Bijbelstudies voor jongeren 5. Hoe kan ik mijn leven aan God overgeven?

Copyright: Jan A. Baaijens, jongerenpastoraat

Laat je redden! 

God komt in Zijn onbegrijpelijke goedheid met Zijn reddend Evangelie tot ons. Hij doet dit door Jezus Christus, de Redder en Zaligmaker.

Hij nodigt ons nu uit om ons door Hem te laten redden, of: ‘te laten zaligen’. Dus niet werken, maar geloven en tot Hem komen! Als we in het geloof tot Hem komen, zal Hij ons beslist niet terugsturen of uitwerpen.

Het enige werk dat we moeten doen om zalig te worden is: geloven in de Heere Jezus Christus. Bij Hem vinden we de rust en vrede die we nodig hebben. (Zie Johannes 6:28-40.)

Je moet je dus ‘laten redden’ als je voor eeuwig behouden wilt worden. Ik zal proberen dit duidelijk te maken door middel van voorbeelden. 

Een kind in een brandend huis 

Stel je voor dat een kind van 3 jaar zich op de zolder van een brandend huis bevindt. Met een lange stok heeft zijn vader het raam boven de garage kapotgeslagen. Het kind verschijnt in de grootste angst voor de opening.

Twee meter lager staat zijn vader met uitgebreide armen op het dak van de garage, terwijl hij roept: ‘Spring maar… spring maar, ik vang je wel op!’

Als de kleine jongen op de afstand kijkt, durft hij niet te springen. Hij klemt zich in doodsangst vast aan het raamkozijn. 

Dan kijkt hij alleen maar naar zijn vader, let daardoor niet meer op de grote afstand, maar vertrouwt op de sterke armen van zijn redder. Op dat moment twijfelt en wacht de jongen geen ogenblik meer, maar laat zich zomaar vallen…

Het kleine kind vertrouwde op zijn vader, sprong, en werd veilig opgevangen. 

Zo moet je ook in het geloof je laten vallen in de uitgebreide armen van de nodigende Redder. Besef het gevaar waar je in verkeerd als je nog onbekeerd bent! Het gevaar is dan levensgroot aanwezig, of je het voelt of niet. Doe ook geen pogingen om het gevaar op een andere manier te ontvluchten. Probeer zelf geen uitweg te forceren, want je zult daardoor het gevaar niet kunnen ontkomen.

Jezus is de enige betrouwbare Redder! Buiten Zijn reddend handelen is geen redding mogelijk. 

Zorg dat je niet te laat tot de Redder komt. Laat je niet verhinderen door angst, twijfel, tegenzin, argwaan, zelfhandhaving, eigenwijsheid of trots.

Ga zo snel mogelijk tot Jezus,

Die als Redder op je wacht

 

Blokkades die je kunnen verhinderen: 

Eigenwijsheid en trots 

Een eigenwijze bergbeklimmer 

Het volgend voorbeeld gaat over twee vrienden die een steile berghelling beklimmen. Ze hebben een goede uitrusting. Met touwen, houwelen en pinnen zijn jullie druk in de weer. De ene bergbeklimmer gaat via een gevaarlijke, steile afgrond, terwijl zijn vriend een gemakkelijker route neemt. Deze is het eerst boven, en ziet dat grote risico’s neemt. De klimmer, die nog onderweg is, heeft zijn touw bevestigd aan een uitstekend rotsblok. Maar dit rotsblok blijkt behoorlijk los te zitten!

Zijn vriend bindt zijn touw aan een boom en gooit deze snel mogelijk van bovenaf zijn de klimmer toe.

Hij schreeuwt: ‘Pas op! Je bent in groot gevaar… het rotsblok waar je aan hangt zit los! Grijp gauw mijn touw en kom daarlangs naar boven!’ 

Maar je roekeloze vriend stelt dit helemaal niet op prijs. Hij wil niet geholpen worden, want dat zou een vernedering zijn. Hij wil de eer hebben om deze steilte alleen te hebben genomen. Nu hij al zo ver is gevorderd, wil hij dit laatste moeilijke stuk ook aan zich onderwerpen. ‘Ga weg met dat touw,’ roept hij geërgerd, ‘dat rotsblok zal het best nog wel houden, en ik wil het zelf proberen. Ik red het wel.’ Op alle verdere waarschuwingen gaat hij niet in.

Hij denkt het als ervaren bergbeklimmer zelf wel redden. Hij vertrouwd op zichzelf en wil geen hulp accepteren.

Hij onderneemt een gevaarlijke toer om langs het rotsblok te komen, maar ineens schiet deze los, terwijl het andere grote stenen in zijn val meeneemt. De roekeloze, eigenwijze vriend grijpt nog wild om zich heen… en wordt meegesleurd! Wat een verschrikkelijk einde! 

Maar het was zijn eigen schuld. Hij heeft de aangeboden redding moedwil­lig geweigerd. Zijn hoogmoed en eigenzinnigheid hebben hem weerhou­den om de redding aan te grijpen. Hij vertrouwde op eigen kracht en kundigheid, en kon er daarom niet toe komen om de aange­boden hulp te aanvaarden. Hij dacht zich zelf wel te kunnen redden en verloor daarom alles. 

Het zal je nu wel duidelijk zijn dat dit verhaal een illustratie is van iemand die het Evangelie niet aan wil nemen en daarom niet wordt gered. Een ongelovige verkeert in hetzelfde gevaar als die jongen die daar aan die gevaarlijke rots hing.

Als je nog niet gelooft,

ben je voortdurend in levensgevaar!

Je levensdraad kan ieder moment afge­sneden worden. Dit is een bittere werkelijkheid! Je moet dit óók geloven. Zie toch het gevaar waarin je verkeert! 

Nú is het nog de welaangename tijd, nú is er nog de tijd om gered te worden, nú word je het reddende Evangelie nog aangeboden! Als je Zijn stem dan heden hoort, verhard je niet maar laat je leiden…

Grijp het Evangeliekoord dat je vanuit Gods Woord nog wordt toegeworpen!

 

Opstandigheid, boosheid en moedeloosheid 

Voor straf afgezet in een woestijn 

Ik wil ‘nu de blokkades ‘opstandigheid, boosheid en moedeloosheid onder de loep nemen. Dit doe ik door middel van het volgende voorbeeld.

Stel je eens voor dat er in een Afrikaans land een internaat is voor jeugdige misdadigers. Jonge criminelen worden daar op een goed afgeschermde en geïsoleerde school kennis bijge­bracht. Als je daar les moet geven, moet je heel wat in je mars hebben. Onder politiebewaking wordt daar lesgegeven. De jongelui hebben daar allen wat op hun kerfstok. Er heersen zeer strenge regels. Lijf­straffen worden volop toegepast. 

Ondanks de keiharde aanpak zijn er echter drie jonge misdadi­gers niet meer te handhaven. De leraren op deze tuchtschool zitten met de handen in het haar. Welke straf zouden ze nu nog moeten toepassen? Uiteindelijk wordt er een wrede straf opgelegd. Het is een straf waarvoor ze duide­lijk zijn gewaarschuwd. De jongelui dachten dat dit slechts een loos dreigement was, en dat ze dit toch niet zouden doorzetten. Daarom gingen ze door met hun zondige streken. 

De drie onhandelbare criminelen worden hierna vastgebonden, en geblind­doekt in een landrover geduwd. Vervolgens rijdt men met de landro­ver de woestijn in. 

Het wordt een urenlange tocht door de hete zandwoestijn. Dan wordt de auto stilgezet. De jongens worden daarna uit de landrover gezet, terwijl ze elk nog een kleine voorraad eten en drinken meekrijgen. 

De auto wordt weer gestart en een strenge tuchtschoolleraar voegt hen door het open raam nog toe: ‘Zo, dat is nu jullie straf. Jullie wilden niet gehoorzamen, nu moeten jullie het zelf maar uit­zoe­ken… Jullie zien maar hoe jullie het nu redden.

Op school kunnen we jullie niet meer gebrui­ken. Als jullie kans zien om uit deze woestijn te komen, zijn jullie vrij. We komen jullie niet meer ophalen. Jullie hebben nog even tijd om over jullie zonden na te denken.’

De auto rijdt vervolgens in volle vaart terug naar de bewoonde wereld. 

Als de stofwolken weer zijn gaan liggen, kijken de jongelui elkaar onthutst aan. Ze maken elkaar los en turen de zandvlak­te af. Wat verschrikkelijk! Ja, ze hebben het wel erg bont gemaakt, maar deze straf is toch wel te zwaar… 

Eén van de jongens roept het hyste­risch van kwaadheid uit: ‘Dit kunnen ze ons niet aandoen!’ Vervolgens gaat hij schelden en tieren. Hij gilt allerlei vrese­lijke verwensingen uit naar het adres van de leraren. Hij is niet meer te kalmeren en blijft maar doorgaan. Het lijkt wel dat hij zich steeds meer gaat opwinden in deze hete woestijn. Hij volhardt in zijn grote en kwade opstandigheid, en is niet meer te rustig te krijgen. Dit is natuurlijk erg onverstandig in de vreselijke hitte. Uiteindelijk krijgt hij een beroerte, waaraan hij kort daarna ook bezwijkt. 

Een andere jongen zit helemaal in elkaar gedoken te treuren. Hij ziet het absoluut niet meer zitten. Volgens hem komen ze er nooit meer uit. Hij is als het ware psychisch verlamd van ellende, waardoor hij geen poging meer onderneemt om uit zijn ellendige toestand te geraken. Als hij om zich heen kijkt, grijpt de moede­loosheid hem nog meer aan. Hij blijft maar apathisch zitten treuren. Er is geen beweging meer in te krijgen. Zo zal hij het niet redden! 

De derde leerling doet nog pogingen om hem mee te krijgen, maar hij wil niet meer – hij wil niet anders meer dan zo gauw mogelijk sterven in deze hete woestijn. Wat verschrikkelijk! De moedeloze mede­leerling wil ook niets meer eten en drinken.

 

De enige nuchtere leerling gaat nu over zijn eigen behoud denken, en er ook daadwerkelijk aan werken. Hij gaat op weg om uit de woestijn te kunnen ontkomen, en neemt de voedselvoor­raad van de overleden leerling mee.

Maar welke kant moet hij nu uit? Hoe kan nu ooit de goede richting en weg vinden om uit deze ellendige omgeving te kunnen ontsnappen?

Ja, hij heeft het al door, natuurlijk! Hij zal gewoon de auto­sporen volgen… 

Hij bedenkt dat de landrover is teruggekeerd naar de bewoonde wereld. Hij rekent uit dat het hem wel drie dagen zal vergen om de afstand te overbruggen die de landrover heeft afgelegd naar de bewoonde wereld.

Hij bekijkt zijn water- en voedselvoor­raad. Hij snapt het al: ze hebben net genoeg voorraad aan elk gege­ven om drie dagen te kunnen overleven – al zal hij er wel zuinig op moeten zijn. 

Snel gaat hij terug naar zijn moedeloze medeleerling, en legt het hem uit. Maar deze zit zo in de put, dat hij het allemaal niet gelooft. Hij maakt afwijzende geba­ren en reageert uiteindelijk op alle argumenten: ‘Hou maar op! Er klopt allemaal niets van je waardeloze theorieën. Ze hebben dit ons alleen maar aangedaan om ons kapot te maken en te laten omkomen op een verschrikkelijk manier. Natuurlijk hebben ze ons geen kans gegeven om uit deze ellendige toestand te geraken. Alle moeite om te ontkomen is toch voor niets. Ik zal me echt niet meer inspan­nen. Het heeft geen enkele zin. We zullen toch omkomen… Laat me nu met rust! Ik wil hier ster­ven… en ik doe geen enkele moeite meer. Ga weg! Ga, alsje­blieft zo gauw mogelijk weg! Ik wil er niets meer van horen. Ik doe er niets meer aan.. het heeft toch geen enkele zin.’ 

Wat de nuchtere leerling ook probeert, hij krijgt de moedeloze jongen niet mee. Ja, dan moet hij het zelf maar weten. Hij moet niet te veel tijd verliezen, anders zal hij zelf ook nog omkomen. Spoedig verlaat hij daarom de arme jongen, die zich­zelf slachtof­fer maakt van zijn negatieve, dwaze gedachten. 

Hij zal er alles aan doen om te overleven! Hij zal niet bij de pakken gaan neerzitten. Bovendien heeft de landrover toch nog een spoor nagelaten, dat hij kan gaan volgen. Als hij nog langer wacht zal het spoor verderop door stuivend zand onzichtbaar kunnen zijn geworden. Snel gaat hij voort langs het achtergelaten spoor. 

De achtergebleven, moedeloze en onverstandige leerling is te laat nog gaan lopen, maar na enkele dagen in de hete woestijn omgekomen. Hij was niet ‘op tijd’ gaan lopen. 

De derde, verstandige leerling, is uiteindelijk veilig in de bewoonde wereld aangekomen. Daarbij verkrijgt hij zelfs de vrij­heid, die was beloofd. Hij hoeft niet meer als tucht­leerling naar de speciale school terug. 

Hij heeft in de woestijn zijn les goed geleerd. In de bewoonde wereld is hij aangenomen op een andere school. Daar wordt hij niet meer als tuchtleerling behandeld, en doet hij goed zijn best. Hij is nu blij en dankbaar dat hij in vrijheid op deze school mag zijn, om hierop opgeleid te mogen worden tot een hoger doel. 

Het zal je duidelijk zijn dat er in dit voorbeeldverhaal geeste­lijke lessen zitten. De mens is vanwege eigen schuld uit het paradijs verdreven en in een eenzame woestijn terechtgekomen. 

Het voorbeeldverhaal leert ons dat ‘opstand en moedeloosheid’ op geestelijk gebied geen zinloos zijn. 

Volg het spoor van God 

De Heere heeft ons gelukkig niet aan onszelf overgegeven. Hij heeft ons niet in de steek gelaten. Hij heeft voor zondaren een weg geopend om te kunnen ontkomen. Er is een spoor gevormd, waarlangs we weer kunnen terugkeren tot de gemeenschap met God. Het is een eigenlijk ook een bloedspoor. 

Door het bloed van Jezus een nieuwe ‘nieuwe en levende weg’ geopend om in te gaan in het heiligdom (zie Hebr.10:19-20).

Probeer ‘het spoor van het bloed’ te volgen

Heb je al heer­lijkheid en zaligheid gezien in het verzoenend bloed van Christus? Je hebt het verzoenend bloed nodig, of je het ge­voelt of niet. Ieder mens is een zondaar en heeft daarom verzoening en reiniging nodig. Slechts het bloed van Christus reinigt van alle zonden (zie in 1 Joh.1:7).

 

Als je nog opstandig bent tegen de Heere, zul je niet tot Hem gaan om gered en gereinigd te worden. En als je jezelf nog weet te handhaven (ook op godsdien­stig gebied), zal er geen werkelijke behoefte aan reinigend bloed in je hart zijn.

Opstand en zelfhand­having zijn blokkeringen

 die uit de weg moeten worden geruimd!

Zolang deze zaken iemands leven nog beheersen zal er geen toe­vlucht nemen tot het bloed van Christus gevonden worden.

Neem de toevlucht tot Jezus 

Een toe­vlucht is een wijkplaats, een plaats waar men veiligheid zoekt. Een toevlucht is iets waarbij men hulp en bescherming zoekt. Als je de toevlucht tot iets neemt, beproef je dit als laatste en beste redmiddel. Als je nog iets anders hebt waardoor je jezelf kunt handha­ven, zul niet tot Jezus Christus (als enige Schuilplaats) vluchten.  

Jezus zegt van Zichzelf in Joh.14:6:

‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.

Niemand komt tot de vader dan door Mij.’ 

Dit is het ons in Gods Woord voorgestelde spoor. Via een andere weg zullen we het oordeel niet kunnen ontkomen.

 

Ongelovige zelfhandhaving 

Het is slechts genade dat de Heere ons een Weg tot behoudenis heeft gegeven. Hoe dwaas is dan toch een opstandig en ongelo­vig mens, die zichzelf wil blijven handhaven. Hoe onverstandig is iemand als hij niet alles doet om deze Weg te zoeken en te vinden! 

De opstandige leerling in de woestijn kunnen we nog wel beter begrijpen dan de moedeloze leerling, die zelfs de aansporin­gen van de verstandige leerling in de wind sloeg. Deze dwaas­heid komt ons zelfs zeer onnatuurlijk voor, want in het na­tuurlijke zal een mens, normaal gesproken, in een nood­situatie alles doen om zijn leven te redden. 

Iemand zal in een brandend huis als een razende heen en weer rennen om te kijken of er een ont­snappingsmogelijk­heid is. Een drenkeling zal alles aangrijpen om maar boven water te kunnen blijven. Het is daarom verbazingwekkend dat velen op geestelijk gebied gewoon maar lijdelijk kunnen afwachten. Dit kan niet anders dan een teken van dwaas ongeloof zijn.

De meest ongelovige mensen moeten we daarom eigenlijk zoeken in kringen waar veel lijdelijkheid heerst. Het lijkt tegenstrijdig dat wettische mensen juist de meest ongelovige mensen kunnen zijn. De farizeeën en schriftgeleerden zijn hiervan het bewijs. 

Een wettisch leven is een leven van zelfhandhaving

Zelfhand­having staat tegenover geloven 

Geloven betekent, dat je jezelf niet meer kunnen handhaven in je geestelijke positie. Daarbij kun je niets anders dan de toevlucht nemen tot de Verlosser Jezus Christus.

Als je jezelf nog kunt handhaven in een lijdelijke, moedeloze of droefgees­ti­ge positie, staat dat tegen­over geloof. Hierin zit vaak veel zelfmedelijden. Je bent dan op jezelf gericht en wilt bewerken dat de Heere medelijden met je krijgt. In het natuurlijke zou je dit bij je ouders mis­schien op deze wijze wel kunnen bereiken, maar in het geeste­lijk werkt dit niet.

Je kunt Gods genade niet verdienen,

maar slechts ontvangen 

Het Evangelie wordt ons gratis aangeboden, en wij hebben niets anders dan onze zonden om aan de Heere aan te bieden. Hij biedt ons reiniging aan en wij dienen daarom ons zondige en onreine bestaan aan Hem te geven, om van Hem vergeving en reiniging te mogen ontvangen.

De Heere is bewogen in Zich­zelf over mensen

en daarom komt Hij tot ons met Zijn reddend Evangelie

Dit moet je gaan zien!

Je moet niet proberen om de Heere door zie­ligheid of droef­geestigheid als het ware ‘aan je kant te krijgen’. Je moet aan de kant van de Heere vallen, om door Hem geleerd en bekeerd te worden. Hij is de Heere en wij dienen Hem onvoorwaardelijk te gehoor­zamen. 

Zoek de Heere vroeg!

In Spr.8:17 leert de Heere ons: ‘Ik heb lief die Mij lief hebben, en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.’ (In de HSV staat: ‘ernstig zoeken’.)

‘Vroeg zoeken’ betekent ook: het op tijd zoeken, het zo spoe­dig mogelijk zoeken, het vóór alle dingen zoeken.

In het ver­haal van die leerlingen in de woestijn, besefte de verstandige leerling dat hij zo spoedig mogelijk moest ver­trekken, omdat anders de autosporen konden zijn uitgewist door een zandstorm. In zandwoestijnen waait de wind het zand nogal eens op, zodat sporen binnen korte tijd onder het zand kunnen zijn verdwenen. 

In Jer.6­:16 lezen we: ‘Zo zegt de HEERE: Ga staan op de wegen, en zie, vraag naar de aloude paden, waar toch de goede weg is, en bewandel die. Dan zult u rust vinden voor uw ziel.’

Zoek de Heere zo snel mogelijk en begin nu het spoor van het Evangelie te volgen! Als je nu niet ver­trekt, kunnen er wel eens omstandigheden in je leven komen waardoor je zult worden verhin­derd om dit spoor nog verder te volgen. 

Kijk wat mis kan gaan als je niet direct Gods weg gaat volgen: 

–          Je kunt op het verkeerde spoor komen door verleidin­gen.

–          Je kunt het goede spoor bijster raken door misleidingen.

–          Je kunt op een wettisch zijspoor raken door omleidingen.

–          Je kunt de ernst en de lust verliezen als je ouder wordt.

–          Je kunt door tegenstand en verleidingen het goede spoor kwijtraken.

–          Je kunt door allerlei dwalingen ontsporen van de bijbelse weg. 

In Pred.1­2:1 wordt je aangespoord: ‘Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen, waarvan u zeggen zult: Ik vind er geen vreugde in.’ 

Laat er geen daarom gras over groeien, of (om het voorbeeld aan te houden): laat er geen zand overheen waaien!

 

Hoogmoedige zelfhandhaving

Naäman de Syriër

Lezen: 2 Koningen 5:1-19

We komen het probleem van de zelfhandhaving en hoogmoed ook tegen in de geschiedenis van Naäman de Syriër. Gelukkig werden Naämans knech­ten door de Heere gebruikt om hem te overreden, zodat hij zich toch nog vernederde en zich zevenmaal doopte in de Jor­daan.

In 2 Kon.5 wordt ons geleerd hoe we ons in Gods voorge­stelde weg door Hem moeten laten reinigen en redden. De weg ter genezing werd Naäman duidelijk voorgesteld, maar zijn hoogmoed en zelfhandhaving stonden hem aanvankelijk in de weg, en dienden daarom uit de weg te worden geruimd. 

Als je nog geen vrede hebt gevonden in het verzoenend bloed van Christus, ga dan eens bij jezelf na of deze zaken ook niet bij jou in de weg staan. 

Laten we de innerlijke houding van Naäman eens wat nader bezien. Het zal je duidelijk zijn dat hij daar in Syrië in onrust verkeerde vanwege zijn ontdekte dodelijke kwaal. Hij verlangde sterk naar genezing en was bereid om alle mogelijke middelen te gebruiken om van de melaatsheid te mogen worden verlost. Deze melaatsheid is een voorbeeld van de zondekwaal.

De zonde in de mens zal moeten worden vergeven en weggenomen.

 Misschien heb je al enig besef van zonde, zodat je er van verlost wilt worden, en net als Naäman bereid bent om alle mogelijke middelen hiertoe te gebruiken. 

Voor Naäman werd er een weg geopend naar het juiste adres, name­lijk via de profeet Elisa naar de God van Israël. Zo kun je ook weten en geloven dat je bij de Heere moet zijn om genezen te worden, en dat dit enkel kan door het offer van de Heere Jezus Christus. Maar alleen die wetenschap is niet genoeg. 

Naäman ging op weg naar Israël. Hij hoefde zich daar alleen maar zevenmaal te wassen in de Jordaan. Dit vond Naäman echter veel te simpel en te vernederend. Hij vond echter dat hij als belangrijk persoon een betere behandeling verdiende. Hierin kwam zijn hoogmoed openbaar. Dit stond zijn genezing in de weg. 

Een vernederende weg 

We kunnen uit de hoogmoedige houding van Naäman leren, dat er een natuurlijke weerstand is tegen een gratis aangeboden Evangelie, waarin niets goeds van een mens in aanmerking komt. Het geloof vernedert, en laat ons zien dat er in ons zondige vlees geen goed woont.

Naäman had zo zijn eigen gedachten over de manier hoe hij genezen zou moeten worden. Hij wenste de genezing niet in een weg van vernedering te ontvangen.

Willen wij herstel in de weg van vernedering ontvangen?

Hij vond dat hij recht had op een waardige behandeling, die overeenkwam met zijn stand en de beloning die hij aan de profeet wilde geven. 

Het ontvangen van vergeving en genezing gebeurt in de weg van gelovige gehoor­zaamheid aan Gods eis.

Naäman hoefde slechts gelovig te gehoorzamen

Hij moest zijn eigen inzichten over de weg van genezing laten varen. Hij moest gewoon doen wat hem was opgedra­gen. Hierin wordt ons de juiste weg gewezen! 

 

Gespreksvragen 

1a. Op welke wijze kan ‘opstand’ de weg naar het heil blokkeren?

1b. Hoe komt dat naar voren in het verhaal bij twee jongens in de woestijn?

1c. Herken je iets van die opstand bij jezelf?

      Waarom heeft het geen zin?

  

2. Welke blokkades en denkpatronen kunnen ons weerhouden

    om tot een volledige overgave aan Gods genade te komen?

 

3a. Op welke wijze kunnen de beschreven en besproken blokkades

       uit de weg worden geruimd?

       (Denk hierbij aan: Jer.20:1, Jes.63:1,

       Matth.16:24-25, Rom.10:6-13, Ps.50:15, Ps.68:­5.)

 3b. Wat heeft dit te maken met ‘het komen in Gods weg’?

 

4. Hoe kun je geestelijk werkzaam zijn met de beloften die je

    kunt vinden in bovengenoemde Bijbelteksten?

 

5a. Wat moet ik doen om ‘het spoor van het bloed’ te volgen,

      zoals we dit lezen in Hebr.10:19-23?

      (Betrek hierbij: Joh.3:16+36, Joh.1:12-13.)

5b. Denk eens aan die jongen, die het spoor in de woestijn volgde.

       (Betrek hierbij Spr.8:17.)

5c.Waarom is het volgen dan deze weg voor ons absoluut nodig?

      (Zie hierbij: Hebr.9:22b, 1 Joh.1:7, Joh.14:6, Hebr.10:38-39.)

 

6a. Hoe kan iemand zichzelf ongelovig blijven handhaven?

      Waarom zal hij dat doen? En wat kunnen wij hiervan leren?

6b. Vergelijk met elkaar welke blokkades je hebt (gehad)?

6b. Kun je zeggen hoe je bent verlost van je blokkades om tot geloof te komen.

 

7a. Verklaar waarom zelfhandhaving een blokkade is

      voor onze redding en herstel.

 7b. Hoe zie je dat bij Naäman de Syriër (in 2 Kon.5:1-19)?

7c. Waarom is hoogmoed een hardnekkig verhindering

       om tot Jezus te komen?

7d. Wat leren we bij Jezus? Wat ontvangen wij daardoor?

      (Zie Matth.11:28-30).

 

8. Wat kunnen we van 2 Kon.5:1-19 leren?

     Bespreek dit gedeelte met elkaar.

 

9a. Weet je wat er allemaal kan gebeuren als je niet direct

       en ook niet op tijd Gods weg gaat volgen?

9b. Wat mag je weten als je wel direct en op tijd

       tot Jezus de toevlucht neemt?

 

10. Ga samen in gebed, om direct en op tijd te komen

       tot de juiste keuzes.

       Probeer tijdens het gebed op Jezus te zien,

       zoals Hij tot ons komt in het Evangelie.      

      Geef daarbij door Openb.3:20, waarin Jezus ons voorhoudt:

‘Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Als iemand Mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem gebruiken, en hij met Mij.’

Noem ook de uitnodiging van Jezus in Matth.1128: ‘Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.’ 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments are closed.