Bijbelstudies

Copyright: Jan Baaijens, jongerenpastoraat

De volgende twee bijbelstudies zijn voor ‘herders’ en ‘schapen’ in een gemeente of groep. Het zijn inleidende trainingen en verkenningen, waardoor je de geestelijke positie van jezelf en anderen beter kunt leren kennen. Je kunt de stof en de opdrachten verdelen in een aantal pastorale samenkomsten. Let er wel op: herders moeten schapen blijven en schapen kunnen ook herders worden. Hulpverleners en hulpbehoevenden worden het beste effectief getraind, geleerd en geholpen door de goede Herder, Jezus Christus! Daarom moeten wij in het geloof van Hem blijven leren en op Hem blijven zien.

     

Voeding en training voor herders

1. Bijbelstudie voor pastorale hulpverleners

Leer van de goede Herder!

Herderlijke zorg

Uit het handboek ‘Overwinning in de geestelijke strijd’ citeer ik het volgende over de pastorale zorg: ‘Volgens het woordenboek hoort het pastoraat bij een pastoor of een geestelijke, die zorgt voor het welzijn van een groep mensen. De Latijnse woorden ‘pastor’ en ‘pascere’ betekenen ‘herder’ en ‘voeden’.

    

Het Engelse woord ‘counseling’ (begeleiden) gaat over raad geven, bijstand in problemen, opvoeding (en activiteiten die daarmee hebben te maken). Het komt van het Latijnse ‘consillium’ (counsel, weloverwogen) en ‘consulere’ (raadslagen, bijeenroepen). Eigenlijk betekent ‘counsel’ in de zuiverste vorm: wijsheid en voorzichtigheid. Pastoraat heeft te maken met herderlijke zorg op geestelijk gebied.

    

Jezus is de goede Herder (Joh. 10). Hij kent Zijn schapen (vers 14). Het echte pastorale werk kunnen we van Hem leren. In het pastoraat moeten we door de Heilige Geest worden geleid. Dat is de Geest van de waarheid (Joh.1613). In Joh.16:14 zegt Jezus van de Heilige Geest: ‘Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en u verkondigen.’ De Geest van de waarheid wordt door Jezus de Trooster genoemd (zie Joh.14:16-17). We lezen dat Jezus Zijn discipelen belooft in Joh.14:16-17a: ‘En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid.’ Voor Trooster staat er in het Grieks ‘paraklēton’, dat is ‘Helper’. Het is afgeleid van het werkwoord ‘parakaleō’, dat ‘te hulp, erbij roepen’ betekent. De letterlijke betekenis van ‘paraklētos’ luidt: ‘een erbij geroepene’. Het was in die tijd de aanduiding voor een verdediger in een rechtszaak, van een advocaat. In de Studiebijbel wordt verder verklaard: ‘In ruimere zin verstond men eronder: iemand, die bijstand verleent, en die als vertegenwoordiger van de betrokkene bij een ander optreedt. In die zin was Jezus ook Zelf een Parakleet. Hij trad als Pleitbezorger van de gelovigen bij God op (zie 1 Joh.2:1).’ De gelovigen hebben de Heilige Geest nu als Zijn Zaakwaarnemer.

Als wij pastoraal geestelijke bijstand verlenen en willen troosten, bemoedigen en begeleiden, dienen we het dus ook uit Jezus te nemen en Hem voor te stellen en te verkondigen aan de hulpbehoevende. Wij hebben hierin de leiding van de Heilige Geest nodig, Die ons de juiste weg naar de goede Herder wijst.

Stel Jezus centraal in de hulpverlening 

en verwacht hierin de leiding van de Heilige Geest

Hoe moet Jezus centraal worden gesteld?

Jezus is als een lam ter slachting geleid en als een schaap, dat wordt geschoren,  deed Hij zijn mond niet open (Jes.53:7). Johannes de Doper getuigde van hem in Joh.1:29: ‘Zie het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt.’ Hij kan ons leren wat het is om een lam te zijn, dat zich opoffert voor anderen.

Jezus heeft ons een voorbeeld gegeven, om na te volgen. Bij de voetwassing zei Hij tot Zijn discipelen: ‘Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan’ (Joh.13:15). Hij is aan Zijn broeders gelijk geworden, zodat zij op Hem kunnen gaan lijken. Lees in Hebr.2:17-18 en Hebr.4:14-16 wat de medelijdende Hogepriester voor ons heeft gedaan en verder ook wil en kan doen.

Een dienstknecht moet worden als zijn Heer. Een volgzaam en dienstbaar schaap moet ook gaan worden als de goede Herder. Volwassen gelovigen zijn volwaardige schapen, die ook moeten leren om te ‘herderen’ naar de zwakke en onvolwassen schapen toe.

In 1 Petr.5:2-4 leert en vermaant Petrus de ouderlingen: ‘Hoed de kudde van God, die bij u is en houd daar toezicht op, niet gedwongen, maar vrijwillig; niet uit winstbejag, maar bereidwillig; ook niet als mensen die heerschappij voeren over het erfdeel van de Heere, maar als mensen die voorbeelden voor de kudde geworden zijn. En als de Opperherder verschijnt, dan zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen.’

In de Engelse Bijbel lees ik in vers 2: ‘Shepherd the flock’ (Herder de kudde).

Spr. 27:23 leert ons: ‘Wees naarstig, om het aangezicht van uw schapen te kennen; zet uw hart op de kudden.’ In mijn Engelse bijbel lees ik: ‘Be diligent to know the state of your flocks, and attend to your herds.’

     

Het zal duidelijk zijn dat we in het pastoraat moeten letten op de innerlijke toestand van hen die we begeleiden en willen helpen. Denk hierbij aan het beeld van de herder en zijn schapen. Het is normaal dat een herder zijn schapen leidt. Hij zal echter de jonge lammeren en de zwakke en kwetsbare schapen op een bijzondere wijze begeleiden. In Jes. 40:11 lezen we hoe liefdevol de HEERE met Zijn kinderen en Zijn volk handelt: ‘Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden: Hij zal de lammetjes in Zijn armen bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden.’

Een goede pastorale begeleider en ‘onderherder’ moet ook zelf weten wat het is om een afhankelijk en behoeftig schaap te zijn van de goede Herder. Wat je zelf hebt ondervonden van de liefde, zorg, begeleiding en bescherming van de goede herder kun je dan ook gemakkelijker delen met hen die je begeleid en tot Jezus leidt.

Voor persoonlijke vorming en geestelijke training geef ik daarom eerst opdrachten voor de pastorale begeleiders. De vragen kunnen eerst in eigen tijd vooraf worden gemaakt. Daarna kunnen ze in groepjes worden besproken. Er kan dan een keuze worden gemaakt uit de opdrachten. Ik denk dat het goed is om het persoonlijk te houden in de groepsbespreking. Gebruik daarbij de opdrachten vanaf vraag 14, om een persoonlijk getuigenis te geven en jouw ervaringen met de goede Herder met anderen te delen. Ga daarna samen in gebed, voor de aanwezigheid van Jezus en het bemoedigen en versterken van elkaar. Getuig met dankzegging van de goedheid van God en de opofferende liefde van Jezus. Kom samen tot een nieuwe toewijding aan de dienst van God en het volgen van de goede Herder! (zie opdracht 21.)

Pastorale opdrachten vanuit Ezech.34

Lees eerst over de herders (van Israël) en de goede herder Ezech.34.

In vers 31 lezen we: ‘En u, Mijn schapen, schapen van Mijn weide, u bent mens, maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.’

1. Wat versta je onder ‘het zwakke, zieke en gebrokene’ in Ezech.34:4?

    Welke mensen in onze tijd kun je zo typeren?

Hulpbehoevende mensen die wat missen 

      

       

Geestelijke, psychische en lichamelijke problemen hebben te maken met derving. Derven betekent ‘missen’. Je hebt dan te maken met een gemis op één of meerdere van de genoemde gebieden. Het is belangrijk dat je bij problemen deze gebieden kunt onderscheiden. (Een laag zelfbeeld kan duiden op een psychisch probleem, terwijl gevoelens van afwijzing weer kunnen zien op geestelijke problemen.)

We houden ons in deze bijbelstudies hoofdzakelijk bezig met geestelijke problemen, terwijl we de psychische toestand in het oog moeten houden. Er is vaak ook een overlap. In een pastoraal team behoort er kennis van zaken te zijn op beide gebieden.

2. Hoe wordt iemand op geestelijk gebied een ‘zwakke, zieke en gebrokene’?

3. Waarom zijn deze mensen zo kwetsbaar in de samenleving?

4. Wat kan er misgaan bij deze mensen in het geestelijk pastoraat?

    Let hierbij op Ezech.34:1-8.

5. Wat kun je in onze tijd verstaan onder ‘het afgedwaalde en verlorene’?

    Zie hierbij Ezech.34:4-6.

6. Waarom gaan vooral veel jongeren in onze tijd dwalen en raken ze ‘verloren’?

     (Er wordt van bepaalde jongeren zelfs gesproken over ‘the lost generation’.)

7. Zegt dat ook iets van de ouderen en opvoeders?

    Betrek bij je antwoord Ezech.34:6.

8. Waarom vragen veel jongeren zoveel aandacht? Hoe uiten ze dat?

9. Waaraan kun je zien dat ze geestelijke problemen hebben?

10. Hoe kunnen we ze bereiken en helpen?

11. Hoe laat de HEERE Zichzelf in Ezech.34 voor Zijn verbondsvolk zien als de goede Herder? Wat belooft Hij voor Zijn schapen te doen in Ezech.34:11-16?

12. Wat kunnen wij hiervan leren in de pastorale geestelijke hulpverlening en zorg?

13. Welk Godsbeeld krijg je in deze teksten van de HEERE?   Hoe laat Hij Zich kennen?

14. In het kennen van God en Jezus Christus is er ‘ervaringskennis’. Hoe heb jij de Heere persoonlijk leren kennen als de goede Herder?

15. Hoe heeft Hij je opgezocht en gered?

     Zie hierbij Ezech.34:11-12 en maak dit actueel.

16. Op welke wijze ben je opgezocht, bemoedigd, hersteld en versterkt en tot rust gebracht door de goede Herder? Betrek hierbij Ezech.34:15-16.

17. Hoe ziet het op Jezus als dé goede Herder?

       Zie Ezech.34:23-24, 29-30).

18. Laat God in Ezech.34:31 zien dat Hij ook jou als Zijn schaap hebben? Betrek hierbij Joh.10:16.

19. Is er iets dat je zou kunnen tegenhouden om deze betrouwbare Herder verder (opnieuw) toegewijd en vertrouwend te volgen?

20. Waarom is het zo goed om een schaap van de goede Herder te zijn?

21. Ga samen in gebed, voor de aanwezigheid van Jezus, en het bemoedigen en versterken van elkaar. Getuig met dankzegging van de goedheid van God en de opofferende liefde van Jezus. Kom samen tot een nieuwe toewijding aan de dienst van God en het volgen van de goede Herder!

Bied ze bescherming en liefdevolle zorg

In het pastoraat zal er op geestelijke wijze ook zo voorzichtig en beschermend moeten worden omgegaan met de zwakken, gekwetsten en beschadigden. Veiligheid is één van de eerste levensbehoeften. Bij de zwakken, gekwetsten en beschadigden is er meestal een inbreuk of schending geweest in hun gevoel van veiligheid. Een geest van angst heeft zich daarna meester gemaakt over deze slachtoffers. In het pastoraat moet er dan worden gezocht naar de diepere oorzaken van de angst. Hoe zijn de angsten ontstaan? Wat is er verder gebeurd?

Daarna kan er worden gekeken of er alleen maar begeleiding nodig is, om ‘het schaap’ weer rustig te krijgen, zodat het verder (weer) vertrouwend achter de goede Herder aan kan gaan.

Een innerlijk verwonde schaap moet weer vertrouwend de goede Herder leren volgen

Als er teveel pijn en innerlijke verwonding is, zal er langer tijd nodig zijn. We mogen dan weten dat er een helende Zaligmaker is, die een persoon met een gebroken hart kan genezen. Een schuld wordt door Hem vergeven (en hoeft dus niet ontkend of verdoezeld te worden). Van zonden worden wij verlost. Ons geweten beschuldigt ons dan niet meer. Wij vinden door het geloof vrede en rust in de liefde armen van de goede Herder. Hij wast ons innerlijk witter dan de sneeuw. Door Hem wordt ons geestelijk leven vernieuwd.

 Voeding voor de schapen

2. Bijbelstudie voor hen die herderlijke zorg nodig hebben

Zie op de goede Herder!                     

                                            Lees Joh.10:1-18, 27-30 en Ps.23

We willen je allereerst wijzen op de goede Herder. Dat is Jezus Christus, Die Zichzelf als het Lam van God heeft opgeofferd om voor de gelovigen de goede Herder te kunnen zijn. Zie dan toch gelovig op Jezus! Hij laat ons in Joh.10:11 over Zichzelf weten: ‘Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen.’ In vers 15 zegt Hij: ‘En Ik geef Mijn leven voor de schapen.’ Vanuit de grondtekst staat er dat Hij Zijn leven aflegt en inzet voor de schapen. Het gaat hierbij over een daadwerkelijk Zijn leven neerleggen en opofferen ten gunste van Zijn schapen. Door Zijn lijden en sterven heeft Hij Zijn leven plaatsvervangend gegeven voor de gelovigen. De straf op de zonde en de pijnlijke gevolgen van de zonde heeft Hij in plaats van zondaren gedragen.

Wil je worden bevrijd van je zonden, je innerlijke pijn en al je zorgen? Jezus heeft het voor zondaren weggedragen en het is met Hem aan het kruis genageld. Het handschrift van de zonde van de gelovigen is aan het kruis genageld. We lezen erover in Kol.2:14 dat Hij het handschrift dat tegen ons getuigde, heeft uitgewist. Er staat verder: ‘Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen.’ Dit handschrift is de schuldbekentenis van ons persoonlijk en dat getuigt dus tegen ons.

Een gelovige mag weten dat zijn zonden en tekortkomingen niet meer tegen hem getuigen en dat hij door de wet van God niet meer wordt veroordeeld. Een gelovige behoort daarom ook niet meer zichzelf te veroordelen, al zit het in zijn karakter om dat te doen en al heeft hij een negatief zelfbeeld. De Heilige Geest is erbij geroepen, als  de Advocaat voor de gelovigen, om hen op de wettige vrijspraak te wijzen. Je moet hierin de Geest van de waarheid geloven. In het handboek ‘Overwinning in de geestelijke strijd’ gaat het ook over het geloven van de leugen of de waarheid (je kunt het lezen op de website).

Laat je door de waarheid van vaststaande feiten overtuigen!  

Jezus heeft ook de pijnen voor zondaren gedragen, zodat er door Zijn striemen voor de gelovigen genezing is. We lezen in Jes.53:4a over de lijdende Borg en Herder: ‘Voorwaar, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, ons leed heeft Hij gedragen.’ In vers 5 wordt het dwalende schapen verzekerd: ‘Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.’ In mijn Engelse Bijbel lees ik: ‘And by His stripes we are healed.’ Voor ‘healing’ moet je dus bij Jezus zijn. Dit gaat dus ook over onze innerlijke pijnen. In de veilige armen en helende handen van de goede Herder ontvangen gewonde schapen genezing.

In de helende handen van de goede Herder

 ontvangen gewonde en gekwetste schapen

 genezing en herstel

De Heilige Geest is er voor de gelovigen, als de Trooster en de Helper. Hij neemt het uit Jezus en verkondigt het ons. Hij wijst ons steeds weer op de goede Herder.

Je bent veilig bij de goede Herder

Is er een aansporing en bemoediging in Joh.10 als je nog niet gelooft of er geen duidelijkheid in hebt? Zeker wel! Jezus is door Zijn Evangelie op zoek naar verloren en dwalende schapen. Hij verklaart ons in Joh.10:16: ‘Ik heb nog schapen, die niet van deze schaapskooi zijn; ook die moet ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder.’

      

Hij nodigt ook jouw en wijst je de weg, als hij zegt: ‘Ik ben de Deur voor de schapen.’ Wil je niet tot Hem komen, om achter Hem te kunnen schuilen. Wat is er achter deze Deur voor jou te vinden en te ervaren? Dat zijn de zaken van het regelmatig op de website genoemde ‘gele veld’: acceptatie, veiligheid, geloof, hoop, liefde en kennis.

Buiten deze Deur, in het zogenaamde open veld, zijn de zaken van het ‘grijze veld’ voor de schapen aanwezig, namelijk: afwijzing, afgunst, twijfel, angst, boosheid en onkunde. Met deze ongelukkige zaken wordt binnen de schaapskooi afgerekend.

Bij de veilige schaapskooi horen de weidevelden waar de goede Herder wakend en beschermend aanwezig is. Daar worden ze door Hem gevoed. Je leest dat in Ps.23. Je kunt dan vertrouwend zingen: ‘De HEERE is mijn Herder, mij ontbreekt niets. Hij doet mij neerliggen in grazige weiden, Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren. Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam’ (Ps.23:1-3).

Het volgen van de goede herder en het aan Hem verbonden zijn, is voor een kwetsbaar schaap ‘leven in vrijheid’. Je voelt je dan veilig en geaccepteerd door de Herder en in Zijn kudde. Jezus zegt van deze veilige vrijheid in Hem en bij Hem: ‘Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden’ (Joh.10:9). 

  

Pastorale opdrachten over de goede Herder

 en Zijn schapen

Lees voor de volgende opdrachten eerst Johannes 10:1-18, 27-30 en Psalm 23

1. Wat spreekt je persoonlijk het meeste aan bij de goede Herder in Johannes 10?

    (Nummer het in volgorde van belangrijkheid.)

    A. Dat Hij de Deur voor de schapen is (vers 9),

        waardoor en behoud en bescherming is.

    B. Dat je door Hem kunt ingaan en uitgaan (vers 9),

        waardoor je goed wordt verzorgd en gevoed en je jezelf vrij voelt.

    C. Dat Hij Zijn leven geeft voor de schapen (vers 11).

    D. Dat Hij je persoonlijk kent en er een goede relatie met hem is (vers 14).

    E. Dat Hij nog meer schapen zal toebrengen

        en je mag behoren tot één kudde en één Herder.

    F. Dat je Zijn stem mag (her)kennen en Hem gehoorzaam wilt volgen (vers 27).

    G. Dat Hij je het eeuwige leven geeft en je altijd zal beschermen (ver 28).

    H. Dat Hij de macht heeft, samen met Zijn Vader,

        zodat niemand je uit de hand van God zal kunnen rukken (ver 28-29).

2. Welke drie mooie zaken van de goede Herder heb je bovenaan geplaatst?

    Wat zegt dit over jouw persoonlijke geestelijke behoeften?

3. Hoe komt het dat je de goede Herder hierin het meest nodig hebt?

4. Heeft dit te maken met je zelfbeeld of met ervaringen uit het verleden?

5. In welke mate spelen deze zaken (nog) een rol in je leven?

 

6. Hoe zie jij jezelf?

      Wat geldt voor jouw persoonlijk het meest?

      Zet in 26 typeringen voor jezelf op de goede volgorde.

      Je krijgt dan wat het meest voor jou geldt bovenaan.

      (Je kunt het gemakkelijk aangeven door bijvoorbeeld

      1P, 2R, 3W, 4X, enz. op een rij onder elkaar te zetten.)

      De tien bovenste en de tien onderste (die niet voor jou gelden)

      zeggen iets over je geestelijk leven en over hoe je jezelf ziet.   

      A. Als een verloren schaap.

      B. Als een afgedwaald schaap.

      C. Als een dwaalziek schaap.

      D. Als een zwak schaap.

      E. Als een beschadigd en verwond schaap.

      F. Als een verdrietig schaap

      G. Als een zielig schaap.

      H. Als een veracht schaap.

      I.  Als een schuw schaap.

      J. Als een verlegen schaap.

      K. Als een onkundig schaap.

      L. Als een eigenwijs en dwars schaap.

      M. Als een koppig en hardnekkig schaap.

      N. Als een zondig schaap.

      O. Als een vernederd schaap.

      P. Als een behoeftig schaap.

      Q. Als een afhankelijk schaap.

      R. Als een vertrouwend en gelovig schaap.

      S. Als een toegewijd schaap.

      T. Als een volgzaam en gehoorzaam schaap.

      U. Als een bevrijd en vrij schaap.

      V. Als een geliefd en verliefd schaap.

      W. Als een tevreden schaap.

      X. Als een gelukkig schaap

      Y. Als een zeker beveiligd schaap.

      Z. Als een bewogen en liefdevol schaap.

7. Waarom heb je deze tien typeringen voor jezelf bovenaan gezet?

8. Waarom gelden de laatste tien typeringen niet voor jou?

9. Als er in een discussiegroep (in een pastorale setting) wordt gewerkt,

      is het goed dat iedereen het voor zichzelf op de juiste volgorde plaatst.

      Maak dus allemaal een persoonlijke rij van 26 typeringen

      en beantwoordt ook daarbij de vragen 12 en 13.

10. Vergelijk nu met elkaar de uitslagen en er over in discussie.

11. Kijk daarbij naar de tien typeringen die bovenaan zijn gezet.

      Welke typeringen komen bij de meeste deelnemers overeen?

      Waarom zijn die zo actueel en belangrijk?

12. Hoe komt het dat er bij sommigen of een enkel persoon andere uitslagen zijn?

13. In hoeverre heeft dit te maken met het zelfbeeld,

      het beeld naar de goede Herder toe

      of ervaringen uit het verleden?

14. Bespreek nu waarom de meeste deelnemers 

      bepaalde (tien) typeringen onderaan hebben geplaatst.

15. Hoe komt het dat er bij sommigen of een enkel persoon

      onderaan de lijst andere uitslagen zijn?

16. In hoeverre heeft dit te maken met het zelfbeeld,

      het beeld naar de goede Herder toe

      of ervaringen uit het verleden?

17. De positie naar de goede Herder toe is nu min of meer in beeld gebracht.

      Hoe kan deze positie voor verschillende deelnemers worden verbeterd?

18. Hoe kun je als ‘onwaardig schaap’ vrij zijn van zelfveroordeling? Mag je jezelf eigenlijk wel als ‘onwaardig schaap’ zien als je mag schuilen bij de goede Herder?

19. Hoe kun je door de Deur binnengaan, behouden worden en weide vinden?

      (zie Joh.10:9).

20. Weet je al wat de goede Herder voor jou betekent? Wil je dat vertellen?

Het hardop belijden van Jezus kan bevrijding geven 

21. Ga nu samen in gebed.

      Na een inleidend gebed over de grootheid, goedheid en barmhartigheid van de goede herder, kan een stil gebed volgen.  Bedenk hierbij (allen) voor jezelf wat je nodig hebt van de goede Herder. Bid en dank daarna, als je vrijmoedigheid hebt, voor jezelf en voor elkaar.Let erop: hardop bidden is niet verplicht.      Laat je hierin leiden door de Heilige Geest. Het biddend hardop belijden van (je geloof in) Jezus kan juist bevrijding geven.

      Jezus leert ons in Matth.10:32:

 ‘Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen,

      die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader,

Die in de hemelen is’ 

  

  

Comments are closed.