Er zijn nieuwe, gevaarlijke ontwikkelingen gekomen, die de reformatorische en bijbelgetrouwe bolwerken ernstig bedreigen! Dit betreffen zaken en uitvindingen waar Calvijn nog niet van wist.

In Luk.5:37-39 gaat het over nieuwe wijn, die je in nieuwe leren zakken moet doen. We lezen daar de volgende woorden van Jezus: ‘En niemand doet nieuwe wijn in oude leren zakken; anders zal de nieuwe wijn de zakken doen barsten en de wijn zelf zal eruit stromen en de zakken zullen verloren gaan. Maar nieuwe wijn moet men in nieuwe zakken doen en beide blijven ze behouden. En niemand die oude wijn drinkt, wil meteen nieuwe, want hij zegt: De oude is beter.’ Het gaat hier om oude, traditionele zaken, zoals de Joden die kenden. Voor hen was de leer van Jezus een nieuwe leer die niet goed paste in hun traditionele denken, met daarbij hun traditionele vormendienst. Calvijn is zelf in zijn reformerend werk ook een goed voorbeeld van het doen van nieuwe wijn in nieuwe leren wijnzakken.

Nieuwe wijn moet in nieuwe leren zakken

De Studiebijbel geeft aan: ‘Het leer van een nieuwe wijnzak is nog rekbaar en is dan ook prima geschikt voor nieuwe wijn (d.w.z. jonge wijn), die nog volop aan het gisten is en dus nog uitzet. Oude zakken, waar de rek uit is, worden het beste voor oude wijn die niet meer gist gebruikt.’ Bij vers 38 wordt verder verklaard: ‘Het nieuwe moet de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en dat kan niet door zich in het oude in te passen. Het vraagt om een nieuwe vorm en een nieuwe inhoud.’ Bij vers 39 wordt uitgelegd: ‘Er wordt geen oordeel geveld over de kwaliteit van de oude wijn (en evenmin over die van de nieuwe wijn), maar de bekrompenheid van degene die per se bij het oude wil blijven, zonder het nieuwe een kans te geven, wordt aan de kaak gesteld.’

Zoals Calvijn het in zijn tijd deed, met het inzicht dat hij toen had, dienen wij nu te reformerend te handelen in de nieuwe tijd waarin we leven. Als we geen raad meer weten met de nieuwe aanvallen van satan, moeten we niet bekrompen gaan vechten met wapens die niet meer geschikt zijn. De Bijbel is nog steeds actueel en uit het wapenarsenaal van de Schrift is ook voor onze tijd genoeg te gebruiken! Het boek Openbaring is zelf onze tijd al vooruit. We lopen eigenlijk achter bepaalde voorzegde ontwikkelingen aan. Als we weten wat er aan staat te komen, moeten we ons hierop bezinnen en gaan wapenen.

Jezus leert ons in Matth. 13:52: ‘Daarom, iedere Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat (voorraad) nieuwe en oude dingen voortbrengt.’ Het is opvallend dat ‘nieuwe dingen’ eerst door Jezus wordt genoemd. De Studiebijbel leert ons: ‘Al naar gelang de situatie van de hoorders kan hij het één of het ander onderwijzen.’

Een gelovige moet flexibel genoeg zijn

 om in nieuwe situaties juist te handelen

Een bijbelgetrouwe gelovige is dus in staat gesteld, en flexibel genoeg, om in nieuwe situaties op de juiste wijze te handelen. Hij heeft ook nieuwe leren zakken achter de hand, nieuwe vormen en methoden, die geschikt zijn voor nieuwe situaties. In de kracht van de Heilige Geest kunnen wij ons verdedigen tegen de verhevigde aanvallen van satan. De charismata uit 1 Kor. 12:9 en 10 staan gelovigen ter beschikking. Deze genadegaven heeft Christus voor Zijn kerk verworven.

In Jezus Christus ben je overwinnaar! 

Jezus Christus is de machtige Overwinnaar, Die de satan al heeft overwonnen, toen Hij zei: ‘Het is volbracht!’ (‘It is finished!’). Vanaf dat moment, en zeker na de Pinksterdag, is het in de tegenwoordigheid van Christus afgelopen met satans kracht en macht over de gelovigen.

Alle demonische machten en wereldse koningen zullen het onderspit delven tegen het Lam van God. We lezen ervan in Openb.17:14: ‘Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam – want Heere der heren is Hij en Koning der koningen – zal hen overwinnen, en zij die samen met Hem zijn, geroepenen, uitverkorenen en gelovigen.’

Let er op:

samen met God ben je altijd in de meerderheid! 

Heksenvervolging en daarna…

Ik ga nog even door op het feit dat de duivel en de demonen de afgelopen eeuwen buiten het gezichtsveld van de reformatorische en gereformeerde christenen is gekomen. Dit heeft namelijk ook te maken met een verandering van het denken als gevolg van de heksenvervolging (tussen 1450-1750).

In de Middeleeuwen nam de angst voor demonen onder het kerkvolk toe. Men was bevreesd voor vampiers, weerwolven en heksen. Ze dachten (zoals de heidenen) dat ze ziekten, natuurrampen en misoogsten veroorzaakten. In dat denkklimaat ontstonden de heksenvervolgingen, die van de 15e tot in de 18e eeuw in Europa veel slachtoffers maakten. Ze denken dat er in drie eeuwen zo’n 50.000 slachtoffers zijn gevallen in de heksenvervolgingen. Zelfs in het Genève van Calvijn werden tientallen vrouwen verbrand. Deze zogenoemde ‘heksen’ kregen de schuld van de pest die daar in de jaren 1543-1545 heeft geheerst.

De Zwitserse kerkhistoricus Walter Nigg verklaart: ‘In de heksenepidemie deed zich een schrikbarende inbreuk voor van satanische machten in het menselijk bestaan. De duivel en zijn trawanten waren in de inquisitoren – niet in de heksen – zichtbaar aan het werk. Alleen duivels kunnen onschuldige mensen op deze wijze vernietigen. De vervolgingen en pogroms van alle tijden zijn een uitwerking van satan; wie zich daarmee inlaat, staat in zijn dienst.’

Uiteindelijk doofde in Europa in 1782 de laatste brandstapel. Dit kwam door de invloed van de denkbeelden van de Verlichting, die het bestaan van de duivel, de demonen en ook heksen ontkende. Daarna kwam er wellicht een collectief schaamtegevoel over de wandaden op dit gebied. Vervolgens ontstond er echter een nieuwe collectieve neurose, namelijk ‘de overtuiging dat demonen en heksen nooit hadden bestaan’. Dit werd verder weer aangewakkerd en bevestigd door het rationalisme en de tijd van de Verlichting. Het parlement van Parijs verklaarde in 1786 officieel alle bezetenen voor medische patiënten.

Hoe reformatorische christenen worden getroffen

Reformatorische en gereformeerde christenen zijn over het algemeen nogal rationalistisch en leerstellig ingesteld. De rationele denken van de verlichte rede heeft toch ook wel invloed gehad op de behoudende christenen. Zij vinden goede leerstellingen en dogmatische uiteenzettingen belangrijk.

Satan is listig genoeg om christenen

 op leerstellig gebied te treffen 

Ik denk dat satan listig genoeg is om christenen op dit gebied te treffen. Dit is nog aangewakkerd door de vele aanvallen van andersdenkenden op onze rechtzinnige leerstellingen. Op den duur kunnen christenen zo worden gefixeerd op het bewaren en bewaken van de goede leer, dat ze andere meer praktische zaken uit het oog kunnen verliezen. Wie van de reformatorische christenen heeft voldoende oog gehad voor de gevaren van internet? Of hebben vele meegekeken naar de nieuwe ontwikkelingen, omdat het financieel aantrekkelijk zou kunnen zijn. Rechtse christenen denken niet alleen op theologisch, maar vaak ook op economisch gebied rechts. Hebben wij wel voldoende oog gehad voor satans listen buitenom de zondag? Er zijn belijdende leden van rechtse kerken in de week occult belast geworden, door het kijken naar occult beladen programma’s en films.

Dr. M.J. Paul noemt een situatie uit een reformatorische kerk. Hij deelt ons mee: ‘Ik heb de volgende situatie meegemaakt: een jong gezin met een dochtertje van ongeveer twee jaar. Het meisje had dagelijks last van aanvallen, waarbij ze schreeuwde en trilde over heel haar lichaam. Niemand mocht haar dan aanraken. De moeder klaagde tegenover mij haar nood. Toen heb ik voorzichtig gevraagd of zij zich wel eens met occulte zaken had ingelaten. Zij niet, maar haar ouders wel. Die mensen waren lid van een reformatorische kerk, maar ondertussen deden ze aan pendelen, wichelroede lopen en magnetiseren.’

Ze zijn toen naar ds. W.C. van Dam gegaan. De moeder heeft daar het geloof in Christus beleden en in het gebed afstand genomen van occulte praktijken (van een occulte belasting die haar ouders hadden doorgegeven).

Dr. Paul vervolgt: ‘Daarna heeft Van Dam met ons gebeden en aan het eind gezegd: ‘Dan mogen we vanuit de volmacht, die Christus ons in Zijn Naam gegeven heeft, de banden die er zijn, verbreken. Amen.’ Er gebeurde verder niets. We zijn gewoon naar huis gegaan. Het resultaat was wel, dat het kind vanaf die dag nooit meer die aanvallen gehad heeft.’

Occulte belastingen en gebondenheid

 kunnen we in onze tijd regelmatig tegenkomen 

Occulte belastingen en gebondenheid kunnen we In onze tijd regelmatig tegenkomen bij asielzoekers, ex-druggebruikers, mensen die zich hebben beziggehouden met occulte zaken en anderen die met verslavingen waren behept. In evangelische gemeenten, die buitenkerkelijken aantrekken, worden nogal eens demonen uitgedreven. Tijdens asielzoekerkampen en conferenties komt dit ook voor. In behoudende reformatorische gemeenten komt het echter weinig of niet of niet aan het licht.

De reformatorische kerken

 isoleren zich zoveel mogelijk van de wereld 

De reformatorische kerken isoleren zich zoveel mogelijk van de wereld en kunnen daardoor de wereldse mensen niet of moeilijk bereiken. Er treden nauwelijks buitenkerkelijke Nederlanders toe tot rechtse reformatorische kerken. Dit is voor ons helaas een ongunstig teken aan de wand. Hebben wij dan zo weinig in huis voor een buitenkerkelijke? Waar is onze aantrekkingskracht naar de onkerkelijke medemens?

Waar is onze aantrekkingskracht

 naar de onkerkelijke medemens? 

De protestantse kerken hebben na de reformatie de zaken rondom demonie grotendeels buiten het gezichtsveld geduwd. Zoals eerder aangetoond zijn deze zaken de laatste tijd echter weer zeer actueel geworden! Onze situatie is immers vergelijkbaar met de tijd van de vroege kerk.

In zendingsgebieden hebben zendelingen nog volop te maken met gevallen van demonische bezetenheid. Dit geldt ook voor de evangelisatieposten.

We moeten wel zeggen, dat er binnen het puritanisme (in Engeland en Amerika) wel aandacht is gebleven voor de realiteit van demonische machten en bevrijding. De bekende Amerikaanse theoloog Jonathan Edwards besteedt in zijn boek ‘The religious affections’ (religieuze aandoeningen)  ook aandacht aan demonische invloeden. Hij heeft de Grote opwekking (the Great Awaking) in Amerika (1740-1743) meegemaakt. Dr. Martyn Lloyd Jones heeft bekend: ‘Als evangelicals hebben we tragischerwijze de macht van boze geesten onderschat.’

Ook binnen het Duitse piëtisme werd hier en daar het verdrijven van demonen gepraktiseerd. Dr. W.C. van Dam laat ons weten: ‘Theologen als Semler, Schleiermacher en Strauss verdreven het bijbels besef van demonie bijna geheel uit het continentale protestantse denken. Helaas werd daarmee niet de activiteit der demonen lam gelegd!’

Worden we weer een overwinnende kerk?

Drs. R.J.A. Doornenbal is een wetenschapper, met veel kennis op het gebied van kerkgeschiedenis, filosofie en (media-)ethiek. Hij leert ons belangrijke zaken vanuit de kerkgeschiedenis in het boek ‘Geestelijke strijd, Demonie en bevrijding in christelijk perspectief’. Wij moeten dit zeker ter harte nemen en er naar de toekomst toe wat mee gaan doen!

Nadat hij aan het einde van zijn hoofdstukken de nodige conclusies uit de ontwikkeling in de geschiedenis heeft getrokken, komt hij tot de volgende ernstige slotsom en opdracht naar ons toe: ‘Intussen lijkt in het Westen zowel binnen als buiten de kerk de pastorale nood op het gebied van demonie te groeien naar een omvang die doet herinneren aan de tijd van de heksenvervolgingen. Destijds reageerde de kerk in blinde angst letterlijk te vuur en te zwaard; nu reageert ze in blinde onwetendheid en naïviteit, scepsis of zelfs – haast even ‘dodelijk’ als de brandstapel – met onverschilligheid.

Wat wij als kerken en christenen moeten doen, is God vragen om bewogenheid, geestelijk onderscheidingsvermogen en volmacht om niet maar in theorie, maar metterdaad te strijden tegen de machten der duisternis in de ontzagwekkende Naam van Hem in Wie we verzekerd mogen zijn van overwinning: Jezus Christus.’

De vroege kerk was een overwinnende kerk

 in een demonische wereld 

De nood der tijden kan ons ertoe brengen dat we weer terug moeten keren naar de praktijk van de nieuwtestamentische tijd en de vroege kerk! Deze kerk was een overwinnende kerk in een demonische wereld. Als we het dreigen te verliezen van de wereld, kunnen we beter trachten om de wereld te overwinnen.

We lezen in 1 Joh. 4:4-5: ‘Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof. Wie is het, die de wereld overwint, dat die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God?’

Door het geloof zijn wij betrokken bij de overwinning van Jezus Christus. Buiten Christus kunnen wij de wereldse verleidingen en de aanvallen van satan niet weerstaan. We kunnen buitenom Christus de demonen ook niet verdrijven en uitdrijven.

Door hun verbondenheid met Christus kunnen de gelovigen in alle (nieuwe) situaties overwinnaar zijn.

Geloven is de aanvaarding en ervaring van de kracht van de levende God

 in Zijn Zoon, Jezus Christus,

de grote Overwinnaar!

 

 

 

Comments are closed.